Doe DNA-test bij verwacht nierfalen onder de 50

Genetisch onderzoek wordt bij nierziekten meestal alleen gedaan bij patiënten bij wie ander onderzoek niets heeft opgeleverd of als meerdere familieleden ziek zijn. “Als er aanwijzingen zijn dat iemand, op termijn afhankelijk wordt van nierdialyse of een -transplantatie, dan is het beter om meteen DNA-onderzoek te doen”, zegt arts-onderzoeker Rozemarijn Snoek, die 29 oktober op dit onderwerp promoveerde. “Bij minstens een op de vijf mensen die voor het vijftigste levensjaar nierfalen ontwikkelen, is de oorzaak erfelijk. Kennis daarover is belangrijk om de beste behandeling te kiezen.”

Onze nieren filteren afvalstoffen uit ons bloed. Als zij die functie langzaam verliezen, is sprake van een chronische nierziekte. Een deel van de patiënten wordt uiteindelijk afhankelijk van nierdialyse of een niertransplantatie. Soms is de oorzaak van de ziekte een verandering (mutatie) in het DNA. Nu we steeds meer weten over het DNA, neemt ook de kennis over erfelijke nierziekten snel toe. Toch is DNA-onderzoek bij nierfalen nog niet zo gebruikelijk, weet arts-onderzoeker Rozemarijn Snoek. “Ik hoop dat daar verandering in komt. Het zou mooi zijn als nefrologen bij ernstige nierziekten DNA-onderzoek steeds meer gebruiken als een eerste stap in de diagnostiek.” DNA-onderzoek leidt namelijk bij minstens een op de vijf patiënten met nierfalen of een groot risico daarop tot een diagnose, zo ontdekte zij. Tot nu toe krijgen de meeste patiënten echter een nierbiopt, waarbij met een dikke naald een hapje uit de nier wordt genomen: een ingrijpende methode. Voor DNA-onderzoek is alleen een buisje bloed nodig.

Passende medicijnen
Het is belangrijk om patiënten met een erfelijke nierziekte te herkennen, zodat zij en hun familieleden de beste mogelijk zorg krijgen. “De oorzaak van de nierziekte bepaalt hoe de ziekte zich zal ontwikkelen en welke behandeling wel of niet kan helpen om het ziekteproces af te remmen”, legt Rozemarijn uit. “Als de nefroloog weet dat de nierziekte erfelijk is, kan hij de vooruitzichten meestal beter voorspellen en medicijnen geven die het best bij de ziekte passen. Ook kun je er met behulp van DNA-onderzoek voor zorgen dat een patiënt alleen een transplantatienier krijgt van een familielid dat zelf niet ook kans heeft om ziek te worden.”

In het DNA kijken
Samen met collega’s onderzocht Rozemarijn hoe vaak de nierziekte erfelijk is bij nierpatiënten die voor hun vijftigste levensjaar in het UMC Utrecht een niertransplantatie ondergingen. Sinds 2005 waren dat er 273. Bij 110 van deze nierpatiënten is DNA-onderzoek gedaan, veelal met Whole Exome Seuqencing. Met deze techniek is het mogelijk om breed in het DNA te kijken. In dit geval keken de onderzoekers eerst naar een groep genen –  een genenpanel - waarvan bekend is dat een mutatie daarin tot een nierziekte kan leiden. Het voordeel van heel gericht kijken is dat de kans erg klein is dat er nevenbevindingen zijn waarnaar je niet op zoek bent. Rozemarijn: “Vind je in dat panel niets, dan kun je vervolgens naar alle genen kijken.”

Veel vaker dan gedacht
Uit het onderzoek blijkt dat erfelijke nierziekten veel vaker voorkomen dan gedacht: bij minimaal een op de vijf mensen die voor hun vijftigste levensjaar nierfalen ontwikkelen. Daarnaast liet de studie zien dat een op de vijftien patiënten door hun dokter was gediagnosticeerd met een andere ziekte dan het DNA-onderzoek aantoonde. “Zo komt vaak pas na jaren aan het licht dat iemand niet nierziekte A heeft, maar nierziekte B”, zegt Rozemarijn. “Die persoon had dan misschien allang een betere behandeling kunnen krijgen. Op dit gebied valt dus veel winst te behalen.”

Zo had ze tijdens haar onderzoek ook contact met enkele volwassen patiënten met de zeldzame nierziekte focaal segmentale glomerulosclerose (FSGS). Genetisch onderzoek bij deze patiënten maakte duidelijk dat hun ziekte erfelijk is. “Het belangrijkste nieuws voor hen was dat ze langer met hun transplantatienier kunnen doen. Normaal gesproken kan FSGS na een niertransplantatie opnieuw actief worden, maar bij deze erfelijke vorm gebeurt dat niet.”

Tot nu toe worden erfelijke nierziekten vaak niet of niet tijdig vastgesteld. Dat kan veel gevolgen hebben voor de gezondheid en het welzijn van de patiënt. “Wil je de zorg voor deze patiënten verbeteren, dan is het raadzaam om DNA-onderzoek te doen bij alle mensen van wie je verwacht dat ze voor hun vijftigste afhankelijk zullen worden van dialyse of een transplantatie. Dat is niet alleen waardevol voor henzelf, maar ook voor hun familieleden en bij een kinderwens.”

Kinderwens
Rozemarijn heeft geregeld contact met de Nierpatiënten Vereniging Nederland. “Als ik op patiëntendagen spreek over erfelijke nierziekten, komen er vaak ook vragen over wat dit betekent voor kun kinderen”, vertelt ze. “Die vragen zijn meestal te beantwoorden met behulp van DNA-onderzoek.” Van een aantal nierziekten is al bekend dat erfelijkheid een rol speelt, zoals bij cystenieren (ADKPD). Komt die ziekte in de familie voor, dan komen stellen met een kinderwens in aanmerking voor preïmplantatie genetische diagnostiek (PGD), ook wel embryoselectie. “Daarmee heb je een keuze om de aanleg wel of niet door te geven”, zegt Rozemarijn. “In de praktijk weten veel mensen dat niet. Het is belangrijk dat nefrologen patiënten daar bijtijds over informeren, dus op jonge leeftijd, liefst nog voor er een actieve kinderwens is.”

Handreiking voor nefrologen
Voor veel nefrologen zijn de mogelijkheden van DNA-onderzoek nog vrij nieuw. Ook zij hebben soms vragen, zoals: hoe herken ik een patiënt bij wie de nierziekte mogelijk erfelijk is? Bij welke mensen moet ik daaraan denken? Hoe vraag ik de juiste genetische test aan? Bij wie moet ik daarvoor zijn? Om hen in de dagelijkse praktijk te ondersteunen, schreef Rozemarijn een handreiking die nefrologen in de spreekkamer kunnen gebruiken. “DNA-onderzoek wordt inmiddels al wel gedaan als kinderen en jongeren een ernstige nierziekte hebben. Maar nierziekten door een verandering in het DNA ontwikkelen zich soms ook later, zelfs pas op 60-jarige leeftijd. Die kennis is nog vrij nieuw”, vertelt Rozemarijn. “Mijn onderzoek laat zien dat het zinvol is om patiënten met nierfalen of een grote kans daarop bijtijds genetisch te testen. Daarbij zou het niet moeten uitmaken of de patiënt een kind, jongere of volwassenen is. Leeftijd is namelijk minder belangrijk dan we dachten.”

Er zijn nog geen reacties op dit artikel

Reageer als eerste

Reacties

Reageer

Om spam te voorkomen vragen we u de onderstaande code over te typen.