23 maart: 1 zaal, 2 borden (EENS en ONEENS) en 4 stellingen. Zo’n 50 AIOS uit heel Nederland debatteren over diversiteit in de medisch-specialistische vervolgopleidingen. Moet elk UMC diverse profielen bieden, zoals onderzoek, onderwijs en klinisch leiderschap? Of moeten de verschillende UMC’s juist verschillende profielen aanbieden? “Onderzoeker is gewoon een ander vak dan arts.”

Ons zorgstelsel wordt steeds complexer. Competenties als ‘leiderschap’ en ‘samenwerken’ en thema’s als ‘kwetsbare ouderen’ en ‘patiëntveiligheid’ worden daarom belangrijker. Maar hoe geef je dit vorm in de medisch-specialistische vervolgopleidingen? Met verschillende profielen? En moet elke opleiding dan alle profielen aanbieden? Durven geneeskundestudenten wel anders te kiezen of is er sprake van een verborgen promotieplicht? Al deze vragen kwamen aan de orde in reactie op vier stellingen die door de leden van het debatpanel kort werden toegelicht.

1. “Minder diversiteit leidt tot meer middelmatigheid”

Edward Nieuwenhuis, medisch manager WKZ: “De gezondheidszorg is complex, daarom is er een diversiteit aan professionals nodig. Selecteren op 1 profiel, het wetenschappelijke, leidt tot meer van hetzelfde, tot one-trick pony’s. Je krijgt het slechtste van twee werelden: een lager niveau van complexe zorg en een lager niveau van wetenschap.”

Vrijwel iedereen is het

EENS

met deze stelling. Gehoorde argumenten: “Professionals met hetzelfde opleidingsprofiel kijken op dezelfde manier naar een probleem: dat is gevaarlijk.” En: “Je wil niet van een 4 een 6 maken, maar van een 8 een 10. Daarvoor is diversiteit nodig.” Een enkele opposant werpt tegen dat promoveren niet betekent dat je je later niet kunt specialiseren in andere richtingen: “Het is een basis, daarna volgt diversiteit.”

Moderator van het debat is Karin Kaasjager, internist en opleider interne geneeskunde. Ze gooit meteen de knuppel in het hoenderhok: “We zijn vóór diversiteit, maar durf je daar zélf voor te kiezen en durf je dat dan ook te zeggen?” Een AIOS uit een andere opleidingskliniek reageert: “In het UMC Utrecht is wel duidelijk waaraan je moet voldoen: een promotie om in de opleiding te komen. Bij ons niet, maar na 1 jaar vragen ze toch of je geen onderzoek wil doen. Dan wordt de druk alsnog heel hoog.”

2. “Een promotietraject als noodzaak voor een opleiding tot specialist is krom en leidt tot verspilling van talent, geld en energie”

Berent Prakken, directeur onderwijscentrum en vice-decaan: “Ruimte voor onderzoek is goed, maar dat het een voorwaarde is, is onzinnig. Veel opleiders vinden het geweldig om zo de meest gedreven en gemotiveerde mensen te selecteren, maar dat is geen garantie voor succes.”

Opnieuw is bijna iedereen het

EENS

met de stelling, maar er ontstaat meer discussie. Een voorstander: “Wetenschappelijk onderzoek als onderdeel van de opleiding is goed, maar waarom voor iedereen zo’n lang traject met veel artikelen en strikte deadlines? Dat is raar. Waarom kun je onderzoek niet combineren met klinisch leiderschap, bijvoorbeeld in de verhouding 80-20?” Een tegenstander: “Promotieonderzoek vraagt om een hele sterke focus. Later in je leven is het lastiger om dat op te brengen, terwijl je leiderschap wel makkelijk kunt ontwikkelen.”

“Onderzoeker is gewoon een ander vak dan arts”, stelt een voorstander. “Ik ben de geneeskunde ingegaan om mensen beter te maken.” Terwijl dit tot instemmend geknik in het EENS-kamp leidt, betoogt een tegenstander dat een verplicht promotietraject niet krom is. “Krom is het als dat in heel Nederland verplicht zou zijn. Als bepaalde centra het verplicht stellen, is dat niet krom. Dan zit de diversiteit in het netwerk en niet in 1 centrum.”

Dit is nieuw in de discussie: behalve in opleidingen kan er ook diversiteit in opleidingscentra zijn. Al leidt deze diversiteit niet automatisch tot meer keuzemogelijkheden voor studenten: “Stel dat je voor een inhoudelijk speerpunt kiest dat alleen in Utrecht wordt aangeboden maar dat je niet wil promoveren. Dan heb je dus pech gehad, want je kunt hier alleen voor dat wetenschappelijke profiel kiezen.”

3. “Selecteren doe je door te beoordelen of de AIOS het verschil kan en durft te maken”

John Wokke, opleider Neurologie: “AIOS verschillen en verschillende ziekenhuizen hebben verschillende missies, waardoor opleidingen verschillen. De wereld om ons heen verandert voortdurend. We kunnen ons daaraan blijven aanpassen als AIOS een traject naast hun opleiding volgen, een promotie in Utrecht doen of een ander traject elders.”

Voor het eerst zijn de meningen echt verdeeld. Bij

EENS

en

ONEENS

staan mensen, maar ook veel daartussen, alsof ze twijfelen. Eerdergenoemde argumenten duiken op in nieuwe bewoordingen. Dan wijst iemand op een overtuigend verschil tussen de diverse profielen: “We vergelijken appels met peren. Het wetenschapsprofiel is goed omschreven, de andere profielen niet. Diploma en titel bieden meerwaarde, de andere profielen hebben niet dezelfde waarde. Als student weet je niet waar je aan begint, met die andere profielen.” Het klinkt als een serieuze opdracht voor opleiders, die voorstander zijn van diversiteit.

4. “Promoveren tijdens de opleiding – je kunt maar 1 ding tegelijk goed doen”

Marjolein Geurts, AIOS neurologie: “Je kunt geen baanbrekend onderzoek doen in een gefragmenteerd promotietraject van een paar jaar. Als je het doet, moet je het goed doen.”

Ruwweg 75% is het hiermee

EENS

, 25%

ONEENS

. Een tegenstander: “AIOS en promoveren kun je niet scheiden, kliniek en wetenschap versterken elkaar. Het is te combineren, maar dan moet je er wel tijd in investeren.” Een voorstander vindt dat de druk om te promoveren onderschat wordt: “Die druk is enorm.” “Je leert zo veel ballen tegelijk in de lucht houden, dat is een opstapje naar de praktijk”, reageert een tegenstander. De laatste woorden gaan over de kwetsbaarheid van de AIOS: “Het is loodzwaar en je hebt vaak te weinig tijd voor kliniek en onderzoek samen. En we weten allemaal hoezeer beide al onder druk staan.”

Opvolging

Tatjana Seute is sinds 1 januari de opvolger van John Wokke als opleider neurologie binnen het UMC Utrecht. Ze doet dat samen met plaatsvervangend opleider Geert-Jan Biessels. Tatjana is een groot voorstander van diversiteit, maar vindt dat het geen beperking moet worden: “Als we 4 AIOS kunnen aannemen en de beste excelleren allemaal in wetenschap, dan wil ik 4 promotietrajecten kunnen aanbieden.”

Wat vond je van het debat?

“Wel wat Utrechts gekleurd. In de rest van Nederland zijn lang niet alle AIOS gebonden aan een promotietraject. In veel academische ziekenhuizen is 1/3 van de AIOS gepromoveerd; 1/3 is dat niet en 1/3 zal dat pas later doen. Van mij hoeft niet iedereen te promoveren.”

Hoe zie jij diversiteit?

“Ik vind het goed als de onderwijs- en opleidingsregio’s zich profileren met een eigen missie. Onze AIOS moeten ten eerste goede neurologen en mensendokters worden. En ten tweede en ten derde. Daar bovenop moeten ze doen waar hun hart ligt: wetenschap, onderwijs, bestuur of leiderschap.”

Lees meer verhalen