Bijwerkingen en complicaties bij een zenuwblokkade
Onvoldoende pijnstilling
Soms kan het voorkomen dat de blokkade die u heeft gekregen onvoldoende pijnstilling geeft. In dat geval is het vaak nodig om u alsnog algehele anesthesie (narcose) te geven. Dit gebeurt bij 5 van de 100 mensen met een zenuwblokkade.
Tijdelijke verdoving ooglid
Bij een verdoving van de arm verdoven we soms een zenuw van uw ooglid mee. U kunt daardoor tijdelijk een hangend ooglid krijgen. Dit gebeurt bij 25 van de van de 100 mensen met een zenuwblokkade.
Tijdelijke verdoving middenrif
Bij een blokkade krijgt van de arm kan het voorkomen dat een gedeelte van het middenrif mee wordt verdoofd, maar de meeste mensen voelen dit niet. Mensen met ernstige longziektes kunnen hier last van hebben. Zij krijgen een benauwd gevoel. Als u dit merkt, vertel het dan aan de anesthesioloog.
Zeer zeldzaam: Klaplong
In zeer zeldzame gevallen wordt er bij een blokkade van de arm met een prik in de schouder een klaplong geprikt. De kans is rond 1 op 5000.
Zeer zeldzaam: Blijvende zenuwschade of verlamming
Sommige mensen zijn bang dat ze door deze verdoving zenuwschade krijgen of verlamd raken. Met de voorzorgsmaatregelen die we nemen is de kans hierop zeer klein, zo rond de 1 op 10.000.