Vorige

Borstsparende operatie

We kunnen borstkanker met een operatie behandelen. Bij een borstsparende operatie nemen we het gezwel uit de borst weg, maar de borst zelf blijft behouden.

meer informatie over een borstbesparende operatie

Bij kleinere tumoren gaat de voorkeur uit naar borstsparende behandeling. Soms is de tumor bij de diagnose zo groot dat we de afwijking nog niet borstsparend kunnen opereren. Dan zetten we in een aantal gevallen eerst chemotherapie of een hormonale behandeling in om de tumor te verkleinen. Zodoende is het soms toch mogelijk om ook bij grotere tumoren borstsparend te kunnen behandelen.

Een borstsparende behandeling bestaat uit twee onderdelen. Eerst verwijderen we de tumor met een chirurgische ingreep (een operatie). Zo'n ingreep wordt ook wel lumpectomie genoemd. Hij wordt  vaak uitgevoerd in combinatie met een schildwachtklierprocedure. Bij niet voelbare borsttumoren wordt vooraf een 'markering' geplaatst zodat de chirurg de exacte locatie van de tumor kan vinden. Ook voor de schildwachtklierprocedure is voorbereiding nodig. De operatie is binnen een dag afgerond. U komt 's morgens en gaat aan het einde van de dag weer naar huis. Daarna wordt u behandeld met radiotherapie (bestraling). De bestraling start 5 tot 8 weken na de operatie.

  • Voorbereiding

    Lokaliseren van de tumor

    Als de tumor niet of moeilijk te voelen is, gaat u vóór de operatie naar de röntgenafdeling. Daar onderzoeken we met een echo of een foto waar de tumor precies zit. Vervolgens ‘markeren’ we de tumor om hem tijdens de operatie goed zichtbaar te maken. Uw arts vertelt u hoe we dat doen, want er zijn verschillende manieren voor.

  • Tijdens de behandeling

    Wat gebeurt er tijdens de borstsparende operatie?

    • De chirurg neemt het gezwel uit uw borst ruim weg. De borst zelf blijft behouden.
    • De arts verwijdert ook de schildwachtklier. De schildwachtklier zit in de oksel, soms ook naast het borstbeen. Het is de eerste plaats (lymfklier) waar de tumor naar kan uitzaaien. Na de operatie sturen we de weggenomen schildwachtklier naar het laboratorium. Daar wordt onderzocht of er kankercellen in aanwezig zijn.

    Zitten er geen kankercellen in de schildwachtklier, dan hebt u geen uitzaaiingen in de lymfklieren. Worden er wel kankercellen gevonden dan bespreekt u met uw arts welke verdere behandeling nodig is. Het duurt 10 dagen voor u uitslag van dat onderzoek heeft. De uitslag hoort u op de polikliniek.

    De folder 'Verwijderen van een afwijking uit de borst' over de borstsparende operatie kunt u hier lezen.

    Plastische chirurgie - borstreconstructie standaard in behandelplan

    Al jaren maakt de plastisch chirurg standaard deel uit van ons multidisciplinaire behandelteam. Voor iedere patiënt die behandeld moet worden voor borstkanker wordt bekeken of het aanbieden van directe plastisch chirurgische reconstructie nodig is.  Dit noemen we 'borstcontour-sparende chirurgie'.
    Het aantal directe borstreconstructies na borstamputatie ligt in het UMCUtrecht ruim boven het landelijk gemiddelde.
     

  • Na de behandeling

    Onderzoek van het weefsel

    Na de operatie onderzoekt de patholoog het weggenomen weefsel en de lymfeklieren onder de microscoop. De patholoog kijkt in het weggenomen weefsel of de tumor in zijn geheel is verwijderd. Bovendien bekijkt hij de grootte, groeiwijze, hormoongevoeligheid en delingssnelheid van de tumor. Ook onderzoekt hij de weggehaalde lymfeklier(en). Hij kijkt of er kankercellen in zitten.

    Na ongeveer tien dagen is de uitslag van het weefselonderzoek bekend. Met de uitslag bepalen we of er nog een operatie nodig is om meer weefsel weg te nemen en of er een aanvullende behandeling nodig is met bestraling, chemotherapie, immuuntherapie en hormonale therapie. Er zijn verschillende combinaties mogelijk. Als na een borstsparende operatie de tumor er niet in zijn geheel uit is, kan de vervolgoperatie alsnog een borstamputatie zijn. Uw arts bespreekt de uitslag en de eventuele vervolgbehandeling uitgebreid met u op de polikliniek.

    Aanvullende radiotherapie

    Na de borstsparende operatie volgt altijd een periode van bestraling (radiotherapie). Dit is om eventueel achtergebleven kwaadaardige cellen in het borstklierweefsel uit te schakelen. Tussen de operatie en de bestraling zitten 5 tot 8 weken. In die tijd kan de wond helen.

     

    Controles

    U blijft na de behandeling vijf jaar onder controle. Dit wordt  ingericht op maat en op de polikliniek met u besproken.  Jaarlijks zal een controle-mammografie worden gemaakt.

  • Gevolgen

    Lichamelijke gevolgen

    Het uiterlijk van uw borst blijft na de operatie zo goed mogelijk behouden. Maar het kan zo zijn dat de geopereerde borst kleiner wordt. Of dat uw borst op de plaats waar het gezwel is weggehaald ingedeukt is. Bij sommige vrouwen vergroot de borst zelfs iets. Dat komt door littekenweefsel of lymfoedeem. Ook de plaats van de tepel van de geopereerde borst kan iets veranderd zijn. Bij klachten ten gevolge van lymfoedeem kan u verwezen worden naar een gespecialiseerde fysiotherapeut of huidtherapeut. U krijgt dan lymfdrainagetherapie.

    Mentale gevolgen

    Een borstsparende operatie grijpt diep in uw leven in. Ook als de uiterlijke gevolgen beperkt zijn. Behalve uit uw eigen omgeving kunt u nog meer steun krijgen bij de verwerking. Bij de Borstkanker Vereniging Nederland kunt u terecht voor lotgenotencontact. Als u professionele psychosociale hulp wilt, kunt u bijvoorbeeld contact opnemen met uw huisarts of het Helen Dowling Instituut.

Tips voor het gesprek

Veel mensen vinden het prettig als ze het gesprek met hun zorgverlener kunnen voorbereiden. Deze tips kunnen u daarbij helpen.

Wat moet u meenemen?

Hebt u een afspraak in het UMC Utrecht of wordt u opgenomen? Neem dan het volgende mee.

Operatie

Dit is algemene informatie over de operatie. Of de onderstaande informatie op u van toepassing is, hangt af van uw persoonlijke situatie. Uw zorgverlener bespreekt dit met u.

Anesthesie (verdoving of narcose)

Dit is algemene informatie over anesthesie (verdoving of narcose). De anesthesioloog geeft u tijdens het ‘preoperatief spreekuur’ meer uitleg over anesthesie.

Contact

Hebt u vragen over een borstamputatie? Neem dan contact op met de mammapoli.

088 75 505 55
Maandag tot en met vrijdag van
8.30 tot 17.00 uur

Overige informatiebronnen