-
Synoniemen
-
-
-
Materiaal
-
Li-heparine Barricore/3 ml, limegroene dop (LB3)
-
Afnamevolume
-
Gewenst: 0,5 ml bloed
Minimaal: 0,25 ml bloed
-
Afnamecondities
-
-Dalspiegel: bloed afnemen voor de gift
-Topspiegel: bloed afnemen 30 minuten na einde infuus
-
Bepalingsfrequentie
-
Bepaling wordt 24/7 uitgevoerd.
Resultaat zal in de meeste gevallen binnen 2 uur na afname bekend zijn.
Aanvraag, materiaal en afname
-
Materiaal
-
Li-heparine Barricore/3 ml, limegroene dop (LB3)
-
Afnamevolume
-
Gewenst: 0,5 ml bloed
Minimaal: 0,25 ml bloed
-
Afnamecondities
-
-Dalspiegel: bloed afnemen voor de gift
-Topspiegel: bloed afnemen 30 minuten na einde infuus
-
Bewaarcondities
-
Kortdurend (<24 uur), plasma koelkast; langdurige opslag bij –20 °C
-
Monsterontvangst
-
Centrale Balie (G.03.330)
-
Verzendadres
-
UMC Utrecht
Centraal Diagnostisch Laboratorium
Centrale Balie, loket Externe Monsterontvangst
HP G.03.330
Heidelberglaan 100
3584CX Utrecht
Telefoonnummer: 088-75 588 26
Analyse en interpretatie
-
Methode
-
Bepaling wordt uitgevoerd door het CDL
-
Bepalings-frequentie
-
Bepaling wordt 24/7 uitgevoerd.
Resultaat zal in de meeste gevallen binnen 2 uur na afname bekend zijn.
-
Referentie-waarden
-
Therapeutische concentraties:
Volwassenen, kinderen >1 maand, sepsis/IC patiënten [1]:
Dalspiegel: <1,0 mg/L
Topspiegel: 15-20 mg/L
Neonaten:
Dalspiegel: <1,0 mg/l
Topspiegel: 8-12 mg/l (bij infecties met micro-organismen met MIC < 1 mg/l)
Infectieuze endocarditis (3 mg/kg):
Dalspiegel: < 1,0 mg/L
Conventionele hemodialyse [2]:
Voorkeurs regime:
Alleen op dialyse dagen: geef 5 mg/kg 2 uur voor de dialyse
Dal: 1-3 mg/L vlak voor de gift
Top: 15 - 20 mg/L (afgenomen 0,5uur na de gift en voor de dialyse)
Indien direct na de dialyse gedoseerd wordt omdat doseren voor dialyse logistiek niet haalbaar is: 3 mg/kg direct na de dialyse
Dal: 2,5 - 5 mg/L (afgenomen voor de dialyse)
Top: 8 - 10 mg/L (afgenomen 0,5u na de gift)
-
Klinische betekenis
-
Topspiegels zijn bedoeld om de effectiviteit van de behandeling te garanderen, dalspiegels zijn bedoeld om toxiciteit (vooral nierfunctiestoornissen) te beperken / voorkomen. In principe worden alleen dalspiegels bepaald.
-
Aanvullingen
-
Bij stabiele en goede nierfunctie (Clcr > 80 ml/min) wordt dalconcentratie op dag 2-3 en vervolgens 1 maal per week bepaald. Het bepalen van topspiegels wordt slechts gedaan bij patiënten met een sterk afwijkend verdelingsvolume (b.v. IC-patiënten) en bij CF-patiënten; bij andere patiëntengroepen is dit zelden zinvol, omdat de concentratie vrijwel altijd adequaat is. Bij endocarditis-behandeling worden in principe nooit top-spiegels afgenomen.
Indien de dalspiegels te hoog zijn (>1,0 mg/L) volgt een verlenging van het doseringsinterval, alsmede intensievere monitoring in verband met mogelijke cumulatie; er worden dan frequenter spiegelbepalingen verricht zodat gedoseerd kan worden op geleide van uitkomsten.
Ook bij instabiele of verminderde nierfunctie dienen frequenter spiegels te worden bepaald. Spiegelbepalingen vinden dan plaats na de eerste gift opdat snel bijgestuurd kan worden, en er wordt gedoseerd op geleide van de uitkomsten. De frequentie van meten hangt af van de nierfunctie, van de veranderingen in nierfunctie, van de toestand van de patiënt en van de ziekteverwekker.
Zie TDM monografie NVZA: Gentamicine [1]
-
Referenties
-
[1] TDM-monografie NVZA gentamicine; geraadpleegd op 01/02/2023
[2] UMCG Bepalingenwijzer; geraadpleegd op 01/02/2023
-
Accreditatie
-
ISO 15189 (M049)