De echte uitdaging begint na het ontslag
Voor Selma Musters ligt een belangrijk deel van goede zorg in wat er gebeurt rond en na het ontslag uit het ziekenhuis. Op het moment dat patiënten het ziekenhuis verlaten en zij en hun naasten thuis ontdekken wat er allemaal van hen wordt verwacht. “Juist daar zien we dat het schuurt,” zegt Selma. “Niet omdat mensen het niet willen, maar omdat ze onvoldoende zijn voorbereid.”
In januari 2026 startte Selma met het landelijke programma Leadership & Mentoring in Nursing Research (LMNR). Als verpleegkundige en postdoconderzoeker bij Amsterdam UMC werkt zij aan één centrale vraag: hoe bereiden we patiënten en naasten zó voor dat zorg thuis beter, zelfstandiger en met meer vertrouwen kan verlopen?
Profiel
Naam: Selma Musters
Functies:
- Verpleegkundige
- Postdoconderzoeker
Werkplek: Amsterdam UMC
LMNR‑deelnemer: 2026–2028
Waarom de overgang van ziekenhuis naar huis haar drijft
Selma combineert haar onderzoekswerk met haar werk als verpleegkundige op de afdeling Orthopedie in het ziekenhuis. “Ik zie in mijn werk hoeveel er van patiënten en naasten wordt gevraagd na ontslag. Vaak pas op het moment dat ze weer thuis zijn.”
In haar promotieonderzoek van oktober 2024 richtte Selma zich op patiënten- en familieparticipatie in de oncologische ziekenhuiszorg. Samen met collega‑onderzoekers Anne Eskes (associate professor), Jolanda Maaskant (senior onderzoeker) en Els Nieveen van Dijkum (professor en chirurg) ontwikkelde zij een programma waarin naasten vanaf dag één actief worden betrokken bij het zorg- en herstelproces van patiënten.
“Familie is vaak al heel betrokken,” vertelt ze. “Maar rollen, verwachtingen en verantwoordelijkheden worden lang niet altijd expliciet besproken. Terwijl juist dat veel onzekerheid en overbelasting kan voorkomen.”
Wat begon binnen de oncologie, blijkt breder toepasbaar. Inmiddels wordt het programma ook binnen andere specialismen in het Amsterdam UMC verder onderzocht en geïmplementeerd. “De vraag hoe je patiënten en naasten goed voorbereidt op de periode na ontslag speelt ziekenhuisbreed, en eigenlijk zorgbreed.”
Waarom Selma meedoet aan LMNR
Na haar promotie merkte Selma dat haar vragen veranderden. Niet het onderwerp zelf stond ter discussie, maar de volgende stap: welke onderzoeksvragen pak je op, hoe bouw je projecten op en hoe geef je richting aan je verdere ontwikkeling?
“Na een promotietraject krijg je te maken met andere uitdagingen,” vertelt ze. “Denk aan het aanvragen van subsidies, het uitbreiden van je netwerk en het verder vormgeven van je onderzoek.”
Het LMNR‑programma biedt Selma ruimte om bij die vragen stil te staan en haar volgende stappen bewust te verkennen. Ze ervaart het als waardevol om hierover in gesprek te zijn met andere deelnemers die zich in een vergelijkbare fase bevinden. “Het is heel herkenbaar waar je elkaar in tegenkomt. Veel mensen maken deze periode door na hun promotie.”
Onderzoek in beeld
Thema
Patiënten‑ en familieparticipatie rond ziekenhuisopname en ontslag
Organisatie
Amsterdam UMC
Doel
Het doel is interventies te ontwikkelen en te evalueren die patiënten en naasten vanaf het begin van de ziekenhuisopname dag actief te betrekken bij hun herstel en bij de voorbereiding op de thuissituatie.
Verwachte impact
Meer regie en vertrouwen bij patiënten en naasten, minder overbelasting van mantelzorgers en efficiëntere inzet van verpleegkundige zorg.
Eerdere studies laten zien dat er na ontslag minder wijkzorg nodig is. Niet omdat zorg wordt overgenomen, maar omdat patiënten en naasten thuis beter voorbereid zijn en met meer vertrouwen handelen.
Selma werkt binnen een bredere onderzoeksgroep aan patiënten‑ en familieparticipatie. Binnen dit team bouwt zij voort op het bestaande programma en verkent zij hoe dit verder kan worden verdiept en verbreed, met bijzondere aandacht voor de overgang van ziekenhuiszorg naar zorg thuis.
Verkennen binnen het thema: technologie als ondersteunend middel
Vanuit haar expertise in patiënten‑ en familieparticipatie verkent Selma hoe verpleegkundigen (nog) beter kunnen worden ondersteund in het gesprek rond ontslag, zodat patiënten en naasten goed voorbereid naar huis gaan. Daarbij oriënteert zij zich op de mogelijke rol van technologie. Niet als doel op zich, maar als hulpmiddel om het juiste gesprek op het juiste moment te voeren.
“Het gaat mij erom dat we op tijd het goede gesprek voeren,” zegt Selma. “Zodat patiënten en naasten beter weten waar ze aan toe zijn wanneer iemand weer naar huis gaat.”
Leiderschap vanuit de verpleegkundige praktijk
Voor Selma betekent verpleegkundig leiderschap dat verpleegkundigen actief meedenken en meebouwen aan oplossingen voor vraagstukken die zij dagelijks in hun werk ervaren. Ze ziet van dichtbij hoe de zorg complexer wordt en hoe er steeds vaker een beroep wordt gedaan op naasten en andere vormen van informele zorg. Met name rond het moment van ontslag.
Daarom vindt Selma het belangrijk dat ervaringen van verpleegkundigen, patiënten en naasten worden meegenomen in hoe zorg rond ontslag wordt ingericht. In haar werk als onderzoeker en verpleegkundige zoekt zij bewust de verbinding met het zorgteam. In onderzoeksprojecten betrekt zij verpleegkundigen actief, bijvoorbeeld bij dataverzameling en implementatie.
“Verandering werkt beter als die uit de praktijk zelf komt,” zegt ze. “Het gaat tenslotte over hun dagelijks werk.”
Via LMNR wil Selma zich verder ontwikkelen in het vormgeven van projecten en samenwerking, zodat onderzoek en praktijk elkaar blijven versterken. Zo wil zij bijdragen aan zorg die beter aansluit bij wat patiënten en naasten nodig hebben in de periode na ontslag.
Waar ze over twee jaar wil staan
Over twee jaar hoopt Selma een duidelijke onderzoeksrichting te hebben uitgewerkt, met lopende projecten rond de overgang van ziekenhuiszorg naar zorg thuis. “Als zorg zich verplaatst naar huis, verandert er veel,” zegt ze. “Voor patiënten, voor naasten, maar ook voor verpleegkundigen. Wat vraagt dat van iedereen?”
Haar ambitie is om zich verder te ontwikkelen als verpleegkundig onderzoeker en leider, met blijvende aandacht voor de praktijk. “Uiteindelijk wil ik bijdragen aan zorg die mensen écht ondersteunt op het moment dat ze het ziekenhuis achter zich laten.”