Vorige

Myelodysplastisch syndroom (MDS)

Myelodysplastisch syndroom (MDS) wordt ook wel myelodysplasie genoemd en staat voor een groep van beenmergstoornissen waarbij de productie van bloedcellen ernstig is verstoord.

MDS is een zeldzame ziekte, die jaarlijks bij ongeveer 5 op de 100.000 mensen wordt vastgesteld. Het is een ziekte die vooral op oudere leeftijd voorkomt. In de meeste gevallen is de oorzaak van MDS niet bekend; bij een klein aantal patiënten wordt myelodysplastisch syndroom veroorzaakt door voorafgaande behandeling met chemotherapie.

Een MDS kan zich presenteren als relatief mild tot heel ernstig. Bij sommige patiënten wordt het bij toeval ontdekt en is er slechts sprake van een milde bloedarmoede, bij andere patiënten presenteert de MDS zich als een acute leukemie. De behandeling en prognose zal sterk van de ernst van de MDS vanaf hangen.

De prognose van een patiënt met MDS hangt heel sterk af van het risico profiel. Dit varieert van gemiddeld meer dan 5 jaar tot gemiddeld minder dan een half jaar. Gezien de vaak hoge leeftijd zal een deel van de patiënten uiteindelijk overlijden aan een andere oorzaak.

Symptomen

Bij sommige patiënten wordt het bij toeval ontdekt en is er slechts sprake van een milde bloedarmoede, bij andere patiënten presenteert de MDS zich als een acute leukemie. De behandeling en prognose zal sterk van de ernst van de MDS vanaf hangen.

Oorzaken

In de meeste gevallen is de oorzaak van MDS niet bekend; bij een klein aantal patiënten wordt myelodysplastisch syndroom veroorzaakt door voorafgaande behandeling met chemotherapie.

Onderzoek en diagnose

Voor het stellen van de diagnose MDS is altijd bloed- en vaak ook beenmergonderzoek nodig. Anamnese De arts vraagt naar klachten van vermoeidheid, koorts, afvallen, nachtzweten, bloedarmoede, een verhoogde bloedingsneiging en infecties. Ook is er speciaal aandacht voor het gebruik van medicijnen, omdat dit soms ook tot afwijkingen in het bloed kan leiden die lijken op MDS. Tot slot wordt er gevraagd of er beenmergziekten in de familie voorkomen. Lichamelijk onderzoek Hierbij onderzoekt de arts lymfeklieren, lever en milt.

Bloedonderzoek is noodzakelijk voor de diagnose. Beoordeling van een uitstrijkje van een druppeltje bloed van een MDS patiënt kan een zeer karakteristiek beeld onder de microscoop opleveren. De ‘dysplasie’ (het niet goed uitrijpen van de bloedcellen) is zichtbaar. Daarnaast wordt er gekeken naar de waardes van de bloedcellen en of er sprake is van vitamine B12 of foliumzuur gebrek. Een beenmergonderzoek helpt vaak bij het stellen van de diagnose MDS en is nodig voor het vaststellen van het risico profiel. Er zal vaak een beenmergonderzoek plaatsvinden, al kan hier ook vanaf gezien worden als de diagnose al duidelijk is en er geen behandelindicatie is.

Behandeling

Laag risico MDS:

Een laag risico MDS kan vaak een langdurig rustig beloop hebben. Indien er geen evidente klachten zijn, zal de behandelend arts vaak een wat afwachtende houding innemen. De arts zal wel regelmatig willen controleren hoe de ziekte zich ontwikkelt.

Indien er klachten ontstaan (vaak is dat door bloedarmoede), is er een aantal mogelijkheden.

  • de bloedaanmaak stimuleren door erythropoietine (het hormoon uit de nieren dat voor de aanmaak van rode bloedcellen zorgt)
  • medicatie (soms ook in studie verband)
  • bloedtransfusies.

Uw behandelend arts zal met u bespreken waarvoor u in aanmerking komt.

Hoog risico MDS:

Patiënten met een hoog risico MDS (dit kan bij diagnose al zo zijn, of dit kan in de loop van de tijd ontstaan) hebben vaak klachten. Er zal ook met een behandeling gestart moeten worden. Ook hiervoor is een aantal mogelijkheden, waarbij het precieze risicoprofiel van de MDS en de conditie van de patiënt een zeer belangrijke rol speelt.  Mogelijkheden zijn.

  • ‘Fitte’ patiënten: intensieve chemotherapie (zoals bij acute leukemie)
  • ‘Niet fitte’ en oudere patiënten (ouder dan 65 jaar): azacitidine of bloedtransfusie

Een MDS is niet te genezen, tenzij er een behandeling plaats vindt met een stamceltransplantatie van een donor (allogene SCT). Deze behandeling is heel zwaar en heeft veel risico’s, dus deze wordt alleen gegeven aan patiënten met een hoog risico MDS en een goede conditie.

Meer informatie

Er is zijn verschillende websites met informatie over MDS. Wij raden u de volgende websites aan: