-
Methode
-
Kwantitatieve Real Time PCR
-
Bepalings-frequentie
-
5 keer per week op maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag. Materiaal dient de dag voor de bepaling voor 16:00 op het laboratorium aanwezig te zijn.
NB: Uitslag volgt uiterlijk de volgende middag.
-
Referentie-waarden
-
Er wordt getest op de volgende varianten: *2, *3A, *3B en *3C.
De uitslag van de test is een genotype, dat een voorspeld fenotype geeft. De voorspelde fenotypes zijn: Normal metaboliser (NM), Intermediate metaboliser (IM) en Poor metaboliser (PM).
-
Klinische betekenis
-
Tiopurinemethyltransferase (TPMT) speelt een rol in het metabolisme van thiopurines. Variaties in het TPMT gen kunnen leiden tot een verlaagde of afwezige enzymactiviteit. Hierdoor kunnen actieve toxische metabolieten ophopen en neemt het risico op levertoxiciteit toe.
Bij genotypering wordt het genotype vastgesteld. Het geeft aan welke allelen van het gen voor TPMT het geteste individu bezit. Elk allel heeft een naam die bestaat uit een ster (*) en een nummer. Het voorkomen van de verschillende TPMT-allelen en voorspelde fenotypes varieert sterk tussen verschillende bevolkingsgroepen.
Op basis van het genotype, kan de uitslag van de genetische test worden vertaald in verschillende voorspelde fenotypes:
• Poor metaboliser (PM), sterk verlaagde of afwezige metabole capaciteit
• Intermediate metaboliser (IM), verlaagde metabole capaciteit
• Normal metaboliser (NM), ‘normale’ metabole capaciteit
• Ultrarapid metaboliser (UM), verhoogde metabole capaciteit
Afhankelijk van het voorspelde fenotype, kunnen er voor specifieke geneesmiddelen, therapeutische consequenties zijn, zoals een aanpassing van de dosering of een keuze voor een ander geneesmiddel.
Het genotype bepaalt slechts voor een deel de metabole capaciteit. Voor stoffen waarvoor therapeutic drug monitoring gebruikelijk is, kan dit nuttig zijn om de dosering te optimaliseren. [1]
-
Aanvullingen
-
Geneesmiddelen met een ja/ja-interactie* voor minimaal één van de voorspelde fenotypes:
Azathioprine, Mercaptopurine en Tioguanine [2]
Allel *3A heeft 2 SNP’s, namelijk de SNP die voorkomt in allel *3B en *3C. Hierdoor is het op basis van standaard PCR-technieken niet mogelijk om onderscheid te makken tussen de genotypes *1/*3A en *3B/*3C. In de Kaukasische bevolking is dit laatste genotype zo zeldzaam, dat bij detectie van beide variaties het *1/*3A wordt aangenomen.
Voor meer informatie, kijk op de website van de KNMP of de KNMP Kennisbank
*Ja/ja-interactie: ja er is een gen-geneesmiddelinteractie, ja er is actie nodig. Vastgesteld door de Werkgroep Farmacogenetica (DPWG).
-
Referenties
-
[1] KNMP. Algemene achtergrondtekst Farmacogenetica – Thiopurine-S-methyltransferase (TPMT); geraadpleegd op 12/02/2026
[2] KNMP. Farmacogenetica; geraadpleegd op 11/02/2026.
-
Accreditatie
-
ISO15189 (M049, CH.KCA.05; M219, KF.GEN.01)