‘Overheid wist in 2016 al van mogelijke meningokokken-uitbraak’, staat groot boven het Volkskrant-artikel dat zoveel stof liet opwaaien. In het stuk wordt het optreden van de overheid en het RIVM bekritiseerd omdat ze al langere tijd van de mogelijke meningokokken W-uitbraak wisten maar niet op tijd ingrepen. Volgens Patricia Bruijning-Verhagen, universitair hoofddocent infectieziekten en epidemiologie van het UMC Utrecht, trekt men verkeerde conclusies. Ze schreef er een opiniestuk over.

“In Nederland hebben we afspraken over het ingrijpen bij epidemieën. Die afspraken regelen ook wanneer dat ingrijpen gerechtvaardigd is. Het RIVM en de overheid hebben volgens die afspraken juist gehandeld. Maar daar moet nou juist de discussie om gaan: die afspraken. Sluiten die wel aan bij wat wij als samenleving aanvaardbaar vinden?

Het is duidelijk dat de meningokokkenuitbraak voor veel onrust in de samenleving zorgt. Logisch, het is een verwoestende infectieziekte die volkomen willekeurig toeslaat en

gezonde kinderen en jongvolwassenen

uit het leven grijpt of ze voor altijd invalide maakt. En dat terwijl er een vaccin bestaat waarmee we dit kunnen voorkómen. Hoe kunnen we dit laten gebeuren in een moderne samenleving?

Volgens gezondheidseconomische rekensommetjes was eerder ingrijpen in deze uitbraak niet gerechtvaardigd. Met de geldende afspraken hierover waren er in 2016 simpelweg nog onvoldoende levens verloren om de kosten van grootschalige vaccinatie te rechtvaardigen. Daarnaast is het moeilijk in te schatten hoeveel groter de epidemie zou worden. Ter vergelijking: in België heeft de epidemie zich ontwikkeld met slechts 7 gevallen in 2018. In Nederland waren dat er 78. Infectieziekten zijn nou eenmaal onvoorspelbaar.

Inmiddels zien we wat het betekent wanneer we netjes wachten totdat we aan onze eigen afspraken voldoen. Waar die sommetjes namelijk geen rekening mee houden, is het effect van het plots overlijden van gezonde tieners, die midden in het leven staan, op hun brede sociale omgeving en de samenleving als geheel. Naasten zullen niet alleen het verlies van een kind de rest van hun leven met zich meedragen, maar ook het besef dat het te voorkomen was geweest. Welke impact dit op hun levens heeft, is nauwelijks te voor te stellen. Daarnaast is er angst en onrust onder ouders en tieners. ‘Dit kan mij ook overkomen’, is de heersende gedachte. Ouders willen niet meer afwachten totdat de overheid in actie is gekomen, maar rennen massaal naar de huisarts of GGD in de hoop het schaarse vaccin voor hun kind te kunnen bemachtigen. 

Vinden wij het als samenleving nog aanvaardbaar dat dit soort verwoestende infecties kunnen toeslaan in de wetenschap dat ze te voorkomen zijn? Ook als het maar om een paar kinderen per jaar gaat? De huidige afspraken omtrent preventie-uitgaven zijn streng. Misschien te streng. Gezien de enorme gevolgen voor nabestaanden en brede effecten in de samenleving, moeten we opnieuw een discussie voeren.  

Binnenkort zal de Gezondheidsraad het dossier over de meningokokken B-vaccinatie bespreken. Tegen deze variant bestaat eveneens een vaccin, maar dat vaccin wordt in Nederland (nog) niet toegediend. Ook dit is een verwoestende infectieziekte die willekeurig toeslaat bij gezonde personen. Weliswaar is het sterfterisico lager dan bij de huidige meningokokken W-uitbraak, maar ook de B-variant eist elk jaar een paar levens. Laten we voor dit dossier nog eens kritisch discussiëren over wanneer ingrijpen aanvaardbaar is en wat we bereid zijn als samenleving uit te geven om deze levens te sparen. Want het rekensommetje moet misschien anders als het gaat om infectieziekten die gezonde kinderen zomaar uit het leven grijpen.”

Lees meer verhalen