Terug

Het verhaal van Ajit
Het verhaal van Ajit

Afbeelding fade

Ajit is chirurg. Hij opereert mensen met kanker in het hoofd-halsgebied.

Muziek neemt je mee

‘Het is 2010. Ik ben net twee maanden hoofd- en halschirurg in het UMC Utrecht. Daarvoor werkte ik in Duitsland. Er staat een grote operatie op de planning: iemand met tongkanker die is uitgezaaid in beide kanten van de hals. Ik leg aan de patiënt uit dat de schouderfunctie hierdoor kan uitvallen. Ook al probeer je spieren en zenuwen te sparen. De patiënt zegt: “Dat kan niet, dat mag niet, want ik ben drummer.” Omdat ik zelf ook drummer ben, snap ik onmiddellijk zijn punt. We raken in gesprek. Hierdoor verdwijnt zijn angst. De operatie gaat goed. Geen uitval van de schouder.

Hoofd- en halschirurgie is een specialisme waar de kankerpatiënten van de afdelingen KNO en kaakchirurgie worden behandeld. Per jaar zien we rond de 500 nieuwe patiënten.

Een jaar later zie ik een nieuwe patiënt. Hij heeft een slagwerkkrant naast z’n bed liggen. Zelfde verhaal. Al gauw ontstaat een vertrouwelijke situatie. De distantie valt weg. Muzikanten zijn snel vrienden onder elkaar. Broeders in de kunst.

Na hun eerste operatie en behandelingen breng ik de twee drummers met elkaar in contact. Jan en Frans. Iemand stelt voor om een keer met z’n drieën te gaan drummen. We worden vrienden.

In februari 2014 krijgen ze allebei weer uitzaaiingen. In de longen. Dan zijn er weinig curatieve opties meer. In plaats van bij de pakken neer te gaan zitten, komt al snel de drive om er iets moois van te maken. We besluiten een bandproject op te zetten.

Jan en Frans brengen de bandleden bij elkaar, er wordt vier maanden flink gerepeteerd en op 12 oktober 2014 is er een concert in dB’s (studiocomplex in Utrecht Zuilen). Ik speel één nummer mee. Het wordt een geweldige avond. Muziek neemt je mee, muziek is emotie, muziek beschermt. Tegelijkertijd laat muziek zien wie je echt bent.

Een maand later overlijdt Jan. Frans volgt in januari 2015. Al meteen na het concert hebben familie en vrienden gezegd: “Dit moeten we voortzetten.”

Music and Cancer

In het voorjaar hebben we Music and Cancer opgericht. Muziek kan mensen iets ongelooflijks brengen in de laatste levensfase. Met de stichting creëer ik iets. Samen met patiënten, buiten het ziekenhuis. Hierdoor ben ik niet meer alleen de witte jas. Dat geeft steun en een ander soort vertrouwen.

Openheid en menselijkheid zijn zo belangrijk. Ik zeg altijd: “We zijn een team, we spelen samen tegen die kanker. Het zou kunnen dat de kanker wint, maar wij moeten ons sterk opstellen. En goed nadenken hoe we het probleem samen aanpakken.” Ik probeer patiënten het gevoel te geven dat ik met hen ben, achter hen sta.

Natuurlijk ben ik niet met iedere patiënt bevriend. Dat zou te ver gaan. Met de meesten heb ik gewoon goed contact. Ze mogen me ook altijd mailen. In sommige situaties geef ik mijn 06-nummer. In palliatieve settings bijvoorbeeld. Huisartsen bellen soms midden in de nacht. Dat is alleen maar goed.

Af en toe is het lastig om elkaar goed te begrijpen. Een patiënt bij wie het strottenhoofd en een deel van de tong is verwijderd, kan ik nauwelijks verstaan. Hij klaagt over hoest en geeft herhaaldelijk aan dat het niet goed gaat met zijn longen. Onderzoek wijst niets uit, op een longfoto is niets te zien. “Je moet echt stoppen met roken,” zeg ik tegen hem. Ik ben daar streng in. Hij wil graag dat ik een CT scan maak. Omdat dat voor de behandeling geen enkel verschil maakt, doe ik dat niet. Later blijkt hij uitzaaiingen in de long te hebben.

Elkaar begrijpen

Uiteraard bespreek ik dit met hem en realiseer me dat een CT scan medisch gezien misschien niets toevoegt, maar gevoelsmatig voor de patiënt wel. Hij is boos. Dat begrijp ik. “Je hebt gewoon niet geluisterd,” zegt hij. Hij heeft gelijk. Inderdaad kun je na een slechte CT ook niks meer doen. Maar soms moet je iets voor een patiënt doen, ook al maakt het geen verschil voor de uitkomst.

Op onze afdeling is een consult van tien minuten eigenlijk veel te kort. We lopen allemaal wel een uur per dag uit. Als alles goed is, kan het prima. Maar als iemand komt en (weer) kanker heeft, dan is het natuurlijk niet genoeg. Dat zou ethisch niet correct zijn.

Tijdens werktijd vind ik geen tijd om rustig na te denken. Dat doe ik ’s avonds. Ik heb geen tv, ik ga gewoon zitten. Mijn gedachten ordenen. Rond kwesties als euthanasie, prognoses, kansen op complicaties, verwachtingen van patiënten en familie, ethische overwegingen. Tijdens ons multidisciplinaire overleg bespreken we zo’n 30 à 40 patiënten in twee uur. Als hoofdbehandelaar moet ik een verhaal goed kunnen brengen.’

 

Disclaimer

In de verhalen van zorgverleners komen patiënten voor. Om hun privacy te beschermen zijn soms aanpassingen gedaan aan de beschrijving van de personen of hun omstandigheden.