Terug

Voedingsrichtlijnen na een orgaantransplantatie

Patiëntfolder

Deze informatie is voor iedereen die een niertransplantatie, harttransplantatie of longtransplantatie heeft gehad in het UMC Utrecht.

Na een orgaantransplantatie gebruikt u medicijnen tegen afstoting. Deze medicijnen verlagen uw weerstand. Daardoor heeft u meer kans op een voedselinfectie.

Een voedselinfectie geeft klachten zoals buikpijn, overgeven, diarree en koorts. Door een voedselinfectie kan de hoeveelheid medicijnen in uw bloed veranderen. Daardoor neemt de kans op een acute afstoting toe. Ook kunt u uitdrogen. Dat vergroot het risico op nierproblemen. Voedselinfecties worden veroorzaakt door bacteriën, schimmels, virussen of parasieten in eten en drinken.

Daarom adviseren wij u om bepaalde producten niet meer te eten of drinken.

Goede voedselhygiëne is voor iedereen belangrijk, maar vooral na een orgaantransplantatie. Voedselhygiëne betekent dat u veilig omgaat met voedingsmiddelen. Als eten of drinken niet goed wordt bewaard of bereid, kan dit leiden tot een voedselinfectie. Het is daarom belangrijk om zorgvuldig om te gaan met het kopen, bereiden en bewaren van voedingsmiddelen.

Sommige voedingsmiddelen hebben invloed op de werking van uw medicijnen. Hierdoor kan de hoeveelheid medicijn in uw bloed hoger of lager worden. Daardoor werkt het medicijn minder goed of juist anders dan bedoeld. Daarom mag u deze voedingsmiddelen niet meer eten of drinken.

In deze richtlijn krijgt u ook informatie over welke rol voeding speelt bij uw herstel na een transplantatie en hoe u kunt werken aan een gezonde leefstijl.

Duur van de adviezen

De adviezen in deze richtlijn gelden voor de rest van uw leven.

Bacteriën, schimmels, virussen en parasieten

In eten en drinken kunnen ziekmakers zitten, zoals bacteriën, schimmels, virussen en parasieten. U kunt ze meestal niet zien, proeven of ruiken.

Een aantal veelvoorkomende ziekmakers zijn:

Listeria

Listeria is een bacterie die een voedselinfectie kan veroorzaken. Deze infectie heet listeriose. De bacterie komt vooral voor in producten die lang gekoeld worden bewaard en die u eet zonder ze eerst te verhitten. Voorbeelden van risicoproducten zijn:

  • zachte kazen van rauwe melk;
  • voorverpakte vleeswaren;
  • gerookte vis;
  • rauwe dierlijke producten.

Salmonella

Salmonella is een bacterie die een voedselinfectie kan veroorzaken. Deze bacterie komt voor in rauwe dierlijke producten, zoals:

  • vlees;
  • vis;
  • eieren.

Norovirus

Het norovirus is een zeer besmettelijk virus dat braken en diarree veroorzaakt. Besmetting gebeurt meestal via direct contact met een besmet persoon, maar kan ook via voedsel plaatsvinden. Het virus kan voorkomen in rauwe schaal- en schelpdieren zoals oesters en mosselen.

Hepatitis E

Hepatitis E is een virus dat een ontsteking van de lever veroorzaakt. Klachten ontstaan soms pas jaren na de besmetting. Hierdoor kan blijvende schade aan de lever ontstaan. Het virus kan voorkomen in:

  • rauwe schaal- en schelpdieren;
  • rauw varkensvlees;
  • rauw vlees van wild zwijn;
  • rauw vlees van edelhert.

Vooral varkenslever en producten die daarvan gemaakt zijn, zoals paté en leverworst, kunnen besmet zijn. Deze producten worden tijdens de productie niet altijd voldoende verhit.

Toxoplasma gondii

Toxoplasma gondii is een parasiet die toxoplasmose kan veroorzaken. Mensen met een verminderde weerstand kunnen hier ernstig ziek van worden. Mogelijke gevolgen zijn:

  • oogontsteking;
  • longontsteking;
  • hersenvliesontsteking.

De parasiet komt voor in:

  • rauw vlees;
  • rauwe vleeswaren;
  • kattenpoep.

Welke voedingsmiddelen mag u wel en niet gebruiken?


Vlees

Wel eten

  • Door-en-door verhit* vlees, kip of gevogelte:
    • Draai het product tijdens het bakken regelmatig om.
    • Het product mag vanbinnen niet meer rood of roze zijn. Het product moet volledig gaar zijn voordat u het eet.

Niet eten

  • (Deels) rauw vlees, kip of gevogelte, zoals:
    • tartaar
    • carpaccio
    • biefstuk
    • rosbief
    • fricandeau
    • rollade
    • cigköfte
Vleeswaren

Wel eten

  • Vleeswaren die niet rauw zijn, zoals:
    • gekookte ham (zoals schouderham, beenham, gegrilde ham, achterham, York ham, casselerrib)
    • gekookte worstsoorten (zoals boterhamworst, gekookte Gelderse)
    • gebraden gehakt
    • grillworst
    • kipfilet
    • kalkoenfilet
    • vleeswaren uit blik, zoals corned beef
  • Voorverpakte belegsalades uit de supermarkt, zoals:
    • eiersalade
    • tonijnsalade
    • zalmsalade
    • kipkerriesalade
  • Vegetarische belegsoorten, zoals:
    • vegetarische worst
    • vegetarische paté
    • vegetarische filet americain
    • hummus
    • baba ganoush
    • sandwichspread

Niet eten

  • (Deels) rauwe vleeswaren, zoals:
    • filet americain
    • tartaar
    • carpaccio
    • rosbief
    • fricandeau
    • rookvlees
    • theeworst
    • ossenworst
    • bloedworst
    • boerenmetworst
    • cervelaat
    • salami
    • chorizo
    • fuet
    • Franse/Spaanse droge worst
    • sucuk
    • pastirma (pekelvlees)
    • pastrami
    • rauwe ham
    • parmaham
    • serranoham
    • leverpaté
    • leverworst 
    • smeerleverworst 
    • leverpastei
    • berliner worst
    • balkenbrij
    • likkepot

Als u bovenstaande producten door-en-door verhit*, mag u ze wel eten.
Voorbeeld: salami op een pizza die door-en-door verhit* wordt in de oven.

Vis

Wel eten

  • Door-en-door verhitte* vis, zoals: 
    • gebakken vis
    • gestoomde vis
    • gefrituurde vis
    • vis uit blik of glas
    • warm gerookte vis zoals makreel of paling

Zorg ervoor dat het product van binnen niet meer glazig is.

Uitzondering
Dagverse rauwe haring mag u wel eten. Dit is haring die de visboer op de dag van verkoop uit het ijs heeft gehaald. Eet de haring direct na aankoop. 

Niet eten

  • (Deels) rauwe vis:
    • rauwe tonijn
    • sushi 
    • koud gerookte vis, zoals gerookte zalm
Schaal- en schepdieren

Wel eten

  • Door-en-door verhitte* schaal- en schelpdieren, zoals:
    • gekookte of gebakken kreeft
    • krab
    • garnalen
    • coquilles
    • kokkels
    • mosselen

De schelp moet na het koken goed geopend zijn.

Niet eten

  • Rauwe schaal- en schelpdieren, zoals:
    • rauwe garnalen
    • oesters
Kaas

Wel eten

  • Harde (boeren)kazen
  • Zachte kazen van gepasteuriseerde melk, zoals:
    • mozzarella
    • (zachte) geitenkaas
    • feta
    • smeerkaas
    • roomkaas
  • Witschimmelkazen van gepasteuriseerde melk, zoals:
    • brie
    • camembert

Niet eten

  • Zachte rauwmelkse kaas

Let op: Op de verpakking staat ‘rauwmelkse kaas’ of ‘au lait cru’. Koopt u kaas zonder verpakking, bijvoorbeeld bij de kaasboer of op de markt? Vraag dan of de kaas is gemaakt van rauwe of gepasteuriseerde melk.

  • Blauwschimmelkazen, zoals:
    • roquefort
    • Danablu
    • gorgonzola
Eieren

Wel eten

  • Door-en-door* verhit ei, zoals:
    • hardgekookt ei
    • gebakken ei met gestolde dooier
    • omelet
    • roerei 
    • fabrieksmatig gepasteuriseerd ei

Niet eten

  • (Deels) rauw ei, zoals:
    • zachtgekookt ei
    • gebakken ei met een niet volledig gestolde dooier
  • Producten met rauw ei, zoals:
    • zelfgemaakte mayonaise
    • bavarois
    • mousse
    • tiramisu

Let op: Koopt u deze producten in de supermarkt? Dan zijn ze wel veilig. De eieren zijn vóór het verpakken gepasteuriseerd.

Melk en melkproducten

Wel eten of drinken

  • Gepasteuriseerde melk(producten), zoals:
    • melk
    • karnemelk
    • yoghurt
    • kwark
    • vla
    • pudding
    • Optimel
    • yogidrink
    • ayran van gepasteuriseerde yoghurt

Alle melk(producten) uit de supermarkt zijn gepasteuriseerd.

Niet eten of drinken

  • Rauwe melk en ongepasteuriseerde melkproducten, zoals:
    • melk(producten) die rechtstreeks van de boerderij komen
    • biest
    • kefir 
    • ayran van ongepasteuriseerde yoghurt
Fruit

Wel eten

  • Vers en onbeschadigd fruit

Was het fruit onder stromend water voordat u het eet.

Niet eten

  • Fruit dat beschadigd is
  • Grapefruit, pomelo en sweetie

Deze fruitsoorten hebben invloed op de werking van uw medicijnen. Drink daarom ook niet het sap van deze vruchten. Meer informatie leest u verderop in de folder.

Groenten

Wel eten

  • Alle verse en onbeschadigde groenten en rauwkost.

Was groenten en rauwkost onder stromend water voordat u deze eet.

  • Verse kruiden
  • Voorverpakte en voorgesneden sla, groenten en rauwkost uit de supermarkt
  • Kiemgroenten, zoals:
    • alfalfa
    • klaverkiemen
    • taugé
    • waterkers

Dompel kiemgroenten onder in kokend water of (roer)bak ze mee in een gerecht.

  • Gefermenteerde groenten uit de fabriek, zoals:
    • zuurkool
    • kimchi

Niet eten

  • Rauwe kiemgroenten
  • Thuis gefermenteerde groenten
Noten

Let op: dit advies geldt alleen na een longtransplantatie.

Eet geen noten of pinda’s die u zelf moet pellen. Op de schil kunnen schimmelsporen zitten. Tijdens het pellen kunnen deze vrijkomen en ingeademd worden. U mag deze noten of pinda’s wel eten als iemand anders ze op enkele meters afstand voor u pelt.

Na een hart- of niertransplantatie geldt dit advies niet.

IJs

Wel eten

  • Voorverpakt ijs, zoals:
    • Per stuk verpakte ijsjes, zoals Cornetto en Magnum
    • waterijsjes
    • roomijs uit de supermarkt
  • Onverpakt ijs dat is bereid door medewerkers van een ijssalon, snackbar of fastfoodrestaurant, zoals:
    • schepijs
    • softijs
    • milkshake

Niet eten

  • IJs van ongepasteuriseerde melk
  • Onverpakt ijs uit een machine die u zelf bedient
Probiotica

Probiotica zijn niet toegestaan. Voorbeelden zijn:

  • zuivelproducten met probiotica, zoals Yakult, Actimel en Activia en Vifit
  • probiotica in capsules of tabletten

*Door-en-door verhit betekent dat een product overal even heet is en niet alleen aan de buitenkant.

Staat een product dat u wilt gebruiken niet in dit overzicht? Gebruik dan uw gezonde verstand. Twijfelt u? Gebruik het product dan niet. U kunt via een e-consult altijd een vraag stellen aan uw diëtist.

Producten kopen, bereiden en bewaren

Producten kopen

  • Controleer altijd de houdbaarheidsdatum.
  • Koop geen producten met een beschadigde verpakking.
  • Koop vleeswaren voorverpakt of dagvers verpakt bij de supermarkt of slager.
  • Koop kleine hoeveelheden van producten die u weinig gebruikt.
  • Zet producten die gekoeld bewaard moeten worden na aankoop zo snel mogelijk in de koelkast of diepvries. Gebruik eventueel een koeltas als u lang onderweg bent.

Producten bereiden

  • Zorg voor een schoon aanrecht en schoon keukenmateriaal van glas, kunststof of metaal.
  • Gebruik geen houten materialen zoals een snijplank of pollepel.
  • Was uw handen met water en zeep vóór en na het bereiden van voedsel. Doe dit ook vóór en na contact met rauw vlees, vis of gevogelte.
  • Bereid voedsel altijd met schone handen.
  • Houd rauwe producten gescheiden van bereid voedsel.
  • Gebruik een snijplank voor rauw vlees niet voor groenten of andere producten.
  • Was keukenmateriaal meteen af nadat het in contact is geweest met rauwe producten.
  • Vervang dagelijks uw keukenhanddoek, theedoek en vaatdoek. Was deze op 60 graden.
  • Ontdooi bevroren vlees, kip en gevogelte in de koelkast of magnetron, in een afgesloten schaal. Vang het dooivocht op, dit bevat vaak veel bacteriën. Spoel het daarna weg met heet water en maak de schaal daarna schoon met water en zeep.
  • Veeg gemorst dooivocht weg met keukenpapier. Gebruikt u een vaatdoek?  Was deze dan op 90 graden.
  • Bereidt u een maaltijd in de magnetron? Roer deze dan tussendoor goed door. Zo wordt de maaltijd gelijkmatig warm.
  • Eet maaltijden en snacks binnen één uur na bereiding.
  • Verhit vlees, vis, kip, gevogelte en ei door-en-door*. Het product mag van binnen niet meer rood, roze of glazig zijn.

Producten bewaren

  • Op verpakkingen staan twee soorten houdbaarheidsdata:
    • Ten minste houdbaar tot (THT): voor producten die niet snel bederven. Na deze datum kunt u het product vaak nog veilig eten als het er nog goed uitziet en goed ruikt.
    • Te gebruiken tot (TGT): voor producten die snel bederven. Na deze datum mag u het product niet meer eten.
  • Controleer altijd of een product er nog goed uitziet en goed ruikt.
  • Zorg voor de juiste temperatuur: koelkast op 4 graden en diepvries op -18 graden.
  • Maak de koelkast regelmatig schoon en droog.
  • Dek voedsel altijd af, ook in de koelkast.
  • Bewaar producten volgens de aanwijzingen op de verpakking.
  • Bewaar vleeswaren (ook voorverpakt) maximaal vier dagen na aankoop.
  • Bewaar worst maximaal zeven dagen
  • Bewaar jonge en jong belegen kaas maximaal zeven dagen. Bewaar belegen en oude kaas maximaal twee weken. Eet geen kaas met schimmel.
  • Zet bederfelijke producten (vleeswaren, vlees, vis, melk(producten), gebak) na gebruik direct terug in de koelkast.
  • Koel maaltijden die u niet direct eet zo snel mogelijk af. Bewaar ze daarna in een afgesloten schaal of bakje. U mag deze maaltijd maximaal  nog één keer opnieuw verhitten.
  • Gebruik restjes binnen twee dagen. Verhit ze door-en-door* voordat u ze eet. Wilt u ze langer bewaren? Vries ze dan in.
  • Vries ontdooide diepvriesproducten niet opnieuw in.
  • Gebruik voor boter, zoet beleg en koude sauzen (zoals ketchup en mayonaise) altijd schoon bestek. Maak de opening van de verpakking schoon na gebruik. Bewaar een aangebroken pot jam in de koelkast.

Veelgestelde vragen


Mag ik een kant-en-klaarmaaltijd eten?

Ja, dat mag. Aandachtspunten zijn:

  • Kant-en-klaarmaaltijden en andere kant-en-klaarproducten, zowel vers als uit de diepvries, zijn veilig als u ze volgens de aanwijzingen op de verpakking goed verhit in de magnetron of oven.
  • Let bij koude kant-en-klaarproducten, zoals een maaltijdsalade, goed op het bewaaradvies en de houdbaarheidsdatum.
Mag ik buitenshuis eten?

Ja, dat mag. Aandachtspunten zijn:

  • Bestel geen rauw gerecht, zoals carpaccio, sushi of medium/rare biefstuk.
  • Eet geen gerechten die langer dan één uur op een buffet staan.
  • Neem geen (na)gerecht met rauw ei, zoals huisgemaakte tiramisu of bavarois.
  • Friet en snacks uit een snackbar kunt u veilig eten als deze niet langer dan één uur warm zijn gehouden na het frituren.
  • Wees extra voorzichtig met gerechten van afhaal-, bezorg-, buffet-, en all-you-can-eatrestaurants. De hygiëne in deze restaurants voldoet niet altijd aan de juiste eisen.
Mag ik barbecueën, gourmetten of fonduen?

Ja, dat mag. Aandachtspunten zijn:

  • De kans op kruisbesmetting is groter. Dit betekent dat gaar vlees in contact kan komen met rauw vlees.
  • Houd gaar en rauw vlees altijd gescheiden.
  • Gebruik apart servies en bestek voor rauw en gaar vlees.
  • Als vlees, vis of kip  lang buiten de koelkast staat en niet goed gaar wordt, is de kans op een voedselinfectie groter.
  • Zet daarom niet al het vlees tegelijk op tafel. Bewaar het in de koelkast en pak alleen wat u direct gaat bereiden.
  • Zorg dat grotere stukken vlees en kip, zoals kippenpoten door-en-door* gaar zijn. U kunt deze eventueel vooraf in de pan of oven garen.
  • Bewaar geen overgebleven vlees dat lang buiten de koelkast heeft gestaan.
Waar moet ik op letten tijdens vakantie in binnen- en buitenland?

Bij warm weer, en vooral in (sub)tropische landen is de kans op een voedselinfectie groter. Aandachtspunten zijn:

  • Neem voor onderweg een koeltas of koelbox met koelelementen mee.
  • Neem bij voorkeur geen vlees of vleeswaren mee voor onderweg.
  • Bewaar producten bij voorkeur in blik, en niet in de zon
  • Dek eten en drinken goed af en sluit verpakkingen goed. Zo voorkomt u dat vliegen, insecten of ander ongedierte erbij kunnen komen.
  • In sommige landen kunt u beter geen kraanwater drinken. Als het kraanwater niet veilig is, gebruik dan flessenwater. Gebruik dit ook voor ijsblokjes, tandenpoetsen en het wassen van groente en fruit. Eet in restaurants geen rauwkostsalade of ongeschild fruit. Vraag om drankjes zonder ijsblokjes.
  • Koop geen eten en drinken bij stalletjes langs de weg. 
  • Bewaar geen restjes als er geen koelkast beschikbaar is. Een koeltas of koelbox met koelelementen is geen vervanging voor een koelkast.
  • Heeft iemand buikklachten? Laat deze persoon dan geen eten bereiden.
Mag mijn familie eten van thuis meenemen als ik in het ziekenhuis lig?

Ja, dat mag. Aandachtspunten zijn:

  • Laat de maaltijd na bereiding zo snel mogelijk afkoelen. Bewaar deze daarna in een luchtdicht afgesloten schaal of bakje. U mag de maaltijd maximaal één keer opnieuw verhitten.
  • Vervoer de maaltijd in een koeltas of koelbox met koelelementen naar het ziekenhuis.
  • Zet de maaltijd na aankomst in de patiëntenkoelkast en voorzie deze van een sticker met uw naam en de datum.
  • Gebruik de maaltijd binnen twee dagen en verhit deze door-en-door* voordat u hem eet.

Wisselwerking tussen voedingsmiddelen en medicatie

Sommige voedingsmiddelen hebben invloed op de hoeveelheid anti-afstotingsmedicijnen in uw bloed. Hierdoor kan de hoeveelheid medicijn in uw bloed hoger of juist lager worden.

Bij een hogere hoeveelheid medicijn kunt u klachten krijgen, zoals:

  • maag- en darmklachten;
  • verminderde nierfunctie;
  • verhoogde bloeddruk;
  • verhoogde kans op infecties;
  • hoofdpijn;
  • wazig zien;
  • duizeligheid;
  • trillende of bevende handen;
  • verhoogd glucose gehalte;
  • verhoogd kaliumgehalte.

De mogelijke bijwerkingen staan ook in de bijsluiter van uw medicijnen.

Bij een lagere hoeveelheid medicijn heeft u meer kans op afstoting van uw nieuwe orgaan.

Welke voedingsmiddelen kunnen invloed hebben op uw anti-afstotingsmedicijnen?


Alcohol

Het is verstandig zo min mogelijk alcohol te drinken. Wilt u toch alcohol drinken? Drink dan maximaal één glas per dag.

Kruiden en specerijen

Gebruik geen Sint Janskruid.

Alle andere soorten kruiden en specerijen zijn toegestaan.

Fruit

Gebruik geen grapefruit, pomelo en sweetie.

Alle andere soorten fruit zijn toegestaan.

Vruchtensap

Drink geen sap van grapefruit, pomelo en sweetie.

Alle andere soorten vruchtensap zijn toegestaan.

Thee

Zwarte thee en verse muntthee kunt u gewoon drinken.

Let op: er zijn aanwijzingen dat sommige theesoorten invloed hebben op de hoeveelheid medicijn in uw bloed. Het precieze effect is niet bekend. Het gaat om:

  • groene thee
  • gemberthee
  • kamillethee
  • pepermuntthee
  • zoethoutthee
  • rooibosthee 

Het advies is om hiervan elke dag dezelfde hoeveelheid te drinken. De dosering van uw medicijnen is daarop  afgestemd.

Herstel na transplantatie

Na een transplantatie is het belangrijk om gezond en gevarieerd te eten en drinken. Dit helpt bij uw herstel na de operatie. De eerste tijd na de transplantatie heeft uw lichaam meer energie, eiwitten en andere voedingsstoffen nodig dan normaal. Eiwitten zijn de bouwstenen van uw lichaam. U heeft ze nodig voor wondgenezing en voor de opbouw van spiermassa.

Eiwitten zitten in dierlijke en plantaardige producten. Dierlijke eiwitten zitten in vlees, vis, melkproducten en eieren. Plantaardige eiwitten zitten in peulvruchten, noten, brood en graanproducten. Het is belangrijk dat er in elke maaltijd een portie eiwit zit.

Na een operatie kunt u tijdelijk minder eetlust hebben. Dat is normaal en verbetert meestal binnen enkele dagen of weken. Als u minder eetlust heeft, kan het moeilijk zijn om voldoende energie en eiwitten binnen te krijgen. Uw diëtist kan u hierover adviseren. Soms is het nodig om tijdelijk medische bijvoeding te gebruiken.

Bent u volledig hersteld? Dan is het belangrijk om weer over te gaan op gezonde en gevarieerde voeding met normale hoeveelheden energie en eiwit.

Gezonde leefstijl na transplantatie

De anti-afstotingsmedicijnen kunnen bijwerkingen geven, zoals:

  • overgewicht;
  • verhoogd cholesterol;
  • verhoogde bloedsuikers;
  • hoge bloeddruk;
  • botontkalking.

Een gezonde leefstijl met voldoende beweging en een gezond eetpatroon helpt om deze problemen te voorkomen. Het is belangrijk om de Richtlijnen Goede Voeding van de Gezondheidsraad te volgen. De Schijf van Vijf van het Voedingscentrum helpt u hierbij.

Een gezond gewicht

Veel transplantatiepatiënten komen na de transplantatie ongewenst aan in gewicht. Dit kan komen door meer eetlust, minder beweging en het gebruik van bepaalde medicijnen. Overgewicht vergroot het risico op diabetes, hart- en vaatzieken en hoge bloeddruk. Daarom is het belangrijk om na herstel aandacht te besteden aan een gezond gewicht. Gezonde, gevarieerde voeding en voldoende beweging helpen om gewichtstoename te beperken of om af te vallen.

Een gezond gewicht betekent een BMI tussen 20 en 25 kg/m2. U berekent uw BMI als volgt:

uw gewicht (kg) ÷ (uw lengte in meters x uw lengte in meters)

Bijvoorbeeld:

61 kg ÷ (1,70 m x 1,70 m) = BMI 21,1 kg/m2

Voldoende beweging is belangrijk voor uw conditie, de opbouw en behoud van spiermassa en het behouden van een gezond gewicht. De fysiotherapeut kan u hierover persoonlijk adviseren.

Cholesterol

Een verhoogd cholesterol vergroot de kans op hart- en vaatziekten. Gebruik zo min mogelijk verzadigde vetten, zoals roomboter, volle melkproducten, vet vlees, gebak, koek en snacks. Kies liever onverzadigde vetten, zoals margarine, olie, vis, noten en pinda’s, avocado, olijven, hummus. Uw diëtist kan u hierover meer uitleg en advies geven.

Bloedsuikers

Na een transplantatie kunt u Post Transplantatie Diabetes Mellitus (PTDM) ontwikkelen. Het gebruik van Prednison speelt hierbij een rol, omdat dit medicijn de bloedsuiker kan ontregelen. Soms is het nodig om hiervoor bloedsuikerverlagende medicijnen en/of insuline te gebruiken. Gezonde voeding, een goede verdeling van koolhydraten over de dag en voldoende beweging zijn hierbij belangrijk. Uw diëtist kan u hierover meer uitleg en advies geven.

Bloeddruk

Ook door een verhoogde bloeddruk kunt u hart- en vaatziekten krijgen. Zout verhoogt de bloeddruk. Gebruik daarom maximaal 6 gram zout per dag. Voeg geen extra zout toe aan uw maaltijd. Gebruik losse kruiden, specerijen of een kruidenmix zonder zout. Smaakmakers zoals ketjap, bouillonblokjes en sauzen uit pakjes en zakjes bevatten vaak veel zout. Kies daarom zoveel mogelijk voor verse producten. Kant-en-klaarproducten bevatten vaak ook veel zout. Uw diëtist kan u hierover meer uitleg en advies geven.

Botontkalking

Uw botten worden bij het ouder worden zachter en brozer. Dit heet botontkalking. Het gebruik van Prednison versterkt dit proces. Om botontkalking tegen te gaan heeft u voldoende calcium en vitamine D nodig. Calcium zit vooral in melkproducten en kaas. Vitamine D  zit onder andere in halvarine, margarine en bak- en braadproducten, met uitzondering van olie. Uw lichaam maakt ook zelf vitamine D aan onder invloed van zonlicht. Gebruikt u langdurig Prednison? Dan krijgt u extra calcium en vitamine D voorgeschreven om botontkalking te helpen voorkomen. Daarnaast is voldoende beweging belangrijk om uw botten sterk te houden.

Contact

Polikliniek Diëtetiek

088 75 566 09

Het secretariaat diëtetiek is op maandag t/m vrijdag van 8.00 - 12.15 uur en van 13.00 - 16.30 uur bereikbaar. Buiten de genoemde tijden kunt u een bericht inspreken op het antwoordapparaat of een mail sturen. Als u niet op de afgesproken tijd kunt komen, geef dit dan zo vroeg mogelijk aan ons door. Het secretariaat maakt dan een nieuwe afspraak met u. Het e-mailadres kan alleen gebruikt worden voor algemene vragen. In de e-mail mogen geen persoonlijke of medische gegevens staan, omdat e-mailen niet volledig privacy-veilig is.
Overige contactgegevens

Als patiënt van het UMC Utrecht hebt u toegang tot het patiëntportaal Mijn UMC Utrecht. U kunt via Mijn UMC Utrecht een bericht sturen naar uw diëtist. U krijgt dan binnen drie tot vijf werkdagen antwoord. U kunt inloggen in het Patiëntportaal Mijn UMC Utrecht met uw DigiD met sms-functie.

Bedankt voor uw reactie!

Heeft deze informatie u geholpen?
Graag horen we van u waarom niet, zodat we onze website kunnen verbeteren.
umcutrecht.nl maakt gebruik van cookies

Deze website maakt gebruik van cookies Deze website toont video’s van o.a. YouTube. Dergelijke partijen plaatsen cookies (third party cookies). Als u deze cookies niet wilt kunt u dat hier aangeven. Wij plaatsen zelf ook cookies om onze site te verbeteren.

Lees meer over het cookiebeleid

Akkoord Nee, liever niet