Vorige

Tumoren bij MEN1

MEN1 uit zich in het optreden van tumoren. Die kunnen ontstaan in verschillende organen.

De klachten en verschijnselen die ontstaan bij MEN1 hangen af van welke organen, klieren en weefsels precies zijn aangedaan. Daarnaast kunnen de klachten van persoon tot persoon verschillen.

Verschijnselen van MEN1 kunnen gedurende het hele leven ontstaan. Vaak worden de eerste verschijnselen al op jonge leeftijd gezien.

Vaak gaat het om goedaardige tumoren. Als zij onbehandeld blijven, kunnen ze soms wel uitgroeien tot kwaadaardige tumoren, tot kanker dus.

Op deze pagina vindt u uitgebreide informatie over dit onderwerp.

Tumor in de bijschildklieren

bijschildklieren (de donkere puntjes op de roze schildklier)

[created by J.M. de Laat using www.biodigital.com]

Bij de meeste mensen met het MEN1-syndroom ontstaan een of meer tumoren in de bijschildklieren.

Ons lichaam heeft meestal vier bijschildklieren, soms meer. De bijschildklieren zijn kleine orgaantjes die in de hals, vlak achter de schildklier liggen. De bijschildklieren produceren bijschildklierhormoon, parathyroidhormoon (PTH). Dit hormoon regelt het calciumgehalte (kalkgehalte) in het bloed door:

  • calciumopname uit de botten en uit voedsel te bevorderen
  • uitscheiding van calcium in de urine te remmen

Tumoren van de bijschildklieren zijn bijna altijd goedaardig. Ze veroorzaken een overproductie van het bijschildklierhormoon (PTH). Dit noemen we hyperparathyreoïdie. Door die overproductie wordt het calciumgehalte in het bloed hoger. Klachten die kunnen optreden zijn onder andere vermoeidheid, verlies van energie en futloosheid, gedeprimeerdheid, maagklachten, obstipatie, dorst en meer plassen en het ontstaan van nierstenen.
 

Tumor in de alvleesklier en twaalfvingerige darm

Alvleesklier

De alvleesklier is een langwerpig orgaan en ligt boven in de buikholte. Een ander woord voor alvleesklier is pancreas.

De alvleesklier maakt hormonen aan. Dit gebeurt in cellen die in kleine groepjes bij elkaar liggen: de eilandjes van Langerhans. De belangrijkste hormonen die door deze cellen gemaakt worden zijn insuline en glucagon. Beide hormonen hebben een belangrijke invloed op de suikerstofwisseling. Daarnaast maakt de alvleesklier stoffen die noodzakelijk zijn voor de spijsvertering en de opname van voedingsstoffen in de darm, deze stoffen heten verteringsenzymen. Deze enzymen worden precies op tijd afgegeven aan de darm zodat het voedsel dat passeert verteerd kan worden.

Twaalfvingerige darm

De twaalfvingerige darm vormt het begin van de dunne darm en begint direct na de maag. In dit deel van de darm zijn afvoerwegen van de galblaas en alvleesklier aangesloten, waardoor gal en verteringsenzymen in de darm terecht komen. De twaalfvingerige darm wordt ook wel het duodenum genoemd. In de wand van de twaalfvingerige darm zitten ook cellen die het hormoon gastrine maken. Deze cellen komen ook in de maag voor. Gastrine stimuleert de maagzuurproductie.

alvleesklier (geel) en twaalfvingerige darm (roze)

[created by J.M. de Laat using www.biodigital.com]

Tumor in de alvleesklier en twaalfvingerige darm

Bij MEN1 is bij meer dan 50% van de patiënten sprake van tumoren in het hormoonproducerende deel van de alvleesklier en/of in de twaalfvingerige darm.  Deze tumoren worden neuro-endocriene tumoren (NET) genoemd. Meestal zijn de neuro-endocriene tumoren in de alvleesklier goedaardig. Deze tumoren kunnen kwaadaardig worden en uitzaaien naar de lymfklieren of de lever. Neuro-endocriene tumoren die groter zijn dan 2 centimeter hebben vaker de neiging om kwaadaardig te worden dan kleinere tumoren.  Dit geldt ook voor de tumoren die groeien.

Het kan zijn dat neuro-endocriene tumoren geen hormonen maken. Ze zijn dan niet-functionerend.

Neuro-endocriene tumoren  kunnen ook teveel hormonen maken, waardoor er teveel hormonen in het bloed terecht komen.
De meest voorkomende hormonen die teveel aangemaakt worden zijn:

  • insuline
  • gastrine
  • glucagon

Insulinomen

Insulinomen zijn tumoren die insuline produceren. Normaal gesproken zorgt insuline zeer nauwgezet dat het suikergehalte van het bloed normaal blijft. Door een teveel aan insuline wordt het bloedsuikergehalte te laag wat leidt tot klachten van transpireren, trillen en gedragsveranderingen. Deze klachten treden vooral op als iemand een tijd niet heeft gegeten of bij lichamelijke inspanning.

Gastrinomen

Gastrinomen zijn tumoren die het hormoon gastrine produceren. Gastrine stimuleert de maag om maagzuur te maken. Gastrinomen veroorzaken een teveel aan maagzuur. Dit heet het Zollinger-Ellison-syndroom. De overmaat aan maagzuur kan leiden tot maagklachten, zuurbranden, maagzweren, maagbloedingen en diarree. Gastrine producerende tumoren komen voornamelijk in de twaalfvingerige darm voor, maar soms ook in de alvleesklier.

Glucagonomen

Glucagonomen zijn tumoren die het hormoon glucagon produceren. Glucagon doet het omgekeerde van insuline: glucagon voorkomt een te laag bloedsuikergehalte. Een teveel aan glucagon zorgt voor een te hoog bloedsuikergehalte. Suikers worden dan onttrokken aan onder meer de spieren en de huid. Bij glucagonomen kunnen ook huidafwijkingen ontstaan.

Tumor in de bijnieren

nieren (bruin) met bijnieren (geel)

[created by J.M. de Laat using www.biodigital.com]

Bij ongeveer 25 tot 40% van de patiënten met MEN1 ontstaan tumoren in de bijnierschors. Deze tumoren zijn bijna altijd goedaardig.

Bijnieren

De bijnieren liggen bovenop de nieren. Ze bestaan uit 2 delen:

  • het bijniermerg (binnenkant)
  • de bijnierschors (buitenkant)

De bijnierschors ligt als een schil om het bijniermerg en produceert onder meer de hormonen cortisol, aldosteron en androgenen:

  • Cortisol is een hormoon dat betrokken is bij verschillende lichamelijke processen, zoals de afweer, bloedsuikerregulatie en bloeddrukregulatie. Een belangrijke functie van cortisol is dat hij het lichaam beschermt tegen de gevolgen van ziekte, verwonden of spanningen.
  • Aldosteron heeft ook een belangrijke rol in de water- en zouthuishouding van het lichaam en bij de regulatie van de bloeddruk.
  • Androgenen zijn mannelijke geslachtshormonen.

Het bijniermerg produceert de hormonen adrenaline en noradrenaline en geeft deze af aan het bloed. Deze hormonen helpen het lichaam zich aan te passen:

  • bij psychische stress, zoals angst
  • bij lichamelijke stress bij bijvoorbeeld inspanning of griep

Bij MEN1 kunnen gezwellen ontstaan in de bijnierschors. Soms maken deze gezwellen teveel van één van de bijnierschorshormonen aan. Dit kunnen we vaststellen met bloedonderzoek en functietesten.

Tumor in de hypofyse

De hypofyse is een zeer belangrijke hormoonproducerende klier, die midden in het hoofd onder de hersenen hangt. De hypofyse maakt hormonen die andere klieren aanstuurt tot het maken van hormonen.
Daarnaast maakt de hypofyse ook hormonen die zelf een effect hebben op het lichaam.

De hypofyse maakt onder meer de volgende hormonen:

  • Prolactine: dit hormoon regelt bij vrouwen na de bevalling de productie van melk.  Bij mannen is de functie van prolactine onduidelijk.
  • TSH: dit hormoon stimuleert de schildklier tot het maken van schildklierhormoon.
  • ACTH: dit hormoon stimuleert de bijnierschors tot het maken van cortisol.
  • LH en FSH: deze hormonen spelen bij vrouwen een belangrijke rol bij de menstruele cyclus en voortplanting. Bij mannen regelen deze hormonen de productie van testosteron en zaadcellen.
  • Groeihormoon: dit hormoon bevordert normaal gesproken de groei van het lichaam. Op volwassen leeftijd is groeihormoon belangrijk voor processen in het lichaam zoals spier- en vetverdeling, vetstofwisseling, botmassa en het algemeen welbevinden.
  • ADH: dit hormoon is betrokken bij de water- en zouthuishouding.

Bij ongeveer 40% van de mensen met MEN1 ontstaan tumoren in de hypofyse. Deze tumoren kunnen zorgen voor een teveel aan een bepaald hypofysehormoon, maar dat hoeft niet. Als een hypofysetumor groot wordt, dan kan door druk op de gezichtszenuw een afwijking van het gezichtsveld ontstaan (er ontstaat uitval van de buitenste gezichtsvelden). Daarnaast kan druk door de hypofysetumor op het normale hypofyseweefsel ertoe leiden dat een deel van de hypofyse haar functie niet meer kan vervullen.

Als een hypofysetumor teveel van een hypofysehormoon maakt, dan gaat het meestal om prolactine. Dit noemen we een prolactinoom. Bij vrouwen met een prolactinoom kan spontaan melk uit de tepels komen. Een prolactinoom kan de productie van de geslachtshormonen remmen. Dit kan bij vrouwen leiden tot menstruatiestoornissen en bij mannen tot erectiestoornissen en minder zin in seks.

 

Prolactinoom nog linken naar pagina

Als een hypofysetumor teveel ACTH maakt dan ontstaat de ziekte van Cushing.

Als een hypofysetumor teveel groeihormoon maakt, dan ontstaan acromegalie.

Tumor in de maag, longen en zwezerik

In de maag, de longen en de zwezerik zitten cellen die hormonen en hormoonachtige stoffen produceren.

Maag

De maag is een onderdeel van het spijsverteringskanaal. De maag ligt linksboven in de buik, vlak onder het middenrif. Het middenrif is een grote ‘koepelvormige’ ademhalingsspier. Deze spier scheidt de borst- en de buikholte. Ook in de maagwand zijn neuro-endocriene cellen aanwezig waaruit neuro-endocriene tumoren kunnen ontstaan bij patiënten met MEN1.

Longen

De longen bevinden zich in de borstkas aan weerszijden van het hart. De longen zijn opgebouwd uit elastisch, sponsachtig weefsel.

De rechterlong bestaat uit drie longkwabben en de linkerlong uit twee longkwabben. Elke long is omgeven door een vlies: het longvlies. Het gebied in de borstkas tussen de beide longen wordt het mediastinum genoemd. Hierin bevinden zich behalve de luchtpijp, de slokdarm en het hart, ook bloedvaten, lymfevaten, lymfeklieren en zenuwen.

Vanuit de neuro-endocriene cellen in de longen kunnen neuro-endocriene tumoren ontstaan bij patiënten met het MEN1-syndroom. Dit komt bij ongeveer 15% van de patiënten voor, zowel bij mannen als bij vrouwen.

Zwezerik

De zwezerik is een klein orgaan dat bij kinderen te vinden is tussen het borstbeen en luchtpijp. De zwezerik heeft een rol in het afweersysteem. Na de puberteit verschrompelt dit orgaan. Een ander woord voor zwezerik is thymus.

Tumoren die uit cellen van de zwezerik ontstaan heten carcinoïdtumoren. Carcinoïdtumoren zijn zeldzaam en komen voor bij minder dan 10% van de mensen met het MEN1-syndroom en dan voornamelijk bij mannen.
 

maag (roze)

longen (roze) en zwezerik (oranje)

[created by J.M. de Laat using www.biodigital.com]