Terug

Uitwendige bestraling prostaatkanker

Bestraling (radiotherapie) is een medische behandeling met röntgenstraling. De behandeling is meestal gericht tegen kanker. Het doel van de bestraling is dan om de kankercellen te doden.

Meer informatie over bestraling bij prostaatkanker

Met radiotherapie worden de cellen van een gezwel zó beschadigd dat ze zich niet verder kunnen delen, of dat hun stofwisseling ontregeld raakt. De kankercellen sterven dan af. Met een apparaat (een versneller) wekken we röntgen- of elektronenstraling op. Die straling beschadigt kankercellen.

Helaas raken gezonde cellen ook beschadigd. Deze gezonde cellen herstellen zich gelukkig beter dan kankercellen. Dat is een belangrijk verschil. Want zo kunnen we de kankercellen doden, terwijl de gezonde cellen zich weer herstellen.

Behandelplan

De specialist die u behandelt met bestraling is de radiotherapeut. De radiotherapeut bepaalt zorgvuldig welke plaats precies bestraald wordt en wat de dosis van de bestraling moet zijn. Deze dosis wordt meestal verdeeld over verschillende bestralingen. U wordt dus meerdere keren per week behandeld. De radiotherapeut berekent voor u hoeveel bestralingen u nodig hebt. Dat hangt af van de soort kanker die u hebt.

Bestraling bij Prostaatkanker

Er zijn twee bestralingsmogelijkheden bij prostaatkanker: uitwendige bestraling en inwendige bestraling (brachytherapie), met jodium-125 zaadjes. De webpagina die u nu leest, gaat over uitwendige bestraling. Uitwendige bestraling bij prostaatkanker gebeurt in een van de volgende situaties:

  • Bij een kwaadaardig gezwel in de prostaat. Het gezwel zit alleen in de prostaat en de zaadblaasjes.
  • Na een prostaatoperatie, waarbij we twijfelen of het gezwel helemaal verwijderd is.
  • Voorbereiding

    Intakegesprek

    De radiotherapeut heeft met u en eventuele begeleider(s) een intakegesprek. Als dat nodig is, doet hij nog lichamelijk onderzoek. De radiotherapeut geeft u uitleg over de bestraling en de bijwerkingen die u (misschien) zult ondervinden. U kunt al uw vragen stellen.

    Goudmarkering

    Met goudmarkeringen controleren we tijdens elke bestraling de plaats van de prostaat in het bestralingsveld. Als het nodig is, kunnen we uw lichaam in een andere houding leggen. Het inbrengen van de markeringen is vergelijkbaar met de biopsie die de uroloog heeft gedaan. Het verschil is dat er nu geen stukje weefsel uitgenomen wordt, maar enkele kleine goudstaafjes ingebracht worden. De goudstaafjes hebben een doorsnede van 1 mm en een lengte van 5 mm. Meestal brengen we 3 stuks in.

    Als u goudmarkeringen hebt, brengen we de positie van de prostaat in het bestralingsveld dagelijks in beeld.

    Scans

    Als voorbereiding op de bestraling krijgt u een CT-scan en soms een MRI-scan. Tijdens de CT-scan ligt u in juiste bestralingshouding. We brengen met inkt enkele kleine stipjes op uw lichaam aan. Deze stipjes zijn tatoeagepuntjes. Met deze stipjes kunnen we u tijdens de bestralingen in precies dezelfde houding leggen als bij de CT-scan. Wij vragen u om niet te plassen voor de CT-scan.

  • Tijdens de behandeling

    Eten en drinken

    We vragen u om ongeveer 1 uur vóór elke bestraling uit te plassen en een 0,5 liter vocht te drinken. Mocht dit tijdens de bestralingsperiode voor u een probleem zijn, overlegt u dit dan met de laboranten op het bestralingstoestel.

  • Na de behandeling

    Na de laatste bestraling

    Na 4 tot 6 weken komt u op controle bij uw radiotherapeut. De controles gaan enkele jaren door. De ene keer is de controle bij uw verwijzend arts, de andere keer bij de radiotherapeut. Zij houden elkaar op de hoogte. Soms zijn er ook gecombineerde controles: dan is de radiotherapeut aanwezig op het spreekuur van uw behandelend arts.

  • Bijwerkingen

    Bestraling kan leiden tot bijwerkingen. Welke bijwerkingen ontstaan en hoeveel last u krijgt, staat vooraf niet vast. Dat is afhankelijk van de plaats van de bestraling en de hoeveelheid straling. De volgende klachten kunnen optreden:

    • Bestraling leidt tot vermoeidheid.
    • Verminderde eetlust.
    • Minder zin in seks.
    • Haaruitval op plaats van bestraling: meestal is deze uitval tijdelijk, maar soms ook blijvend, afhankelijk van de hoeveelheid straling.
    • Een rode en schilferige huid, soms kunnen ook blaren op de huid ontstaan.
    • Bestraling van de onderbuik kan leiden tot misselijkheid, darmkrampen, verhoogde aandrang en slijmerige ontlasting.
    • Tijdens de bestralingsperiode moet u misschien vaker per dag plassen. De drang om te plassen neemt toe en kan soms branderig zijn. In het algemeen moet u twee keer zo vaak plassen en heeft u twee maal zo vaak ontlasting.

    Psychische gevolgen

    Naast de lichamelijke bijwerkingen kunt u ook psychische gevolgen ondervinden. Die zijn niet het gevolg van de bestraling. Ze hebben meer te maken met de spanning van de ziekte en de behandeling, de onzekerheid over de toekomst en de vermoeidheid. Dat is alles bij elkaar ook erg veel om te verwerken.

Wat moet u meenemen?

Hebt u een afspraak in het UMC Utrecht of wordt u opgenomen? Neem dan het volgende mee.

Tips voor het gesprek

Veel mensen vinden het prettig als ze het gesprek met hun zorgverlener kunnen voorbereiden. Deze tips kunnen u daarbij helpen.

Contact

Hebt u vragen over deze behandeling? Neem dan contact op met deafdeling radiotherapie.

088 75 588 00
Maandag tot en met vrijdag van
8.00 tot 17.00 uur

Aanvullende informatie

Meer informatie over radiotherapie, de bijwerkingen en wat hieraan gedaan kan worden kunt u ook vinden op

Polikliniek

Verpleegafdeling

Ziektebeeld

Onderzoek