Terug

Schisis

Een schisis is een spleet in de lip, de kaak of het gehemelte. Ook een combinatie is mogelijk. Schisis is een aangeboren afwijking. In Nederland worden ongeveer één à twee op de duizend baby’s geboren met schisis.

Welke vormen van schisis zijn er?

  • Een spleet in de lip (cheiloschisis).
  • Een spleet in de lip en in de kaak (cheilo-gnathoschisis).
  • Een spleet in het gehemelte (palatoschisis).
  • Een spleet in de lip, de kaak en het gehemelte (cheilo-gnatho-palatoschisis).

Hoe ziet schisis eruit?

Schisis ziet er niet altijd hetzelfde uit:

  • De spleet in de lip ligt niet precies in het midden, maar loopt vanaf het midden van het neusgat naar de lip.
  • Een spleet kan links of rechts zitten, maar kan ook aan beide kanten.
  • Een spleet kan compleet of incompleet zijn en variëren van een klein deukje tot een volledige en doorlopende spleet.
     

Andere afwijkingen

Soms heb je naast schisis nog andere afwijkingen. Bijvoorbeeld afwijkingen aan hart, oren, nieren of ledematen. Als je een gehemeltespleet hebt is de kans hierop groter dan bij een andere vorm van schisis.

Bij een kind met schisis is zorgvuldig onderzoek naar andere afwijkingen nodig. Het is belangrijk om dit niet te lang na de geboorte te doen. Tijdens het eerste bezoek aan het Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ) maakt u een afspraak gemaakt met de klinisch geneticus. Dat is een arts die gespecialiseerd is in onderzoek naar erfelijke aandoeningen.

Hoe het ontstaat

Meestal ontstaat schisis door een combinatie van erfelijke factoren en invloeden van buitenaf tijdens de zwangerschap.

Tijdens de zwangerschap

Tijdens de zwangerschap heeft elk ongeboren kind in eerste instantie een dubbelzijdige lip-, kaak-, en gehemeltespleet. Bij een gezonde ontwikkeling, groeien de verschillende delen naar elkaar toe en versmelten. Tussen de tweede en de zesde week van de zwangerschap, sluiten de lip en de bovenkaak zich. Tussen de achtste en de twaalfde week volgt het gehemelte. Als dit proces niet of niet volledig plaatsvindt, ontstaat een schisis.

Erfelijke factoren

Erfelijke factoren spelen een rol. Schisis kan veroorzaakt worden door een chromosoomafwijking. Meestal heeft het kind dan nog andere aangeboren afwijkingen. Een andere mogelijkheid is dat de aanleg voor schisis via het erfelijk materiaal van één of beide ouders is doorgegeven.
 

Onderzoek

Bij uw eerste bezoek aan het schisisteam zijn de plastisch chirurg, de orthodontist, de kaakchirurg, de tandarts en de psycholoog aanwezig. Tijdens dit bezoek wordt de schisis nauwkeurig onderzocht. De leden van het
schisisteam vertellen wat voor soort afwijking u precies heeft en welke behandeling daarvoor het beste is.

Erfelijkheidsonderzoek

Schisis kan spontaan ontstaan, maar het kan ook samengaan met andere verschijnselen. In dat geval is er sprake van een syndroom. Bij syndromen is er meestal een verhoogd risico op herhaling bij volgende zwangerschappen. Een klinisch geneticus onderzoekt of erfelijke factoren een rol spelen. Hij kan ook de kans op herhaling bepalen bij eventuele volgende kinderen.

Diagnose tijdens de zwangerschap (prenatale diagnostiek)

Vanaf vier maanden na de bevruchting is door prenataal onderzoek (echo) een lipspleet te ontdekken. Daardoor worden lipspleten tegenwoordig steeds vaker al voor de geboorte ontdekt, bijvoorbeeld tijdens de reguliere 20-wekenecho. Gehemeltespleten zonder lip- of kaakspleet zijn meestal niet te zien.

Behandeling

De behandeling hangt af van het type schisis dat u heeft.

Lipspleet

Bij deze vorm van schisis is alleen de lip geheel of gedeeltelijk gespleten. Soms is de neus asymmetrisch. Behandeling bestaat uit het operatief sluiten van de lip en zo nodig een correctie van de neus. De plastisch chirurg zal tijdens de operatie niet alleen de huid hechten, maar ook het lippenrood, het slijmvlies en de kringspier van de lip. Na deze operatie blijft er wel een litteken achter. De plastisch chirurg zal de lipspleet sluiten als je als kind tussen de drie en zes maanden oud bent. Bij een kind met een dubbelzijdige lipspleet worden beide lipspleten tijdens één operatie gesloten.

Gehemeltespleet

Als alleen het gehemelte geheel of gedeeltelijk gespleten is, heeft dit gevolgen voor onder meer de voeding en de spraakontwikkeling. De plastisch chirurg zal een spleet in het gehemelte sluiten als je als kind tussen de zes en twaalf maanden oud bent. Het tijdstip van opereren wisselt echter per kind. Welke techniek de chirurg zal kiezen hangt af van de breedte van de spleet.

Lip- en kaakspleet

Behalve een lipspleet is er ook een gehele of gedeeltelijke onderbreking van de tandboog van de bovenkaak. Bij een incomplete kaakspleet zijn de kaakhelften via het intacte harde gehemelte toch stevig met elkaar verbonden. De behandeling bestaat uit het operatief sluiten van de lip en zo nodig een correctie van de neus. De plastisch chirurg zal tijdens de operatie niet alleen de huid hechten, maar ook het lippenrood, het slijmvlies en de kringspier van de lip. Na deze operatie blijft er wel een litteken achter. De plastisch chirurg zal de lip operatief sluiten als je als kind tussen de drie en zes maanden oud bent. Bij een kind met een dubbelzijdige lipspleet worden beide lipspleten tijdens één operatie gesloten.

Later, rond het tiende jaar, wordt de spleet in de kaak door de kaakchirurg gesloten. Het moment van de operatie hangt af van het doorbreken van de eerste hoektand. Tijdens de operatie wordt het ontbrekende bot in de kaakboog aangevuld met bot uit het eigen lichaam. Dit bot is afkomstig uit de kin of de bekkenkam. Soms wordt ook kunstbot gebruikt, welke zich langzaam tot eigen bot omvormt.

De tandaanleg kan verstoord zijn door de schisis. Daarom is een regelmatige controle door de tandarts noodzakelijk. Veelvoorkomende problemen met de tandaanleg zijn:

  • Het vertraagd doorbreken van melktanden rond de schisis.
  • Scheef staan van tanden.
  • De tanden in de schisis zijn naar het gehemelte gericht.
  • De tanden zijn niet aangelegd of ze zijn dubbel aangelegd. 

Lip-, kaak- en gehemeltespleet

Bij deze vorm van schisis zijn niet alleen de lip en de kaak maar ook het gehemelte gespleten. De spleten kunnen gedeeltelijk of volledig, enkelzijdig of dubbelzijdig zijn. Een dergelijke aangeboren afwijking kan gevolgen hebben voor de voeding en de spraakontwikkeling. Ook problemen met de oren komen voor. Soms heb je een gehemelteplaatje nodig, dat de hele bovenkaak en het harde gehemelte bedekt. Een gehemelteplaatje is een plastic plaatje dat wordt aangemeten door de orthodontist. De meeste krijgen echter geen plaatje.

Meerdere operaties zijn nodig om de verschillende spleten te sluiten en te herstellen. De plastisch chirurg zal tijdens de operatie niet alleen de huid hechten, maar ook het lippenrood, het slijmvlies en de kringspier van de lip. Na deze operatie blijft er wel een litteken achter. Later, rond het tiende jaar, kan de spleet in de kaak worden gesloten. Het moment van de operatie hangt af van het doorbreken van de eerste hoektand. De kaakchirurg zal tijdens de operatie het ontbrekende bot in de kaakboog aangevullen met bot uit het eigen lichaam. Dit bot is afkomstig uit de kin of de bekkenkam. Soms wordt ook kunstbot gebruikt, welke zich langzaam tot eigen bot omvormt.

Bij sommige patiënten is na de groei een verplaatsing van de bovenkaak nodig. Dit is pas aan het eind van de groei te beoordelen.

Contact

Hebt u vragen? Neem dan contact op met de polikliniek mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie en bijzondere tandheelkunde. Voor een afspraak hebt u een verwijzing nodig van de huisarts of specialist.

088 75 577 62
De polikliniek is op werkdagen bereikbaar van
08.00 - 16.30 uur