Risicovoorspelling helpt huisarts bij luchtweginfectie
Infecties van de lagere luchtwegen komen veel voor in de huisartsenpraktijk. De meeste patiënten herstellen zonder problemen, maar sommigen worden ernstig ziek en moeten worden opgenomen in het ziekenhuis of kunnen zelfs overlijden. Onderzoek van UMC Utrecht-promovendus Merijn Rijk laat zien dat gegevens die al in het patiëntendossier staan, kunnen helpen om patiënten met een verhoogd risico eerder te herkennen. Ook laat zijn onderzoek zien dat een luchtweginfectie tijdelijk de kans op hart- en vaatproblemen vergroot.
Elk jaar krijgt ongeveer drie procent van de Nederlandse bevolking de diagnose ‘lage luchtweginfectie’. Voor huisartsen is het belangrijk om onderscheid te kunnen maken tussen patiënten die waarschijnlijk zonder problemen herstellen en patiënten die risico lopen op ernstige complicaties. Echter, bestaande voorspelmodellen zijn vooral ontwikkeld voor patiënten in het ziekenhuis. Deze zijn daarom niet bruikbaar in de huisartsenpraktijk.
Ziekenhuisopname of overlijden voorspellen
Merijn Rijk, huisarts in opleiding en promovendus bij de afdeling Huisartsgeneeskunde en Verplegingswetenschappen van het UMC Utrecht, ontwikkelde daarom een nieuw voorspelmodel. Het berekent voor patiënten van 40 jaar en ouder met een lage luchtweginfectie het absolute risico om binnen dertig dagen te worden opgenomen in het ziekenhuis of te overlijden.
Het nieuwe model gebruikt informatie die al in het elektronische patiëntendossier staat. Daarbij gaat het onder meer om leeftijd, geslacht, eerdere ziekenhuisopnames, een eerdere longontsteking, medicijngebruik en aandoeningen zoals diabetes, hartfalen, COPD, kanker en dementie.
Het model werd ontwikkeld met gegevens die vóór de coronapandemie in de regio Utrecht waren verzameld. Daarna werd het getest met gegevens uit de regio Amsterdam uit de periode na de pandemie. Het berekende risico op ziekenhuisopname of overlijden binnen dertig dagen liep bij de onderzochte patiënten uiteen van 1,5 tot 51,3 procent.
Omdat alle benodigde gegevens al digitaal beschikbaar zijn, zou het model in de toekomst kunnen worden ingebouwd in het elektronisch patiëntendossier van de huisarts. Deze krijgt dan tijdens het consult direct een inschatting van het risico. Dat kan helpen om te bepalen welke patiënten extra controle of zorg nodig hebben. Voordat het model in de praktijk kan worden gebruikt, moet nog wel worden onderzocht of het daadwerkelijk leidt tot betere zorg en gezondheidsuitkomsten.
Weinig extra voordeel van met artificiële intelligentie
Rijk onderzocht ook of artificiële intelligentie (AI) aanvullende informatie uit de aantekeningen van huisartsen kon halen. AI bleek redelijk goed in staat om klachten en symptomen te herkennen. Het toevoegen van deze informatie maakte de risicovoorspelling echter maar iets beter. Dit wijst erop dat de vaste, gestructureerde gegevens die al in het elektronische patiëntendossier staan, mogelijk voldoende zijn om het risico goed te kunnen inschatten.
Tijdelijk meer kans op hart- en vaatproblemen
Een tweede belangrijke uitkomst van het promotieonderzoek was dat een lage luchtweginfectie tijdelijk hart- en vaatproblemen kan uitlokken. Vooral in de eerste week na de infectie bleek het risico verhoogd op een hartinfarct, beroerte of TIA, trombose of longembolie en hartritmestoornis. Rijk schat dat van elke duizend patiënten van 40 jaar en ouder met een lage luchtweginfectie ongeveer vijf tot negen éxtra patiënten een hart- of vaatprobleem krijgen welke aan de infectie kan worden toegeschreven.
De resultaten laten zien dat luchtweginfecties een onderschatte risicofactor zijn voor hart- en vaatproblemen. Als huisartsen zich hiervan meer bewust zijn, kunnen zij mogelijke complicaties wellicht eerder herkennen. In de toekomst zouden preventieve maatregelen zich vooral kunnen richten op patiënten die het meeste risico lopen.
De kans op een complicatie is voor de individuele patiënt relatief klein. Toch is het effect op de volksgezondheid relevant, omdat luchtweginfecties veel voorkomen, vooral tijdens seizoensgebonden uitbraken.
Extra zorg alleen als die echt nodig is
Meer patiënten onderzoeken of behandelen is volgens Rijk echter niet automatisch de beste oplossing. Preventieve zorg moet vooral worden ingezet bij mensen die daar waarschijnlijk het meeste baat bij hebben. Zo kunnen onnodige diagnoses en (over)behandelingen en extra druk op de gezondheidszorg worden voorkomen.
Patiënten en zorgverleners moeten daarom samen bepalen bij welk risico extra controle of behandeling wenselijk is. Het onderzoek biedt zo een basis voor meer zorg op maat: bestaande gezondheidsgegevens gebruiken om patiënten met een verhoogd risico eerder te herkennen en de beschikbare zorg gericht in te zetten.
Promotie
Merijn Rijk, MD (1993, Breda) verdedigt zijn proefschrift op 15 september 2026 aan de Utrecht University. De titel van zijn proefschrift is “Improving the prognostication of lower respiratory tract infections in general practice (Verbeterde inschatting van de prognose van lage luchtweginfecties in de huisartspraktijk).” Promotoren zijn prof. dr. Roderick Venekamp en prof. dr. Frans Rutten. Co-promotor is dr. Tamara Platteel (allen Afdeling Huisartsengeneeskunde en Verplegingswetenschappen, UMC Utrecht). In 2022 startte Merijn Rijk zijn opleiding tot huisarts bij het UMC Utrecht.