- onderdeel programma ‘Snel Herstel na een Buismaagoperatie’
U krijgt deze informatie omdat u geopereerd wordt aan uw slokdarm. Tijdens de operatie wordt uw slokdarm verwijderd en krijgt u een buismaag.
Rondom deze operatie doet u mee aan het ‘Versneld herstelprogramma’. Dit programma zorgt dat u zich beter voelt na de operatie en daardoor sneller herstelt.
De diëtist bespreekt met u het eten en drinken voor én na de operatie, als onderdeel van dit ‘Versneld herstelprogramma’. Hier vindt u alle informatie, zodat u het nog eens kunt lezen.
Hoe kunt u zich met voeding voorbereiden op de operatie?
Voor de operatie hebt u waarschijnlijk chemotherapie of chemotherapie in combinatie met bestraling (chemoradiatie) gehad. Hebt u in deze periode problemen gehad met het eten en bent u afgevallen? Het is belangrijk om gewichtsverlies en ondervoeding voor de operatie te voorkomen of te behandelen.
Wat is ondervoeding?
Uw voeding levert onder andere energie in de vorm van calorieën. Energie is de brandstof die nodig is om het lichaam goed te laten functioneren. Dit betekent dat de spijsvertering, het hart, de longen en andere organen goed werken. Maar ook dat u dingen kunt doen, zoals lopen, fietsen en huishoudelijke werkzaamheden. Naast calorieën zijn ook eiwitten belangrijk voor het lichaam. Eiwitten zijn de bouwstoffen voor lichaamscellen. Eiwitten zijn nodig voor de opbouw, het onderhoud en het herstel van het lichaamsweefsel, zoals spieren en huid.
Bij ondervoeding heeft uw lichaam een tekort aan voedingsstoffen, vooral energie en eiwit. Om aan energie en eiwit te komen gebruikt het lichaam reservevoorraden. Er wordt vetweefsel afgebroken, maar ook spierweefsel. Hierdoor valt u af en wordt uw conditie minder goed. Hierdoor hebt u minder spierkracht, meer kans op complicaties en meer tijd nodig voor herstel.
Ondervoeding kan voorkomen of behandeld worden door uw voeding energie- en eiwitrijker te maken. Zo nodig ontvangt u van uw diëtist een individueel dieetadvies en de folders ‘Wat kunt u doen bij ondervoeding?’ en ‘Eet u voldoende eiwit?’. In deze folders staat wat u zelf aan gewichtsverlies en ondervoeding kunt doen. Bent u voor de operatie veel afgevallen en kunt u niet voldoende eten, dan kan besloten worden tot het starten van sondevoeding.
Hoe lang mag u niets eten en drinken (nuchter zijn) voor de operatie?
U mag de dag vóór de operatie gewoon alles eten en drinken. De anesthesioloog bespreekt wat u wel of niet mag eten de dag van de operatie. Dit is afhankelijk van het tijdstip van de operatie.
Waarom is het drinken van een koolhydraatrijke drank kort voor de operatie belangrijk?
Uit onderzoek blijkt dat het drinken van een (heldere, niet koolzuurhoudende) koolhydraatrijke (= suiker bevattende) drank kort voor de operatie een positief effect heeft op het herstel na de operatie. Daarom is het belangrijk om 2-3 uur voor de operatie 400 ml van een koolhydraatrijke drank te drinken. U krijgt deze koolhydraatrijke drank alvast op de polikliniek of tijdens opname in het ziekenhuis.
Hoe werken de slokdarm en de maag?
De slokdarm vervoert het eten van de mond naar de maag. De maag slaat het eten tijdelijk op en begint met de vertering. De maag maalt het eten fijn, voegt maagsap toe en stuurt het daarna langzaam door naar de dunne darm.
Wat is een buismaag?
Bij de operatie zijn delen van de slokdarm en maag weggehaald (eerste tekening). Van het overgebleven deel van de maag is een nieuwe verbinding gemaakt tussen het stuk overgebleven slokdarm en de darmen. Dit heet een buismaag (tweede tekening).
Rode stippellijn: deel van de slokdarm, maag en lymfeklieren die verwijderd worden
(Bron: SPKS, 2026)
Wat mag u na de operatie eten en drinken?
Na de operatie krijgt u voeding via een sonde (slangetje) in uw buik. Dit heet sondevoeding. Sondevoeding is een dunne vloeibare voeding die uw lichaam voorziet van belangrijke voedingsstoffen zoals energie, eiwitten, vitamines en mineralen. De chirurg plaatst de sonde (een jejunostomie katheter) tijdens de operatie. De sonde ligt in de dunne darm en komt via de buikwand naar buiten. Zo krijgt u direct voeding in uw darm.
De chirurg bepaalt wat u in de eerste dagen na de operatie mag eten en drinken. Onderstaand overzicht is een richtlijn, maar kan per dag aangepast worden, afhankelijk van hoe u zich voelt en of er complicaties zijn. De chirurg of physician assistant bespreekt dit dagelijks met u.
Bekijk hieronder per dag wat u mag eten en drinken. Dit overzicht geldt als er na de operatie geen complicaties zijn.
Dag 0: dag van operatie - geen voeding
Geen (sonde)voeding
Dag 1, 2 en 3: sondevoeding
Sondevoeding
Dag 4: stap 1 - slokjes water (als het slikonderzoek goed is)
Stap 1
- slokjes water drinken (maximaal 3-4 glazen)
- sondevoeding
Dag 5: stap 2 - helder vloeibaar
Stap 2
- helder vloeibaar drinken (maximaal 1 liter)
- sondevoeding
Dag 6: stap 3 - vloeibaar dieet
Stap 3
- vloeibaar dieet (maximaal 3 schaaltjes van 150 ml)
- eiwitrijke drinkvoeding (maximaal 1 flesje)
- drinken (maximaal 1 liter)
- sondevoeding
Vanaf dag 7 tot de eerste controle: vloeibaar dieet
- vloeibaar dieet (maximaal 3 schaaltjes van 150 ml)
- eiwitrijke drinkvoeding (maximaal 2 flesjes)
- vrij drinken
- sondevoeding
Na de eerste controle: voeding verder opbouwen in overleg met uw behandelteam
- voeding verder opbouwen in consistentie* (stap 4) tot normale / vaste voeding (stap 5)
- afbouwen van de sondevoeding
- uiteindelijk stoppen
* consistentie is de vorm (mate van vastheid/ dikte) van de voeding
Wat kunt u thuis eten en drinken na ontslag?
Tot uw eerste poliklinische afspraak bij de chirurg of physician assistent mag u alleen vloeibare voeding gebruiken. Daarnaast krijgt u sondevoeding via de sonde (jejunostomiekatheter).
De stappen 1, 2 en 3 (van slokjes water tot vloeibare voeding) vinden meestal plaats in het ziekenhuis.
Tijdens uw eerste poliklinische afspraak hoort u van de chirurg of physician assistent of u uw voeding mag uitbreiden naar een volgende stap. Het doel is om uiteindelijk weer gewone (vaste) voeding te eten (stap 5).
De diëtist helpt u bij het opbouwen van uw voeding en het afbouwen en uiteindelijk stoppen van de sondevoeding.
Welke voedingsmiddelen mag u per stap eten en drinken?
Hieronder ziet u welke voedingsmiddelen u bij elke stap mag gebruiken.
Stap 1: Slokjes water
Water
Stap 2: Helder vloeibaar
- Water
- Thee/koffie, eventueel met suiker of zoetstof, zonder melk
- Aanmaaklimonade, Roosvicee, frisdrank zonder koolzuur
- Doorzichtige (heldere) vruchtensappen
- Gezeefde bouillon
- Waterijsje
Stap 3: Vloeibaar dieet – ongeveer 14 dagen
- Alles wat toegestaan is bij stap 2
+ - Gezeefde, gladde pap van fijne meelproducten, zoals rijstebloem, griesmeel, vanille, custard of maïzena.
- Gladde zuivel, zoals yoghurt, kwark, hangop, skyr, vla, melk, karnemelk, room, (room)ijs, sojamelk of andere gladde soja zuivelvarianten.
- Gepureerde, gezeefde, gladde, dunne soep
- Appelmoes fijn gepureerd, zonder stukjes
Stap 4: Zacht dieet – ongeveer 1 week
- Alles wat toegestaan is bij stap 2 en stap 3
+ - Beschuit, cracker, toast of geroosterd brood
- Boter of (dieet) margarine
- Smeuïg smeerbaar beleg, zoals smeerkaas, hüttenkäse, verse (zachte) geitenkaas, cottage cheese, roomkaas, smeerworst, paté, pindakaas
- Alle drank- en papvarianten
- Geprakt gekookt ei, roerei, fijngesneden gebakken ei, fijngesneden omelet.
- Zachte fijngesneden vleeswaren, zoals kipfilet, kalkoenfilet, gekookte ham, grillworst.
- Alle kaassoorten
- Salades (zacht, geen rauwkost), zoals huzarensalade, eiersalade.
- Zuivel met kleine zachte stukjes fruit of chocolade
- Fijngesneden zacht fruit
- Gehakt, fijngemalen kip
- Alle zachte vissoorten, zonder vel en zonder graat
- Fijngemalen ongepaneerde vleesvervangers zoals vega balletjes en burgers (zonder noten, mais of andere grove stukken)
- Aardappelpuree, geprakte gekookte aardappelsmeuïg gemaakt, bij voorbeeld met jus of boter
- Bami, mihoen, pasta
- Zacht gekookte/goed gare groenten
Stap 5: Vaste voeding
In principe alles
Wat zijn de algemene voedingsadviezen?
- Neem 6-9 kleine maaltijden (ongeveer 250-300 ml per keer) verspreid over de dag om voldoende energie en voedingsstoffen binnen te krijgen; verspreid ook het drinkvocht goed over de dag.
- Eet op vaste tijden, probeer elke 1½-2 uur iets te eten of drinken.
- Eet rustig en kauw goed.
- Vermijd voorover buigen of bukken vlak na de maaltijd.
- Neem 2-3 uur voor het slapen niets meer te eten en drinken en slaap iets meer rechtop in een hoek van ongeveer 30 graden.
- Gebruik zo nodig een energie- en eiwitrijke voeding.
Wat zijn de gevolgen van de operatie voor uw voeding?
Elke operatie kan de voedselinname beïnvloeden. Veranderingen in eetlust en smaak, maar ook pijn, angst, diarree, misselijkheid, braken en het gebruik van medicijnen kunnen eten en drinken moeilijker maken.
Tijdens de operatie is uw slokdarm (deels) verwijderd en is er een buismaag gemaakt. Hierdoor werkt uw spijsvertering anders dan voorheen. Uw lichaam heeft tijd nodig om hieraan te wennen en het heeft invloed op uw voeding.
Met sondevoeding krijgt u de juiste voedingsstoffen binnen. U kunt rustig leren hoeveel u per keer kunt eten, hoe het eten door de buismaag gaat, hoe u uw maaltijden over de dag verdeelt en hoe u omgaat met minder eetlust of een snel vol gevoel.
Hieronder leest u meer over klachten die kunnen ontstaan na de operatie en wat u er mogelijk aan kunt doen.
Eettempo
Eet rustig en kauw goed. Hierdoor is de kans op verslikken en/of het niet willen zakken van het voedsel kleiner. Door goed kauwen verteert de voeding beter.
Een vol gevoel en geen honger hebben
De inhoud van een buismaag is ongeveer 1/3 van de gewone maag. Dit is net zo veel als de inhoud van een soepkop; ongeveer 250 - 300 ml. Daardoor is de opslagruimte kleiner. U kunt sneller een vol gevoel hebben en geen honger hebben.
Wat kunt u doen aan een vol gevoel?
Eet en drink per keer/maaltijd minder. Ongeveer 250-300 ml eten en/of drinken per keer geeft meestal geen problemen. Neem 6-9 kleine maaltijden verspreid over de dag zodat u voldoende energie en voedingsstoffen binnenkrijgt.
Drinken geeft snel een vol gevoel. Drink bij voorkeur niet te veel tijdens de maaltijd. Drink minstens 1½ - 2 liter (12-16 kopjes) verspreid over de dag. Als u voldoende drinkt is de urine licht van kleur.
Hebt u geen hongergevoel?
De eerste 6-12 maanden na de operatie is er vaak geen of veel minder hongergevoel. Uw lichaam waarschuwt u niet dat het tijd is om te eten! Uw lichaam heeft wel energie en voedingsstoffen nodig. Eet op vaste tijden, probeer elke 1½ - 2 uur iets te eten of te drinken. Ongeveer een jaar na de operatie heeft de helft van de mensen met een buismaag weer een hongergevoel.
Slik- en passageklachten
In de eerste weken na de operatie kan slikken lastig zijn. Soms voelt het alsof er een drempeltje in uw keel zit. Dit komt doordat de plek waar de slokdarm en maag aan elkaar zijn gemaakt nog wat gezwollen is. Dit wordt meestal vanzelf minder tijdens het herstel. Langzaam gaat eten en drinken steeds beter. Uiteindelijk kunt u in principe weer gewoon eten en drinken.
Wat kunt u doen bij slik- en passageklachten?
Eet rustig en kauw goed. Hierdoor kunt u beter slikken, zakt het eten beter en verteert het eten beter.
Sommige voedingsmiddelen kunnen passageklachten geven. Ze blijven steken rond de aanhechting van de buismaag op de slokdarm.
- Vooral plakkerige voedingsmiddelen, zoals vers brood, witbrood of pannenkoek, zakken soms niet goed. Geroosterd brood, beschuit, cracker of een tosti gaan vaak beter.
- Andere producten die klachten kunnen geven zijn gestoofd draadjesvlees, gehaktbal, biefstuk, grove rauwkost, citrusfruit, hard gekookt ei, pinda’s en noten. Vermijd deze producten bij klachten.
Aanhoudende slik- en passageklachten
Soms blijven slikklachten langer bestaan of worden ze erger. Als dit 6 weken na de operatie nog zo is, of als slikken pijnlijker wordt, kan er vernauwing zijn ontstaan op de plek waar de slokdarm en buismaag aan elkaar zijn gehecht. Dit heet een naadstenose.
De oorzaak is meestal littekenweefsel, waardoor de doorgang te smal wordt. Vast voedsel kan dan terugkomen in de mond en slikken kan pijn doen. Deze klachten lijken soms op de klachten van vóór de operatie.
Bespreek dit altijd met uw chirurg, physician assistant en/of verpleegkundig specialist. Soms is een behandeling nodig om de vernauwing op te rekken (dit heet een dilatatie).
Hinderlijke slijmvorming/slijmprop
Kort na de operatie kunt u last hebben van taai slijm in uw mond of keel. Soms hoopt dit slijm zich op tot een prop. De precieze oorzaak is niet bekend, maar het kan komen door dik speeksel wat zich ophoopt bij de aanhechting van de slokdarm en buismaag. Het slijm is moeilijk door te slikken of op te hoesten. U kunt het met een tissue uit uw mond halen. Zit het slijm hoog in de keel? Gebruik dan een zachte tandenborstel om het voorzichtig te verwijderen.
Voeding veroorzaakt deze slijmvorming niet, maar sommige voedingsmiddelen kunnen de klachten wel iets verlichten.
- Neem friszure producten zoals ananas, komkommer, appel, kiwi, augurk, tomaat; hierdoor wordt er meer dun, waterig speeksel in de mond gemaakt;
- Spoel de mond met koolzuurhoudend water, cola werkt soms ook slijmoplossend;
- Spoel de mond na het drinken van melk met water, thee of koffie; melkproducten kunnen een plakkerig gevoel geven maar zijn niet de oorzaak van slijmvorming;
- Spray of spoel uw mond met een zoutoplossing;
- Neem ijsblokjes of ijswater; dit helpt om het slijm wateriger te maken waardoor het plakkerige gevoel afneemt.
Overloop van de buismaag
Na de operatie kan uw buismaag minder eten tegelijk opslaan. Als u te veel eet of drinkt in één keer, kan het eten of drinken terugstromen naar uw keel. Dit heet overloop van de buismaag.
- Probeer maximaal 250-300 ml voeding en/of drinken per keer te nemen
- Gebruik vaker (6-9 x) kleinere maaltijden goed verspreid over de dag (om de 2 uur)
Refluxklachten
Bij de operatie is ook het klepje tussen slokdarm en maag verwijderd. Hierdoor kan eten, drinken, maag- en/of galsappen makkelijker naar de mond terugstromen. Dit heet reflux. Wanneer dit gebeurt tijdens uw slaap, kan dit de longen instromen en het risico op een longontsteking vergroten. Het maagzuur irriteert de aansluiting tussen het overgebleven stukje slokdarm en de maag en het weefsel van de keelholte.
Wat kunt u doen bij refluxklachten?
- Eet en/of drink niet te veel in korte tijd. Neem ongeveer 250-300 ml per keer.
- Vermijd voorover buigen of bukken vlak na de maaltijd om het terugvloeien van voedsel of drinken te voorkomen. Wacht een half uur na een maaltijd met bijvoorbeeld huishouden en sporten. Zak door uw knieën als u moet bukken.
- Verhoog het hoofdeinde van uw bed. Slaap in een hoek van ongeveer 30 graden.
- Het terugvloeien van maag- of galsappen tijdens de nacht wordt soms voorkomen door 2-3 uur voor het slapen niets meer te eten of te drinken.
Bespreek aanhoudende refluxklachten met uw chirurg, physician assistent en/of verpleegkundig specialist. Zo nodig krijgt u medicatie die de maagzuurproductie remmen of galsappen binden. Ook medicijnen die de beweeglijkheid van de darm stimuleren kunnen zorgen voor minder terugvloed van galsappen.
Vertraagde buismaaglediging
Als u vaak misselijk bent, moet overgeven of een vol of opgeblazen gevoel heeft, kan het zijn dat het eten en/of drinken niet goed door de buismaag gaat. Hierdoor kan het moeilijker zijn om regelmatig iets te eten of drinken. Deze klachten zijn meestal tijdelijk. Probeer uw eten extra goed te kauwen en regelmatig kleine maaltijden, verdeeld over de dag te nemen. Neem bij aanhoudende klachten contact op met uw chirurg, physician assistent en/of verpleegkundig specialist. Soms is er medicatie nodig om de klachten te verminderen.
Dumpingklachten
Om een buismaag te kunnen maken wordt tijdens de operatie de zenuw die de maag aanstuurt (= nervus vagus) doorgesneden. Hierdoor kan de werking van de sluitspier (= pylorus) afwezig of verstoord zijn. Dan komt het eten en drinken sneller en in grotere hoeveelheden dan normaal in de dunne darm. Dit heet vroege dumping.
Wanneer u te grote porties in één keer eet, te veel drinkt bij een maaltijd en/of te snel eet kunnen binnen een half uur een of meer van onderstaande dumping klachten optreden:
- misselijk
- buikpijn
- darmkrampen
- braken
- diarree
- hartkloppingen
- zweten
- neiging tot flauwvallen/duizeligheid
- vermoeidheid/sufheid
- beven/trillen
- sterk hongergevoel
Deze klachten ontstaan doordat het eten in de dunne darm veel vocht uit het bloed aantrekt. Daardoor zit er minder vocht in de bloedvaten en daalt de bloeddruk. Deze klachten gaan na verloop van tijd (soms enkele uren) vanzelf voorbij.
Wat kunt u doen om vroege dumping klachten te voorkomen?
- Neem 6-9 kleine maaltijden goed verspreid over de dag.
- Drink weinig bij de maaltijden. Meestal geeft 1 klein glas of kopje drinken bij het eten geen klachten. Bij ernstige dumpingklachten kan het helpen niets bij de maaltijden te drinken.
- Neem soep een uur voor en het nagerecht een uur na de maaltijd.
- Dumpingklachten kunnen optreden na gebruik van te veel 'snel opneembare' suikers zoals 'gewone' suiker of vruchtensuiker. Neem daarom weinig limonade, vruchtendranken, frisdranken, snoep en koek en geen suiker in koffie en thee. Suiker zit in voedingsmiddelen als cake, ontbijtkoek, gebak, koekjes en zoet beleg. Vermijd het vaak en veel eten van deze producten.
- Melk bevat melksuiker (lactose), dit is ook een snel opneembare suiker. Gebruik van grote hoeveelheden melkproducten kan dumpingklachten veroorzaken. Als u klachten hebt na het gebruik van melkproducten, neem dan maximaal 2-3 (300-450 ml) melkproducten per dag. Houden de klachten aan, probeer dan zure melkproducten, zoals karnemelk, yoghurt en kwark. Deze worden meestal beter verdragen omdat ze minder lactose bevatten. Verdraagt u helemaal geen melkproducten meer, overleg dan met uw diëtist over een lactosebeperkt dieet.
- Ga bij ernstige klachten even liggen na de maaltijd.
Vetdiarree
Na een buismaagreconstructie kunt u vetdiarree (steatorroe) krijgen. Als gevolg van de operatie maakt de alvleesklier (pancreas) soms te weinig spijsverteringsenzymen (pancreasenzymen) aan. Of het eten wordt niet goed vermengd met de spijsverteringsenzymen en –sappen. Het eten wordt dan niet goed verteerd. Hierdoor neemt het lichaam de voedingsstoffen, vooral de vetten, niet goed op. De ontlasting is daardoor dun, vettig en plakkerig en/of ruikt onaangenaam. Daarnaast kunt u ook last hebben van winderigheid, darmkrampen en buikpijn. Als het eten niet goed verteert, kunt u afvallen terwijl u toch voldoende eet.
Wanneer u deze klachten herkent kan uw chirurg, physician assistent en/of verpleegkundig specialist pancreasenzymen voorschrijven. De diëtist geeft op basis van de verdeling van de hoeveelheid vet in uw voeding adviezen over dosering en gebruik van de enzymen. U krijgt van uw diëtist aanvullende informatie.
Risico op gewichtsverlies en ondervoeding
Bij ondervoeding heeft het lichaam een tekort aan energie, eiwitten en andere voedingsstoffen, zoals vitamines en mineralen. Dit kan na de operatie ontstaan doordat u minder eet, terwijl uw lichaam juist extra energie en voedingsstoffen nodig voor herstel na de operatie.
Gewicht
Misschien vindt u enkele kilo’s gewichtsverlies prettig. Maar het is beter om de eerste maanden na de operatie niet te veel af te vallen. In de herstelfase is gewichtsverlies niet alleen verlies van vet, maar vooral verlies van spieren. Dit vermindert wondgenezing, hart- en longfunctie en geeft risico op infecties. U herstelt minder snel en kunt zich minder goed voelen.
Weeg u thuis regelmatig. Weeg bij voorkeur ’s ochtends vroeg, nadat u naar het toilet bent geweest, zonder kleding en op dezelfde weegschaal.
Weeg de eerste maand na ontslag uit het ziekenhuis 2 x per week en daarna 1 x per week en noteer uw gewicht. De diëtist zal uw gewicht navragen op de polikliniek of tijdens een telefonisch consult. Neem bij gewichtsverlies contact op met uw diëtist.
Wat kunt u doen bij gewichtsverlies en ondervoeding?
Het is belangrijk om gewichtsverlies en ondervoeding te voorkomen of te behandelen. U ontvangt zo nodig van uw diëtist de folders ‘Wat kunt u doen bij ondervoeding?’ en ‘Eet u voldoende eiwit?’. In deze folders staat wat u zelf bij gewichtsverlies en ondervoeding kunt doen.
Tekort aan vitamines, mineralen en spoorelementen
Onderzoek bij mensen met een buismaag laat zien dat het moeilijk is om met gewone voeding dagelijks alle vitamines, mineralen en spoorelementen voldoende binnen te krijgen. Dit kan gecontroleerd worden met bloedonderzoek. Als u geen sondevoeding of drinkvoeding gebruikt is het aan te raden een (oplosbaar) multivitaminen en mineralen preparaat te nemen om tekorten te voorkomen. Welke soort en hoeveel u nodig heeft hangt af van uw persoonlijke situatie. Uw diëtist kan u hierover adviseren.
Vitamine B12
De opname van vitamine B12 uit de voeding in de dunne darm gebeurt met behulp van een in de maag aangemaakte stof (intrinsic factor). Door de buismaagoperatie, bij ouder worden en bij langdurig gebruik van maagzuurremmers kan de hoeveelheid intrinsic factor in de maag afnemen en neemt uw lichaam minder vitamine B12 op. Op termijn kan een vitamine B12 tekort in het lichaam ontstaan. Vitamine B12 tekort leidt onder andere tot bloedarmoede en stoornissen in de zenuwen van de armen/handen en benen/voeten.
Het is aan te bevelen jaarlijks het vitamine B12 gehalte in uw bloed te laten controleren. Bespreek dit met de verpleegkundig specialist of huisarts. Als de waarde te laag is, kunnen B12 injecties de waarde op peil brengen en houden.
Lichaamsbeweging
Goede voeding is belangrijk, maar alleen voeding is niet genoeg om goed te herstellen. Ook voldoende lichaamsbeweging is daarbij belangrijk. Als u niet beweegt verminderen de spieren in uw lichaam. Voor behoud of verbeteren van uw spiermassa is elke dag bewegen nodig, bijvoorbeeld de dagelijkse activiteiten zoals boodschappen en het huishouden doen, wandelen en fietsen. Neem voor meer informatie over specifieke training en revalidatie na uw operatie contact op met uw (huis)arts en/of oncologisch fysiotherapeut of kijk eens op de website wkof.nl/bewegenenkanker.
Waar kunt u meer informatie vinden?
- Koningin Wilhemina Fonds (KWF) kanker bestrijding
- Patiëntenvereniging SPKS Leven met maag- of slokdarmkanker
- Maag Lever Darm Stichting (MLDS)
- Voeding en Kanker
- Landelijke Werkgroep Diëtisten Oncologie (LWDO)
- Stichting Oncologische Chirurgie Utrecht
- Kankeronderzoek - Samen tegen kanker
- Behandeling - UMC Utrecht
Hebt u nog vragen?
Hebt u na het lezen van deze brochure nog vragen, neem dan gerust contact op met uw diëtist.
Contact
Polikliniek Diëtetiek
Het secretariaat diëtetiek is op maandag t/m vrijdag van 8.00 - 12.15 uur en van 13.00 - 16.30 uur bereikbaar. Buiten de genoemde tijden kunt u een bericht inspreken op het antwoordapparaat of een mail sturen. Als u niet op de afgesproken tijd kunt komen, geef dit dan zo vroeg mogelijk aan ons door. Het secretariaat maakt dan een nieuwe afspraak met u. Het e-mailadres kan alleen gebruikt worden voor algemene vragen. In de e-mail mogen geen persoonlijke of medische gegevens staan, omdat e-mailen niet volledig privacy-veilig is.
Als patiënt van het UMC Utrecht hebt u toegang tot het patiëntportaal Mijn UMC Utrecht. U kunt via Mijn UMC Utrecht een bericht sturen naar uw diëtist. U krijgt dan binnen drie tot vijf werkdagen antwoord. U kunt inloggen in het Patiëntportaal Mijn UMC Utrecht met uw DigiD met sms-functie.
Bedankt voor uw reactie!