Kenmerken van een gehemeltespleet
Dwarsdoorsnede van normale situatie
Onderaanzicht van links een volledige spleet en rechts een spleet van alleen het zachte gehemelte
Varianten van de gehemeltespleet zijn:
- Een geïsoleerde gehemeltespleet.
- Een submuceuze gehemeltespleet.
Submuceuze gehemeltespleet
Bij een submuceuze gehemeltespleet lijkt het gehemelte bij controle gesloten. Bij nauwkeurige onderzoek is er echter vaak sprake van een dubbel aangelegde huig, is er een inkeping in de achterrand van het harde gehemelte voelbaar en heft het zachte gehemelte onvoldoende bij huilen of spraak. Het gaat hier om een milde vorm van gehemeltespleet, waarbij het slijmvlies zich wel heeft gesloten, maar de tussenlaag (bot in het harde gehemelte en spier in het zachte gehemelte) niet of onvoldoende is gesloten of aangelegd.
Een submuceuze gehemeltespleet heeft vooral gevolgen voor de functie van het zachte gehemelte, in het bijzonder voor de voeding en de spraak. Door onvoldoende afsluiting ontwikkelen kinderen met dit probleem vaak een open neus spraak. Ook komen oorproblemen voor, zoals bij alle gehemeltespleten. Submuceuze gehemeltespleten worden vaak pas op latere leeftijd als zodanig herkend, meestal door achterblijvende spraak- en taalontwikkeling. Behandeling bestaat uit het hechten van de spierlaag in het zachte gehemelte.