Lenny Verkooijen, hoogleraar ‘Outcome evaluation of image-guided interventions’ heeft 30 mei haar oratie uitgesproken. Deze oratie gaat over ‘doorbraken’ in de strijd tegen kanker die aan de orde van de dag zijn. Dit wekt hoge verwachtingen, vooral bij patiënten en hun naasten. Toch leidt het grootste deel van de medische doorbraken niet tot een verbetering in overleving of kwaliteit van leven. 

Lenny Verkooijen

pleit in haar oratie voor meer aandacht voor het traject na de doorbraak: de klinische evaluatie. Minstens zo belangrijk, maar veel minder sexy. Alleen met goede en efficiënte evaluatie kunnen we ervoor zorgen dat innovaties die echt werken snel bij de patiënt terecht komen, en voorkomen dat patiënten onnodig blootgesteld worden aan niet werkende, of zelfs schadelijke behandelingen. Om het enorme scala aan medische doorbraken en innovaties snel en efficiënt te kunnen evalueren, moeten we onze zorg voor mensen met kanker anders gaan inrichten. Niet innoveren om het innoveren, maar kritisch kijken wat het oplevert voor de patiënt.

Professor Verkooijen pleit ervoor dat iedere patiënt na zijn diagnose een gesprek krijgt op een innovatiepoli, met een onderzoeker. Daar wordt het belang van evaluatie van innovatie met de patiënt besproken. En wordt expliciet toestemming gevraagd om de gegevens van de patiënt te mogen gebruiken voor onderzoek, weefsel en bloed op te slaan, en de patiënt (gerandomiseerd) nieuwe innovatieve behandelingen te mogen aanbieden. Op deze manier kan innovatie naadloos overgaan in evaluatie, gaat geen belangrijke kennis meer verloren, en kunnen we daadwerkelijk leren van iedere patiënt. Dit is niet de oplossing voor al het onderzoek, maar het is een belangrijke stap om ervoor te zorgen dat informatie niet verloren gaat. Zo komen innovaties die echt werken snel bij de patiënt en voorkom je dat je ze blootstelt aan innovaties die niet doen wat ze moeten doen.

Lees hier de

oratie

en het interview met Lenny Verkooijen in

NRC

Lees meer verhalen