Terug

Thoracic Outlet Syndroom

Thoracic Outlet Syndroom

Ziektebeeld

Bij het Thoracic Outlet Syndroom (TOS) is er te weinig ruimte in de schouder- en halsregio (thoracic outlet) voor de vaatzenuwbundel. Met name bij het heffen van de arm. Deze vaatzenuwbundel bestaat uit een ader, slagader en zenuwbundel. Hierdoor ontstaat er een beknelling en daardoor schade aan de vaatzenuwbundel. Welke klachten ontstaan is afhankelijk van wat er in de vaatzenuwbundel bekneld is. TOS is een zeldzame aandoening en patiënten zijn meestal tussen de 20 en 50 jaar. 

Symptomen Thoracic Outlet Syndroom uitklapper, klik om te openen

Welke klachten ontstaan is afhankelijk van wat er in de vaatzenuwbundel bekneld is: de ader, slagader en/of zenuwbundel. De symptomen kunnen continu aanwezig zijn of alleen bij bepaalde houdingen of inspanning.

Beknelling van de ader: veneus thoracic outlet syndroom (VTOS)

De klachten kunnen bestaan uit:

  • pijn;
  • een zwaar gevoel; 
  • zwelling en blauwe verkleuring van de arm. 

De klachten kunnen acuut ontstaan of al langer aanwezig zijn (chronisch). In sommige gevallen is er sprake van een bloedpropje in de ader: een trombose. 

Beknelling van de slagader: arterieel thoracic outlet syndroom (ATOS)

De klachten kunnen bestaan uit:

  • pijn;
  • witte of blauwe verkleuring van de arm en/of hand;
  • verminderd gevoel in de arm of een verminderde kracht. 

De klachten kunnen acuut ontstaan of al langer aanwezig zijn (chronisch). In sommige gevallen is er sprake van een bloedpropje in de slagader: een trombose of embolie.

Beknelling van de zenuwbundel: neurogeen thoracic outlet syndroom (NTOS)

De klachten kunnen bestaan uit:

  • pijn;
  • tintelingen;
  • in sommige uitzonderlijke gevallen problemen met het gevoel of de kracht in de arm. 

Vaak bestaan de klachten al langer (chronisch).

Thoracic Outlet Syndroom en het UMC Utrecht uitklapper, klik om te openen

In het UMC Utrecht behandelen we patiënten met TOS uit heel Nederland die zijn doorverwezen door de huisarts of door een medisch specialist uit een ander ziekenhuis. We zien ook regelmatig patiënten voor een second opinion.

De zorg voor patiënten met TOS leveren we met een vast team van specialisten die nauw samenwerken (multidisciplinair) aan de hand van een specifiek ontwikkeld TOS zorgpad. Dit multidisciplinaire team bestaat uit vaatchirurgen, vasculaire geneeskundigen, neurologen en (interventie)radiologen. Zij bezitten allen specifieke kennis op het gebied van het TOS.

Als onderdeel van een Europees beleid om de zorg voor patiënten met zeldzame aandoeningen te verbeteren, worden sinds 2013 door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) expertisecentra voor zeldzame aandoeningen erkend in Nederland. Het doel van dit beleid is om experts door heel Europa te verenigen en zo de zorg voor de patiënt en het wetenschappelijk onderzoek naar zeldzame aandoeningen te verbeteren. Vooralsnog is er nog geen officieel erkend TOS expertisecentrum in Europa. Het UMC Utrecht heeft begin 2021 het verzoek ingediend bij het ministerie van VWS om erkend te worden als expertisecentrum voor de diagnose en behandeling van het thoracic outlet syndroom. Met deze erkenning kunnen we starten met de vereniging van (Europese) TOS-experts om zo de zorg voor patiënten met TOS en het wetenschappelijk onderzoek naar TOS te verbeteren. 

Oorzaken Thoracic Outlet Syndroom uitklapper, klik om te openen

Een groot gedeelte van de klachten bij patiënten met TOS ontstaan bij het maken van bepaalde bewegingen van de arm. Meestal het herhaald heffen van de arm. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren bij het uitoefenen van een bepaald beroep (stukadoor, schilder, kapper, lang autorijden) of bij intensief sporten (fitness, gewichtheffen, roeien). Een aantal van de patiënten met TOS heeft ooit schade van de schouder en hals doorgemaakt door een val-, auto- of fietsongeluk. Soms is er sprake van een afwijkende vorm van de eerste rib of van het sleutelbeen, een extra rib in de hals (halsrib) of verdikte halsspieren waardoor de ruimte in de schouder en hals beperkt wordt. Dit kan aangeboren zijn (zoals een halsrib) of het gevolg zijn van bijvoorbeeld een gebroken sleutelbeen of intensief trainen van de spieren.

Onderzoek en diagnose uitklapper, klik om te openen

Bij komst van een patiënt naar het ziekenhuis vindt eerst een afspraak plaats met de behandeld arts. Samen bespreken zij de klachten. De arts verricht lichamelijk onderzoek van de arm, vaak met de arm in verschillende houdingen. Aan de hand van de klachten, het lichamelijk onderzoek en de wensen van de patiënt, spreken we aanvullend onderzoek af om tot een diagnose te komen. Het doel van het aanvullend onderzoek is om te kijken of er sprake is van een beknelling en vervolgens waar deze beknelling zich bevindt en welke structuur of structuren er bekneld zijn. De uitslagen van de onderzoeken bestuderen en bespreken we met een team van specialisten tijdens het multidisciplinaire overleg. Hieruit volgt een behandeladvies. 

Aanvullend onderzoek op de afdeling radiologie

Röntgenfoto: dit is een standaard röntgenfoto om te beoordelen of er sprake is van een afwijking aan het sleutelbeen of 1e rib of dat er een