Terug

Reconstructie van het gebit en kaak

In het UMC Utrecht worden veel hersteloperaties uitgevoerd nadat weke delen, botdelen of tanden verloren zijn gegaan. Bijvoorbeeld na een ongeval of ernstige ziekte. Als u een kunstgebit hebt (gebitsprothese) kunt u ook klachten hebben. Sommige mensen met een prothese hebben pijn of klachten dat het gebit los zit. Ook kunt u na een tijdje last krijgen van uw tandvlees doordat uw kaken slinken.

Implantaten zijn metalen kunstwortels, vaak van titanium, die vastzitten in het kaakbot. Zowel het tandvlees als het kaakbot accepteren deze materialen goed. Implantaten lijken op de wortels van de natuurlijke tanden en kiezen.
Ze hebben een cilinder of schroefvorm en kunnen variëren in lengte en dikte. Implantaten worden inmiddels al dertig jaar toegepast. Ze bieden steun aan een uitneembare gebitsprothese, ook wel ‘klikgebit’ genoemd. Een ‘klikgebit’ zit niet muurvast in de mond, maar kan tijdens eten en spreken veel minder verschuiven. Bovendien kunnen we met implantaten in de bovenkaak soms een gebitsprothese maken die het gehemelte niet helemaal bedekt.
 

Hoe het ontstaat

Bij een operatie wegens een kwaadaardigheid wordt er veel weefsel weggenomen, waardoor functie en uiterlijk verstoord kunnen raken. Ook na een ongeval kunnen functie en uiterlijk verstoord raken. Als tanden en kiezen verloren raken, kunnen de kaakwallen slinken. Dit slinken kan ertoe leiden dat het kunstgebit geen houvast meer heeft in de mond.
 

Behandeling

Een hersteloperatie na een kwaadaardigheid of na een ongeval wordt zorgvuldig gepland en met u besproken. De implantaten worden meestal in plaatselijke verdoving aangebracht. In de bovenkaak worden vier tot zes implantaten geplaatst. In de onderkaak, ongeveer op de plaats van de vroegere hoektanden, worden twee, soms vier implantaten geplaatst. Daarna wordt het slijmvlies over de wond dichtgehecht. De implantaten zijn dan dus nog niet te zien. Als blijkt dat uw kaak niet hoog of breed genoeg is om implantaten te kunnen plaatsen, kan de kaakchirurg in sommige gevallen een extra operatie uitvoeren om de kaak te verhogen of verbreden. Daarvoor wordt bot uit uw bekkenkam(heup) of buitenste laag van uw schedel getransplanteerd naar uw kaak.
 

Wat u zelf kunt doen

Leefregels

  • De week voorafgaand aan het plaatsen van de implantaten moet u het gebit zo min mogelijk dragen.
  • Vanaf twee dagen voor het implanteren start u met de voorgeschreven desinfecterende spoeldrank.
  • De avond voor het implanteren start u met de eventueel voorgeschreven antibioticumkuur.
  • U kunt de dag van de behandeling ’s morgens normaal eten als u onder lokale verdoving behandeld wordt.
  • Het is verstandig als u iemand meebrengt die u na de ingreep naar huis kan begeleiden.
     

Vooruitzichten

Implantaten

De implantaatbehandeling zelf is misschien oncomfortabel, maar niet pijnlijk. De gevolgen zijn meestal beperkt en duren enkele dagen, maximaal een week. Ze kunnen bestaan uit een pijnlijk wondgebied in de mond en enige zwelling, soms een bloeduitstorting. U kunt na de ingreep de eventuele voorgeschreven pijnstillers gebruiken. Het is van groot belang dat u de eerste paar weken na het plaatsen van de implantaten zacht voedsel gebruikt.

Botopbouw

Als er bot uit uw heup is weggehaald, kan het lopen en het belasten van de heup de eerste dagen na de operatie moeite kosten en pijnlijk zijn. U loopt in het begin met behulp van een stok. Na enkele weken verdwijnen deze klachten weer. De voordelen van het gebruik van bot uit de schedel is, dat het bot beter behouden blijft, omdat het hetzelfde type bot is als kaakbot. Uw arts bespreekt met u welk bot in uw geval gebruikt wordt. U blijft na de operatie enkele dagen opgenomen in het ziekenhuis. Na de bottransplantatie
heeft u een aantal dagen een gezwollen gezicht. Soms is er een bloeduitstorting.


 

Het bottransplantaat heeft tijd nodig om goed met uw kaak te vergroeien. Daarom wordt na de operatie meestal twee tot vier maanden gewacht met het plaatsen van de implantaten. Uw gebitsprothese past na de
operatie niet meer. Wanneer u dit wilt, kan de tandarts na verloop van tijd, soms een tijdelijke, noodprothese voor u maken. U mag uw kaak niet belasten en daarom niet bijten en kauwen met deze gebitsprothese. U moet er rekening mee houden dat u mogelijk enkele  weken na de ingreep geen prothese kunt dragen.

 

Contact

Hebt u vragen? Neem dan contact op met de polikliniek mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie en bijzondere tandheelkunde. Voor een afspraak hebt u een verwijzing nodig van de huisarts of specialist.

 

088 75 577 62
De polikliniek is op werkdagen bereikbaar van
08.00 - 16.30 uur