Meer zorg

Samenwerking: pionieren voor de patiënt

Het UMC Utrecht werkt steeds meer samen met andere ziekenhuizen. Doel: de zorg nog beter maken. Vier pioniers vertellen hoe je dat doet en wat het oplevert. “De patiënt ziet de zorg als één geheel.”

“Met ziekenhuizen zijn er drie manieren waarop we nu samenwerken”, vertelt Remco van Lunteren, directeur strategische allianties bij het UMC Utrecht. “De eerste is patiënten gezamenlijk de juiste zorg op de juiste plek en het juiste moment bieden. De bedoeling is dat wij in de regio díe zorg leveren, die zoveel mogelijk aansluit bij ons academische profiel en dat we andere patiënten naar de juiste zorgverlener begeleiden. Een voorbeeld hiervan is de samenwerking met het Diakonessenhuis op het gebied van mdl: maag/darm/lever.”

123-buikportaal

“Voor sommige patiënten is het beter als ze direct bij ons terecht komen en niet eerst naar een streekziekenhuis verwezen worden”, vult

aan, afdelingshoofd mdl-ziekten. Het is een van de beoogde voordelen van het zogenoemde 123-buikportaal, dat onlangs met het Diakonessenhuis is gestart. Het idee achter het 123-buikportaal is dat huisartsen

mdl

-patiënten naar dit portaal verwijzen, waarna mdl-artsen van het UMC Utrecht en het Diakonessenhuis samen beoordelen in welk ziekenhuis de patiënt het best en het snelst geholpen kan worden. Frank: “Begin juli 2018 zijn we klein begonnen met vijf huisartsenpraktijken. In deze fase kijken we hoe de samenwerking logistiek verloopt. Binnenkort breiden we uit naar twintig praktijken. Op termijn hopen we dat 123buik-portaal een keuzemogelijkheid in zorgdomein wordt, het verwijssysteem van de huisartsen.”

Doel van de samenwerking is ook om de informatieoverdracht tussen de ziekenhuizen te verbeteren, zodat patiënten niets merken van een overdracht. Nu wordt er via een xds-verbinding radiologiebeeld gedeeld, in de toekomst zullen ook patiëntendossiers en labresultaten digitaal worden uitgewisseld. “Patiënten hoeven dan niet nog een keer hun hele verhaal te doen”, vertelt Frank. “En – belangrijker – we voorkomen hiermee dubbele diagnostiek, zodat patiënten niet onnodig een tweede endoscopie hoeven ondergaan.” Een laatste voordeel van 123-buikportaal is dat het zorgsysteem als geheel beter gaat functioneren. Frank: “Dankzij de gezamenlijke triage van patiënten krijgen wij meer ruimte voor onze toegevoegde waarde als academisch ziekenhuis: complexe specialistische zorg. En minder complexe patiënten die in het Diak sneller geholpen kunnen worden, verliezen niet onnodig tijd bij ons.”



RAKU: betere kwaliteit

De tweede manier waarop het UMC Utrecht met andere ziekenhuizen samenwerkt, is met meer partners tegelijk, zoals in het

(RAKU). Dit is een samenwerkingsverband van het UMC Utrecht, Sint Antonius Nieuwegein en het Meander Medisch Centrum Amersfoort. “Over de locaties heen werken in een regionaal multidisciplinair zorgteam, betaalt zich uit in betere kwaliteit”, concludeert

, gastro-intestinaal en oncologisch chirurg.

“In het RAKU hebben we het multidisciplinair overleg en onze operaties regionaal gecentraliseerd”, vertelt Jelle. “Slokdarm- en maag- en ingewikkelde leveroperaties in Utrecht, alvleesklieroperaties in Nieuwegein en niet-oncologische operaties in het Meander. De winst zit ’m erin dat je zo alle beschikbare kennis in de regio kunt benutten en tegelijkertijd de zorg beter kunt organiseren. Als je honderd patiënten per jaar opereert in plaats van dertig, kun je de poli erop inrichten. En je speelt mensen vrij die zich volledig kunnen concentreren op specifieke zorg.”

Concentratie van zorg is weliswaar sterk gestuurd vanuit de chirurgische behandeling, maar volgens Jelle is het profijt breder: “Het werkt door in de hele organisatie, de kwaliteit van zorg wordt er beter van. Verpleegkundigen weten nu bijvoorbeeld beter wat ze moeten doen als er iets misgaat en ze halen de patiënt op dag één uit bed, wat beter is maar wat ze vroeger niet durfden.” 



AMZ: gezamenlijke borstkankerzorg

De derde manier van samenwerken die Remco van Lunteren noemt, betreft dienstverlening aan andere zorgaanbieders, zoals bij het Prinses Maxima Centrum. Remco: “Bij ongeveer één derde van de zorg daar is het UMC Utrecht betrokken, denk aan ict, radiologie, cardiologie, kindergeneeskunde, ok, ic en lab. Andere ziekenhuizen waar we zoiets doen, zijn het Centraal Militair Hospitaal en het Alexander Monro Ziekenhuis.”

Het UMC Utrecht en het Alexander Monro Ziekenhuis (AMZ) werken al sinds 2016 samen aan hoogwaardige borstkankerzorg en innovatieve academische zorg. Zo doen de afdelingen Pathologie en Genetica van het UMC Utrecht respectievelijk weefselonderzoek en genetisch onderzoek voor het AMZ. Daarnaast fungeert het AMZ sinds mei als extra operatielocatie van het UMC Utrecht. Oncologisch chirurg Milan Richir: “Als de conditie en voorgeschiedenis van onze patiënten dit toelaten, opereren we in het AMZ. Het grote voordeel is dat operaties daar beter planbaar zijn. Waar patiënten in het UMC Utrecht op een wachtlijst komen, kunnen we ze in het AMZ snel een operatiedatum geven. Die zekerheid geeft patiënten rust. De nazorg vindt wel plaats in het UMC Utrecht.”



Geven en nemen

Voor al deze partners vormt Remco van Lunteren met zijn afdeling Strategische Allianties het verbindende element vanuit het UMC Utrecht. Remco: “Wij zorgen als ziekenhuisbreed aanspreekpunt voor uniformiteit of het nu gaat om ICT, contracten of de tarieven die we doorberekenen aan onze partners. Zo weet de buitenwereld wat ze van ons kunnen verwachten. Voordeel is ook dat wij namens het UMC Utrecht als geheel kunnen spreken, dat maakt het makkelijker om tot afspraken te komen. Samenwerken is geven en nemen en dat is makkelijker over het totaal dan met meer divisies en afdelingen afzonderlijk. Je vindt zo makkelijker over de gehele linie een goede balans.”

In de regio werken we steeds nauwer samen, constateert Remco, maar als academisch ziekenhuis met onze specialisaties hebben we een grotere verantwoordelijkheid dan de Utrechtse regio. “Daarom kijken we verder dan de provinciegrenzen om onze toegevoegde waarde te laten zien: specialisaties die men op andere plekken niet kan bieden.”