Terug

Gynaecologische kanker

Patiëntfolder

Uw arts heeft met u besproken dat u (mogelijk) gynaecologische kanker hebt. Dat is ingrijpend en kan veel vragen oproepen. 

In deze patiëntfolder vindt u informatie over uw ziekte, de mogelijke behandelingen en de periode daarna. Ook leest u wat u kunt verwachten tijdens uw behandeling in het UMC Utrecht en waar u terecht kunt met vragen of voor ondersteuning. Het is niet nodig om alles in één keer te lezen. U kunt de informatie gebruiken op het moment dat u daar behoefte aan hebt.

Tumorwerkgroep gynaecologie uitklapper, klik om te openen

In het UMC Utrecht wordt u behandeld door een team van zorgverleners die gespecialiseerd zijn in gynaecologische kanker. Dit team werkt nauw samen om u de best mogelijke zorg te geven.

Uw situatie wordt besproken in de tumorwerkgroep gynaecologie. In deze werkgroep overleggen verschillende specialisten met elkaar, zoals gynaecologen, radiologen, radiotherapeuten, pathologen en internist-oncologen. Samen bepalen zij het beste behandeladvies voor u.

U hebt een vaste contactpersoon bij wie u terechtkunt met vragen. Ook andere zorgverleners kunnen betrokken zijn bij uw behandeling.

Uw zorgteam

Tijdens uw bezoek en opname in het ziekenhuis krijgt u te maken met verschillende zorgverleners. Hieronder leest u wie zij zijn en wat zij doen.

  • Gynaecologisch oncoloog
    De gynaecologisch oncoloog is de medisch specialist die verantwoordelijk is voor uw behandeling. Deze arts heeft spreekuren op de polikliniek, voert operaties uit en bepaalt samen met het team het behandelplan.
  • Arts-assistent
    De arts-assistent is een arts in opleiding tot gynaecoloog. U kunt hem of haar tegenkomen op de polikliniek, rond de operatie en op de afdeling. De arts-assistent vraagt naar uw ziektegeschiedenis, legt dit vast in uw dossier en bespreekt dit met de gynaecoloog. De gynaecoloog onderzoekt u en bespreekt de verdere behandeling met u.
  • Co-assistent
    De co-assistent is een medisch student die praktijkervaring opdoet in het ziekenhuis. De co-assistent voert geen behandelingen zelfstandig uit.
  • Verpleegkundig specialist
    De verpleegkundig specialist is een verpleegkundige met een aanvullende opleiding. Zij neemt soms taken van de arts over en werkt onder supervisie van uw behandelaar. De verpleegkundig specialist begeleidt u tijdens uw behandeling, geeft uitleg en biedt praktische en emotionele ondersteuning. Zij is vaak uw vaste contactpersoon.
  • Verpleegkundigen
    Op de polikliniek bestaat het team uit:
    • Een seniorverpleegkundige
    • Oncologieverpleegkundigen
    • Een doktersassistent
    • Administratief medewerkers

Het polikliniekteam begeleidt u en geeft u uitleg en informatie. Ook biedt het team praktische en emotionele ondersteuning, voor en na de behandeling. De verpleegkundige is, net als de verpleegkundig specialist, uw vaste contactpersoon in het UMC Utrecht. Meer informatie vindt u in de flyer met contactgegevens die u bij deze patiëntfolder ontvangt.

Op de verpleegafdeling werkt een team dat bestaat uit:

  • Seniorverpleegkundigen
  • (Oncologie)verpleegkundigen
  • Studenten verpleegkunde

Een seniorverpleegkundige coördineert de dagelijkse patiëntenzorg. Studenten verpleegkunde werken onder begeleiding van een gediplomeerd verpleegkundige. Het team wordt aangestuurd door het unithoofd. We proberen u zo veel mogelijk door dezelfde verpleegkundige te laten verzorgen.

  • Medisch maatschappelijk werk
    Een ziekte en behandeling kunnen veel impact hebben op uw leven. U kunt te maken krijgen met emoties, veranderingen in uw thuissituatie of problemen op het gebied van werk of financiën. De medisch maatschappelijk werker kan u helpen:
    • bij het omgaan met emoties en onzekerheid
    • bij veranderingen in uw relatie of gezin
    • bij praktische problemen, zoals werk of financiën
    • bij het omgaan met stress of pijn
  • Geestelijk verzorger
    Voor gesprekken over zingeving, levensvragen of geloof kunt u terecht bij een geestelijk verzorger. In het UMC Utrecht werken geestelijk verzorgers met verschillende achtergronden, zoals een predikant, pastor, imam, humanistisch raadsman/vrouw of hindoeconsulent.
  • Fysiotherapeut
    De fysiotherapeut kan tijdens uw verblijf in het ziekenhuis worden ingeschakeld. De fysiotherapeut kan u helpen bij: 
    • ademhaling na een operatie
    • bewegen en dagelijkse activiteiten
    • het voorkomen of behandelen van lymfoedeem
  • Diëtist
    Als gevolg van kanker, de behandelingen, spanningen en vermoeidheid kan het moeilijk zijn om voldoende te blijven eten. Tijdens het opnamegesprek bekijken we standaard of u risico loopt op ondervoeding.
    Als dat nodig is, verwijzen we u naar de diëtist. De diëtist bespreekt uw voedingsproblemen en kijkt samen met u wat u op dat moment kun eten en drinken. Ook adviseert de diëtist welke voeding in uw situatie het meest geschikt en haalbaar is. Meer informatie over voeding vindt u op www.voedingenkankerinfo.nl.
  • Voedingsassistent
    De voedingsassistent verzorgt uw maaltijden en dranken. U kunt zelf kiezen voor ontbijt, lunch en de warme maaltijd. Tussendoor krijgt u drinken aangeboden.
  • Medisch analist
    Als er bloed moet worden afgenomen, komt een laborant bij u langs. Dit gebeurt meestal vroeg in de ochtend.

Mijn UMC Utrecht

Via 'Mijn UMC Utrecht' kunt u uw medische gegevens bekijken, zoals afspraken en uitslagen. Ook kunt u via dit patiëntportaal vragen stellen aan uw zorgverlener.

Kanker uitklapper, klik om te openen

Kanker ontstaat wanneer cellen in het lichaam ongecontroleerd gaan delen. Deze cellen kunnen doorgroeien in het omliggende weefsel. Soms verspreiden kankercellen zich naar andere plekken in het lichaam. Dit noemen we uitzaaiingen. In een gezond lichaam is er een balans tussen het aanmaken en afsterven van cellen. Bij kanker is deze balans verstoord.

Er zijn twee soorten tumoren:

  • Goedaardig: de tumor groeit niet door in ander weefsel en zaait niet uit
  • Kwaadaardig (kanker): de tumor kan doorgroeien in ander weefsel en uitzaaien

Hoe kan kanker zich verspreiden?

Kankercellen kunnen zich via het bloed of het lymfestelsel verspreiden naar andere delen van het lichaam. Daar kunnen nieuwe tumoren ontstaan. Het lymfestelsel is een netwerk van lymfebanen en lymfeklieren in het lichaam. Hier kunnen kankercellen zich nestelen. Voor uw behandeling is het belangrijk om te weten waar de kanker is ontstaan en of er uitzaaiingen zijn.

Het lymfestelsel 

Het lymfestelsel bestaat uit lymfevaten, lymfeklieren en lymfeweefsel.

Lymfevaten

Lymfevaten vervoeren een kleurloze vloeistof: de lymfe. Lymfe speelt een belangrijke rol bij de afweer. Via de lymfe worden afvalstoffen uit het lichaam afgevoerd. In de lymfe zitten ook witte bloedcellen. Via een netwerk van vaten komt de lymfe uiteindelijk in de bloedbaan terecht. Voordat dit gebeurt, stroomt de lymfe langs één of meerdere lymfeklieren.

Lymfeklieren

Lymfeklieren liggen op verschillende plaatsen in het lichaam, zoals:

  • in de hals
  • in de oksels
  • bij de longen en langs de luchtpijp
  • in de buik en darmen
  • in de bekkenstreek en liezen

Lymfeklieren werken als een soort ‘filters’. Ze halen bacteriën, virussen en afvalstoffen uit de lymfe en maken deze onschadelijk.

Lymfeweefsel

Lymfeweefsel bevindt zich niet alleen in de lymfeklieren, maar ook in andere delen van het lichaam, zoals:

  • de keelholte
  • de luchtwegen
  • de milt
  • de darmwand
  • het beenmerg

In het lymfeweefsel zitten witte bloedcellen, de zogenaamde lymfocyten. Lymfocyten worden aangemaakt in het beenmerg, de lymfeklieren en de milt. Ze circuleren via de lymfe en het bloed en spelen een belangrijke rol bij het bestrijden van ziekteverwekkers en het aanmaken van afweerstoffen.

Behandeling van kanker

Er zijn verschillende behandelingen mogelijk bij kanker. Welke behandeling u krijgt, hangt af van uw situatie. De belangrijkste behandelingen zijn:

  • Operatie: het verwijderen van de tumor
  • Bestraling (radiotherapie): het behandelen van de tumor met straling
  • Chemotherapie: behandeling met medicijnen die kankercellen remmen of doden

Soms krijgt u een combinatie van deze behandelingen.

Doel van de behandeling

Een behandeling kan verschillende doelen hebben:

  • Genezing (curatief): de behandeling is gericht op het volledig verwijderen van de ziekte
  • Aanvullende behandeling (adjuvant): extra behandeling om achtergebleven kankercellen te bestrijden
  • Klachten verminderen (palliatief): de behandeling is gericht op het remmen van de ziekte en het verminderen van klachten

Uw arts bespreekt met u welk doel in uw situatie van toepassing is.

Samen beslissen

Uw arts bespreekt met u welke behandelingen mogelijk zijn. Samen kijkt u wat het beste past bij uw situatie, uw gezondheid en uw wensen. U hebt altijd de tijd om na te denken over uw keuze. Als u twijfelt, kunt u dit bespreken met uw arts. U hebt ook het recht om af te zien van (verdere) behandeling. Uw arts blijft u dan begeleiden en ondersteunen.

Wetenschappelijk onderzoek

In het UMC Utrecht wordt ook wetenschappelijk onderzoek gedaan om behandelingen te verbeteren. Soms vraagt uw arts of u wilt deelnemen aan een onderzoek. U krijgt dan extra informatie. Meedoen is altijd vrijwillig. Of u wel of niet meedoet, heeft geen invloed op uw behandeling.

Gebruik van lichaamsmateriaal

Voor het stellen van een diagnose wordt vaak weefsel onderzocht. Soms wordt een deel van dit weefsel bewaard voor wetenschappelijk onderzoek. Hebt u hier bezwaar tegen? Bespreek dit met uw arts. Uw keuze wordt vastgelegd in uw dossier.

Registratie van gegevens

Gegevens over ziekten en behandelingen worden landelijk verzameld. Dit helpt om de zorg te verbeteren. Uw gegevens worden anoniem verwerkt. Dat betekent dat deze niet naar u te herleiden zijn.

Belangrijke keuzes rondom zorg

Tijdens uw behandeling kunnen ook onderwerpen aan bod komen zoals reanimatie of beslissingen rond het levenseinde. Uw arts kan dit met u bespreken. U kunt dit ook zelf aangeven als u hierover wilt praten.

Gynaecologische kanker uitklapper, klik om te openen

Gynaecologische kanker is kanker van de vrouwelijke geslachtsorganen. Dit kunnen verschillende vormen van kanker zijn, afhankelijk van waar de ziekte ontstaat. De meest voorkomende vormen zijn:

  • baarmoederkanker
  • eierstokkanker
  • baarmoederhalskanker
  • vulvakanker (kanker van de schaamlippen)

Uw arts bespreekt met u om welke vorm het in uw situatie gaat.

De vrouwelijke geslachtsorganen

De vrouwelijke geslachtsorganen bestaan uit inwendige en uitwendige organen. Deze organen spelen een rol bij menstruatie, vruchtbaarheid en seksualiteit.

Inwendige geslachtsorganen

  • Baarmoeder: bestaat uit het baarmoederlichaam en de baarmoederhals
  • Eierstokken: maken eicellen aan en hormonen
  • Eileiders: verbinden de eierstokken met de baarmoeder
  • Baarmoederhals: het onderste deel van de baarmoeder, dat uitkomt in de vagina
  • Vagina: verbindt de baarmoederhals met de buitenkant van het lichaam

Uitwendige geslachtsorganen

  • Schaamlippen (vulva): beschermen de ingang van de vagina
  • Clitoris: een gevoelig orgaan dat een rol speelt bij seksuele prikkeling
  • Ingang van de vagina: de opening naar de vagina

Klachten en symptomen

De klachten bij gynaecologische kanker kunnen verschillen per soort kanker en per persoon. Mogelijke klachten zijn:

  • abnormaal bloedverlies (bijvoorbeeld na de overgang of tussen menstruaties)
  • buikpijn of een opgeblazen gevoel
  • veranderingen in ontlasting of plassen
  • pijn bij het vrijen

Hebt u klachten? Bespreek deze altijd met uw arts.

Onderzoek en diagnose

Om vast te stellen wat er aan de hand is, zijn vaak meerdere onderzoeken nodig. Voorbeelden van onderzoeken zijn:

  • inwendig onderzoek
  • echografie
  • CT-scan of MRI-scan
  • weefselonderzoek (biopsie)

De uitslagen van deze onderzoeken helpen om de diagnose te stellen en een behandelplan te maken.

Uw persoonlijke situatie

Geen enkele patiënt is hetzelfde. De soort kanker, het stadium van de ziekte en uw algemene gezondheid spelen een rol bij de behandeling. Uw arts bespreekt met u wat dit in uw situatie betekent.

Psychosociale aspecten uitklapper, klik om te openen

De Lastmeter

Tijdens uw behandeling kan de zorgverlener u vragen om de Lastmeter in te vullen. De Lastmeter is een vragenlijst die helpt om in kaart te brengen:

  • hoe het met u gaat
  • welke klachten u ervaart
  • waar u eventueel hulp bij nodig heeft

Op basis van uw antwoorden kan samen met u gekeken worden of extra ondersteuning wenselijk is.

Vermoeidheid

Veel patiënten met kanker hebben last van vermoeidheid. Deze vermoeidheid is anders dan gewone moeheid. U kunt zich uitgeput voelen, ook als u weinig heeft gedaan. Vermoeidheid kan ontstaan door de ziekte zelf, maar ook door de behandeling.

In de folder ‘Vermoeidheid na kanker’ van het KWF vindt u tips voor het omgaan met moeheid. Ook vindt u informatie op www.kanker.nl. Via de appstore van Kanker.nl kunt u de app Untire Now kosteloos downloaden.

Helen Dowling instituut

Het Helen Dowling instituut biedt internetondersteuning bij vermoeidheid bij kanker. Het programma heet ‘Minder moe bij kanker’. Meer informatie vindt u op www.hdi.nl.

Emoties bij kanker

Kanker en de behandeling kunnen veel verschillende emoties oproepen. Iedereen gaat daar op zijn eigen manier mee om. Voor veel mensen zet de diagnose het dagelijks leven op zijn kop. Denk aan werk, relatie, gezin en sociale contacten. Onzekerheid over de toekomst en gevoelens van onmacht kunnen een grote rol spelen. Ondanks steun van uw omgeving kunt u zich soms eenzaam voelen. Ook voor uw partner, familie en vrienden is deze periode ingrijpend.

In een relatie kan het zijn dat u en uw partner verschillend omgaan met de ziekte. Rollen kunnen veranderen. De partner die ziek is, moet soms taken overlaten aan de ander. Dit kan spanning geven. Ook kan de toekomst die u samen voor ogen had onder druk komen te staan. Partners kunnen ook behoefte hebben aan ondersteuning, bijvoorbeeld van een zorgverlener of via lotgenotencontact.

Na de behandeling

Ook na de behandeling kunt u verschillende emoties ervaren. U kijkt terug op een ingrijpende periode. Uw lichaam heeft tijd nodig om te herstellen en kan blijvend veranderd zijn. Het kan moeilijk zijn om het gewone leven weer op te pakken. Praten met een deskundige kan helpen. In het ziekenhuis kunt u terecht bij een medisch maatschappelijk werker voor vragen, advies en begeleiding. 

Ook contact met lotgenoten kan steun geven. Het kan helpen om herkenning te vinden bij anderen. In dit dossier vindt u verderop een overzicht van organisaties.

Het gevoel van verminderd vrouw zijn

Kanker kan gevolgen hebben voor hoe u zich voelt als vrouw. Zowel lichamelijk als emotioneel kunnen er veranderingen optreden. Het missen van de baarmoeder, veranderingen aan de schaamlippen, eerder in de overgang komen of zichtbare littekens kunnen invloed hebben op uw lichaamsbeeld. Praten kan helpen, bijvoorbeeld met uw partner, een vriend(in), een lotgenoot of een hulpverlener.

Na een operatie wordt de ruimte van de baarmoeder opgevuld door de darmen. Er is geen open verbinding meer tussen de vagina en de buikholte. De top van de vagina is tijdens de operatie gesloten. Sperma komt daardoor niet in de buikholte. Soms kan het helpen om samen met uw partner mee te kijken tijdens een controle bij de arts (bijvoorbeeld met een spiegel), zodat u ziet hoe de vagina of vulva eruitziet.

Het is belangrijk om gevoelens en onzekerheden over seksualiteit met elkaar te bespreken. Openheid en geduld kunnen helpen bij het herstel van de seksuele relatie. De kwaliteit van de seksuele relatie vóór de ziekte speelt vaak een rol bij hoe deze na de behandeling wordt ervaren.

Verlies van vruchtbaarheid 

Na een baarmoederverwijdering of wanneer de eierstokken niet meer werken, kunt u niet meer zwanger worden. Voor vrouwen en partners met een kinderwens is dit vaak een zware belasting. Maar ook als u geen kinderwens (meer) heeft, kan het moeilijk zijn dat deze keuze u wordt ontnomen. Hebt u vragen over bijvoorbeeld draagmoederschap of eiceldonatie? Bespreek deze met uw gynaecoloog. Zo nodig kan hij u doorverwijzen.

Als u behoefte hebt om ervaringen te delen, kan contact met lotgenoten helpen. Dit kan bijvoorbeeld via Olijf, Freya of het AYA-platform. De contactgegevens vindt u onder 'Hulpverlenende instanties'. 

De omgeving

Kanker heeft u niet alleen
Steun van naasten is belangrijk bij het verwerken van de ziekte en de behandeling. Het kan helpen om uw angsten en onzekerheden te delen.Soms krijgt u steun van mensen van wie u het niet verwacht. Tegelijk kan het voorkomen dat mensen afstand houden, omdat zij niet goed weten hoe ze moeten reageren. Als u dit lastig vindt, kan het helpen om zelf contact te zoeken en uw gevoelens te bespreken.

De partner
Door de ziekte kunnen rollen binnen de relatie veranderen. De partner neemt vaak meer zorgtaken op zich. Uw partner kan zich zorgen maken en zich tegelijk beperkt voelen in het eigen leven. Tegenstrijdige gevoelens, zoals bezorgdheid en irritatie, kunnen voorkomen. Het kan helpen als uw partner ook tijd voor zichzelf neemt. Praten en gevoelens delen kan steun geven. Soms bent u bang om uw partner te belasten, maar door samen te praten kan dit juist helpen. Door te delen, wordt het vaak voor beiden minder zwaar.

Als u (jonge) kinderen hebt
Voor kinderen is het ingrijpend als een ouder ziek is. Ook hun wereld verandert. Het is belangrijk om uw kinderen op een duidelijke en eerlijke manier te betrekken. Geef uitleg die past bij hun leeftijd en moedig hen aan om vragen te stellen. Als kinderen niet betrokken worden, kunnen zij zelf invullingen geven die niet kloppen.  Kinderen gaan op hun eigen manier om met de situatie. Ze kunnen bijvoorbeeld snel weer doorgaan met hun dagelijkse bezigheden. Dat kan hun manier zijn om ermee om te gaan. Soms praten kinderen liever met iemand buiten het gezin. Probeer dit niet als afwijzing te zien, maar als een manier om met de situatie om te gaan.

Meer informatie
U kunt meer informatie vinden op:

Hulpverlenende instanties

Als u of uw naasten behoefte hebben aan extra ondersteuning, zijn er verschillende mogelijkheden.

In het ziekenhuis

Naast uw arts en verpleegkundige kunt u gebruikmaken van andere zorgverleners (zie hoofdstuk 1). Deze ondersteuning kan ook poliklinisch doorgaan. 

Oncologische revalidatie
In het UMC Utrecht is een revalidatieprogramma voor mensen met kanker. Dit programma richt zich op de gevolgen van de ziekte en de behandeling in het dagelijks leven. Het doel is dat u lichamelijk, psychisch en sociaal zo goed mogelijk kunt functioneren. U krijgt begeleiding van een team van verschillende zorgverleners die samenwerken. Bespreek met uw arts, verpleegkundig specialist of contactpersoon welke klachten u ervaart. Zij kunnen u adviseren en eventueel verwijzen. De revalidatiearts bespreekt met u of deelname zinvol is en hoe het programma u kan helpen.

Thuis

U kunt ook ondersteuning zoeken via uw huisarts. Samen kunt u kijken welke hulp er bij u in de buurt beschikbaar is.

Patiëntenvereniging en lotgenotencontact

  • Stichting Olijf
    Stichting Olijf is een netwerk voor vrouwen met gynaecologische kanker, hun partners en naasten. U kunt hier ervaringen delen en in contact komen met lotgenoten. Zij organiseren bijeenkomsten en bieden informatie en ondersteuning.

    Websites:
    www.levenmetkanker.nl
    www.olijf.nl
    Telefoon: 020-3039292
    E-mail: olijf@olijf.nl
  • Nationaal AYA Platform
    AYA staat voor Adolescent & Young Adult en is gericht op mensen tussen de 18 en 39 jaar met kanker. Zij hebben specifieke vragen over bijvoorbeeld opleiding, werk, relaties, vruchtbaarheid en seksualiteit. Via de AYA-community kunt u online in contact komen met andere (ex-)patiënten en naasten.
    Website: www.ayazorgnetwerk.nl
  • Freya
    Freya is een landelijke patiëntenorganisatie voor mensen met vruchtbaarheidsproblemen. Zij bieden informatie, ondersteuning en contact met lotgenoten.
    Website: www.freya.nl
  • Inloophuizen
    In Nederland zijn veel inloophuizen en ‘Centra voor Leven met Kanker’. U en uw naasten kunnen hier terecht voor een luisterend oor, informatie en activiteiten. U kunt er zonder afspraak binnenlopen. Er zijn vaak vrijwilligers aanwezig die uit eigen ervaring weten wat kanker betekent. Er worden ook bijeenkomsten georganiseerd en er is ruimte voor lotgenotencontact.
    Voor actuele informatie kunt u kijken op de website: www.ipso.nl en www.verwijsgidskanker.nl

Psychosociale begeleiding (regio Utrecht

Helen Dowling Instituut
Het Helen Dowling Instituut biedt psychologische begeleiding aan mensen met kanker en hun naasten. Zij richten zich op het verbeteren van de kwaliteit van leven en doen ook wetenschappelijk onderzoek.

Adres: Professor Bronkhorstlaan 20, 3723 MB Bilthoven
Telefoon: 030 25 240 20
Website: www.hdi.nl
E-mail: info@hdi.nl

Oncologische revalidatie buiten het UMC Utrecht

Ook buiten het UMC Utrecht zijn er mogelijkheden voor oncologische revalidatie. Voor actuele informatie kunt u zoeken op internet of dit bespreken met uw contactpersoon.

Algemene informatie over kanker

KWF Kankerbestrijding
Postbus 75508
1070 AM Amsterdam
Telefoon: 0800 022 66 22 (maandag t/m vrijdag van 12.00 tot 17.00 uur)
E-mail: publieksservice@kwf.nl
Website: www.kwf.nl

Gevolgen voor seksualiteit uitklapper, klik om te openen

Seksualiteit speelt voor veel mensen een belangrijke rol in het leven. De diagnose kanker en de behandeling kunnen tijdelijke of blijvende gevolgen hebben voor uw seksualiteit. Als u een partner heeft, kan dit ook invloed hebben op hem of haar en op uw relatie. In dit onderdeel leest u welke gevolgen er kunnen zijn en wat u kunt doen bij problemen. Voor veel mensen is seksualiteit een moeilijk onderwerp om te bespreken. Dat geldt voor patiënten, partners en soms ook voor zorgverleners. Daardoor blijven seksuele problemen soms onbesproken. Wij hopen dat deze informatie u helpt om dit onderwerp bespreekbaar te maken met uw arts of verpleegkundige, als u daar behoefte aan heeft. Het kan ook zijn dat seksualiteit op dit moment geen belangrijke rol speelt in uw leven of dat u geen klachten ervaart. In dat geval is deze informatie voor u misschien minder relevant.

Seksualiteit en ziekte

Seksualiteit is een samenspel van verschillende factoren waar we meestal niet bewust bij stilstaan. Door kanker en de behandeling kunnen verschillende onderdelen van seksualiteit veranderen:

  • Gevoel van vrouw zijn en aantrekkelijkheid
    Dit kan veranderen, bijvoorbeeld door littekens, het missen van de baarmoeder of eierstokken of door klachten van de overgang.
  • Seksueel functioneren
    Dit bestaat uit verschillende onderdelen, zoals zin in seks (libido), opwinding, vochtig worden (lubricatie) en klaarkomen (orgasme). Normaal gesproken verlopen deze zonder pijn en met plezier, maar dat kan veranderen.
  • Seksuele relatie
    Binnen een relatie kunnen seksuele behoeften verschillen. Vaak ontstaat hierin een evenwicht. Door kanker en behandeling kan dit evenwicht verstoord raken.

Kanker kan op verschillende manieren invloed hebben op seksualiteit. Voor sommige mensen ligt het seksuele leven tijdelijk stil door de emotionele impact van de ziekte. Anderen hebben juist meer behoefte aan intimiteit. Daarnaast kunnen behandelingen gevolgen hebben. Operaties of bestraling kunnen invloed hebben op het lichaam, het zelfbeeld en de seksualiteit. De invloed van de behandeling is moeilijk te voorspellen. Dit hangt af van de behandeling en van wat seksualiteit voor u en uw partner betekent.

Gevolgen van bijwerkingen van de behandeling

  • Vermoeidheid
    Vermoeidheid komt vaak voor en kan ervoor zorgen dat u minder zin heeft in seks. U kunt proberen het vrijen aan te passen. Bijvoorbeeld door uw partner meer te laten doen, zodat u zelf minder inspanning hoeft te leveren. Ook kan het helpen om momenten te kiezen waarop u zich het minst moe voelt, bijvoorbeeld in de ochtend. Soms kan vrijen ook prettig zijn zonder orgasme.
  • Misselijkheid
    Misselijkheid gaat meestal niet goed samen met seks. Gelukkig kan misselijkheid vaak behandeld worden, waardoor deze minder klachten geeft.
  • Problemen met slijmvliezen
    Door de behandeling kunnen slijmvliezen geïrriteerd raken. Dit kan leiden tot wondjes in de mond, vagina of anus. Zoenen, orale seks en gemeenschap kunnen daardoor pijnlijk zijn. Goede verzorging van de huid en slijmvliezen is belangrijk. Ook diarree kan het vrijen bemoeilijken. Bespreek deze klachten met uw arts of verpleegkundige.
  • Zenuwschade (neuropathie)
    Sommige behandelingen kunnen de zenuwen beschadigen. Dit kan leiden tot pijn, overgevoeligheid of juist minder gevoel. Hierdoor kan het minder prettig zijn om aangeraakt te worden.
  • Hormonale veranderingen
    De behandeling kan invloed hebben op hormonen die belangrijk zijn voor seksualiteit. De eierstokken maken oestrogenen aan. Bij een tekort kunt u overgangsklachten krijgen. Ook testosteron speelt een rol bij zin in seks en opwinding. Deze hormonen worden deels ook in de bijnieren aangemaakt. Door de behandeling kan deze aanmaak verminderen.

Gevolgen van hormonale veranderingen

Bij vrouwen die nog niet in de overgang waren, kunnen menstruaties onregelmatig worden of stoppen. Dit wijst vaak op een tekort aan oestrogenen. Dit kan ook ontstaan als de eierstokken zijn verwijderd of niet meer werken. Een tekort aan oestrogenen kan zorgen voor een droge vagina. Daardoor kan gemeenschap pijnlijk zijn. Als u toch gemeenschap wilt hebben, kan een glijmiddel helpen. Blijft het pijnlijk, dan is het beter om andere vormen van intimiteit te kiezen. Soms kunnen oestrogenen voorgeschreven worden om klachten te verminderen. Als de eierstokken niet meer werken, wordt er minder testosteron aangemaakt. Dit kan leiden tot:

  • minder zin in seks
  • minder opwinding
  • vermoeidheid
  • minder gevoel in erogene zones
  • moeite met klaarkomen

Als u vóór de behandeling geen problemen had met klaarkomen, kan dit wijzen op een tekort aan testosteron. In sommige gevallen kan dit tekort behandeld worden. 

Gevolgen voor de partner en de relatie

Als u een partner heeft, is het belangrijk om ook aandacht te hebben voor zijn of haar behoeften. Seks kan minder belangrijk worden door de ziekte. Intimiteit kan een andere vorm krijgen. Binnen een relatie verschillen seksuele behoeften vaak al. Door ziekte kunnen deze verschillen groter worden. Sommige stellen kiezen voor andere vormen van intimiteit, zoals knuffelen. Soms bevredigt de gezonde partner zichzelf, terwijl er toch lichamelijk contact is. De rol van de partner kan veranderen. De partner neemt vaak meer zorgtaken op zich. Dit kan invloed hebben op de relatie en op seksualiteit. Ook kan de partner vermoeid zijn door de zorg, waardoor er minder ruimte is voor seks. Dit kan leiden tot minder seksualiteit en soms ook minder intimiteit. Het is dan belangrijk om contact te houden, bijvoorbeeld door te praten en te knuffelen. Soms maakt de partner zich zorgen dat chemotherapie via seksueel contact schadelijk kan zijn. Dat is niet het geval. Het is dus niet nodig om bijvoorbeeld een condoom te gebruiken om de partner te beschermen.

Adviezen

Seksuele klachten kunnen moeilijk zijn om mee om te gaan. Klachten zoals vermoeidheid, een veranderd zelfbeeld, minder zin, droogheid, pijn of moeite met klaarkomen kunnen ervoor zorgen dat u minder behoefte heeft aan seks. Als u een partner heeft, is het belangrijk om hierover samen te praten. Als u problemen ervaart en er samen niet uitkomt, bespreek dit dan met uw arts, verpleegkundig specialist of contactpersoon. Veel mensen vinden dit moeilijk of gênant, maar praten kan helpen. 

Uw zorgverlener kan met u meedenken en zoeken naar oplossingen. Soms kan bijvoorbeeld medicatie aangepast worden of kunnen hormonen worden voorgeschreven. Zo nodig kunt u worden doorverwezen naar een seksuoloog.

Meer informatie

Telefoonnummers en adressen uitklapper, klik om te openen

  • Receptie afsprakenbalie: 088 75 694 42
  • Verpleegafdeling C5 West: 088 75 575 43
  • Opnamesecretariaat: 088 75 564 46
  • Radiotherapie: 088 75 588 00
  • Medische oncologie (chemotherapie): 088 75 563 08

Uw postadres in het UMC Utrecht

Mevrouw
UMC Utrecht
Afdeling C5 West, kamer
Postbus 85500
3508 GA Utrecht

Contact uitklapper, klik om te openen

Hebt u vragen over uw afspraak of behandeling?

Polikliniek Gynaecologische oncologie

088 75 694 42

admigon@umcutrecht.nl

De polikliniek is op werkdagen bereikbaar van 8.00 tot 17.00 uur.

Als u een afspraak wilt maken op de polikliniek Medische oncologie hebt u een verwijzing nodig van uw huisarts of specialist.

Polikliniek Medische oncologie

088 75 563 08 

U kunt de polikliniek van 8.00 tot 12.00 uur en van 13.00 tot 17.00 uur bereiken. 
Overige contactgegevens

Acute hulp buiten kantooruren
In de avond en nacht, tijdens het weekend en op feestdagen neemt u contact op met de dienstdoende oncoloog: 088 75 555 55. Vraag naar de dienstdoende oncoloog, de receptie verbindt u dan door.

Second opinion
Bezoekt u deze webpagina omdat u een polikliniek-afspraak wilt maken voor een second opinion? Leest u dan alstublieft eerst de informatie op de webpagina 'Second opinion'.

Bedankt voor uw reactie!

Heeft deze informatie u geholpen?
Graag horen we van u waarom niet, zodat we onze website kunnen verbeteren.

umcutrecht.nl maakt gebruik van cookies

Deze website maakt gebruik van cookies Deze website toont video’s van o.a. YouTube. Dergelijke partijen plaatsen cookies (third party cookies). Als u deze cookies niet wilt kunt u dat hier aangeven. Wij plaatsen zelf ook cookies om onze site te verbeteren.

Lees meer over het cookiebeleid

Akkoord Nee, liever niet