Hart en vaten

Hart en vaatcentrum extra service voor patient

Vaatdokter, hartdokter en hoofddokter: de verbinding was de patiënt. “Toch wel grappig dat je moet constateren dat je werkrelatie gebaseerd is op de patiënt”, zegt Jan Westerink schertsend. “En het werkt, verdikkeme nog aan toe.” “Ja we zijn los”, beaamt Pieter Doevendans over het nieuwe Hart- en Vaatcentrum.

Goed nieuws voor de patiënt die voorheen én naar de cardioloog, én naar de neuroloog, én naar de vaatchirurg moest, omdat het precieze probleem of de beste oplossing niet op voorhand duidelijk is. Want dat is niet meer van deze tijd vinden patiënt, cardioloog, vaatchirurg en Internist-vasculair geneeskundige.

Diagnostisch onderzoek

Internist-vasculair geneeskundige Jan Westerink: “Het zit nooit op één plek. Stel je hebt een vaatlijden in je been (perifeer vaatlijden), dan heb je daarbij veel vaker ook hart-coronaire problemen of een vaatprobleem met je halsslagaders. En dus kans op herseninfarct.”  “Alles is met alles verbonden bij hart- en vaatziekten”, zegt ook patiënt Max Groenhart. “Als de diagnose al rond is, is het helemaal geen probleem. Dan heb je al je aanspreekpunt. Maar als acuut hart- en vaatpatiënt zit je vaak nog in een fase waarin diagnostisch onderzoek verricht moet worden. Hoe kan ik als ik me beroerd voel het onderscheid maken tussen de cardioloog en de internist? Daarvoor heb ik als patiënt niet de kennis.”

‘One-stop-shop’

De natuurlijke gang is dat iedere dokter naar zijn eigen tak van sport kijkt”, stelt Jan. “Stel er komt een patiënt binnen met een TIA en hij wordt onderzocht door de neuroloog. Na onderzoek blijkt dat de halsslagader ernstig vernauwd is. Er moet binnen twee weken geopereerd worden door een vaatchirurg. Soms is het zo dat er vragen zijn voor de cardioloog, bijvoorbeeld om goedkeuring te geven aan de operatie. Wat is er gemakkelijker dan dat de neuroloog, vaatchirurg en cardioloog, die twee deuren verder werkt, direct al meekijken?”

Extra service

Vaatchirurg Stijn Hazenberg: “Het is inderdaad extra service naar de patiënt. We hebben bijvoorbeeld veel verwijzingen uit de tweede lijn. Als een patiënt verwezen wordt uit Almelo heb ik vaak al een plan klaarliggen. Dan weet ik ook eigenlijk al of ik de anesthesist en een cardioloog wil consulteren. Maar het werken per discipline had meestal het gevolg dat ik zo iemand toch nog eens terug moest laten komen.” Ook cardioloog Hendrik Nathoe ziet de service aan patiënten op het hartvaatcentrum duidelijk verbeteren. Door middel van een ‘one-stop-visit’ worden de aanvullende onderzoeken zoals echo’s, inspanningstesten, laboratorium- en röntgenonderzoek zoveel mogelijk op dezelfde dag ingepland. Patiënten hoeven zo minder vaak voor onderzoek terug te komen naar het ziekenhuis. En wij zelf verspillen ook minder geld met aanvullend onderzoeken per discipline.”

Chronische vaatproblemen

Het aantal patiënten met chronische vaatproblemen stijgt exemplarisch. Als we hiervoor de handen in elkaar slaan, heeft dat veel voordelen. Hoe je het ook wendt of keert, we willen iedereen behandelen naar laatste state-of-the-art en richtlijnen. “Ik sta volledig achter dit idee”, zegt Max. Hij raakte hierbij betrokken om de patiëntvisie te vertegenwoordigen. “Voorheen werkte ik op de ambulance en als verpleegkundig docent. Vanuit mijn werkpraktijk zag ik de lange perioden tussen afspraken bij patiënten. Dat is echt frustrerend: ze maken zich zorgen, kunnen in de tussenliggende perioden niet werken. En als klap op de vuurpijl geef je iemand aan het eind van de lange rit vijf brieven mee voor de huisarts. Je kunt een patiënt niet zonder een eenduidige uitleg wegsturen: hij zit in de stress, onthoudt veel minder, heeft een verminderde cognitie. De ontslagbrief moet dus alle adviezen van de verschillende disciplines bevatten én leesbaar zijn voor de patiënt. Zo geef je een patiënt empowerment.”

Hart- en Vaatcentrum is op weg

Waar al direct succes mee is geboekt, is het overlegmoment aan het einde van de dag. Daarin sluiten vaatchirurg, cardioloog en neuroloog de dag af met de conclusies over een patiënt die ze alledrie net gezien hebben. Betere afstemming is dus het grote voordeel. Stijn: "Doordat ik direct in gesprek ben geweest met bijvoorbeeld de cardioloog kan ik snel het nodige in gang zetten voor de operatie. Van patiënten hoor ik dat ze hier heel blij mee zijn. Maar ook de kortere trajecten en eenheid in beleid pleiten voor samenwerking zoals bij het nieuwe Hart- en vaatcentrum. “En”, voegt Jan eraan toe, “ook gericht op de lange termijn. We willen een vaatprobleem oplossen maar moeten ook voorkomen dat het opnieuw gebeurt. Als een verpleegkundige specialist of internist kan meekijken over de schouder van bijvoorbeeld een vaatchirurg, dan gaat de patiënt niet alleen naar huis met een bloedvat in zijn been dat open is, maar ook met een goed ingestelde behandeling voor onderliggend lijden en met advies voor de huisarts.” Een laatste voordeel volgens Hendrik zijn de extra mogelijkheden om zo bij veel meer patiënten met meerdere vaatproblemen gericht onderzoek te doen. Hendrik: “Het is uniek dat we dit in een academisch ziekenhuis voor elkaar krijgen, de schotten tussen disciplines staan hier heel stevig, die zijn zowat in beton gegoten.”

Over expertises heenstappen

Pieter Doevendans, hoogleraar cardiologie, erkent dat het in de aanloop zoeken was. “Daarom is het begonnen als pilot met collega’s die dit concept leuk vinden, die over hun eigen expertises heen kunnen stappen.” “Je moet heel laagdrempelig met elkaar communiceren, uit je comfortzone kunnen komen”, vult Hendrik aan. “Het begint klein”, stelt Pieter bescheiden, “en dan kijken we of het groeien wil. Intern is het al een succes, het hart- en vaatcentrum is inmiddels van iedereen geworden.” Hendrik: “Het kost heel veel energie om dit voor elkaar te krijgen. Maar het leuke is, dit gaat lukken.”

Centrale zorg rondom hart- en vaatpatiënt

Aan de tekentafel werkten artsen, patiënten en leidinggevenden in enkele werkgroepen aan een nieuwe vorm van zorg voor hart- en vaatpatiënten. Pieter: “Vaatchirurg, cardioloog, neuroloog en internist/vasculair geneeskundige bemensen het Hart- en Vaatcentrum samen. De patiënt ziet ze op een dag en krijgt de diagnose vanuit verschillende disciplines.” De zorg die geleverd wordt, komt van artsen en verpleegkundig specialisten. De laatsten gaan een belangrijke plek krijgen in de zorgpaden die ze binnen het centrum aan het ontwikkelen zijn. Naast dat het centrum groter gaat worden, is een andere ambitie van Hendrik dat het tot inspiratie leidt, om elders in het ziekenhuis ook zo samen te werken. “Uiteindelijk moet je hier overal de patiënt centraal stellen.”

Cijfers

Er zijn 1,1 miljoen hart- en vaatpatiënten in Nederland.

Elk jaar worden zo’n 41.000 mensen getroffen door een beroerte. Dat zijn er ongeveer 113 per dag.

Iedere dag in Nederland:

• sterven ruim 100 mensen aan een hart- of vaatziekte: meer vrouwen dan mannen;

• sterven 25 mensen jonger dan 75 jaar aan een hart- of vaatziekte;

• worden 1.000 mensen in het ziekenhuis opgenomen vanwege een hart- of vaatziekte.

Bij het UMC Utrecht groeide de groep cardiovasculaire patiënten met multidisciplinaire zorg tussen 2011 – 2014 met 35 procent. Er is dus grote noodzaak tot betere organisatie van de multidisciplinaire zorg, zoals in het Hart- en vaatcentrum.

De nieuwe samenwerking in het Hart- en vaatcentrum zorgt ervoor dat het nog maar 4 uur duurt voordat de diagnose bij acute hartklachten er is, of in ieder geval het vermoeden wat er speelt.

In Nederland zijn er 12 hartcafé’s (1 per provincie), een hulplijn voor vragen, adviezen en lotgenotencontact.

Verder lezen?