Terug

SONIA-trial

Recent is aangetoond dat de combinatie van anti-hormonale therapie met CDK 4/6 remmers (palbociclib, ribociclib, of abemaciclib) effectiever is dan anti-hormonale therapie alleen. Gemiddeld genomen verdubbelt het ongeveer de periode dat een anti-hormonale therapie werkt. Deze studie moet duidelijkheid scheppen over wanneer het nieuwe geneesmiddel palbociclib het beste gegeven kan worden: in de eerste of in de tweede lijn van behandeling.

Informatie over de SONIA-trial

Officiële titel van het onderzoek

Plaatsbepaling van CDK4/6-remmers bij de behandeling van patiënten met uitgezaaide hormoongevoelige (HR+) borstkanker: de SONIA trial (BOOG 2017-03)

Wat wordt in deze studie onderzocht?

Recent is aangetoond dat de combinatie van anti-hormonale therapie met CDK 4/6 remmers (palbociclib, ribociclib, of abemaciclib) effectiever is dan anti-hormonale therapie alleen. Gemiddeld genomen verdubbelt het ongeveer de periode dat een anti-hormonale therapie werkt.

Op dit moment is het niet bekend wat het beste is: CDK 4/6 remmers toevoegen aan anti-hormonale therapie meteen bij vaststellen van uitgezaaide ziekte of later wanneer blijkt dat de gestarte anti-hormonale therapie niet meer werkt.

Deze studie moet duidelijkheid scheppen over wanneer de CDK4/6-remmers het beste gegeven kan worden: in de eerste of in de tweede lijn van behandeling.

Doel van het onderzoek

Hoofddoel

Het hoofddoel is om te bepalen of het toevoegen van CDK4/6-remmers direct na constatering van de uitgezaaide borstkanker beter is dan het pas later toevoegen van CDK4/6-remmers aan de behandeling. We kijken dan naar of er verschil zit tussen deze twee behandelstrategieën in hoe lang de ziekte onderdrukt blijft.

Verder kijken we of er verschil is in algehele overleving, in kwaliteit van leven en naar de veiligheid en bijwerkingen van de behandelingen. Verder wordt er een kosten-batenanalyse verricht.

Overige doelen

We weten uit eerdere onderzoeken dat veel vrouwen goed reageren op anti-hormonale behandeling alleen en daar langdurig baat bij kunnen hebben. Sommige vrouwen reageren beter op de combinatie van anti-hormonale therapie en de CDK4/6-remmer. Het is op dit moment nog niet goed mogelijk vooraf te voorspellen welke vrouwen meer baat hebben bij alleen anti-hormonale therapie en welke bij de combinatietherapie. We willen daarom onderzoek doen naar zogenaamde biomarkers. Biomarkers zijn biologische kenmerken die iets kunnen zeggen over de karaktereigenschappen van de borstkanker. Ze zeggen ook iets over de effecten van de behandeling. Het doel is om hiermee beter te kunnen selecteren welke vrouwen baat hebben van toevoegen van CDK4/6-remmers en welke vrouwen geen baat hebben van deze therapie om hiermee onder- of overbehandeling te voorkomen.

Een ander onderzoeksdoel is het in kaart brengen van de gemeten geneesmiddelenconcentratie in het bloed en het ontstaan van bijwerkingen. Ondanks dat iedere patiënt dezelfde startdosering CDK4/6-remmer krijgt, wordt bij iedereen het middel anders opgenomen en afgebroken in het lichaam. We willen daarom onderzoeken wat de optimale concentratie CDK4/6-remmer in het bloed is voor individuele patiënten, en we willen onderzoeken of genetische factoren de hoogte van de bloedspiegel beïnvloeden.

Wordt er geloot?

Ja. Deelnemende patiënten worden door loting verdeeld in verschillende groepen. Alle groepen worden met elkaar vergeleken. Patiënten weten vooraf niet in welke groep ze terechtkomen.

Andere studiegegevens

  • Het SONIA-onderzoek is een Fase 3-trial
  • De studie is open sinds 1 oktober 2017
  • Aan het onderzoek zullen 1050 patiënten meedoen
  • Er nemen 45 ziekenhuizen deel aan de studie, waaronder 4 UMC's

De onderzoekers

Initiatiefnemers

Dr. Agnes Jager, Medisch oncoloog, Erasmus MC, Kanker Instituut

Dr. Inge R. Konings, Medisch oncoloog,VU Medisch centrum

Dr. Gabe S. Sonke, Medisch Oncoloog,Nederlands Kanker Instituut

Coördinator(en)

Dr. Jeany Rademaker-Lakhai

Borstkanker Onderzoek Groep (BOOG)

BOOG study center

PO Box 9236

1006 AE Amsterdam

E: info@boogstudycenter.nl

P: +31 88 234 6730, F: +31 88 234 6739

Hoofdonderzoeker in het UMC Utrecht

Contact

Voor vragen neem contact op met:

Als u vragen hebt over deze studie kunt u mailen met:

Goedkeuring

Het onderzoek naar deze nieuwe behandeling is getoetst door een erkende medisch-ethische toetsingscommissie. Deze heeft geoordeeld dat het verantwoord is om de medewerking van patiënten te vragen. Voor meer informatie zie CCMO http://www.ccmo.nl

• Register CCMO: NL62197.031.17

De behandeling van vrouwen die meedoen met de SONIA-trial

Voorwaarden om te kunnen deelnemen

Vrouwen bij wie sprake is van uitgezaaide, hormoongevoelige borstkanker, die hiervoor nog niet behandeld zijn en waarbij de behandelend arts zou willen starten met anti-hormonale therapie komen in aanmerking voor deze studie.

De belangrijkste voorwaarden waar patiënten aan moeten voldoen:

  • Vrouwen ouder dan 18 jaar met uitgezaaide borstkanker die niet in aanmerking komen voor in opzet curatieve operatie of bestraling en voor wie behandeling met chemotherapie nu (nog) niet noodzakelijk is.
  • Pathologische bevestigde diagnose van hormoongevoelige borstkanker met oestrogeenreceptor aankleuring en/of progesteronreceptor aankleuring van meer dan 10%.
  • Nog niet eerder behandeld met anti-kanker therapie voor uitgezaaide hormoongevoelige borstkanker.
  • De algemene lichamelijke conditie is goed.
  • Geen eerdere behandeling met een aromataseremmer (anastrozol of letrozol) waarbij de ziekte tijdens de behandeling of binnen 12 maanden na einde van die behandeling is teruggekomen.
  • Geen eerdere behandeling met een CDK4/6 remmer.

De arts beoordeelt aan de hand van de medische gegevens of patiënten daadwerkelijk voor dit onderzoek in aanmerking komen.

Behandeling

De behandeling zal op basis van loting bepaald worden.

  • Bij de ene groep (groep A) wordt de CDK4/6-remmer direct toegevoegd aan de anti-hormonale therapie;
  • Bij de andere groep (groep B; tweedelijnsbehandeling) wordt de CDK4/6-remmer pas toegevoegd als de eerste anti-hormonale therapie niet meer werkt.

Stoppen van de behandeling

De behandeling wordt definitief gestopt als:

  • De patiënt zelf besluit te stoppen;
  • De therapie niet langer werkzaam is;
  • De behandelend arts vindt dat de nadelige gevolgen van bijwerkingen voor de patiënt groter zijn dan de mogelijke voordelen.

Extra belasting voor deelnemende patiënten

  • De patiënt wordt gevraagd enkele (twee à drie) vragenlijsten in te vullen op verschillende tijdstippen te weten voor start van de behandeling, na drie, zes en 12 maanden voor zowel eerste als tweede behandellijn.
  • Voorafgaand aan de studie en tijdens de studie vinden onderzoeken plaats om te bepalen of deelname mogelijk is. Onder andere: bloedonderzoek, hartfilmpje, CT, botscan.
  • Extra bloedafnames op meerdere tijdspunten: voor start, na 14 dagen, op moment dat de therapie aanslaat en op moment dat de ziekte niet meer reageert op de therapie. Deze bloedafnames worden alleen gedaan als de patiënt daar toestemming voor geeft.

CDK4/6-remmers

De nieuwe medicijnen zijn zogenaamde CDK4/6-remmers en blokkeren de werking van eiwitten die nodig zijn bij de celdeling. Kankercellen delen zich in een verhoogd tempo, waardoor het aantal kankercellen toeneemt en de tumor groeit. Door de eiwitten die betrokken zijn bij de celdeling te blokkeren met palbociclib of ribociclib, kan de celdeling en daarmee de toename van tumorcellen tegen worden gegaan. De uitzaaiingen nemen dan niet verder toe en worden soms zelfs kleiner.

Palbociclib (handelsnaam Ibrance®), ribociclib (handelsnaam Kisqali®) en abemaciclib (handelsnaam Verzenios®) zijn geregistreerd als geneesmiddel in Nederland. Artsen mogen de middelen dus nu al voorschrijven. Er zijn al duizenden patiënten met borstkanker wereldwijd behandeld met palbociclib en ribociclib in combinatie met een anti-hormonale behandeling; abemaciclib  is een nieuwer middel.

Zowel palbociclib, ribociclib, als abemaciclib kan gebruikt worden in de studie. Qua effectiviteit en bijwerkingen zijn de beide middelen vergelijkbaar. De behandelschema’s zijn ook vergelijkbaar. De palbociclib-behandeling bestaat uit 1 tablet per dag gedurende 3 weken, gevolgd door een rustweek. De ribociclib-behandeling bestaat uit 3 tabletten per dag gedurende 3 weken, gevolgd door een rustweek. Deze cyclus wordt herhaald zolang het middel werkt en de bijwerkingen acceptabel zijn.

Anti-hormonale therapie

De anti-hormonale behandelingen die in deze studie gebruikt worden, zijn standaard voor de behandeling van uitgezaaide hormoongevoelige borstkanker. Er worden twee typen anti-hormonale therapie toegepast:

  • Aromataseremmers: deze gaan de aanmaak van het vrouwelijk geslachtshormoon oestrogeen tegen en remmen zo de tumorgroei bij hormoongevoelige borstkanker. De aromataseremmers die gebruikt worden in deze studie zijn letrozol (handelsnaam Femara®) of anastrozol (handelsnaam Arimidex®) en zijn beide tabletten die één keer per dag ingenomen moeten worden. Beide aromataseremmers zijn in hun toediening en werking vergelijkbaar.
  • Fulvestrant (handelsnaam Faslodex): dit is een zogenoemde ‘selectieve oestrogeen-receptor- degrader (SERD)’. Dit middel breekt de oestrogeenreceptor van de tumor (het deel van de kankercel dat oestrogeen kan opnemen) af en kan daardoor de kankercelgroei afremmen. Het middel wordt toegediend via maandelijkse injecties in de (bil)spier. Na de eerste toediening vindt eenmalig na twee weken een extra toediening plaats om de optimale dosering van fulvestrant in het bloed zo snel mogelijk te bereiken.

Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 19 juli 2020