Terug

Zwangerschaps-geassocieerde borstkanker

Wetenschappelijk onderzoek Borstkanker tijdens en kort na de zwangerschap
Logo PABC

Borstkanker is de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen, ook tijdens de zwangerschap. Naar schatting krijgen in Nederland jaarlijks 100 tot 200 vrouwen de diagnose borstkanker tijdens de zwangerschap of in het eerste jaar na de bevalling.

Borstkanker in deze periode heet ook wel zwangerschapsgeassocieerde borstkanker, afgekort PABC (van het Engelse pregnancy-associated breast cancer). In een groot landelijk onderzoek met gegevens van bijna 800 patiënten uit het landelijke pathologie-archief (PALGA) en de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) hebben we laten zien dat vrouwen met PABC vaker een agressievere vorm van borstkanker hebben: namelijk een vorm die sneller groeit en die vaker juist opvallend niet gevoelig is voor hormonen.

Waarom dit zo is, weten we nog niet. Mogelijke verklaringen zijn de sterk veranderde hormoonhuishouding, de aanpassingen van het immuunsysteem tijdens de zwangerschap en de veranderingen in het borstweefsel na de bevalling.

Veel internationaal onderzoek naar PABC sluit nog onvoldoende aan bij de vragen van patiënten en hun naasten. Daarom hebben we in 2025 samen met patiënten, artsen en onderzoekers een wetenschapsagenda opgesteld en gepubliceerd. Deze agenda vormt de basis voor ons onderzoek in het UMC Utrecht en met onze (inter)nationale collega’s.

Doel

Ons onderzoek richt zich op de volgende vragen:

  1. Waarom hebben PABC-tumoren vaker agressievere kenmerken?
  2. Hoe ziet de directe omgeving van de tumorcellen eruit, het zogenoemde micromilieu, met onder meer afweercellen, bindweefsel en bloedvaten? En welke rol spelen die in de groei van PABC-tumoren?
  3. Kunnen we, binnen de groep vrouwen met PABC, onderscheid maken tussen vrouwen met een hoog en vrouwen met een laag risico, zodat de behandeling in de toekomst nog beter kan worden afgestemd?
  4. Met behulp van landelijke registraties en databases willen we daarnaast de volgende vragen beantwoorden:
    • Hoe vaak komt PABC precies voor, en neemt dat aantal toe?
    • Maakt het uit of PABC ontstaat tijdens een eerste of tijdens een latere zwangerschap?
    • Hoe beïnvloedt een zwangerschap het risico op borstkanker, op korte en op lange termijn?
    • Hoe vaak worden vrouwen na PABC opnieuw zwanger, en heeft dat invloed op hun prognose?

Voor de eerste drie vragen hebben we een grote weefselbank opgezet met tumorweefsel van vrouwen met PABC. Daarmee onderzoeken we onder andere de invloed van (zwangerschaps)hormonen en de rol van het immuunsysteem. Ook kijken we op moleculair niveau naar de processen in deze tumoren. We bestuderen daarvoor het DNA (het erfelijk materiaal) en het RNA (dat laat zien welke genen actief zijn). Aan dit deel van het onderzoek doen ook patiënten van het Universitair Ziekenhuis Leuven (UZ Leuven) mee; zie voor hen "Meer informatie".

Onderzoekers

Hoofdonderzoekers

Patiëntenpanel

  • Zeven vrouwen die een diagnose borstkanker hebben gekregen tijdens- of kort na de zwangerschap denken mee over nieuwe onderzoeksresultaten en nieuwe onderzoeksprojecten.

Consulterend onderzoekers

Resultaten

In ons landelijke onderzoek met gegevens van bijna 800 patiënten zien we dat borstkanker tijdens of kort na de zwangerschap vaker agressieve kenmerken heeft dan borstkanker bij leeftijdgenoten die niet zwanger waren. De tumoren groeien vaker snel (graad 3), zijn vaker triple-negatief (niet gevoelig voor hormonen en zonder het HER2-eiwit) en worden vaker in een later stadium ontdekt. Ook de overleving na vijf jaar is gemiddeld lager (77% tegenover 85%*), maar dat komt vooral door de agressievere kenmerken en het latere stadium.

Het moment van de diagnose blijkt daarbij uit te maken. Vrouwen die de diagnose kregen in het eerste trimester of langer na de bevalling (tussen 6 en 12 maanden), hebben een prognose die vergelijkbaar is met die van leeftijdgenoten. Bij een diagnose in het tweede of derde trimester, of in de eerste 6 maanden na de bevalling, zien we juist vaker agressieve tumoren en een minder gunstige prognose. Deze bevinding hebben we samen met onderzoekers uit Zweden bevestigd met alle gecombineerde gegevens van Nederlandse en Zweedse PABC patiënten.

Met ons huidige onderzoek proberen we deze verschillen te verklaren. Door zo meer inzicht in PABC te krijgen, hopen we in de toekomst behandelingen persoonlijker én beter te maken. 

Tot slot hebben we samen met patiënten, behandelend artsen en onderzoekers een wetenschapsagenda opgesteld met de tien belangrijkste onbeantwoorde vragen over PABC. De hoogste prioriteit kregen de volgende vragen:

  1. Wat in de zwangerschap en de borstvoedingsperiode maakt dat tumoren kunnen groeien?
  2. Welke invloed hebben leefstijl, stress, voeding en supplementen?
  3. Waardoor wordt de diagnose PABC vaker later gesteld?

*Let op: de genoemde cijfers zijn gemiddelden over een lange periode (1988–2022), waarin de behandeling sterk is verbeterd. Ze zeggen niets over de vooruitzichten van één individuele patiënt. Heeft u vragen over uw eigen situatie? Bespreek die dan met uw behandelend arts.

Meer informatie

Informatie voor PABC patiënten en naasten:

  • Algemene informatie over kanker tijdens de zwangerschap kunt u hier vinden. 
  • Patiëntenvereniging Stichting Ster(k) voor zwangere vrouwen met kanker.

Informatie voor UZ Leuven patiënten deelnemend aan de INCIP studie:

Eerder zijn tussen tumorweefsels van Belgische patiënten die tussen 2005 en 2019 zijn verzameld voor de INCIP studie (studienummer S25470, gecoördineerd vanuit het UZ Leuven) gebruikt voor onderzoek naar de genetische samenstelling van borstkanker. Hiervoor zijn patiënten benaderd die borstkanker kregen zonder een eerdere zwangerschap, tijdens een huidige zwangerschap, of binnen 2 jaar na een bevalling. Als u heeft deelgenomen aan deze studie, betekent dit dat op tumorweefsels afkomstig vanuit uw borstkankeroperatie is gekeken naar genetische veranderingen die in de tumor mogelijk hebben bijgedragen aan het ontstaan van uw borstkanker. In het zogenaamde “RNA” is namelijk af te lezen welke processen op dat moment een belangrijke rol speelden in de tumor, zoals bijvoorbeeld de invloed van hormonen en het immuunsysteem op de borstkanker.

In het UMC Utrecht voeren we op dit moment een vergelijkbaar onderzoek uit met tumorweefsels van Nederlandse borstkankerpatiënten met een diagnose tijdens- of kort na de zwangerschap. Om zoveel mogelijk te weten te kunnen komen over de invloed van een huidige- of recente zwangerschap op borstkanker, werken de onderzoeksgroepen van het UMC Utrecht en het UZ Leuven voor dit onderzoek samen. Op deze manier kunnen we gegevens van tumoren zoveel mogelijk patiënten analyseren. Om die reden kan het zijn dat uw data, die is opgeslagen in het UZ Leuven, anoniem gedeeld is met het UMC Utrecht. Dit gebeurt volgens strikte protocollen om de veiligheid van deze gegevens te garanderen. Na de voltooiing van dit onderzoek, worden de gegevens van de patiënten uit het UZ Leuven weer enkel in het UZ Leuven opgeslagen. Indien uw gegevens voor deze vervolgstudie zijn gebruikt, bent u hierover via de My Nexus Health App op de hoogte gesteld. Als u vragen heeft over dit onderzoek, of meer wilt weten, kunt u hiervoor met ons contact opnemen per e-mail (c.f.j.bakhuis@umcutrecht.nl).

Contact

Heeft u vragen over het onderzoek of wilt u op de hoogte blijven, dan kunt u contact opnemen met:

Datum laatste update: 16 september 2026

Bedankt voor uw reactie!

Heeft deze informatie u geholpen?
Graag horen we van u waarom niet, zodat we onze website kunnen verbeteren.
umcutrecht.nl maakt gebruik van cookies

Deze website maakt gebruik van cookies Deze website toont video’s van o.a. YouTube. Dergelijke partijen plaatsen cookies (third party cookies). Als u deze cookies niet wilt kunt u dat hier aangeven. Wij plaatsen zelf ook cookies om onze site te verbeteren.

Lees meer over het cookiebeleid

Akkoord Nee, liever niet