De kracht van diversiteit in zorg, onderzoek en onderwijs
Wat gebeurt er als we verschillen tussen mensen niet alleen zien als iets waarmee we rekening moeten houden, maar ook als een bron van nieuwe kennis? Gönül Dilaver, hoogleraar Inclusief Hoger Onderwijs bij het UMC Utrecht, schreef hierover samen met collega’s een nieuw visiedocument. Daarin beschrijven ze hoe gelijkwaardigheid, diversiteit en inclusie (EDI) kunnen bijdragen aan beter onderzoek, onderwijs en zorg. Op Diversity Day deelt Gönül hun ambitie: in 2030 moet EDI een vanzelfsprekend onderdeel zijn van hoe we werken in een academisch ziekenhuis.
Dat begint volgens Gönül met oog hebben voor wie er tegenover je zit én welke kennis nog ontbreekt. “Alleen al in het UMC Utrecht zitten mensen met meer dan tweehonderd nationaliteiten in de spreekkamer”, zegt ze. “Al die verschillende mensen wil je de best passende zorg bieden.” Daarvoor is het belangrijk dat verschillende perspectieven ook terugkomen in de kennis waarop die zorg is gebaseerd.
“Zo was er binnen onderzoek naar hart- en vaatziekten lange tijd weinig aandacht voor verschillen tussen vrouwen en mannen. Het waren vrouwelijke onderzoekers die zeiden: wacht eens even, misschien missen we hier iets.” Dat andere perspectief leverde meer aandacht op voor die verschillen. Zo groeide de kennis waarmee artsen en onderzoekers nu werken.
“Dat betekent niet dat eerder onderzoek niet goed was”, benadrukt Gönül. “Maar misschien ontbraken er nog puzzelstukjes. En mensen die tot die ontbrekende stukjes behoren, zijn vaak degenen die ze herkennen.”
Leren van verschillende perspectieven
Verschillende perspectieven kunnen juist in een academisch ziekenhuis veel opleveren, omdat ze bijdragen aan betere zorg, onderzoek en onderwijs. “In de zorg betekent dat dat niet alleen medische kennis telt, maar ook de achtergrond en ervaringen van een patiënt”, legt ze uit. Door daar oog voor te hebben, kunnen zorgverleners beter begrijpen wat iemand nodig heeft en de zorg daarop afstemmen.
In het onderwijs leren studenten al om verschillende perspectieven mee te nemen. Zo kijken ze kritisch naar wetenschappelijke studies: wie deden er mee, wie ontbreken en wat betekent dat voor de conclusies? “Mijn wens is dat we vanzelf nadenken over verschillende perspectieven en dat deze manier van denken uiteindelijk in ons DNA zit”, zegt Gönül.
Onderzoek naar inclusiever onderwijs
Op verschillende plekken gebeurt dat al. Zo noemt Gönül ‘medische dubbeltalenten’: studenten die zowel toekomstig zorgprofessional als patiënt of ervaringsdeskundige zijn. “Je brengt daardoor een perspectief mee waar we enorm veel van kunnen leren”, legt ze uit. “Je weet namelijk wat een ziekte betekent in het dagelijks leven.” Die ervaringen zijn waardevol voor de opleiding, medestudenten én toekomstige patiënten.
Ervaringen gebruiken als bron van kennis staat ook centraal in nieuw onderzoek waarvoor Gönül samen met onderwijswetenschapper Anne-Roos Verbree en arts-onderzoeker Richard Horenberg een NWO-beurs ontving. Samen gaan zij onderzoeken hoe de overstap van middelbaar naar vervolgonderwijs toegankelijker kan worden voor studenten met een ondersteuningsbehoefte.
“We willen beter begrijpen tegen welke barrières studenten aanlopen”, vertelt Anne-Roos. “Daarvoor spreken we de studenten zelf, maar ook de mensen om hen heen.” Vervolgens kijken ze welke barrières ze kunnen wegnemen. “Deze oplossingen kunnen uiteindelijk veel meer studenten helpen dan alleen diegenen met een ondersteuningsbehoefte”, legt Richard uit. “Zo kan een rustige ruimte noodzakelijk zijn voor iemand die snel overprikkeld raakt, maar ook voor andere studenten prettig zijn.”
Verschillen verrijken
Voor Gönül gaat inclusiviteit daarom niet alleen over rekening houden met verschillen. Verschillende perspectieven kunnen een organisatie juist verrijken. Soms vraagt dat wat extra aandacht, maar het levert ook iets op.
Ze vergelijkt dat met iets alledaags. “Als iemand in ons team trakteert, houden we rekening met verschillende voorkeuren en allergieën. Natuurlijk is het makkelijker als iedereen van appeltaart houdt. Maar door onze verschillen proeven we ook dingen die we anders nooit hadden geprobeerd en die ontzettend lekker zijn.”
Voor haar staat dat symbool voor de kracht van diversiteit. “We leren van elkaar. Het kost soms wat extra moeite, maar het verrijkt ook.”
Over het visiedocument
Het visiedocument over gelijkwaardigheid, diversiteit en inclusie (EDI) is opgesteld door Gönül Dilaver, Sanne Peters, Gisela van der Velden en Tatjana Seute. Hun ambitie is dat EDI in 2030 volledig is verweven met het onderzoek, onderwijs en de zorg van het UMC Utrecht. Daarmee willen zij bijdragen aan betere wetenschap en zorg en meer maatschappelijke impact.
NWA-beurs voor toegankelijker onderwijs
Voor het onderzoek Belonging Beyond Barriers: Enabling Inclusive Transitions to Post-Secondary Education ontvingen Gönül Dilaver, Anne-Roos Verbree en Richard Horenberg een NWO-beurs van 520.000 euro. Ook Spieren voor Spieren werkt mee aan het project.