Terug

Onderzoekstages oogheelkunde

Hier vind je het aanbod aan onderzoekstages oogheelkunde bij de divisie Heelkundige Specialismen.

  • Oogafwijkingen bij pseudoxanthoma elasticum (PXE).
  • Kwaliteit van leven en pijn bij niet-infectieuze uveïtis patiënten.
  • Oogheelkundige follow-up bij kinderen met een hersentumor.
  • Effecten van oculaire ontstekingen op de retina.
  • Registerstudie naar de associatie tussen behandelstrategie en de incidentie van postoperatieve complicaties.
  • Postoperatieve controles na cataractoperatie, risicofactoren voor postoperatieve problemen.

Oogafwijkingen bij pseudoxanthoma elasticum (PXE)

Pseudoxanthoma elasticum (PXE) is een zeldzame genetische aandoening waarin pathologische calcificaties optreden in de huid, vaten en in de retina. Dit laatste uit zich vaak als maculadegeneratie, waarbij ook slechtziendheid kan optreden. Tot op heden is er weinig evidence over PXE en bestaat er geen curatieve behandeling.

Samen met de afdeling vasculaire geneeskunde is in het UMC Utrecht het Landelijk Expertisepunt PXE (LEP) opgezet, waarbij PXE-patiënten naar verwezen kunnen worden voor (genetische) diagnostiek en eventueel een work-up. Zodoende is er een cohort van zo’n 200 PXE-patiënten (grootste ter wereld), waarbij ook van elke patiënt oogheelkundige gegevens verzameld zijn.

Deze data bieden unieke kansen voor wetenschappelijke doeleinden. Samen met oogartsen dr. A. Ossewaarde en dr. R. van Leeuwen, onderzoekt Sara Risseeuw deze aandoening op oogheelkundig gebied. Er zijn tal van onderzoeksvragen welke zeer geschikt zijn voor een wetenschappelijke stage of keuzestage.

Contact

Ben jij geïnteresseerd in een wetenschaps- of keuzestage oogheelkunde? Mail dan naar arts-onderzoeker Sara Risseeuw 

E

Kwaliteit van leven en pijn bij niet-infectieuze uveïtis patiënten

In 2014 en 2015 hebben wij naar alle patiënten die op de poli gezien werden met een vorm van niet-infectieuze uveïtis, vragenlijsten afgenomen:

  • Een pijn vragenlijst (MPQ-DLV).
  • Een vragenlijst betreffende de algemene gezondheid (Rand-36)
  • En een visus gerelateerde vragenlijst (NEI-VFQ-25).

Hier hebben inmiddels ongeveer 150 patiënten op gereageerd. De gegevens van de vragenlijsten zijn verwerkt in een database en samengevoegd met enkele algemene gegevens uit het EPD, zoals complicaties, therapie en kenmerken van de uveïtis. Nu willen we deze gegevens verder uitwerken en analyseren. Afhankelijk van de stageduur, is het de bedoeling naar een artikel toe te werken. Al met al is dit een leuk en behapbaar project voor een student geneeskunde!

Doel van het onderzoek

Uveïtis is een verzamelterm voor intra-oculaire ontstekingen. Deze kunnen onderverdeeld worden in infectieus en niet-infectieus, waarbij in het laatste geval het eigen immuunsysteem een grote rol in de ontsteking speelt. Deze groep niet-infectieuze oogontstekingen bestaat uit verschillende ziektebeelden die zich verschillend uiten, maar op hun beurt weer onderverdeeld kunnen worden aan de hand van anatomische lokalisatie: anterieur, intermediair en posterior.   

Via de patiëntenvereniging kwam het verzoek om onderzoek naar pijn bij uveïtis. Dit aangezien hier weinig over bekend is: anterieure uveïtis presenteert zich karakteristiek met een stekende pijn, in tegenstelling tot intermediaire en posterieure uveïtis. Toch klagen deze patiënten wel degelijk over pijn. In eerdere quality of life studies bleek oculaire pijn los te staan van vision related quality of life, in tegenstelling tot bijvoorbeeld mate van inflammatie en visus, welke wél gerelateerd zijn aan vision related quality of life. De aard van de pijn wordt onvoldoende begrepen en is belangrijk voor goede behandeling van deze patiëntengroep.

Mogelijk als combistage?

  • Eventueel bij een stage van twaalf weken

Beschikbaarheid

  • Minimaal zes weken, liever twaalf

Contact

Prof. dr. J.H. de Boer 

E

Drs. F.H. Verhagen 

T 088 75 735 00

E

Oogheelkundige follow-up bij kinderen met een hersentumor

Jaarlijks wordt er bij ongeveer 120 kinderen in Nederland een hersentumor vastgesteld. Deze kinderen hebben een verhoogd risico op een onomkeerbaar verminderd gezichtsvermogen. De huidige protocollen over het vervolgen van de visuele functies bij kinderen met een hersentumor bevatten inconsistente en incomplete informatie. Verschillende centra gebruiken naar eigen inzicht verschillende oogheelkundige onderzoeksmethoden. Veel gebruikte onderzoeksmethoden zijn het meten van de visusscherpte, gezichtsveldonderzoek en het uitvoeren orthoptisch onderzoek. Met deze methoden wordt visueel verlies vaak in een (te) late irreversibele fase ontdekt. Optische coherentietomografie (OCT) is een onderzoeksmethode die mogelijk vroege schade aan de oogzenuw kan opsporen bij kinderen met een hersentumor en kan wellicht een goede aanvulling zijn voor oogheelkundige follow-up.

Doel van het onderzoek

De KIZZ studie, Kinderhersentumoren, InZicht in Zicht, is een prospectieve observationele multicenter studie. In deze studie gaan we OCT uitkomsten vergelijken met uitkomsten van standaard oogheelkundig onderzoek (o.a. visus- en gezichtsveldonderzoek). Daarnaast is ons doel om de longitudinale relatie bij kinderen met een hersentumor en een verminderd gezichtsvermogen in kaart brengen. 

Methoden

Algemeen oogheelkundig onderzoek (waaronder visusonderzoek), perimetrie en optische coherentietomografie.

Mogelijk als combistage?

  • Ja

Beschikbaarheid

  • Continu beschikbaar

Referenties

  1. Jariyakosol S, Peragallo JH. The Effects of Primary Brain Tumors on Vision and Quality of Life in Pediatric Patients. Cancer. 2015;35(5):587–98.
  2. Avery RA, Hwang EI, Ishikawa H, Acosta MT, Hutcheson KA, Santos D, et al. Handheld optical coherence tomography during sedation in young children with optic pathway gliomas. JAMA Ophthalmol. 2014;132(3):265–71.

Contact

Myrthe Nuijts, arts-onderzoeker oogheelkunde

T 088 75 713 05

E

Prof. dr. S.M. Imhof, medisch afdelingshoofd oogheelkunde

E

Effecten van oculaire ontstekingen op de retina

Uveitis is een verzamelterm voor intra-oculaire inflammatie. Uveitis is te behandelen, maar bij een deel van de patiënten ontstaat permanente schade aan het oog, ondanks (zware) immunomodulerende therapie, met soms zelfs tot blindheid tot gevolg.

Het UMC Utrecht is een center of excellence voor uveitis, en er wordt hierom veel onderzoek naar uveitis gedaan. In een onderzoek kijken we naar de effecten van uveitis op de functie van de retina. Deze retinale functie meten we middels het electroretinogram (ERG). In een uveitis cohort van 200 patiënten hebben wij een vrij karakteristieke afwijking gevonden op het ERG: een verlengde b-golf, welke te maken heeft met de ernst van de ontsteking. 

Doel van het onderzoek

Wij willen deze verlengde b-golf in uveitis beter begrijpen. Hierom willen wij onderzoeken of er een correlatie te vinden is met de anatomische structuur van de retina en de retinale functie gemeten met het ERG.

Alle patiënten in ons cohort hebben naast een ERG ook een optical coherentie tomography (OCT) scan gehad.  Met een OCT kun je de verschillende anatomische lagen van de retina goed in beeld brengen. Wij willen onderzoeken of er een correlatie is tussen de structuur van de retinale lagen op OCT en de functie van de retina op het ERG.   

Methoden

Middels  het programma ‘iowa reference algorithms’ zal de student de verschillende retinale lagen analyseren.  Deze data zal vervolgens worden samengevoegd met de ERG data (deze is al beschikbaar) en zal worden gekeken of er correlaties zijn tussen het ERG en de OCT. Dit zal worden gedaan met  SPSS of R (of andere software, al naar gelang de voorkeur van de student).  De resultaten zullen worden verwerkt tot een verslag. De intentie is er om dit vervolgens uit te werken tot een wetenschappelijk artikel. 

Mogelijk als combistage?

  • Ja

Beschikbaarheid

  • Continu beschikbaar

Begeleiders

De dagelijkse begeleiding wordt gedaan door A.H. Brouwer (promovendus). Prof. dr. J.H. de Boer heeft een sturende functie in het project en zal ook de eindbeoordeling doen.

Contact

Prof. dr. J.H. de Boer

T 088 75 717 48

E

Registerstudie naar de associatie tussen behandelstrategie en de incidentie van postoperatieve complicaties

Cornea endotheelcel dysfunctie is een veelvoorkomende indicatie voor een cornea transplantatie. Bij deze operatie worden selectief de aangedane achterste lagen van de cornea getransplanteerd. Deze technische ingewikkelde operaties kunnen we op meerdere manieren uitvoeren en zo hebben centra elk een eigen behandelstrategie. In deze studie worden de verschillende behandelstrategieën vergeleken met de postoperatieve uitkomsten. Met de resultaten willen we een aanbeveling doen voor best clinical practice.

Voor deze stage is een bestaande database beschikbaar met gegevens van posterieure lamellaire cornea transplantaties, specifiek de DSEK en DMEK techniek, van verschillende centra in Nederland.

De studie bestaat uit meerdere deelvragen en afhankelijk van de duur van de stage en ervaring van de student, zijn er twee afgebakende onderzoeksprojecten.

  • Bij een korte stage (6 weken) zal de student de database structureren en bepalen wat de incidentie van complicaties voor posterieure lamellaire corneatransplantatie is.
  • Bij een lange stage (3 maanden) zal de student naast de bovenstaande doelen (korte stage), ook associaties tussen behandelstrategie en preoperatieve factoren en de incidentie van complicaties bepalen.

Doel van het onderzoek

Het doel van de studie is om te bepalen of er associaties bestaan tussen bekende preoperatieve factoren en variaties in behandelstrategie en de incidentie van postoperatieve complicaties.

Methode

  • Registerstudie met een bestaande database

Mogelijk als combistage?

  • Ja

Beschikbaarheid

  • Continu beschikbaar (3 maanden stage vanaf januari 2020)

Contact

Dr. R.P.L. Wisse, oogarts

T 088 75 733 54

E

M.B. Muijzer, optometrist

T 088 75 595 53

E

Postoperatieve controles na cataractoperatie, risicofactoren voor postoperatieve problemen

Patiënten die in het UMC Utrecht een cataractoperatie ondergaan, worden de eerste dag na de operatie fysiek op de poli oogheelkunde teruggezien door de oogarts en daarna in principe na vier weken. De onderzoeksvraag is welke patiënten een verhoogd risico hebben op direct postoperatieve problemen, zoals een verhoogde oogdruk en infectie en welke groep patiënten we eventueel met een telefonisch consult kunnen benaderen.

Doel van het onderzoek

Het doel van het onderzoek is om overbodige policonsulten te vermijden en daardoor doelmatiger om te gaan met patiënten en de polikliniek bezetting. Door de risicogroepen te identificeren kunnen we van tevoren patiënten selecteren die niet fysiek op de poli hoeven te komen voor een consult. Er is ook ruimte om na te denken over andere manieren van consultvoering, bijvoorbeeld via videobellen.

Methoden

  • Literatuuronderzoek en retrospectief statusonderzoek.
  • Per jaar worden ongeveer 5-700 cataractoperaties verricht in het UMC Utrecht.

Beschikbaarheid

  • Continu beschikbaar. 

Contact

Chantal van Luijk, oogarts

E