Hanneke van Santen, sinds een jaar hoogleraar Kinderendocrinologie met focus op de hormonale gevolgen bij kinderen met kanker, hield op 9 januari haar oratie. Een oproep om bij een complex probleem nieuwe bruggen te durven slaan naar innovatieve oplossingen. “Wat nu onmogelijk lijkt, kan morgen dichterbij komen als je volhoudt en de juiste samenwerkingsverbanden bouwt.”
Hanneke van Santen startte met het onderzoek naar hormoonproblemen bij kinderen met kanker in 1999, omdat er een vermoeden was dat kinderen met kanker veel meer hormoonproblemen hebben dan er toen werd gezien. Haar promotie was gericht op schildklierschade bij kinderen met kanker en haar copromotor vroeg haar de brug te vormen tussen de endocrinologie en de oncologie. Nu, als kinderendocrinoloog, loopt zij 27 jaar later vrijwel dagelijks letterlijk over de brug die de afdeling kinderendocrinologie van het academische Wilhelmina Kinderziekenhuis met het Prinses Máxima Centrum, het nationale kinderoncologische centrum, verbindt, waar sinds 2018 alle kinderen met kanker in Nederland behandeld worden.
Inmiddels genezen steeds meer kinderen met kanker de ziekte. Maar dat betekent ook, dat het aantal kinderen en volwassenen met een negatief gevolg van hun behandeling, bijvoorbeeld een hormoonprobleem, toeneemt. Er kan schade aan een hormoon makend orgaan ontstaan door de tumor, de chemotherapie of de bestraling. Een hormoontekort kan leiden tot kleine eindlengte, chronische vermoeidheid, obesitas, suikerziekte, onvruchtbaarheid, of breekbare botten. En dit heeft grote impact op deze kinderen en hun ouders.
Belangrijke signaalstoffen
Hormonen zijn signaalstoffen die lichamelijke processen reguleren. Vanuit het hoofd sturen de hypothalamus en de hypofyse de andere hormoonorganen in het lichaam aan om hormonen te maken zoals groeihormoon, schildklierhormoon, en puberteitshormoon. Als er genoeg of te veel hormoon is gaat er weer een signaaltje terug naar de hypothalamus en de hypofyse en zo blijven mensen optimaal in balans. Hormonen zijn essentieel voor groei en ontwikkeling maar hormonen zijn ook essentieel voor ons dagelijks welzijn.
Tijdens of na een behandeling van kanker kan er een hormoontekort optreden, bijvoorbeeld door schade aan de hypofyse. Een hormoon kan ook te veel of te vroeg gemaakt worden. Bijvoorbeeld een 5-jarige die al in de een puberteit raakt. Dan moeten artsen het systeem juist afremmen. Ook kan het systeem zich aanpassen tijdens een ziekte, zoals de schildklierhormonen verlagen tijdens sepsis, en moeten we een dysbalans juist respecteren.
Dit is het werk van de kinderendocrinoloog: een hormoontekort aanvullen als het te laag is of afremmen als het teveel is.
Het onderzoek van Hanneke van Santen en haar team richt zich op hormonale problemen bij kinderen met en na kinderkanker behandeling adequater herkennen en behandelen, hierbij focust zij zich op het meest ernstige hormonale probleem: dysfunctie van de hypothalamus. “Huisartsen herken het vaak niet omdat het zeer zeldzaam is. Schade aan de hypothalamus zelf is vaak onherstelbaar en heeft grote impact op het dagelijks leven. Omdat de hypothalamus verbonden is met andere gebieden van de hersenen, met name de prefrontale cortex, de amygdala en de hippocampus, kunnen er bij schade aan de hypothalamus ook ingewikkelde gedragsproblemen ontstaan.”
Betere resultaten door nauwe samenwerking
Sinds centralisatie van zorg, sinds de komst van het Maxima in 2018 worden er grote stappen gezet in het verbeteren van de uitkomsten van kinderen met kanker ten aanzien van de latere gevolgen. “We zien minder hypothalame obesitas en minder patiënten met het hypothalame syndroom. Dat lukt dankzij de multidisciplinaire samenwerking, met chirurgen, IC-artsen, paramedici en verpleegkundigen. En door de kennis en expertise in het Maxima en het WKZ te bundelen. We kunnen elkaar enorm versterken.”
Smart wearables ontwikkelen
Hanneke gaat zich richten op preventie van schade aan de hypothalamus en hypofyse – de hormooncentra in de hersenen – en op het ontwikkelen van innovatieve behandelingen daarvoor. “Dat doe ik in nauwe samenwerking met collega’s in het lab, en met nationale en internationale partners in de endocrinologie en daarbuiten. En ook samen met partners uit de industrie die spannende nieuwe middelen ontwikkelen, van medicatie tot smart wearables, bijvoorbeeld smartwatches die kunnen helpen om lichaamstemperatuur, stress, slaap en dagelijkse activiteit te meten.”