Terug

Cochleaire implantatie

Een cochleair implantaat (CI) is een gehoorprothese die geïmplanteerd wordt in het binnenoor. Het CI stuurt spraak en omgevingsgeluiden via elektrische prikkels direct naar de gehoorzenuw. Een CI is bedoeld voor kinderen en volwassenen met zeer grote gehoorverliezen die te weinig horen met gewone hoortoestellen. Een CI bestaat uit een inwendig deel (het implantaat) en een uitwendig deel (de spraakprocessor).

Wat u als CI-gebruiker moet weten over het coronavirus (COVID-19)

Vanwege het coronavirus (COVID-19) is er veel veranderd in de zorg. Omdat wij in het UMC Utrecht ook patiënten met het coronavirus (COVID-19) opnemen, kunnen helaas niet alle geplande afspraken en behandelingen doorgaan op de manier die u van ons gewend bent. Uiteraard leveren we wel alle spoedeisende zorg en behandelingen die niet uitgesteld kunnen worden. U leest meer over de maatregelen die wij nemen op www.umcutrecht.nl/corona. We hopen op uw begrip en medewerking.

Wij willen uw vragen als CI-gebruiker zo goed mogelijk beantwoorden. Problemen met materiaal proberen wij zoveel mogelijk op afstand op te lossen, bijvoorbeeld via de mail, (beeld)telefoon of post. U kunt hiervoor contact met ons opnemen via onderhoudCI@umcutrecht.nl

Voor andere problemen kijken we naar een passende oplossing. Als u hier vragen over heeft, kunt u contact opnemen via het patiëntportaal of e-mail CI@umcutrecht.nl.

Meer informatie

Meer over cochleaire implantatie

Waarom een cochleair implantaat (CI)?

Mensen die ernstig slechthorend of doof zijn, kunnen vrijwel geen gesproken taal verstaan, zelfs niet met sterke hoortoestellen. Velen van hen hebben in hun jeugd een voldoende gehoor gehad om te leren spreken en spraak te verstaan. Na verloop van tijd ging dat gehoor echter sterk achteruit. Die achteruitgang kan een gevolg zijn geweest van een erfelijke aandoening, maar kan ook vrij plotseling zijn opgetreden, zonder aanwijsbare oorzaak. Cochleaire Implantatie biedt deze mensen nieuwe mogelijkheden om te horen en spraak te verstaan, veel meer dan mogelijk was met hoortoestellen. Voor Cochleaire Implantatie is een operatieve ingreep noodzakelijk.

Een cochleair implantaat (CI) is echter geen ‘superhoortoestel’ waarmee het gehoor weer normaal wordt. Na een succesvolle implantatie blijven de meeste CI-gebruikers in meer of mindere mate slechthorend. Zij blijven dus vaak moeite houden met het onderscheiden van geluiden en het volgen van een gesprek, maar velen van hen kunnen zonder problemen telefoneren met bekenden. Er zijn grote verschillen in hoormogelijkheden tussen CI-gebruikers. Het is niet bekend waardoor dit komt. Dit maakt het moeilijk de resultaten te voorspellen.

De nieuwe mogelijkheden van Cochleaire Implantatie vereisen een volledige en langdurige inzet van de betrokkene. Er is meer inspanning nodig dan bij het gebruik van hoortoestellen. De geluiden en de spraak die in de hersenen binnenkomen klinken anders dan voorheen. De hersenen leren deze geluiden en spraak wel te herkennen, maar dit leerproces kost tijd. Mensen die een CI (op één oor of op beide) hebben gekregen nadat hun gehoor verslechterd was hebben een voordeel bij de gewenning, omdat hun gehoor onbewust al ‘ingesteld’ is op geluid, ook al klinkt het met een CI anders.

Helaas zijn de resultaten van implantatie bij oudere kinderen en volwassenen die vanaf de geboorte doof zijn vaak teleurstellend. Dit komt omdat de gesproken taalontwikkeling vaak beperkt is gebleven. Cochleaire Implantatie kan bij deze mensen echter wel een signaalfunctie hebben thuis en in het verkeer, en de lipleesvaardigheid verbeteren.

Onderzoeken

Om de mogelijke winst van Cochleaire Implantatie aan te kunnen geven is nodig te weten hoe groot het gehoorverlies is, hoe de slechthorendheid is ontstaan en hoe uitgebreid men gebruik heeft kunnen maken van hoortoestellen en liplezen. De grootte van het gehoorverlies is bij aanmelding meestal wel  elders bepaald, maar wordt toch opnieuw gemeten.. Tijdens de intake bij de Zorggroep CI van het UMC Utrecht is er een gesprek met de audioloog. Hij/zij vraagt o.a. naar de periode waarin de patiënt heeft kunnen horen, naar de baat die hij/zij heeft gehad van het dragen van hoortoestellen. De audioloog informeert de patiënt ook over de mogelijkheden die er zijn bij het dragen van een CI. Deze informatie kan de patiënt inzicht geven in wat zij/hij in algemene zin kan verwachten.

Wat verandert er?

De gewenning aan de nieuwe hoormogelijkheden en het verder ontwikkelen daarvan kosten tijd en training. Dit vereist inspelen op concrete situaties. Gelukkig kunnen de menselijke hersenen zich zeer goed aan de nieuwe klanken aanpassen. De websites waarop persoonlijke ervaringen van CI dragers staan, zoals die van de Stichting Plotsdoven), geven daarvan een gevarieerd beeld. De aanpassing geldt ook voor het luisteren naar muziek. Overigens moeten de mensen die al langer ernstig slechthorend zijn ook wennen aan het nieuwe geluid. Na de operatie blijft de CI gebruiker echter afhankelijk van voorzieningen en hulp. Met een CI wordt men niet (opnieuw) horend.

Er zijn mensen bij de operatie al langer ernstig slechthorend waren en mensen van wie het gehoor plotseling sterk verslechterd was. In beide gevallen blijft de CI gebruiker afhankelijk van voorzieningen en hulp. Met een CI wordt men niet (opnieuw) horend.

Mensen die al langer ernstig slechthorend zijn hebben vaak geleerd, via de scholen die zij bezochten,  gebruikt te maken van gesproken taal aangevuld met gebaren (Nederlands met Gebaren - NmG). Het gebruik van een CI begint voor hen als een aanvulling op deze communicatie. Training en het opdoen van ervaring met een CI kan als resultaat hebben dat gesproken taal een veel belangrijker communicatiemiddel wordt.

Mensen van wie het gehoor plotseling is verslechterd ('plotsdoven') kunnen meestal niet terugvallen op het gebruik van gebaren. Zij zijn volledig afhankelijk van het succes van het CI. Tijdens de revalidatieperiode moeten zij gewend raken aan geluiden die heel anders klinken dan zij verwachtten. Die gewenning vereist inspelen op concrete situaties. De websites waarop persoonlijke ervaringen van CI dragers staan, zoals die van de Stichting Plotsdoven), geven daarvan een gevarieerd beeld.

Evaluatie van het gebruik van een CI (schattingen) geeft aan dat 20% van de CI gebruikers er zeer goed mee functioneert en 20% van hen slecht.  De meerderheid van de gebruikers weet in de variërende situaties de mogelijkheden goed te benutten, maar heeft daarbij meestal wel aanvullende informatie of extra hulpmiddelen nodig. Meer dan 90% van de gebruikers geeft aan tevreden tot zeer tevreden te zijn over het resultaat.

Hoe werkt een CI?

In de afbeelding hierboven is een dwarsdoorsnede door het oor getekend. U ziet de gehoorgang, het trommelvlies, de middenoorbeentjes en het binnenoor (het slakkenhuis, in bl

auw). In het normale slakkenhuis ligt het ‘basilaire membraan’ waarop zich rijen zintuigcellen (de haarcellen) bevinden.

Wanneer geluid wordt aangeboden aan het oor, bewegen deze haarcellen. Die beweging leidt tot elektrische prikkeling van de zenuwvezels. Daarbij worden de hoge tonen in een geluid aan het begin van het slakkenhuis (dicht bij het laatste gehoorbeentje) geregistreerd en lage tonen aan het eind (in de punt), dat alles op een rij.

Bij ernstige slechthorendheid en doofheid zijn de haarcellen grotendeels uitgeschakeld. De zenuwvezels, die met de haarcellen verbonden zijn, kunnen dan dus niet meer geactiveerd worden.

 Tijdens de operatie plaatst de KNO-arts het implantaat. Dit bestaat uit twee inwendige onderdelen, de elektrodenbundel en de magneet met de bijbehorende ontvangsspoel. De elektrodenbundel wordt in het slakkenhuis geschoven, zoals in de linker afbeelding te zien is. Het ‘draadje’ is in feite een bundel afzonderlijke geïsoleerde metalen draadjes. Elke draadje (elektrode) uit die bundel eindigt op een bepaalde plaats in het slakkenhuis. Bij een CI worden de zenuwvezels in het slakkenhuis in dezelfde volgorde elektrisch geprikkeld als bij het normale gehoor, alleen nu door de uiteinden van de elektrode. De magneet met de ontvangsspoel worden in het bot,direct onder de huid, geplaatst.

De uitwendig gedragen spraakprocessor en de bijbehorende zendspoel zorgen ervoor dat de frequenties in de goede volgorde in het slakkenhuis aankomen. De gehoorzenuw wordt bij een CI direct elektrisch gestimuleerd, zonder ‘tussenkomst’ van het middenoor en de haarcellen. De stroompjes zijn zo zwak dat je ze niet kunt voelen. Ze zijn echter wel voldoende sterk om de zenuwcellen te prikkelen en een geluidsensatie op te wekken.

De afbeelding hieronder laat zie hoe de spraakprocessor (achter de oorschelp) en de zendspoel op het hoofd geplaatst zijn. Beiden kunnen gemakkelijk losgekoppeld worden. Men hoort dan uiteraard niets.

Uitgelicht "Luisteren met een kunst-oor"


De film ‘Luisteren met een kunst-oor’ laat je ervaren hoe muziek klinkt met hoorverlies en met een cochleair implantaat (CI, ook wel binnenoorprothese genoemd). Het CI geeft voldoende informatie aan de hersenen om in enkele maanden weer te leren verstaan, maar muziek luisteren is een uitdaging. Deze film geeft de persoonlijke ervaring van pianiste Joke Veltman weer. Niet iedere CI-drager zal muziek op dezelfde manier ervaren. Maar voor iedere CI-drager geldt dat gehoortraining, ook met de hulp van muziek, effect heeft op de verwerking van geluid door het brein. Dit kan bijdragen aan meer genieten van muziek en beter verstaan van spraak.
 
Er is ook een lange versie (15 minuten) van deze film beschikbaar. Neem hiervoor contact op met Joke Veltman.

Luisteren met een kunst-oor

Voorbereiding

Aanmelding en onderzoeken 

Aanmelding 

U kunt zich aanmelden voor Cochleaire Implantatie bij het secretariaat van de Zorggroep Cochleaire Implantatie Utrecht: 

Huispostnummer F 02.504
Postbus 85500
3508 GA Utrecht
Telefoon: 088 - 755 8360
E-mail: ci@umcutrecht.nl

Als u zelf de aanmelding doet, heeft u een verwijzing van de huisarts nodig. Vaak is de aanmelding gedaan door een KNO-arts of door een Audiologisch Centrum. Een verwijzing van de huisarts is dan niet nodig. Na de aanmelding ontvangt u een vragenlijst. De ingevulde vragenlijst kan direct retour gezonden worden in de antwoordenvelop. Ook krijgt u brieven met afspraken voor de intake procedure. Een team van medewerkers (multidisciplinair team) onderzoekt of in aanmerking komt voor Cochleaire Implantatie. Na de intakeprocedure ontvangen verwijzers en huisarts bericht over de afloop. 

De verschillende onderzoeken zijn verdeeld over drie dagen. Als blijkt dat u niet (direct) in aanmerking komt voor Cochleaire Implantatie kunnen dit minder dagen zijn.

Vooronderzoeken 

Om in aanmerking te komen voor Cochleaire Implantatie gelden de volgende voorwaarden:
• Uw gehoor is zo slecht dat een cochleair implantaat een verbetering kan geven.
• Het is medisch (operatief) mogelijk een cochleair implantaat te plaatsen.
• U bent in staat om het revalidatieprogramma te volgen.

De intake procedure start met een aantal onderzoeken op één dag.
Afhankelijk van de uitslagen op deze eerste dag , vinden er aanvullende onderzoeken plaats op een tweede dag. Op de derde dag met afspraken bij het CI-team zijn alle onderzoeken afgerond. Het multidisciplinaire team heeft dan overlegd of plaatsing van een cochleair implantaat mogelijk is. U krijgt dan de definitieve uitslag.

Onderzoeksdag 1
Op deze eerste dag met afspraken bij het CI team staan het gehooronderzoek en het KNO-onderzoek centraal. U heeft twee verschillende afspraken:

1. Gehooronderzoek
De audiologieassistent maakt een toon- en een spraakaudiogram en meet wat u verstaat met hoortoestellen (als u hoortoestellen gebruikt).
Bij een toonaudiogram geeft u aan of u (zachte) pieptonen hoort via een hoofdtelefoon.
Bij een spraakaudiogram zegt u woorden na die zacht aangeboden worden via de hoofdtelefoon en via een luidspreker. U heeft uw daarbij hoortoestellen in.

2. Bezoek aan KNO-arts en audioloog
De KNO-arts stelt vragen over uw gezondheid en over ziektes die u hebt doorgemaakt. Hij/zij onderzoekt uw oren. U krijgt uitleg over de operatie en de risico’s daarvan. De audioloog vraagt hoe het gehoorverlies is ontstaan en hoe het zich heeft ontwikkeld. Hij/zij informeert ook wanneer/hoe vaak u hoortoestellen draagt en hoe u hoort in verschillende situaties.

Onderzoeksdag 2 U heeft opnieuw een aantal onderzoeken op één dag:


1. Medisch Onderzoek
Het medisch onderzoek bestaat meestal uit een CT-scan. Indien nodig kunnen andere onderzoeken aangevraagd worden.
CT betekent Computer Tomografie. Met röntgenstraling worden afbeeldingen van het gehoororgaan gemaakt. Het onderzoek is om te kijken of het plaatsen van een cochleair implantaat mogelijk is. Het onderzoek duurt ongeveer 15 minuten.

2. Logopedisch onderzoek
De logopedist doet verschillende tests. Woorden- en zinnentests geven informatie over het horen en het spraakafzien tijdens de communicatie.
De testuitkomsten gebruiken we na de operatie ook om vooruitgang te meten.
Duur: 1 uur en 15 minuten.

3. Gesprek met de maatschappelijk werker
De maatschappelijk werker bespreekt onder andere wat uw verwachtingen zijn van een cochleair implantaat. Ook is er aandacht voor het effect van de slechthorendheid/doofheid op uw functioneren en bespreekt zij het revalidatieprogramma met u.
Duur: 45 minuten.

Definitief advies 

Op de derde dag met afspraken bij het CI team krijgt u de uitslag van de vooronderzoeken.
De KNO-arts en de maatschappelijk werker bespreken met u het definitieve advies.Bij een positief advies neemt u zelf de uiteindelijke beslissing tot implantatie. Vervolgens kunt u een gesprek hebben met een audioloog over de keuze van het merk implantaat. Soms kunt u zelf kiezen voor een bepaald merk, soms maakt het team op grond van uw gehoor een keuze. U krijgt verder een verwijzing voor de polikliniek Pre-operatieve Screening (POS Poli). Op de POS poli gaat een anesthesist na of er geen lichamelijk beletsel is voor het ondergaan van de operatie. U moet zelf een afspraak maken bij receptie 30. 

Oproep voor de opname 

Als u besluit in te stemmen met cochleaire implantatie, plaatsen wij u op de wachtlijst voor de operatie.

Tips voor het gesprek over de operatie

Met deze aandachtspuntenlijst kunt u zich voorbereiden op het gesprek met uw zorgverlener over uw operatie.

Lees meer
Vrouw kijkt op telefoon

Wat moet u meenemen?

Hebt u een afspraak in het UMC Utrecht of wordt u opgenomen? Neem dan het volgende mee.

Lees meer


Tijdens de behandeling

Oproep voor opname 

Ongeveer twee weken voor de operatie krijgt u schriftelijk bericht op welke datum de operatie plaatsvindt. U wordt opgenomen op afdeling D5. Op de verpleegafdeling D5 worden patiënten behandeld voor de specialismen Keel-, Neus-, en Oorheelkunde, Mondziekten/Kaakchirurgie en Plastische Chirurgie. 

Voor de operatie 

Tot 6 uur voor de operatie mag u niets meer eten. Tot 2 uur voor de operatie mag u helder vloeibare vloeistoffen drinken. In verband met de hygiëne van het wondgebied moet u de avond of ochtend voor de operatie douchen en uw haren wassen.
Het is belangrijk dat u vanaf enkele dagen voor de operatie geen bloedverdunnende medicijnen (zoals aspirine of acenocoumarol) meer gebruikt. Deze medicijnen vergroten namelijk de kans op nabloedingen. U hoort van uw arts wanneer u moet stoppen met de medicijnen. Deze krijgt u verder één keer per dag, totdat u weer naar huis gaat.

Eén uur voor de operatie krijgt u als pijnbestrijding twee tabletten paracetamol.

Sieraden en eventuele prothesen (bijvoorbeeld een gebit) blijven op de kamer. Waardevolle spullen kunt u opbergen in uw afsluitbare kledingkast. De verpleegkundige bewaart de sleutel voor u. Op de afgesproken tijd brengen de verpleegkundigen u naar de ontvangst¬ruimte van het operatiecentrum. Bij de ontvangstruimte neemt een operatie verpleeg¬kundige de zorg over. Meestal moet u nog even wachten. Wanneer u aan de beurt bent, wordt u opgehaald en naar de operatiekamer gereden. Daar wordt u ontvangen door de anesthesioloog die tijdens de operatie voor u zorgt. U krijgt een infuus en de bewakingsapparatuur wordt aangesloten. Wanneer u onder algehele narcose gaat, krijgt u een slaapmiddel via het infuus. U valt daarna snel in een diepe slaap. 

Operatie 

Op de operatiekamer scheert de arts eerst een deel van het haar weg. Dit is om ontstekingen te voorkomen en een goed overzicht te hebben op het operatiegebied.

Daarna begint de operatie met een huidsnede achter/boven het oor. Van daaruit wordt in het bot van het rotsbeen een opening geboord naar de middenoorholte toe, zodat het slakkenhuis zichtbaar wordt. Door dit gebied lopen ook de aangezichtszenuw en de smaakzenuw. In de wand van het slakkenhuis maakt de oorchirurg vervolgens een klein gaatje met een doorsnede van ongeveer een millimeter. Door deze opening schuift hij/zij de elektrodenbundel van het implantaat. De ‘voorgevormde’ elektrodenbundel volgt daarbij vanzelf de draaiing van het slakkenhuis. Vervolgens wordt onder de huid en spieren een holte gemaakt voor het plaatsen van de ontvangstspoel/stimulator. Tijdens de operatie, die ongeveer 2 uur duurt, wordt het implantaat getest zonder dat u dat merkt. Na het dichthechten van de huid bestaat er een geringe kans op verschuiving van het inwendige deel van het Cl. 

Na de operatie 

Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer (recovery), waar u ongeveer een uur intensief wordt gecontroleerd.
Als u wakker bent, halen de verpleegkundigen van de afdeling u weer op. Op de afdeling worden pols en temperatuur regelmatig gecontroleerd.
De KNO-arts vertelt u zo spoedig mogelijk hoe de operatie is verlopen.

Na de operatie heeft u een infuus, waarmee u vocht krijgt toegediend. Via het infuus krijgt u ook antibiotica toegediend. Dit zijn medicijnen om ontstekingen te voorkomen. Wanneer u goed heeft gegeten, gedronken, geplast en de antibiotica voor de operatiedag heeft gekregen, verwijdert de verpleegkundige het infuus. De dagen daarna krijgt u de antibiotica in tabletvorm.

De wond is verbonden met een hoofdverband. Dit verband zit strak en kan tijdelijk ongemak geven. Na een dag verwijdert de zaalarts het verband. Dit gebeurt op de verpleegafdeling. 
U kunt duizelig zijn na de operatie. Dit gaat meestal vanzelf over.
Het is beter om niet te douchen op de eerste dag na de operatie vanwege het gevaar op nabloeding. Het geopereerde oor mag niet vochtig worden. U mag uw haren weer wassen nadat de hechtingen zijn verwijderd. De hechtingen worden verwijderd bij het eerste polikliniekbezoek.

Operatie

Wat gebeurt er voor tijdens en na de operatie?

Lees meer

Anesthesie (verdoving of narcose)

Dit is algemene informatie over anesthesie (verdoving of narcose). De anesthesioloog geeft u tijdens het ‘preoperatief spreekuur’ meer uitleg over anesthesie.

Lees meer

Na de behandeling

Ontslag 

Als het herstel goed verloopt, mag u de dag na de operatie naar huis.
De afdelingsarts geeft u verdere informatie.
Uw huisarts ontvangt een brief over de operatie en over uw gezondheidstoestand.
De verpleegkundige van de afdeling maakt een controleafspraak op de polikliniek, voordat u naar huis gaat.

Het is belangrijk dat u de volgende adviezen in acht neemt, om complicaties te voorkomen. De adviezen gelden na de operatie, tot het eerste bezoek op de polikliniek.

    • Niet peuteren, wrijven of krabben aan het geopereerde oor, vanwege het gevaar voor ontsteking.
    • Probeer te voorkomen dat u bukt, perst, snuit of niest. Dit verhoogt namelijk de druk in het hoofd en geeft kans op nabloeden. Als u toch moet niezen, probeer dat met een open mond te doen. Dit verlaagt de druk in het hoofd. U kunt de verpleegkundige om medicijnen vragen tegen niezen.
    • U kunt in de eerste weken na de operatie evenwichtsproblemen hebben. Let dus extra goed op, bijvoorbeeld in het verkeer.
    • Zwemmen is niet toegestaan; zwemwater is namelijk een bron van bacteriën en dus gevaarlijk voor het oor

Nazorg 

Na een week komt u terug op de polikliniek voor een controlebezoek. De KNO-arts kijkt of de wond goed geneest en verwijdert de hechtingen. Eventueel kan de huisarts dit doen. 

Onderhoud 

Het CI-team heeft een onderhoudsdienst: CI-onderhoud.
De medewerkers van CI-onderhoud kunnen defecte onderdelen of processoren vervangen.
Bij normaal gebruik vergoedt de zorgverzekering de kosten.

Bij oneigenlijk gebruik, verlies of diefstal moet u de kosten van vervanging van onderdelen en van apparatuur zelf betalen. Wij adviseren u daarvoor een speciale verzekering af te sluiten. U hebt de keuze uit:
http://www.dehaanenbuis.nl
http://www.meeus.com 

Voor storingen aan de processor kunt u mailen of bellen:
E-mail: onderhoudci@umcutrecht.nl
Telefoon: 088 – 755 6636

Vervolg

Herstel na de operatie 

Na de operatie is er een herstelperiode nodig van drie weken. In die periode hoort u nog niets met het implantaat.

Als de CI voor het eerst is aangezet, begint het gewenningsproces. U moet wennen aan het nieuwe geluid en u moet leren horen met de CI.
Het geluid is in het begin nog erg vreemd. De hersenen moeten langzaam wennen aan de elektrische prikkels.

Het revalidatieproces is de eerste twee maanden intensief. U heeft dan (bijna) wekelijks afspraken op de Polikliniek Functiecentrum KNO. 

Afregelingen 

Een audioloog verzorgt de afregelingen van de spraakprocessor. Bij de eerste afregeling  controleert hij/zij of het implantaat goed werkt. Daarna wordt het implantaat met de spraakprocessor verbonden en wordt voor de de afzonderlijke elektroden de geluidssterkte bepaald. Het geluid wordt de eerste keer nog niet zo luid afgesteld.

De audioloog geeft uitleg over het gebruik van de spraakprocessor en de andere onderdelen.
U krijgt een doos of rugzak met alle spullen mee naar huis.

In de daarop volgende weken stelt de audioloog het geluid steeds bij. U geeft dan zelf aan wat u wel of niet prettig vindt aan het geluid.

Ook houdt de audioloog rekening met de vorderingen in het spraakverstaan.
De vooruitgang in daarin wordt regelmatig getest door de logopedist. 

Hoortrainingen

Vanaf de tweede afregeling starten de wekelijkse hoortrainingen bij de logopedist.
Bij voorkeur is uw vaste oefenpartner hierbij aanwezig. De logopedist controleert via oefeningen wat u al kunt met het CI. Daarna geeft de logopedist u hoortrainingsoefeningen met klanken, woorden en zinnen.

In de daarop volgende week herhaalt u thuis deze oefeningen met uw vaste oefenpartner.
De logopedist bespreekt met u wat u in het dagelijks leven kunt doen om het revalidatieproces zo goed mogelijk te laten verlopen.
De vooruitgang in het spraakverstaan wordt regelmatig getest door de logopedist. 

Evaluaties 

De logopedist herhaalt regelmatig de testen voor spraakverstaan (woorden- en zinnentesten) die vóór de operatie zijn gedaan.

Dit gebeurt na 1 maand, na 3 maanden en na 12 maanden  vanaf de start van het horen met CI. 

Gesprekken met de maatschappelijk werker 

Tijdens de revalidatieperiode heeft u ten minste één gesprek met de maatschappelijk werker. In dit gesprek besteden we aandacht aan uw beleving van het CI en de belasting van het revalidatieproces. Zo nodig heeft u meerdere gesprekken. 

Periodieke controle 

Na het eerste jaar volgt periodiek een evaluatie van het spraakverstaan door de logopedist en een meting door de audioloog.
Als de resultaten er aanleiding voor geven, krijgt u een afspraak voor een afregeling door de audioloog.

Wanneer u een verandering aan de instelling van het CI wilt, kunt u ook zelf vragen om een afregeling.

Mogelijke complicaties

Zelfs als een onderzoek helemaal goed is gegaan (“volgens het boekje”), kunnen er problemen ontstaan. Zulke problemen noemen we complicaties. Ernstige complicaties komen zelden voor en als ze al voorkomen geven ze in het algemeen slechts tijdelijk problemen. Het is mogelijk dat de smaak aan de rand van uw tong wat minder is aan de kant van het geopereerde oor. Ook kunt u direct na de operatie wat duizelig zijn of treden er veranderingen op in het oorsuizen, in positieve of negatieve zin. 

Beschadiging aangezichtsspieren 

De zenuw die de aangezichtspieren laat bewegen, loopt vlak langs het oor en kan door de operatie beschadigd raken. Als dit gebeurt, kan de functie van de zenuw geheel of gedeeltelijk uitvallen. Dit noemen we facialis parese . Het kan dan zijn dat één oog niet goed sluit en dat één mondhoek naar beneden afhangt. De klachten nemen af als de functie van de zenuw terugkomt. Dit kan enkele weken tot enkele maanden duren. Bij hoge uitzondering herstelt de zenuw niet of gedeeltelijk. In dat geval kunnen we de gevolgen van deze facialis parese met een operatie verminderen. 

Hersenvliesontsteking (meningitis) 

Er is een bijna te verwaarlozen kans dat een hersenvliesontsteking optreedt bij mensen met een CI. Als u een hersenvliesontsteking vermoedt, roep dan onmiddellijk de hulp in van een arts, zodat de behandeling zo snel mogelijk kan beginnen. Een hersenvliesontsteking kan sluipend, maar ook heel plotseling optreden. We adviseren alle patiënten die voor een CI in aanmerking komen om zich tegen alle vormen van hersenvliesontsteking te laten inenten. Ook raden we een vaccinatie aan tegen Hib (Haemophilus Influenzae type b). Hib is een bacterie en de veroorzaker van de helft van het aantal gevallen van hersenvliesontsteking. Voor de inentingen kunt u een afspraak maken bij uw huisarts.

Cochleaire implantatie en het UMC Utrecht

Zorgverleners

In het Universitair Medisch Centrum Utrecht bestaat sinds 1980 de zorggroep cochleaire implantatie Utrecht. De zorggroep behandelt kinderen en volwassenen die in aanmerking (willen) komen voor een cochleair implantaat (CI). De zorggroep bestaat uit kno-artsen, audiologen, logopedisten, maatschappelijk werkenden, een klinisch linguïst, en een orthopedagoog.

De zorggroep onderhoudt contacten met dovenorganisaties, organisaties voor slechthorenden en met instellingen in en buiten Nederland die zich bezighouden met cochleaire implantatie. Hierdoor kan de zorgverlening zo efficiënt mogelijk verlopen en optimaal aansluiten aan de behoeften van de ernstig slechthorenden. 
 

De Zorggroep heeft de volgende leden:

Dhr. Prof. dr. R.J. Stokroos (KNO-arts)
Mw. Dr. A.L. Smit (KNO-arts)
Dhr. Dr. H.G.X.M. Thomeer (KNO-arts)
Mw. Dr. L.V. Straatman (KNO-arts)
Dhr. Dr. Ir. A.E. Hoetink (Klinisch fysicus-audioloog)
Mw. Dr. J. Meloen (Klinisch fysicus-audioloog)
Dhr. Dr. R.A. Boerboom (Klinisch fysicus-audioloog)
Dhr. Dr. K.S. Rhebergen (Klinisch fysicus-audioloog)
Mw. Ir. H.W. Helleman (Klinisch fysicus-audioloog)
Dhr. G. Cattani (audioloog)
Mw. Drs. G. de Koning (Klinisch Linguïst)
Mw. Drs. A.Y.M. Groenhuis (Logopedist)
Mw. J.J.M. Smilde MSc (Logopedist)
Mw. S. Beringen-Nieuwenhuizen (Logopedist)
Dhr. M.A. van Dam (maatschappelijk werker)
Mw. Drs. I.L.M. Homveld (Orthopedagoog)
Mw. V.P.A. van den Boom (Coördinerend secretaresse CI)
Mw. G.P. van de Water (Secretaresse CI)
Mw. H. Carabain (Onderhoud CI / Audiologie-assistent)
Mw. J. Tollens (Onderhoud CI / Audiologie-assistent)
Mw. R. Raadgever (Onderhoud CI / Audiologie-assistent)

Hebt u vragen?

Polikliniek

Verpleegafdeling

Ziektebeelden

Contact en vragen

Hebt u na het lezen van bovenstaande informatie nog vragen?  Neem dan contact op met de polikliniek keel-, neus- en oorheelkunde

Meer informatie

  • OPCI (Onafhankelijk Platform Cochleaire Implantatie): OPCI is een werkgroep van het Platform Doof-SH-TOS. Hierin participeren Stichting Hoormij (NVVS, FOSS en SH-Jong), Stichting Plotsdoven, Dovenschap, FODOK en NDJ.
  • Website van Stichting Hoormij (ook over CI)
  • Website van Stichting Plotsdoven (ook over CI)
  • Website van ONICI (Onafhankelijk Informatie Centrum over CI); deze website bevat veel informatie over CI en de recente ontwikkelingen, speciaal gericht op Nederland en Vlaanderen.