English translation for this page is not available

Vorige

Jim van Os

Hoogleraar psychiatrie

Wat doet een hoogleraar psychiatrie?

Een hoogleraar psychiatrie probeert mensen met psychisch lijden, en hun naasten, bij te staan met vernieuwende zorg en wetenschap. Niet alleen in het UMC Utrecht, maar ook daarbuiten, in samenwerking met andere partijen. Samen zoeken wij de weg naar de psychiatrie van de toekomst. 

Ik probeer verder te kijken: hoe kan de zorg voor mensen met psychisch lijden beter georganiseerd worden, welk onderzoek moet er gedaan worden om nieuwe oplossingen te creëren? Wat zijn de beste manieren om stigma tegen te gaan? Hoe kunnen patiënten, hun familie en hulpverleners een front vormen om invloed uit te oefenen, daar waar het nodig is?

Daarnaast probeer ik de beste studenten te inspireren om voor het vak van psychiatrie te kiezen.

Jim van Os

Geboren 
8 april 1960

Opleidingen 
psychiatrie, psychotherapie, epidemiologie en genetica in Frankrijk, Engeland en Nederland.
    
Relatie
Getrouwd met Noortje, kinderen Laura en Johan.

Sport
Roeien, hardlopen, golf

Interview met Jim in het RD

Wat drijft jou?

Ik heb van heel dichtbij meegemaakt hoe psychisch lijden het leven van jonge mensen kan ontwrichten en hoe moeilijk het kan zijn om je weg weer terug te vinden. Maar ook hoeveel mogelijk is als je maar de juiste mensen tegenkomt, in de juiste omgevingen kan verkeren en op de juiste manier wordt uitgedaagd.
 

Wat zijn de uitdagingen binnen de psychiatrie

Zonder twijfel: de belangrijkste uitdaging vandaag de dag is de vraag hoe we de Nederlandse ggz doelmatig en effectief kunnen maken. We hebben veel geld over voor ggz in Nederland, maar de zorg is ondoelmatig georganiseerd. Dat heeft als gevolg dat we de patiënten die de zorg juist het meest nodig hebben, onderbehandelen. 

De ggz kraakt onder bureaucratie. Behandelaars zijn veel te veel tijd kwijt met registreren, tijdschrijven en administreren. Het is moeilijk om spontaan en menselijk te zijn in het contact omdat de behandeling zelf ook steeds meer via strakke regels en protocollen moet. Voor een goede behandeling is het vaak nodig om samen een (klein) risico te nemen maar dit is uit angst voor procedures en inspecties vaak niet meer mogelijk. 

Het resultaat is dat de ggz niet de helende omgeving kan zijn waar belangrijke ervaringskennis, die de laatste twintig jaar is ontwikkeld, tot bloei kan komen. 

Met het ministerie, zorgverzekeraars, patiënten, onderzoekers en hulpverleners proberen we tot oplossingen te komen – klein beginnen met nieuwe praktijken en pilootprojecten is waarschijnlijk de beste manier, zoals Samen Beter.

Loopbaan

In de periode voorafgaand aan mijn formele opleiding was ik twee jaar werkzaam in de psychiatrie in Indonesië en Marokko. Deze ervaring gaf me de gelegenheid om ons westerse model van geest en geestesziekte door een andere bril te bekijken. De betekenis van ‘stemmen horen’ kan daar heel anders zijn dan in onze samenleving, waar het als snel als een symptoom wordt gezien van de ziekte ‘schizofrenie’. In Marokko kwam ik een hoogleraar psychiatrie uit Bordeaux tegen, die me uitnodigde om een jaartje in de psychiatrie in Bordeaux te komen werken.

In Frankrijk heb ik veel geleerd over psychotherapie, alcoholproblematiek en de geschiedenis van de psychiatrie. Ook zat ik midden in de maatschappelijke beweging om de enorme psychiatrische ziekenhuizen, waar patiënten ernstig werden verwaarloosd, te sluiten en te moderniseren. Na een jaar Frankrijk besloot ik om naar Engeland te gaan, mede omdat de wetenschappelijke psychiatrie daar indertijd op een veel hoger peil stond dan elders in Europa.

Ik kwam terecht in King’s College in London en werd opgeleid in hartje Brixton en Camberwell, twee beruchte wijken in Zuid-Londen. Ik publiceerde mijn eerste artikel in het British Medical Journal met als titel ‘Schizophrenia sans Frontières’ – over het totale gebrek aan overeenstemming over de diagnose, behandeling en prognose van ‘schizofrenie’ tussen Engelse en Franse psychiaters. Het leverde mij een beurs op om drie jaar epidemiologie te gaan studeren aan de beroemde London School of Hygiene and Tropical Medicine, in combinatie met onderzoek naar innovaties in de diagnostiek en de zorg voor mensen met psychische aandoeningen.

Na zeven jaar in het Verenigd Koninkrijk kreeg ik een uitnodiging om te solliciteren in Maastricht, waar men een lijn wilde opbouwen rond epidemiologie en innovaties in de ggz.

In 2016 kreeg ik een telefoontje van Frank Miedema, de toenmalige decaan UMC Utrecht, over gaan werken in het UMC Utrecht. Hier hoefde ik niet lang over twijfelen, want ik was al langer enthousiast over de filosofie van ‘science in transition’ van het UMC Utrecht. Dit gaat over de gedachte dat je bij het doen van onderzoek altijd probeert urgentie te blijven voelen dat iemand er iets aan gaat hebben, en wel liefst eerder dan later. Dit klinkt logisch, maar is in de praktijk lang niet altijd het geval. Ook had het UMC Utrecht nadrukkelijk de dimensie ‘patiëntenparticipatie’ opgenomen in de strategie, waar ik ook graag aan bij wil dragen. Patiëntenparticipatie is een topkwestie in de zorg: hoe zorgen we ervoor dat al die technisch-medische mogelijkheden die we hebben zodanig worden ingezet dat het goed past binnen de leefwereld en de waarden van patiënten? Een kleine revolutie waar de geneeskunde volop mee bezig is.
 

Wat zijn belangrijke momenten in jouw loopbaan

Ik ben trots op de documentaire die ik maakte met mijn nicht Elisabeth. Deze documentaire ging over onze gezamenlijke ontwikkeling in de psychiatrie – zij als patiënt, ik als psychiater. We hebben in het hele land samen lezingen gegeven en gepleit voor het belang van relationeel werken en het belang van ervaringskennis in de zorg. Samen met collega’s begon ik de beweging ‘Nieuwe ggz’. Daarmee willen we instellingen  inspireren om te gaan experimenteren met nieuwe zorg op basis van kleinschaligheid, netwerksamenwerking, werken vanuit relatie, ervaringsdeskundigheid en het belang van weerbaarheidsbevordering bij psychisch lijden – een proces van jezelf opnieuw uitvinden met een nieuw verhaal over wie je bent en nieuwe doelen die voor jou het leven zinvol maken ondanks psychische kwetsbaarheid.
 
Een belangrijke mijlpaal is ook dat de Europese Unie mijn groep over de periode 2010-2015 twaalf  miljoen euro heeft gegeven. We onderzochten welke soort omgevingen er het meest toedoen bij psychose in de zin van het triggeren van zowel kwetsbaarheid als weerbaarheid, wat dit betekent voor nieuwe behandelopties, en hoe de zorg op basis van die nieuwe kennis beter georganiseerd kan worden. Met het geld dat wij ontvingen van de EU hebben wij onder andere bewijs geleverd dat trauma’s in de kindertijd een oorzaak kunnen zijn van psychose op latere leeftijd. Dit heeft geleid tot nieuwe behandelprakijken. Ook hebben we de genetische variatie in kaart gebracht die mensen meer of minder gevoelig maakt voor belangrijke omgevingsfactoren. Zo bleek bijvoorbeeld dat in steden waar sterke cannabis gebruikt wordt meer psychose voorkomt – en dat een gedeelte kan worden voorkomen door de sterke varianten cannabis te verbieden. Ook bleek dat sociale netwerken in buurten een normaliserend effect kunnen hebben op jonge mensen met een psychotische kwetsbaarheid.

Nog een bron van trots is onze website en eCommunity PsychoseNet.nl, met 150.000 bezoekers per maand, waar iedereen 24 uur per dag terecht kan voor informatie, steun, vragen en leren over psychose.

onderzoeksprojecten

Ontwikkeling ggz monitor

Dit project richt zich op het ontwikkeling van een data-instrument waarmee de regionale zorgvraag en zorgconsumptie met elkaar in balans kan worden gebracht. Daarmee kan  de ggz in Nederland doelmatig opereren.

 

De relatie tussen hulpvrager en hulpverlener optimaliseren

Dit onderzoek richt zich op het groeiende inzicht dat behandelingen in de ggz werken. Niet zozeer vanwege de specifieke technische ingrediënten, maar vanwege het feit dat de relatie tussen hulpvrager en hulpverlener een klimaat creëert waarin de patiënt aan de slag gaat met veranderingen waar hij in eerste instantie weinig voor voelde. Hoe komt die relatie tot stand en hoe kan die worden geoptimaliseerd?

 

Monitoren van de mentale toestand in de geneeskunde

De belangrijkste therapeutische effecten in de geneeskunde zijn subjectief – denk aan pijn, energie, welbevinden, stemming, duizeligheid, benauwdheid, aandrang, jeuk etc. Met het verplaatsen van steeds meer zorg naar de thuissituatie ontstaat behoefte aan instrumenten die niet alleen fysiologische parameters (bijvoorbeeld hartritme, bloeddruk, temperatuur en ademhaling) kunnen monitoren maar juist ook de subjectieve mentale componenten. De Experience Sampling Method is een manier om de mentale toestand in het dagelijks leven in kaart te brengen, maar het gebruikersgemak van deze tool is nog niet zoals het zou moeten zijn. Met de technici van het UMC Utrecht werken we samen aan een ‘smart’ horloge waarmee de mentale toestand in het dagelijks leven gemakkelijk door patiënten voor langere tijd in kaart kan worden gebracht.

Psychose als spectrum

In een serie onderzoeken brengen we in kaart hoe de allereerste verschijnselen van psychose (stemmen horen, wantrouwen) zich in de vroege fase voordoen in de algemene bevolking en welke factoren (biologisch, psychologisch en sociaal) van invloed zijn op het ontstaan en beloop van deze fenomenen.

 

Afbouwen van psychiatrische medicatie

Miljoenen mensen nemen psychiatrische medicaties. Maar over hoe je met deze medicatie moet stoppen is maar heel weinig bekend. Samen met ervaringsdeskundigen en  onderzoekers kijken we wat de beste manieren zijn om te stoppen met bijvoorbeeld antidepressiva en antipsychotica en welke hulpmiddelen (bijvoorbeeld taperingstrips) daarbij kunnen helpen.

 

Pilootprojecten ‘Nieuwe GGZ’

In de beweging ‘Nieuwe ggz’ monitoren we pilootprojecten op effectiviteit en doelmatigheid > www.samenbeter.org

 

Psychosenet.nl als publieke ggz

Psychosenet.nl is niet alleen onze eCommunity die 24 uur per dag actief is, het is ook een interventie waarmee we proberen uit te vinden wat de impact is van een eCommunity op ggz zorgvraag en zorgconsumptie.