English translation for this page is not available

Vorige

HOVON 133 (TRIANGLE)

Autologe stamceltransplantatie na rituximab/ibrutinib/ara-C bevattende inductietherapie voor behandeling van mantelcellymfoom – een gerandomiseerde studie van het Europese mantelcellymfoom netwerk

Meer informatie

Dit onderzoek wordt in Nederland uitgevoerd door de stichting HOVON (Hemato-Oncologie voor Volwassenen Nederland). Het onderzoek zal in een groot aantal ziekenhuizen in Nederland en België en andere studiecentra wereldwijd worden uitgevoerd. In totaal zullen 870 patiënten meedoen. 

Doel van het onderzoek

Het mantelcellymfoom is een subtype van non-hodgkinlymfomen. Non-hodgkinlymfomen zijn kwaadaardige lymfeklieraandoeningen die over het algemeen goed reageren op chemotherapie (celdodende medicijnen, cytostatica). Mantelcellymfoom is moeilijk te genezen. Bij de meeste patiënten is het mogelijk om een flinke afname van het tumorweefsel te bereiken, maar meestal komt de ziekte later weer terug. Daarom bestaat de standaardbehandeling uit twee delen: de eerste behandeling (inductiebehandeling) om de ziekte zoveel mogelijk terug te dringen, en een tweede behandeling om het bereikte effect te handhaven (consolidatiebehandeling).

De standaardbehandeling voor mantelcellymfoom bestaat uit een inductiebehandeling met afwisselend kuren R-CHOP en R-DHAP. In deze behandeling wordt chemotherapie (CHOP of DHAP) gecombineerd met immunotherapie (rituximab, anti-CD20 antilichamen).

Hierna volgt het tweede therapiedeel: de consolidatie. Hierbij wordt een hogedosischemotherapie (BEAM kuur) gegeven, gevolgd door een autologe stamceltransplantatie. Bij deze laatste stap krijgt u stamcellen die eerder bij u worden afgenomen weer terug.

Omdat mantelcellymfoom nog niet te genezen is, en bij bijna alle patiënten vroeg of laat weer terugkomt, en omdat een recidief (teruggekeerde ziekte) in het algemeen slecht te behandelen is, wordt geprobeerd de eerstelijns behandeling te verbeteren. 

Welk(e) geneesmiddel/behandeling wordt onderzocht?

Ibrutinib is een nieuw geneesmiddel dat effectief is bij de behandeling van een recidief mantelcellymfoom en ook bij chronische lymfatische leukemie. Ibrutinib remt een eiwit dat groei en overleving van sommige cellen beïnvloedt. De mantelcellymfoom cellen hebben dit eiwit. Door dit eiwit te remmen zouden lymfoomcellen worden gedood. In de HOVON 133-studie wordt het effect van ibrutinib, gecombineerd met de R-CHOP kuren, onderzocht. Ook wordt naar het effect van een onderhoudsbehandeling met ibrutinib gekeken. Tot slot wordt onderzocht of door het toevoegen van ibrutinib aan de behandeling de consolidatiebehandeling (hogedosischemotherapie met autologe stamceltransplantatie) kan worden weggelaten.

Hoe wordt het onderzoek uitgevoerd?

Voor de start van de behandeling zullen een aantal onderzoeken worden verricht die ook worden verricht als u niet zou meedoen aan deze studie. Dit zijn lichamelijk onderzoek, bloedonderzoek, beeldvorming (CT-scan van het gehele lichaam), hartfilmpje, hartfunctieonderzoek (echo van het hart om de werking van de hartkamer vast te stellen) en een beenmergpunctie. Om zeker te zijn van de diagnose zal een eerder afgenomen weefselbiopt opnieuw worden beoordeeld door een panel van pathologen die gespecialiseerd zijn in lymfomen. Deze pathologen hoeven niet werkzaam te zijn in het ziekenhuis waar u wordt behandeld.

Deelnemers wordt ook gevraagd om deel te nemen aan een biologische studie op bloed-, beenmerg- en tumormonsters. Een belangrijk onderdeel van deze biologische studie is de bepaling van kleine hoeveelheden restziekte/lymfoomcellen (MRD) die na de behandeling nog aanwezig zijn.
 
In dit onderzoek wordt de huidige standaardbehandeling vergeleken met de twee nieuwere behandelingen. Om vooroordelen bij het samenstellen van de patiëntengroepen zoveel mogelijk uit te sluiten, maken we gebruik van loting door een computer. De initiatiefnemer van dit onderzoek, u als patiënt en uw arts hebben geen invloed op de loting. De uitslag van de loting wordt aan u beiden bekend gemaakt.
 
De 3 behandelmogelijkheden in deze studie zijn:

  •  Arm A – Standaardbehandeling: U krijgt afwisselend 3 kuren R-CHOP en 3 kuren R-DHAP (totaal 6 kuren), gevolgd door hoge dosis chemotherapie (BEAM-kuur) en een autologe stamceltransplantatie.

OF

  • Arm A+I – Onderzoeksbehandeling: U krijgt afwisselend 3 kuren R-CHOP met ibrutinib en 3 kuren R-DHAP (totaal 6 kuren), gevolgd door hogedosischemotherapie (BEAM kuur) en een autologe stamceltransplantatie. Na de stamceltransplantatie krijgt u onderhoudsbehandeling met ibrutinib.

OF

  • Arm I – Onderzoeksbehandeling: U krijgt afwisselend 3 kuren R-CHOP met ibrutinib en 3 kuren R-DHAP (totaal 6 kuren), gevolgd door onderhoudsbehandeling met ibrutinib.

Inductiebehandeling

De inductiebehandeling bestaat uit 6 kuren, afwisselend R-CHOP en R-DHAP (3 kuren van elk type). De start van een kuur is steeds 3 weken na start van de voorgaande kuur. Deze fase duurt in totaal ongeveer 5 maanden.

Rituximab wordt voor de chemotherapie gegeven, via een infuus gedurende ongeveer 3 tot 5 uur.

CHOP bestaat uit cyclofosfamide, doxorubicine, vincristine en prednison. De eerste 3 middelen worden ook via een infuus toegediend. Dit kan in het algemeen tijdens een dagopname. De in uw ziekenhuis geldende richtlijnen voor toediening zullen worden gevolgd. De prednison wordt in tabletvorm gegeven, en zult u steeds de eerste 5 dagen van de R-CHOP kuur moeten innemen.

Bij de DHAP kuur worden cisplatinum en cytarabine ook via een infuus toegediend. Voor deze kuur zult u opgenomen moeten worden, omdat cisplatinum in 24 uur inloopt op dag 1, en de cytarabine op dag 2 in de ochtend en in de avond moet worden toegediend. De dexamethason gedurende dag 1-4 wordt via een infuus toegediend, maar kan eventueel de laatste dag ook als tablet ingenomen worden.

Patiënten in arm A+I en arm I, krijgen tijdens de R-CHOP kuren (kuur 1, 3 en 5) ibrutinib capsules. Deze moeten vanaf dag 1 t/m 19 dagelijks worden ingenomen (4 capsules/dag, elke dag op ongeveer dezelfde tijd).

Voor elke kuur zult u worden onderzocht en zal bloed worden afgenomen voor controle. Tijdens de eerste R-CHOP kuur en de eerste R-DHAP kuur wordt u 1 keer per week (op dag 8 en 15) extra poliklinisch gecontroleerd, met bloedafname. Twee weken na de vierde kuur van de inductiebehandeling zult u een eerste medische evaluatie ondergaan om tussentijds te bepalen of er al afname van de tumor is bereikt. Bij deze evaluatie zal bloedonderzoek, lichamelijk onderzoek en een CT-scan van het gehele lichaam plaatsvinden. Als de ziekte in het beenmerg aanwezig was, zal ook weer een beenmergpunctie worden gedaan. Indien uw ziekte voldoende op de behandeling heeft gereageerd zult u volgens plan de andere R-CHOP kuur en R-DHAP kuur krijgen.

Drie weken na de laatste inductiekuur zult u een volledige evaluatie ondergaan om te zien hoe uw ziekte heeft gereageerd op de inductiebehandeling. Er zal bloedonderzoek, lichamelijk onderzoek en een CT-scan van het gehele lichaam verricht worden. U hoeft alleen een beenmergpunctie te ondergaan als er vóór start van de behandeling lymfoomcellen in het beenmerg waren gevonden en/of als u toestemming heeft gegeven voor de aparte biologische studie.

De twee hierboven beschreven evaluaties, na kuur 4 en kuur 6, zijn standaardevaluaties die ook plaatsvinden indien u niet aan de studie deelneemt.

Consolidatiebehandeling

Als uit de uitslagen blijkt dat uw lymfoom voldoende heeft gereageerd op de inductiebehandeling, en u behandeld wordt in arm A (standaard) of arm A+I, dan zal na de laatste inductiekuur de afname van stamcellen plaatsvinden. Als u in arm I behandeld wordt, dan kan het zijn dat uw behandelend arts de afname en opslag van stamcellen voor mogelijk later gebruik met u zal bespreken.

Bij een stamcelafname worden in het bloed circulerende stamcellen uit uw lichaam gehaald. Het bloed gaat van de ene ader in de arm naar een soort “hemodialysemachine” (cellenscheider), waarbij de stamcellen door middel van een centrifuge van de rest van het bloed worden gescheiden. De stamcellen worden vervolgens verzameld in een zak, waarna uw bloed via een tweede ader in de arm terug naar uw lichaam gaat. De stamcellen die werden afgenomen, worden ingevroren voor later gebruik. De procedure neemt verscheidene uren in beslag en zal worden uitgevoerd gedurende 1 tot 3 opeenvolgende dagen. Als u in arm A of arm A+I behandeld wordt, volgt daarna de opname voor de hogedosischemotherapie en autologe stamceltransplantatie.

De afname van stamcellen, hogedosischemotherapie en autologe stamceltransplantatie zijn standaardbehandelingen. Uw arts kan u in detail uitleggen wat het precies inhoudt. De toediening van de hoge dosis chemotherapie en autologe stamceltransplantatie gebeuren in het ziekenhuis. De totale opnameduur is in het algemeen 3-4 weken.

Drie tot vijf weken na de transplantatie zult u weer een volledige evaluatie ondergaan om te zien hoe uw ziekte heeft gereageerd. U ondergaat deze evaluatie ook indien u in arm I wordt behandeld en geen stamceltransplantatie heeft gehad. Er zal bloedonderzoek, lichamelijk onderzoek en een CT-scan van het gehele lichaam verricht worden.

Onderhoudsbehandeling

Indien u heeft geloot voor arm A+I of arm I, dan zal de onderhoudsbehandeling met ibrutinib worden gestart indien het mantelcellymfoom gedeeltelijk of compleet heeft gereageerd op de voorgaande behandeling. De ibrutinib capsules moeten dagelijks worden ingenomen, totaal 560 mg, dat zijn 4 capsules, gedurende maximaal 2 jaar.

Gelijktijdig met de start van de onderhoudsbehandeling met ibrutinib, of na de autologe stamceltransplantatie indien u heeft geloot voor arm A, zal er ook gestart worden met onderhoudsbehandeling met rituximab. De rituximab zal 1 keer per 2 maanden worden toegediend gedurende maximaal 3 jaar. Deze onderhoudsbehandeling is standaard en is dus geen onderdeel van de studie.

Als het lymfoom onvoldoende heeft gereageerd op de eerder gegeven behandeling, dan zal uw arts het verdere beleid met u bespreken. U zult worden gecontroleerd tot de studie is afgelopen. U mag een andere behandeling krijgen als dat nodig is.

Observatie

Als u geen behandeling meer krijgt, omdat de behandeling is afgerond, of omdat de behandeling voortijdig is gestopt vanwege bijwerkingen, dan zal u in de studie vervolgd worden tot het mantelcellymfoom verergert (progressieve ziekte).

U wordt 2 keer per jaar gecontroleerd, waarbij bloedonderzoek en lichamelijk onderzoek worden gedaan. Als het lymfoom niet toeneemt (progressie), blijft u in de studie vervolgd worden tot maximaal 10 jaar. Als progressie is vastgesteld, worden er geen studie specifieke onderzoeken uitgevoerd, maar worden er enkel gegevens met betrekking tot overleving geregistreerd tot het einde van deze studie.

Deelnemen aan het onderzoek?

U kunt vrijwillig deelnemen aan dit onderzoek. Neem voor meer informatie contact op via onderstaande contactgegevens.

Onderzoeker

Internist-hematoloog

Dr. R. Mous

Lees meer

Dr. R. Mous (internist-hematoloog)

Polikliniek

Contact en vragen

Heeft u na het lezen van deze informatie vragen, of wilt u meer informatie, dan kunt u altijd contact opnemen met de onderzoeker, Dr. R. Mous, via onderstaande contactgegevens.