In overleg met de arts en diëtist gaat u thuis sondevoeding gebruiken. Hier vindt u informatie over sondevoeding, hoe u deze toedient en over de verzorging van de materialen die u nodig hebt.
Wat is sondevoeding? uitklapper, klik om te openen
Als u niet mag eten of niet voldoende voeding en vocht binnenkrijgt, kan sondevoeding nodig zijn. Sondevoeding is een dun vloeibare voeding en wordt toegediend door een slangetje (sonde of katheter). Sondevoeding kan gewone voeding helemaal vervangen, maar kan ook een aanvulling zijn op wat u zelf eet. U ruikt of proeft sondevoeding niet, omdat het direct in de maag of darmen komt. Alleen bij het opboeren van sondevoeding, proeft of ruikt u een melkachtige smaak.
Er zijn verschillende soorten sondevoeding. Uw diëtist bespreekt welke sondevoeding het beste bij u past en geeft een persoonlijk advies.
Welke sonde hebt u? uitklapper, klik om te openen
U krijgt de voeding door een sonde, een buigzaam slangetje. Het uiteinde van het slangetje ligt in de maag of in de darm.
A. Neusmaagsonde
Deze sonde loopt via de neus en de keel naar de maag. De sondevoeding komt in de maag.
A. Neusdarmsonde (onder andere neusduodenumsonde)
Deze sonde loopt via de neus, keel en maag en het uiteinde ligt in de darm. De sondevoeding komt in de darm (geblokte stuk loopt door naar de darm).
B. Maagsonde: PEG (Percutane Endoscopische Gastrostomie) of PRG (Percutane Radiologische Gastrostomie)
De sonde wordt in de buikwand geplaatst en komt door de buikwand naar buiten. De sondevoeding komt in de maag.
C. Darmsonde: Jujunostomie katheter
Deze sonde komt ligt in de dunne darm en komt door de buikwand naar buiten. De sondevoeding komt in de darm.
Hoe wordt de sondevoeding toegediend? uitklapper, klik om te openen
Sondevoeding wordt op verschillende manieren toegediend. De manier van toedienen wordt ook bepaald door de soort sonde die u hebt. Toediening gebeurt meestal met een voedingspomp.
Toediening met een voedingspomp
De voedingspomp dient de sondevoeding gelijkmatig en in de gewenste hoeveelheid toe. De voedingspomp zit aan een infuuspaal of in een rugzak. De verpleegkundige (van de verpleegafdeling, polikliniek of thuiszorg) of de leverancier van de voedingspomp geeft mondelinge uitleg over de voedingspomp. En u krijgt schriftelijke informatie over het gebruik van de pomp.
Wat is goede hygiëne bij het gebruik van sondevoeding? uitklapper, klik om te openen
Sondevoeding is meestal verpakt in een pack (kunststof zak) of fles en kant-en-klaar voor gebruik. Goede hygiëne is heel belangrijk, omdat de sondevoeding, de sonde en de toedieningsmaterialen gevoelig zijn voor bacteriën. Te veel bacteriën kunnen misselijkheid of diarree veroorzaken. Hieronder staan adviezen voor het bewaren en toedienen van sondevoeding.
Bewaren van sondevoeding
Denk bij het bewaren van sondevoeding aan het volgende:
- Gebruik de sondevoeding niet meer als de houdbaarheidsdatum op de verpakking voorbij is;
- Bewaar dichte verpakkingen bij voorkeur op een donkere koele plaats.
Kant-en-klare sondevoeding (pack):
- Bewaar geopende verpakkingen met kant-en-klare sondevoeding altijd in de koelkast met de dop erop;
- Geopende verpakkingen nooit langer dan 24 uur bewaren;
- Een op de pomp aangesloten verpakking is 24 uur houdbaar;
- Haal de sondevoeding die u nodig hebt een uur voor het voeden uit de koelkast, om de voeding op kamertemperatuur te brengen voor gebruik;
- Schud de verpakking altijd voor gebruik;
- Sondevoeding mag niet in de zon staan;
Zelf te bereiden sondevoeding; Vivonex Ten:
- Ongeopend op een koele, droge plaats bewaren;
- Bereiden volgens de gebruiksaanwijzing op de verpakking;
- Bereid is Vivonex Ten op kamertemperatuur 6 uur houdbaar, in de koelkast 24 uur houdbaar.
Hygiëne en verzorging van de sonde
Voor het hygiënisch toedienen van sondevoeding is het volgende belangrijk:
- Was altijd uw handen voordat u begint met het verzorgen van de sonde of met het toedienen van sondevoeding;
- Werk op een schone plek, bijvoorbeeld een schone tafel of een schoon aanrecht;
- Verwissel minstens 1 keer per 24 uur het toedieningssysteem;
- Spoel de sonde minimaal 4-6 keer per dag door met 20-30 ml kraanwater, zie ook "Het doorspoelen van een neussonde, PEG/PRG en jejunostomie".
Hoe verwisselt u het toedieningssysteem? uitklapper, klik om te openen
Om verstopping te voorkomen moet het toedieningssysteem dagelijks verwisseld worden. U kunt deze het beste verwisselen wanneer u een nieuw pack sondevoeding aanhangt:
- Leg een nieuw toedieningssysteem klaar en haal deze uit de verpakking;
- Sluit het nieuwe toedieningssysteem aan op het pack sondevoeding;
- Vul het gehele systeem met sondevoeding door op het knopje ‘fill set’ te drukken wanneer het systeem in de pomp bevestigd is (afhankelijk van welk soort voedingspomp u hebt);
- Als het systeem gevuld is, kunt u het toedieningssysteem verwisselen;
- Draai aan het toedieningssysteem en de sonde om los te koppelen.
Het doorspoelen van de sonde uitklapper, klik om te openen
Het doorspoelen van de sonde is belangrijk om verstopping te voorkomen. Spoel de sonde minimaal 4-6 keer per dag door met 20-30 ml lauwwarm water.
Spoel de sonde in elk geval altijd door:
- Voor en na het toedienen van de sondevoeding;
- Bij het aanhangen van een nieuwe verpakking sondevoeding;
- Voor en na toedienen van medicijnen via de sonde;
- Voor het slapen gaan en na het wakker worden.
Hoe spoelt u de sonde door?
- Zet de sondevoeding stop;
- Pak een 20 of 50 ml spuit en vul deze met lauwwarm kraanwater;
- Sluit de spuit aan op het bijspuitpunt van de sonde;
- Druk nu met enige kracht de spuit leeg;
- Herstart de sondevoeding.
Mocht de voedingssonde verstopt zitten, zie dan ‘Wat te doen bij een verstopte voedingssonde’. Voor het verzorgen van een PEG; zie de folder ‘Percutane Endoscopische Gastrostomie (PEG), plaatsing en verzorging van de PEG-sonde’; verkrijgbaar via de endoscopiekamer.
Het verwisselen van de neus- of wangpleister bij een neussonde uitklapper, klik om te openen
Vervang de neuspleister elke dag en/of na het douchen om te voorkomen dat de pleister loslaat en de neussonde niet goed op zijn plaats blijft zitten. U voorkomt huidirritatie en drukplekken in de neus door de neussonde net even anders vast te plakken.
Heeft u een neussonde met een Bridle (klein blauw slangetje wat de neussonde op zijn plek houdt), dan hoeft u geen pleister te wisselen. Controleer regelmatig of het gele klemmetje, wat de neussonde vasthoudt, nog goed dicht zit.
Hoe verwisselt u de pleister?
- Was uw handen;
- Leg de benodigde materialen klaar; nieuwe pleister, vochtig gaasje of washandje;
- Haal de oude pleister voorzichtig los en zorg ervoor dat de sonde op de juiste plaats blijft. Geef met een watervaste stift of een stukje pleister op de sonde aan hoever de sonde in de neus moet zitten;
- Verwijder de oude pleisterresten, eventueel met zeep met warm water of met ether. Laat dit goed opdrogen, anders plakt de nieuwe pleister niet;
- Plak de nieuwe pleister net op een andere plaats om drukplekken te voorkomen;
- Overleg bij een gevoelige huid met de verpleegkundige hoe u de pleister het beste kunt vastzetten. Mogelijk is een neussonde met Bridle systeem (een systeem om een neussonde vast te zetten) een goede optie voor u.
Vastzetten van de neussonde uitklapper, klik om te openen
Zet de sonde vast op uw kleding met bijvoorbeeld een pleister of veiligheidsspeld. Dit voorkomt dat de sonde er bij een onverwachte beweging uitschiet.
Gebruik van medicijnen uitklapper, klik om te openen
Als u medicijnen goed kunt slikken, dan kunt u dit blijven doen. Als u niet kunt of niet mag slikken, dan kijkt de arts of verpleegkundige naar een andere mogelijkheid, bijvoorbeeld een suspensie, poeders, druppels of zetpil.
Het toedienen van medicijnen via de sonde/katheter
Let tijdens het toedienen van medicijnen op:
- Spuit de sonde of katheter voor en na de toedienen van elk medicijn door met 20- 30 ml lauwwarm water;
- Vermeng de medicijnen nooit met sondevoeding;
- Als u medicijnen moet innemen ‘op een nuchtere maag’, dan moet de sondevoeding tijdelijk gestopt worden. Bespreek met uw diëtist hoe de inloopsnelheid van de sondevoeding aangepast kan worden.
Het toedienen van medicijnen bij een jejunostomie katheter
De sonde van de jejunostomie katheter is zo dun dat deze gemakkelijk verstopt kan raken. Alleen noodzakelijke medicijnen mogen, na overleg met uw arts, door deze katheter gegeven worden.
Let tijdens het toedienen van medicijnen op:
- Spuit de sonde of PEG katheter voor en na de toedienen van elk medicijn door met 20- 30 ml lauwwarm water;
- Vermeng de medicijnen nooit met sondevoeding.
Verzorging van neus, keel, mond en gebit uitklapper, klik om te openen
Verzorging van de neus
Bij een neussonde kan het neusslijmvlies geïrriteerd raken. Plak bij irritatie van het neusslijmvlies de sonde vast op een andere plek op de neus of wang. Controleer de neus dagelijks op roodheid en/of beginnende wondjes. Verzorg eventueel de neus met een in water gedrenkt gaasje of wattenstaafje. Gebruik zo nodig fysiologisch zout in druppels of spray (te koop bij drogist of apotheek).
Verzorging van de mond en het gebit
Doordat u niet eet worden de speekselklieren in de mond niet gestimuleerd om speeksel te maken. Hierdoor heeft u minder of geen speeksel. Het speeksel beschermt het gebit en de mond. Let daarom op het volgende:
- Poets bij voorkeur 3 keer per dag uw tanden of gebitsprothese met fluoride tandpasta. Wanneer u niet kunt poetsen: drie tot vier keer per dag de mond spoelen met chloorhexidine 0,12% mondspoeling;
- Één keer per dag de tong mee poetsen;
- Reinig één keer per dag de ruimte tussen tanden en kiezen met een tandenstoker of flosdraad. Houd de mond vochtig door deze regelmatig te spoelen met kraanwater of neem (indien toegestaan) door af een suikervrij zuurtje of kauwgom; gebruik suikervrij zuurtjes of kauwgom om tandbederf te voorkomen;
- Vet uw lippen in met lippencrème (bijvoorbeeld Labello) of vaseline.
Hebt u keel- of slikklachten?
Neem bij keel- of slikklachten bijvoorbeeld Strepsils en of Hibitane zuigtabletten om de keel(pijn) te verzachten. Deze zijn verkrijgbaar bij de drogist. Als het slikken echt te pijnlijk wordt/ blijft, overleg dan met uw (huis)arts of verpleegkundig. Bij een sonde kunt u een schimmelinfectie in de keel krijgen, die behandeld moet worden. Overleg bij blijvende pijnklachten altijd met uw (huis)arts of verpleegkundig specialist.
Gewichtsverloop uitklapper, klik om te openen
Het streven is dat uw gewicht stabiel blijft. Tijdens een behandeling of in een herstelfase kunt u beter geen gewicht verliezen. Dit vermindert de wondgenezing, de hart- en longfunctie en geeft risico op infecties. U herstelt minder snel en u voelt zich minder goed. Weeg 1 keer per week op hetzelfde moment van de dag op dezelfde weegschaal. Als u afvalt, neem dan contact op met de diëtist.
Problemen bij het gebruik van sondevoeding uitklapper, klik om te openen
Bij het gebruik van sondevoeding kunt u problemen ervaren. Hieronder staan de meest voorkomende problemen en wat u er zelf aan kunt doen.
Verstopte sonde
U merkt dit doordat:
- De sonde niet meer goed doorloopt;
- De voedingspomp steeds alarmeert;
- Het niet lukt om lauw kraanwater door de sonde spuiten.
Oorzaken kunnen zijn:
- De sonde is onvoldoende of niet goed doorgespoten met lauw kraanwater;
- Medicijnen zijn niet fijn genoeg gemaakt;
- Verharding van de sonde door ouderdom of te lange blootstelling aan de zon.
Wat kunt u er aan doen?
- Trek met een spuit zoveel mogelijk voeding uit de sonde;
- Probeer de sonde door te spuiten met 5-10 ml lauw kraanwater en herhaal dit enkele malen;
- Gebruik nooit koolzuurhoudend bronwater of frisdranken;
- Als de verstopping te zien is: probeer op die plek de voedingssonde zachtjes te kneden. Als de verstopping los komt, de sonde doorspuiten met lauwwarm water;
- Als het niet lukt de verstopping op te lossen moet de sonde vervangen worden.
Neem contact op met de verpleegkundig specialist, arts of verpleegkundige van de thuiszorg voor overleg. Als dit ’s nachts gebeurt, kunt u tot de volgende ochtend wachten.
Obstipatie
Obstipatie betekent dat u langer dan 3 dagen geen ontlasting hebt gehad, tenzij dit uw normale ontlastingspatroon is.
Oorzaken hiervan kunnen zijn:
- u krijgt te weinig vocht;
- uw voeding bevat te weinig voedingsvezels;
- medicijnen;
- gebrek aan lichaamsbeweging.
Wat kunt u er aan doen?
- het gebruik van meer vocht bespreken met uw arts;
- de mogelijkheid van vezelrijke voeding bespreken met uw arts/of diëtist;
- medicatie bespreken met uw verpleegkundig specialist of arts;
- mogelijkheid tot (meer bewegen) bespreken met uw arts.
Diarree
U moet vaak naar het toilet of u hebt waterdunne ontlasting.
Oorzaken hiervan kunnen zijn:
- te snelle toediening van de sondevoeding;
- te koude voeding;
- te grote hoeveelheid voeding in één keer toedienen;
- uw voeding bevat te weinig voedingsvezels;
- het toedieningssysteem is te lang gebruikt;
- gebrek aan hygiëne;
- uw voeding wordt minder goed verteerd;
- medicijnen.
Wat kunt u er aan doen?
- inloopsnelheid sondevoeding verlagen;
- voeding op kamer temperatuur toedienen;
- een andere toedieningshoeveelheid bespreken met de diëtist;
- de mogelijkheid van vezelrijke voeding bespreken met uw diëtist of arts;
- ga hygiënisch te werk: zie informatie onder het kopje “Hygiëne en verzorging van de sonde”
Belangrijk bij diarree is dat u voldoende vocht binnenkrijgt. Als de diarree langer dan drie dagen aanhoudt, neem dan contact op uw verpleegkundig specialist of arts.
Misselijkheid en/of braken
U voelt zich misselijk en/of u braakt de sondevoeding weer uit.
Oorzaken hiervan kunnen zij:
- de sondevoeding is te snel toegediend;
- er is een te grote hoeveelheid sondevoeding in één keer gegeven;
- de maag werkt minder snel;
- passageproblemen in het maag-darmkanaal (bijvoorbeeld obstipatie);
- verkeerde ligging van de voedingssonde (bijvoorbeeld een neusduodenumsonde ligt in de maag).
Wat kunt u er aan doen?
- het verlagen van de inloopsnelheid bespreken met de diëtist;
- een andere toedieningshoeveelheid bespreken met de diëtist.
Als de misselijkheid aanhoudt, overleg dan met uw arts of verpleegkundig specialist.
Uitdroging
Bij uitdroging hebt u een droge mond en dorst. U plast weinig en uw urine is donker van kleur. Uw huid is minder elastisch. Uw gewicht neemt af.
Oorzaken hiervan kunnen zijn;
- Teveel vochtverlies door koorts, diarree en braken;
- Meer vochtverlies door een warme omgeving.
Wat kunt u er aan doen?
- Bespreek met uw arts of verpleegkundig specialist of u meer vocht nodig hebt.
Het uitvallen van de neusmaagsonde of neusdarmsonde
Als de neusmaagsonde of neusdarmsonde overdag niet goed ligt of eruit valt, neem dan contact op met of verpleegkundig specialist, arts, de verpleegkundige van de thuiszorg of uw huisarts.
Het terugplaatsen van de sonde hoeft niet ’s avonds of ’s nachts te gebeuren, maar kan wachten tot de volgende dag.
Het uitvallen van de PEG/PRG of jejunostomie
Als de neusdarmsonde, PEG of de jejunostomie niet goed ligt of eruit valt; bij de PEG en of jejunum katheters kan de fistelopening binnen enkele uren dichtgroeien, het is daarom belangrijk dat er zo snel mogelijk een nieuwe PEG/PRG of jejunostomie wordt geplaatst.
- Overdag; neem dan contact op met de polikliniek Chirurgische Oncologie, telefoonnummer 088 75 569 01.
- ‘s Avonds/ ’s nachts; Neem direct contact op met de Spoed Eisende Hulp (SEH) via het centrale nummer van het UMC Utrecht; 088 75 555 55 of met de SEH van uw eigen woonplaats.
- Heeft u een jejunostomie en is deze eruit gevallen? Spoel dan de tip onder kraan af en plaats deze ongeveer 5 cm terug in de opening in de buik. Daarmee blijft de fistel open en is terugplaatsen in het ziekenhuis minder ingrijpend.
- Bij een neusdarmsonde hoeft u niet in de avond of nacht te bellen, u kunt wachten tot de volgende dag.
Hebt u nog vragen?
Verpleegkundig specialist / polikliniek Chirurgische Oncologie
aanwezig maandag t/m vrijdag, tussen 8.30-17.00 uur, 088 75 569 01
kies oncologische chirurgie in het keuzemenu. U krijgt de keuze om teruggebeld te worden
Verpleegafdeling C4-oost
088 75 570 34
Contact uitklapper, klik om te openen
Polikliniek Diëtetiek
Het secretariaat diëtetiek is op maandag t/m vrijdag van 8.00 - 12.15 uur en van 13.00 - 16.30 uur bereikbaar. Buiten de genoemde tijden kunt u een bericht inspreken op het antwoordapparaat of een mail sturen. Als u niet op de afgesproken tijd kunt komen, geef dit dan zo vroeg mogelijk aan ons door. Het secretariaat maakt dan een nieuwe afspraak met u. Het e-mailadres kan alleen gebruikt worden voor algemene vragen. In de e-mail mogen geen persoonlijke of medische gegevens staan, omdat e-mailen niet volledig privacy-veilig is.
Als patiënt van het UMC Utrecht hebt u toegang tot het patiëntportaal Mijn UMC Utrecht. U kunt via Mijn UMC Utrecht een bericht sturen naar uw diëtist. U krijgt dan binnen drie tot vijf werkdagen antwoord. U kunt inloggen in het Patiëntportaal Mijn UMC Utrecht met uw DigiD met sms-functie.