Terug

Eierstokkanker

Bij eierstokkanker zit er een kwaadaardig gezwel (een tumor) bij een van de eierstokken.

Symptomen Eierstokkanker

In het begin van de ziekte zijn er geen of nauwelijks klachten. Dat komt doordat de eierstokken min of meer vrij in de buikholte liggen. Klachten zijn in het algemeen vrij vaag en kunnen zijn:

  • dikker worden van de buik, door vocht in de buikholte (ascites)
  • vermindering van eetlust
  • vaginaal bloedverlies (na de menopauze)
  • rectaal bloedverlies
  • aandrang tot plassen
  • vage buikpijn
  • een opgeblazen gevoel
  • misselijkheid
  • klachten van verstopping
  • vaker plassen dan normaal
  • overmatige vermoeidheid
  • gewichtsverlies

Deze klachten hoeven niet altijd te wijzen op eierstokkanker. Ze kunnen ook voorkomen bij andere aandoeningen. Blijven de klachten langer dan enkele weken aanhouden, raadpleeg dan uw huisarts.

Oorzaken Eierstokkanker

Wat is eierstokkanker?

Bij eierstokkanker begint de ongeremde celdeling in de eierstokken. Er kan dan een kwaadaardig gezwel (een tumor) ontstaan. Kwaadaardig betekent:

  • de kankercellen kunnen door ander lichaamsweefsel heen groeien
  • de kanker kan zich door het lichaam verspreiden via bloed en lymfevaten (uitzaaien)

Er zijn verschillende soorten eierstokkanker. De meest voorkomende vorm van eierstokkanker is sereuze kanker. De kankercellen ontstaan uit de buitenste laag cellen van de eierstok, het epitheel.

Naast sereuze kanker bestaan er meer zeldzame vormen van eierstokkanker. Die behandelen we op andere manieren dan u op deze pagina leest. Soms blijkt uit het weefselonderzoek dat er sprake is van een borderlinetumor. Een borderlinetumor is een grensgeval. Onder de microscoop zien de cellen van de tumor er kwaadaardig uit, maar ze gedragen zich meestal goedaardig.

Wie kan eierstokkanker krijgen?

Elke vrouw kan eierstokkanker krijgen. Per jaar krijgen in Nederland ongeveer 1.200 vrouwen te horen dat zij eierstokkanker hebben. Het kan op elke leeftijd ontstaan, maar treedt het meest op tussen de 50 en de 70.

Oorzaken eierstokkanker

De rol van de eisprong

Er is geen duidelijke oorzaak bekend voor het ontstaan van eierstokkanker. Uit cijfers blijkt dat eierstokkanker vaker voorkomt bij vrouwen zonder kinderen en bij vrouwen met weinig kinderen. Door een groot aantal zwangerschappen lijkt de kans op eierstokkanker dus kleiner te worden. Ook het gebruik van de pil verlaagt het risico op eierstokkanker. Het voorkómen van een eisprong lijkt dus een beschermende werking te hebben.

Erfelijkheid

Bij ongeveer 5 tot 10 procent van de mensen is erfelijkheid de oorzaak van eierstokkanker. Er zijn meerdere ziektes bekend die een erfelijke vorm van eierstokkanker (kunnen) veroorzaken. De meest voorkomende zijn:

  • erfelijke borst-en eierstokkanker (in de familie komt ook borstkanker voor)
  • het Lynch syndroom (voorheen HNPCC) (in de familie komt ook darmkanker voor)

Elke patiënte met bewezen eierstokkanker komt in aanmerking voor genetisch onderzoek. Uw arts zal u voor een erfelijkheidsonderzoek verwijzen naar de klinisch geneticus.

U vindt meer informatie op de pagina Kanker en erfelijkheid.

Onderzoek en diagnose

Een aantal onderzoeken kan uitwijzen of u eierstokkanker hebt. Vaak voeren we een combinatie van deze onderzoeken uit. Voorbeelden hiervan zijn: 

Vaginaal onderzoek

De gynaecoloog brengt een speculum (een spreider of ‘eendenbek’) in de vagina. Zo kan hij de vagina en baarmoedermond zien. Daarna voelt de gynaecoloog met een of twee vingers in de vagina en legt de andere hand op uw buik. Op deze manier krijgt de arts een indruk van de ligging en de grootte van de organen onder in de buik, waaronder de eierstokken.

Bloedonderzoek

Bij een bloedonderzoek kijken we onder andere naar de hoeveelheid CA125 in het bloed. Eierstokkankercellen kunnen deze stof aanmaken en afgeven aan het bloed. Bij ongeveer 80% van de vrouwen met eierstokkanker, is het CA125 verhoogd.

Vaginale echografie

Met geluidsgolven brengen we de eierstokken, de baarmoederhals en de baarmoeder nauwkeurig in beeld. De arts kan dan zien of er afwijkingen zijn.

Aanvullende onderzoeken

Na diagnose van eierstokkanker kunnen we nog vervolgonderzoeken uitvoeren. Daarmee bepalen we in welk stadium de eierstokkanker is. Het stadium geeft aan hoe ver de tumor is doorgegroeid. En of er uitzaaiingen zijn. We kunnen de volgende onderzoeken uitvoeren:

  • Röntgenfoto’s van het hart en de longen.
  • Een CT-scan om organen en weefsels heel precies in beeld te krijgen.
  • Een Ascitespunctie. Bij vrouwen met eierstokkanker zit er vaak veel vocht (ascites) in de buik. We kunnen dit vocht met een naald uit de buik nemen en onderzoeken op de aanwezigheid van kankercellen.

De diagnose

De uitslagen van uw onderzoeken worden besproken in de multidisciplinaire oncologiebespreking. Multidisciplinair betekent dat er zorgverleners van verschillende specialismen bij elkaar zitten. Er zijn gynaecologisch oncologen, internist-oncologen en radiologen bij betrokken. Oncologie is een ander woord voor kanker. In de multidisciplinaire oncologiebespreking buigen alle artsen zich samen over de voorlopige diagnose en het behandelplan.

DNA-Onderzoek bij kanker en erfelijkheid

Hiermee kunnen we levens redden

UMC Utrecht zet zich in voor DNA-onderzoek bij (ex)-patiënten met eierstokkanker

Lees meer

Behandeling Eierstokkanker

Eierstokkanker kunnen we op verschillende manieren behandelen. Het soort behandeling is afhankelijk van uw situatie.

Curatieve behandeling

Een curatieve behandeling is een behandeling die als doel heeft u te genezen. Er zijn verschillende manieren om eierstokkanker te behandelen. Soms gebruiken we één manier, soms een combinatie. Voorbeelden van curatieve behandelingen zijn:

Chemotherapie

Chemotherapie is een behandeling met medicijnen. De medicijnen maken de kankercellen kapot. 

Operatie

Het komt vaak voor dat we eierstokkanker behandelen met een operatie (een chirurgische ingreep). Er zijn twee soorten operaties.

Stadiëringsoperatie
Met deze operatie bepaalt de arts in welk stadium de kanker is. Als dat duidelijk is, kan hij direct besluiten om bepaalde organen en weefsels te verwijderen (de baarmoeder, beide eierstokken, het lymfeklierweefsel langs de bekkenvaten en de grote lichaamsslagader of het vetschort dat voor de darmen ligt). Op verschillende plaatsen in de onder- en bovenbuik worden stukjes weefsel (biopten) voor onderzoek weggenomen. De operatie wordt vaak gevolgd door een behandeling met chemotherapie.

Debulkingsoperatie
Wanneer bij het vooronderzoek duidelijk blijkt dat het kankerweefsel ook buiten de eierstokken zit, proberen we dat weg te nemen. We verwijderen dan ook beide eierstokken, de baarmoeder, het vetschort en soms zelfs een stuk darm of ander orgaan. Hierdoor kan het voorkomen dat u (tijdelijk) een stoma krijgt. Soms wordt pas tijdens de operatie duidelijk dat het tumorweefsel te groot is om weg te halen. Dan wordt de operatie tussentijds stopgezet. We proberen de tumor dan met chemotherapie te verkleinen. Als dat lukt, opereren we alsnog.

Controles

Gedurende twee jaar na de behandeling komt u een aantal keren voor controle bij de arts. Het eerste jaar is dat vier keer. Tijdens deze controles bespreekt de specialist hoe het met u gaat en wordt een lichamelijk onderzoek gedaan. We controleren vooral op uitzaaiingen en de terugkeer van de ziekte.

Palliatieve behandeling

Soms is genezing van eierstokkanker niet meer mogelijk. Dat wil niet zeggen dat de behandeling dan stopt. We behandelen dan verder met een nieuw doel: zo lang mogelijk leven met een goede kwaliteit. We noemen dat een palliatieve behandeling. Voorbeelden zijn:

  • Palliatieve chemotherapie
  • Radiotherapie (bestraling)
  • Een palliatieve operatie om (delen van) het tumorweefsel weg te halen

Afzien van behandeling

Een behandeling kan bijwerkingen met zich meebrengen. Het kost bovendien tijd en energie om naar het ziekenhuis te komen. Het is dus altijd de vraag of de voordelen opwegen tegen de nadelen. Een moeilijke afweging, want u weet van tevoren niet zeker hoe goed de behandeling zal werken. En ook niet hoeveel bijwerkingen u zult ondervinden. Uw arts zal alles met u doorspreken.

Lymfoedeem

Door de behandeling kan de afvoer van lymfevocht verstoord zijn. Dat komt voor na operaties, maar ook na bestraling. Lymfoedeem kan ook ontstaan door uitzaaiingen van kanker die het lymfesysteem beschadigen en ‘verstoppen’. 

Het gevolg van lymfoedeem is dat de benen vanaf de liezen naar beneden dikker kunnen worden. Dat komt door de lymfestuwing. Pas als het lymfevocht een andere uitweg gevonden heeft, kan de stuwing afnemen.

Lymfoedeem verdwijnt niet altijd vanzelf. Het is belangrijk dat u klachten van zwelling serieus neemt. Neem contact op met uw behandelend arts of meld uw klachten tijdens een bezoek aan de arts. 

Lymfoedeem kan zichtbaar en/of voelbaar zijn. De eerste klacht bij lymfoedeem is meestal een gevoel van zwaarte of spanning in uw been, buik of schaamstreek. De huid kan warmer aanvoelen. Ook pijn, tintelingen of een strak of moe gevoel kan een eerste signaal zijn. Enige tijd later zal uw been, buik of schaamstreek dikker worden. Soms ziet de huid wat rood, maar in het begin meestal bleek.

Meer over lymfoedeem leest u op de site NLNet.

Kansen op genezing

Meestal drukken we de kans op genezing uit in het aantal patiënten dat 5 jaar na de behandeling nog in leven is. Bij eierstokkanker is dat ongeveer 35 procent van de patiënten. Wanneer we de ziekte in een vroeg stadium ontdekken, is de kans op genezing groter. Een probleem is dat eierstokkanker in het beginstadium weinig klachten geeft. Hierdoor ontdekken we de ziekte vaak pas in een vergevorderd stadium. Het percentage is een gemiddelde. Dat betekent dat u het niet zomaar naar uw eigen situatie kunt  vertalen. Uw arts bespreekt altijd met u wat u van de toekomst kunt verwachten. 

Emotionele gevolgen

De boodschap: ‘u hebt kanker’ is vaak verpletterend. Alles is ineens anders: toekomst, gezinsleven, werk, gedachten … Het is logisch dat het evenwicht in uw bestaan verstoord is. En dat dat een tijd duurt, zelfs als u met succes behandeld bent. Veel mensen ondervinden belangrijke steun van hun familie en vrienden. En van hun behandelende arts en verpleegkundigen. Toch is het heel normaal om een beroep te doen op extra ondersteuning buiten uw eigen kring.

Er zijn verschillende vormen van hulp en ondersteuning bij kanker.

Meer informatie

De impact van erfelijke vorm van eierstokkanker

We vertellen over de impact van erfelijke vorm van eierstokkanker en het belang van DNA-onderzoek.

Lees meer

Relevante links

Patiëntenorganisaties

Als u eierstokkanker hebt (gehad), kunt u voor vragen, adviezen en lotgenotencontact terecht bij patiëntenorganisaties:

  • Stichting Olijf (voor patiënten met gynaecologische kanker)
  • Freya (vereniging voor mensen met vruchtbaarheidsproblemen)

Kanker.nl

In het informatiedossier Eierstokkanker van de site Kanker.nl vindt u meer informatie over de ziekte.

Zorgkosten

Het UMC Utrecht maakt ieder jaar afspraken met zorgverzekeraars over de tarieven van zorgkosten. Deze tarieven hebben invloed op de hoogte van uw zorgpremie. Wij vinden het belangrijk dat de tarieven voor u als patiënt zo inzichtelijk mogelijk zijn. Zo kunt u vooraf zien wat uw behandeling bij het ziekenhuis kost. Daarom kunt u hier alle tarieven voor behandelingen van de zes grote zorgverzekeraars bekijken. 

Hebt u vragen?

Hebt u vragen? U kunt contact opnemen met de polikliniek gynaecologische oncologie.

T 088 75 588 80

Maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 16.00 u

Polikliniek

Voor de diagnosestelling en controle heeft u te maken met de poli:

Verpleegafdelingen

Een opname in verband met de behandeling van eierstokkanker kan plaatsvinden op verschillende verpleegafdelingen. Op welke adeling u wordt opgenomen hangt af van de specialist die u op dat moment behandelt.

Opname voor een operatie:

Opname in verband met chemotherapie: