Terug

Standscorrectie

Bij een standscorrectie van het been (osteotomie) wordt de stand van het been veranderd. In de meeste gevallen is er sprake van een O-been (varus beenas) en wordt er een correctie in het onderbeen uitgevoerd (een tibiakop osteotomie). Dit is alleen het geval als de vormafwijking in het onderbeen zit. Een standscorrectie van het bovenbeen (femur osteotomie) kan ook, net als een standscorrectie van het boven én het onderbeen (een dubbelosteotomie). Ook een X-been (valgus beenas) kan gecorrigeerd worden. Met een standscorrectie wordt de belasting op de binnen- of buitenzijde van de knie verminderd en daarmee de pijnklachten.

Meer informatie

Om voor een standscorrectie van het been in aanmerking te komen, dient u minimaal aan bepaalde criteria te voldoen. De belangrijkste criteria zijn: 

  • U heeft artrose van de binnen,- óf buitenzijde van de knie en geen artrose aan de andere zijde van de knie.
  • Óf u ondergaat een kraakbeenbehandeling en heeft daarbij een standsafwijking.
  • U heeft een O-been (varus-as) of X-been (valgus-as) van 5 graden of meer (er kan in specifieke gevallen hiervan worden afgeweken).
  • U heeft geen forse buig- of strekbeperking van de knie.
  • U heeft geen infectie van uw knie of elders in het lichaam.
  • U bent niet ouder dan 65 jaar.
  • U heeft geen overgewicht.
  • U rookt niet.

Diagnose stellen

Om u zo goed mogelijk te kunnen behandelen is het essentieel om een goede diagnose te stellen. Het kan zijn dat er elders al een diagnose is gesteld of een operatie bij u is verricht. Wij zullen u echter weer volledig in kaart willen brengen om een goede diagnose te stellen en een behandelplan op te stellen. Daarvoor zijn de volgende zaken van groot belang:

Anamnese

Er wordt aan u gedetailleerd gevraagd wat uw klachten zijn. Deze kunnen vaak een grote invloed uitoefenen op persoonlijke omstandigheden, zoals werk, sporten en persoonlijke levenssfeer. We proberen dit allemaal goed in kaart te brengen. 

Lichamelijk onderzoek

Uitgebreid lichamelijk onderzoek van de benen is een standaard onderdeel van het eerste polibezoek.

Röntgenfoto of MRI

Om een goede diagnose te kunnen stellen is vaak aanvullend onderzoek nodig, zoals een röntgenfoto of eventueel een MRI. Soms zijn dergelijke onderzoeken al elders verricht en is het niet noodzakelijk om dit opnieuw te verrichten. Wij verzoeken u dan ook om al het aanvullende beeldmateriaal aan ons te verstrekken, het liefst al voor het eerste polibezoek, zodat wij ons goed kunnen voorbereiden. Het kan zijn dat het onderzoek wordt herhaald, bijvoorbeeld wanneer het beeldmateriaal te gedateerd is. 

Behandelopties bespreken

Als de diagnose gesteld is (bij voorkeur al aan het einde van het eerste polibezoek), nemen we de verschillende behandelopties met u door. In overleg met u zal een, voor dat moment, beste behandeling worden bepaald.

Informed consent & formulieren

Als we overgaan tot een operatie, krijgt u tijdens een gesprek alle informatie over deze operatie zodat u optimaal bent voorgelicht over de operatie zelf, de gang van zaken rondom de operatie, het revalidatieproces, het te verwachten resultaat en de mogelijke complicaties. Indien u akkoord gaat met de operatie zal dit in uw elektronisch patiëntendossier van het ziekenhuis worden genoteerd; dit heet informed consent. Er zal dan ook een operatieformulier moeten worden ingevuld door uw arts om alles in gang te zetten. 

Vooruitgang op kniegebied

Wanneer u voor het eerst op de Mobility Clinic kniepoli komt vragen we u mee te doen aan 'Het knieregister'. Het UMC Utrecht is continue bezig met wetenschappelijk onderzoek naar de ontwikkeling en verbetering van nieuwe en bestaande behandelingen. Om deze onderzoeken te kunnen uitvoeren is het van groot belang dat er gegevens worden verzameld. Daarom hebben we op de Mobility Clinic het knieregister opgezet. Hierin worden enkele medische gegevens en de resultaten van online vragenlijsten die u tijdens uw behandeling ontvangt, opgenomen. De online vragenlijsten gaan over uw knie en behandeling, en zijn onderdeel van uw standaard zorg. Hiermee kunnen wij in de gaten houden hoe het gaat. U kunt er ook voor kiezen om niet met het knieregister mee te doen, maar alleen met de vragenlijsten. Uw gegevens worden dan niet voor onderzoek gebruikt. U mag er ook voor kiezen om met beiden niet mee te doen.

Uitleganimatie vragenlijsten

Noodzaak van een standscorrectie

Er zijn meerdere redenen om een standscorrectie uit te voeren. Een veel voorkomende reden is als er artrose (slijtage) in een deel van de knie is én er een standsafwijking is. Bij een standsafwijking is de belasting van het kniegewricht niet evenredig verdeeld over de knie, waardoor of de binnenzijde of de buitenzijde overbelast wordt. Door een standscorrectie uit te voeren wordt de druk van de overbelaste zijde verplaatst naar de andere zijde, die "onderbelast" is gebleven.

Als behandeling met bijvoorbeeld fysiotherapie en pijnstillers onvoldoende helpt, kan een standscorrectie worden overwogen. Door de druk van de pijnlijke binnen,- of buitenkant van de knie af te halen en te verplaatsen naar de gezonde andere kant, hebben patiënten veel minder tot helemaal geen pijn meer. Tevens wordt het versleten deel van de knie beschermt tegen toename van artrose, zodat een knieprothese langdurig uitgesteld kan worden. Bij jonge patiënten is een knieprothese niet gunstig, omdat een prothese maar een beperkte levensduur (die nog extra beperkt is bij jonge mensen) heeft en beperkingen heeft in het gebruik.

Een andere reden om een standscorrectie uit te voeren, is als er een indicatie is voor een kraakbeenbehandeling (bijvoorbeeld microfractuur of een kraakbeentransplantatie) en daarbij ook een standsafwijking. Om het nieuwe kraakbeen te beschermen, en een grotere kans van slagen te geven, moet de druk van het aangedane deel van de knie afgehaald worden.

Uw lichaam

De knie is een scharnier-rol-gewricht. Het bestaat uit vier botdelen: het scheenbeen met kuitbeen (tibia en fibula), het dijbeen (femur) en de knieschijf (patella). De uiteinden van het kniegewricht zijn bedekt met een laagje kraakbeen. Deze kraakbeenlaag is elastisch en vangt schokken en stoten op, zodat de knie soepel beweegt. Aan de binnen- en buitenzijde van de knie zit de meniscus. Dit is een stootkussen die van belang is voor schokdemping en stabiliteit. Midden in het kniegewricht ligt de voorste kruisband. Deze zorgt er onder andere voor dat u stabiel kunt lopen en staan. Aan de voorzijde zit de knieschijf, die helpt bij buigen, strekken en kracht zetten.

Voorbereiding

Voordat u geopereerd wordt, krijgt u een uitnodiging voor een vooronderzoek door een anesthesioloog en door een verpleegkundige: de Pre-Operatieve Screening (POS). De anesthesioloog is de medisch specialist die zorgt voor de verdoving tijdens de operatie en goede pijnstilling na de operatie. Beide afspraken vinden op één en dezelfde dag plaats, maar op verschillende locaties binnen de polikliniek.

Vooronderzoek door anesthesist 

Het vooronderzoek door een anesthesioloog van de afdeling anesthesiologie vindt plaats op de POS-poli (receptie 30 op de 2e etage). Zij beoordelen of u gezond genoeg bent om geopereerd te worden. Het vooronderzoek bestaat uit een gesprek, lichamelijk onderzoek, een gezondheidsvragenlijst en indien nodig aanvullend onderzoek, zoals een hartfilmpje en bloedonderzoek. Ook wordt besproken welke vorm van verdoving (anesthesie) u tijdens de operatie krijgt. Soms kan dit vooronderzoek ook telefonisch.

Verpleegkundige anamnese (intake gesprek) 

Tijdens de afspraak met een verpleegkundige van de screening van de Heelkundige Specialismen (route L, receptie 23E op de 1e etage), wordt de verpleegkundige anamnese ingevuld. Dit gesprek is bedoeld om na te gaan of er eventuele gezondheidsproblemen of ziekten zijn die invloed kunnen hebben op uw ziekenhuis opname. Ook vraagt de verpleegkundige naar uw persoonlijke omstandigheden en noteert deze in het medisch dossier. U krijgt ook de gelegenheid om vragen rondom de opname te stellen. Hieronder staan een aantal zaken die u wellicht nodig hebt en vóór de opname moet regelen. Mocht dit niet lukken, geeft u dit dan tijdig door aan een verpleegkundige van de verpleegafdeling:  

    • Probeer in uw omgeving hulp te regelen, bijvoorbeeld uw partner, familie, vrienden of buren. Zij kunnen nodig zijn voor vervoer, hulp in huishoudelijk werk, maar zijn ook belangrijk om alle informatie mee op te slaan, want twee personen onthouden beter dan één!
    • Huren van elleboogkrukken. Dit kan bij de thuiszorg of kruisvereniging of bij een particuliere instantie.
    • Kopen van een lange schoenlepel.
    • Soms is een krukje of stoel in de douche nuttig.
    • Zorg voor stevige schoenen, die goed om uw voet sluiten. Instappers zijn erg handig.
    • Zorg ervoor dat u paracetamol in huis heeft. Dit kunt u kopen bij apotheek of drogist.   Hieronder staan een aantal zaken die u misschien moet doen vóór de opname:
    • Zorg ervoor dat u thuis straks voldoende ruimte heeft om met krukken te lopen. Haal daarom tijdelijk losse kleding en extra meubilair weg.
    • Verwijder vóór de operatie eventueel make-up of nagellak.
    • Gebruik geen crème of bodylotion op de dag van de operatie. 
    • Ontdekt u een wondje aan een van uw benen, bent u ziek of onzeker of u de operatie wel door moet laten gaan, neem dan tijdig contact op met de polikliniek orthopedie. De medewerker van de polikliniek overlegt dan met u en de arts wat u het beste kunt doen.
    • Zorg dat u alvast een paar keer fysiotherapie heeft gehad voor uw knie. Uw knie is dan in optimale conditie om de revalidatie na de operatie goed op te pakken.
    • Leer alvast lopen met krukken en oefen alvast de voorgestelde oefeningen. 

Wat neemt u mee naar het ziekenhuis?

    • verzekeringspolis ziektekosten;
    • legitimatiebewijs;
    • afsprakenkaart;
    • alle medicijnen die u gebruikt in de bijbehorende verpakking (ook de medicijnen die niet door een arts zijn voorgeschreven zoals drogistartikelen);
    • een actueel overzicht van de medicijnen die u gebruikt;
    • dieetvoorschriften;
    • persoonlijke artikelen (zoals bijvoorbeeld nachtkleding, toiletartikelen, kamerjas, pantoffels, ondergoed, leesbril, boek, tijdschrift, schrijfspullen, handwerk of spelletje, wat geld (maar niet te veel).   

Het is verstandig waardevolle spullen en sieraden thuis te laten. 

De operatiedag U ontvangt thuis een brief over de operatie. U wordt geopereerd door een orthopedisch chirurg van ons knieteam. Het kan zijn dat de naam van de operateur dan nog niet bekend is. Een orthopedisch chirurg in opleiding zal mogelijk, onder directe supervisie, een deel van de handelingen uitvoeren. Op de dag van de operatie kunt u zich melden bij de balie van de verpleegafdeling die in de brief staat aangegeven. Daar legt een verpleegkundige kort uit hoe de opname eruit zal zien en wat u kunt verwachten. In dit gesprekje kunt u ook zelf nog vragen stellen aan de verpleegkundige. Voor u naar de operatiekamer gaat, komt er nog een orthopedisch chirurg (in opleiding) bij u langs om de laatste zaken met u te bespreken.

Zes uur voor de operatie moet u stoppen met eten en het drinken van melkproducten en 'ondoorzichtige vloeistoffen'. Als u ’s middags geopereerd wordt, mag u tot zes uur van tevoren een licht ontbijt eten. Dit lichte ontbijt mag alleen bestaan uit een boterham, beschuit, of cracker met zoet beleg zoals jam of suiker.

Tot aan de ingreep mag u heldere vloeibare dranken zoals water, thee (met suiker, geen melk) of aanmaaklimonade blijven drinken. Wij adviseren u dit te blijven drinken, om te zorgen dat u vocht en suikers binnen blijft krijgen, voor een beter herstel na de operatie. 

U neemt ’s ochtends wel gewoon uw medicijnen in, tenzij de anesthesioloog anders met u heeft afgesproken (eventueel met een slokje water).

Op de verpleegafdeling krijgt u ook alvast medicijnen tegen de pijn. Kort voordat u naar het operatiecomplex gaat vragen we u nog een keer om te gaan plassen. We kijken daarna met een echoapparaat, of uw blaas leeg is, omdat u tijdens de operatie niet kunt plassen en we liever geen urinekatheter inbrengen. Wanneer het tijd is voor de operatie brengen de verpleegkundigen u naar het operatiecomplex. U komt binnen in de voorbereidingsruimte, ook wel holding genoemd. Hier doen we nog een aantal laatste controles en krijgt u een infuus (naaldje in de arm). Via dit infuus krijgt u medicijnen om misselijkheid tijdens en na de operatie te voorkomen, pijnstillers en antibiotica. Het kan even duren voordat u naar de operatiekamer gaat. Meestal zijn er in de voorbereidingsruimte ook andere patiënten die op hun ingreep wachten.

De operatiedag

U ontvangt thuis een brief over de operatie. U wordt geopereerd door een orthopedisch chirurg van ons knieteam. Het kan zijn dat de naam van de operateur dan nog niet bekend is. Een orthopedisch chirurg in opleiding zal mogelijk, onder directe supervisie, een deel van de handelingen uitvoeren.

Op de dag van de operatie kunt u zich melden bij de balie van de verpleegafdeling of dagbehandeling die in de brief staat aangegeven. Daar legt de verpleegkundige kort uit hoe de opname eruit zal zien en wat u kunt verwachten. In dit gesprekje kunt u ook zelf nog vragen stellen aan de verpleegkundige. Voor u naar de operatiekamer gaat, komt er meestal nog een orthopedisch chirurg (in opleiding) bij u langs om de laatste zaken met u te bespreken.

Zes uur voor de operatie moet u stoppen met eten en het drinken van melkproducten en 'ondoorzichtige vloeistoffen'. Als u ’s middags geopereerd wordt, mag u tot zes uur van tevoren een licht ontbijt eten. Dit lichte ontbijt mag alleen bestaan uit een boterham, beschuit, of cracker met zoet beleg zoals jam of suiker.

Tot aan de ingreep mag u heldere vloeibare dranken zoals water, thee (met suiker, geen melk) of aanmaaklimonade blijven drinken. Wij adviseren u dit te blijven drinken, om te zorgen dat u vocht en suikers binnen blijft krijgen, voor een beter herstel na de operatie. 

U neemt ’s ochtends wel gewoon uw medicijnen in, tenzij de anesthesioloog anders met u heeft afgesproken (eventueel met een slokje water).

Op de verpleegafdeling of dagbehandeling krijgt u ook alvast medicijnen tegen de pijn. Kort voordat u naar het operatiecomplex gaat vragen we u nog een keer om te gaan plassen. We kijken daarna met een echoapparaat, of uw blaas leeg is, omdat u tijdens de operatie niet kunt plassen en we liever geen urinekatheter inbrengen. Wanneer het tijd is voor de operatie brengen de verpleegkundigen u naar het operatiecomplex. U komt binnen in de voorbereidingsruimte, ook wel holding genoemd. Hier doen we nog een aantal laatste controles en krijgt u een infuus (naaldje in de arm). Via dit infuus krijgt u medicijnen om misselijkheid tijdens en na de operatie te voorkomen, pijnstillers en antibiotica. Het kan even duren voordat u naar de operatiekamer gaat. Meestal zijn er in de voorbereidingsruimte ook andere patiënten die op hun ingreep wachten.

Tijdens de behandeling

De operatie waarbij de standscorrectie van het onderbeen plaatsvindt duurt ongeveer 60 minuten. Een standscorrectie van het bovenbeen duurt ongeveer 90 minuten.

Bij de standscorrectie van het onderbeen (tibiakop osteotomie) wordt de stand van het been zodanig veranderd dat er in plaats van een O-beenas (varus beenas) een neutrale of lichte X-beenas ontstaat, en bij een X-beenas (valgus beenas) wordt dit gecorrigeerd tot een neutrale beenas. Hiertoe wordt een zaagsnede gemaakt in het onderbeen, net onder het kniegewricht, waarna de botvlakken uit elkaar worden bewogen (er wordt een open wig gecreëerd) tot de vooraf berekende hoek. Vaak wordt de ontstane open wig opgevuld met bot uit de bekkenkam. De verkregen correctie wordt gefixeerd met een plaat met schroeven. Als er een correctie van het bovenbeen plaatsvindt, dan wordt er een incisie net boven het kniegewricht aan de binnen- of buitenkant van het been gemaakt. Er wordt een zaagsnede in het bovenbeen net boven het kniegewricht gemaakt en vervolgens wordt er een wigje uitgehaald. De grootte van dit wigje, en dus de grootte van de correctie is voor de operatie nauwkeurig berekend. De botdelen worden dan voorzichtig op elkaar geduwd (een gesloten wig). Ook dit wordt vastgezet met een plaat en schroeven.

Behandeling standscorrectie

Na de behandeling

Na de operatie gaat u naar de uitslaapruimte (recovery). Bij plaatselijke verdoving bent u dan al goed wakker. Bij algehele verdoving wordt u op de operatietafel wakker gemaakt. In de uitslaapkamer wordt u langzaam helemaal wakker. Sommige patiënten zijn na de ingreep misselijk of hebben pijn. In de uitslaapruimte krijgt u de eerste periode intensieve controle en behandeling waar nodig. De verpleegkundigen houden hier onder andere uw ademhaling, hartslag en bloeddruk in de gaten. Meestal heeft u een infuus in uw arm. Via dit infuus krijgt u vocht en pijnstilling. Als u voldoende stabiel bent en uw hartslag en bloeddruk zijn goed, dan mag u naar de verpleegafdeling. Het is normaal dat u enkele dagen na de operatie pijn heeft. De operatiedag en de dag na de operatie krijgt u pijnstilling. De anesthesioloog bepaalt welke vorm van pijnstilling u krijgt. De verpleegkundige op de afdeling vraagt u de pijn weer te geven in een cijfer op een schaal van 0 tot 10, waarbij 0 geen pijn betekent en 10 de ergst denkbare pijn. Vermindert de pijn door medicatie onvoldoende, vertel dit dan tijdig aan een verpleegkundige. Deze kan uw arts vragen een ander medicijn voor te schrijven. 

U heeft na de operatie een drukverband om het geopereerde been. Dit drukverband moet 24 uur blijven zitten. Er zal nog op de dag van de operatie, of op de eerste dag na de operatie een röntgenfoto van de knie worden gemaakt om de verkregen standscorrectie en de positionering van de plaat te controleren.   

Kort na de operatie neemt de fysiotherapeut contact met u op. Hij/zij geeft adviezen omtrent de nabehandeling van de operatie. Op de eerste dag na de operatie oefent u onder leiding van de fysiotherapeut het mobiliseren. 

Beter in beweging 

Bewegen is goed, ook als u in het ziekenhuis ligt. Uw conditie blijft beter, spieren blijven sterker, u voelt zich beter én herstelt sneller. Ook is de kans op complicaties kleiner als u meer uit bed komt tijdens uw opname. Toch liggen en zitten patiënten in het ziekenhuis gemiddeld 90 procent van de dag. Om u te helpen meer te bewegen tijdens uw opname vind u hier tips en een video. Is bewegen lastig voor u? Vraag dan hulp van de verpleging of fysiotherapeut. 

Een paar tips om in beweging te blijven tijdens uw opname:

    • Draag tijdens de opname zoveel mogelijk uw gewone kleding.
    • Probeer zoveel mogelijk uit bed te zijn. Zitten is al beter dan liggen.
    • Probeer wassen en aankleden zoveel mogelijk zelf te doen, bij voorkeur in de badkamer en niet aan bed.
    • Eet en drink zoveel mogelijk aan tafel en niet in bed.
    • Haal bijvoorbeeld zelf eens uw koffie uit de automaat op de afdeling.
    • Probeer in ieder geval elke ochtend, middag en avond een stukje te lopen.
    • Afhankelijk van uw conditie kan dit op de kamer zijn, op de afdeling of zelfs buiten de afdeling. Gaat u de afdeling af, meld dit dan wel even bij de verpleegkundige. 

Ga voor meer informatie en filmpjes over Beter in Beweging bij het UMC Utrecht naar deze pagina.

Ontslag uit het ziekenhuis 

Na de operatie verblijft u twee, soms drie dagen in het ziekenhuis. Daarna mag u naar huis.   U krijgt het volgende mee naar huis:  

    • Een verwijzing, een algemene brief en een ontslagbrief voor de huisarts.
    • Recepten.
    • Controleafspraak op de polikliniek orthopedie.
    • Evaluatieformulier.

Als u naar huis gaat, kunt u zich weer voor een groot deel zelf verzorgen. U heeft misschien hulp nodig bij bijvoorbeeld het aan- en uitkleden. Ook het huishouden kan problemen opleveren, omdat u thuis met krukken moet lopen. Houd er rekening mee dat u niet zelfstandig naar huis kunt reizen en er dus iemand nodig is die u vanuit het ziekenhuis naar huis of naar de gekozen zorginstelling brengt.

Nabehandeling 

Het is normaal dat u enkele dagen na de operatie pijn heeft. Bij een correctie van het onderbeen heeft u een verticaal verlopende wond op het onderbeen net onder de knie van ongeveer 10 centimeter. Indien er gebruik is gemaakt van bekkenbot heeft u tevens een wond van ongeveer 4 centimeter ter plaatse van de bekkenkam, aan dezelfde kant als het geopereerde been. Bij een correctie van het bovenbeen heeft u een verticaal verlopende wond op het bovenbeen aan de binnen of buitenzijde net boven de knie.

U heeft na de operatie een drukverband om het geopereerde been. Dit drukverband moet 24 uur blijven zitten. Er zal nog op de dag van de operatie, of op de eerste dag na de operatie een röntgenfoto van de knie worden gemaakt om de verkregen standscorrectie en de positionering van de plaat te controleren. Kort na de operatie neemt de fysiotherapeut contact met u op. Hij/zij geeft adviezen omtrent de nabehandeling van de operatie. Op de eerste dag na de operatie oefent u onder leiding van de fysiotherapeut het mobiliseren. Om de kans op een trombosebeen zo klein mogelijk te houden adviseren wij patiënten om, gedurende een periode van 6 weken vanaf de operatie, Dalteparine injecties te gebruiken. Als u in het ziekenhuis bent zullen wij deze aan u geven, als u het ziekenhuis verlaat krijgt u een recept hiervoor mee van de zaalarts.

Mogelijke complicaties 

Ondanks alle zorg die u en wij aan voorbereiding en de operatie besteden, kunnen er toch complicaties optreden.

    • Tijdens de operatie wordt een bloedleegteband om het bovenbeen aangelegd om het onderbeen bloedleeg te maken. Dit kan blaren en kneuzing geven. De klachten verdwijnen vanzelf.
    • Er bestaat een kleine kans op infectie van het gebied rondom een van de wonden waarvoor soms behandeling met antibiotica tabletten nodig is.
    • Een nabloeding van de wond kan optreden. Meestal kan dit met een extra drukverband gestelpt worden, heel zelden moet een extra hechting geplaatst worden.
    • Soms wordt een kleine huidzenuw in het onderbeen geraakt waardoor een stukje van de huid doof aanvoelt. Meestal verdwijnen deze klachten vanzelf maar soms zijn ze blijvend.
    • Er is een kleine kans op trombose. Ons advies is om gedurende 6 weken injecties te gebruiken om de kans hierop te verkleinen, maar er blijft een kleine kans op trombosevorming bestaan.
    • Soms treedt er geen of vertraagde botgenezing op wat kan betekenen dat de operatie opnieuw uitgevoerd moet worden. Roken heeft hier een grote invloed op en het is van groot belang dat u niet rookt of gestopt bent met roken voordat u geopereerd wordt.
    • Soms kan er door zwelling en bloeduitstorting  een te hoge druk ontstaan in de spiercompartimenten van het onderbeen, waardoor de spieren niet meer voldoende van bloed kunnen worden voorzien. Dit is een ernstige complicatie die gepaard gaat met veel pijn. Indien een compartimentsyndroom optreedt moet u acuut geopereerd worden. Gelukkig treedt deze complicatie slechts zelden op.

Er is een aantal situaties waarin u direct contact op moet nemen met uw behandelend arts. Neem contact op met de afdeling orthopedie als:

De wond aan de knie gaat lekken.

    • Roodheid of zwelling en pijn aan de operatiewond toeneemt.
    • De functie van de knie sterk achteruit gaat, dat wil zeggen dat u de knie minder ver kan buigen of strekken dan voorheen mogelijk was.
    • U een lichaamstemperatuur van meer dan 38,5° C heeft, u daar geen goede verklaring voor heeft en dit in combinatie met één van bovenstaande verschijnselen optreedt.

Bij twijfel kunt u ook contact opnemen met uw huisarts.

Vervolg

Oefeningen

Het is normaal dat u de dagen na de operatie pijn heeft. De nabehandeling van een fysiotherapeut is essentieel om de knie weer goed te kunnen gebruiken en de kans op terugkerende klachten te verkleinen. Er is een aantal oefeningen die u kunt doen om uw revalidatie te versnellen na de operatie. De oefeningen vindt u op de oefeningenpagina standscorrectie. Deze zijn ook te vinden in de Mobility Clinic App (Apple en Android). Doe deze oefeningen alleen in overleg met uw eigen fysiotherapeut.

Hebt u vragen?

Mobility clinic app

Download gratis de Mobilty Clinic app (Apple en Android) voor video's, achtergrondinformatie en oefeningen. De app biedt ondersteuning tijdens het gehele behandeltraject. Bij instellingen kunt u “standscorrectie onderbeen” aanvinken en uw operatiedatum selecteren.

Polikliniek

Verpleegafdeling

Afspraak

Als u een afspraak wilt maken bij Mobility Clinic, heeft u een verwijzing nodig van uw huisarts of specialist.

Contact en vragen

Hebt u na het lezen van deze informatie nog vragen? Neem dan contact op via Mobility Clinic.