Wij zijn onze website aan het vernieuwen.

Ontdekt u nog een pagina die niet klopt of hebt u een goede suggestie, laat het ons dan weten via webmedia@umcutrecht.nl.

Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website toont video’s van o.a. YouTube. Dergelijke partijen plaatsen cookies (third party cookies). Als u deze cookies niet wilt kunt u dat hier aangeven. Lees meer over het cookiebeleid.

Bevalling en geboorte

Als één van beide ouders een erfelijke stollingsziekte heeft, kan dit consequenties hebben voor de bevalling. Een neonaat met een erfelijke stollingsziekte kan in principe gewoon vaginaal ter wereld komen. Echter, een instrumentele bevalling, bijvoorbeeld met behulp van forceps of vacuümextractor, geeft wel een sterk verhoogde kans op een intracraniële bloeding bij de neonaat. Dit risico is vooral hoog bij pasgeboren jongens met ernstige hemofilie.

Idealiter is vóór de bevalling al bekend of het kind is aangedaan. Dit kan met een vruchtwaterpunctie en DNA onderzoek (zie ook zwangerschap). Regelmatig is echter niet bekend of het kind aangedaan zal zijn. Afhankelijk van de erfelijke stollingsziekte van de ouders zal het kind in een hemofiliebehandelcentrum geboren moeten worden, dan wel ter observatie opgenomen moeten worden in een perifeer ziekenhuis.

Het advies om ‘atraumatisch’ te bevallen bij een mogelijk aangedaan kind, dus zonder gebruik van forceps of vacuümextractor, leidt er in de praktijk toe dat sneller over wordt gegaan tot een keizersnede. Dit geeft echter een hoger bloedingsrisico voor de moeder dan een vaginale bevalling. De maternale risico’s van een keizersnede zijn bovendien niet alleen geldend voor de index zwangerschap maar ook voor de zwangerschappen daarna. Het obstetrische beleid ten aanzien van het kind moet daarom zorgvuldig afgewogen én voor de bevalling vastgelegd te zijn in een multidisciplinair partusplan, zie ook zwangerschap en bevalling en kraambed.

Up