Terug

Aanvragen bepaling en Aanvraagformulieren - Farmalab

Hier vindt u informatie over het aanvragen van bepalingen. Tevens vindt u onderaan deze pagina het interne contactformulier buiten routine aanvragen.

Kweek

Bloed afnemen

Hoeveelheid afname

Hoeveel volbloed/plasma er moet worden afgenomen voor een bloedspiegelbepaling is erg afhankelijk van de gebruikte analysemethode. Normaal gesproken is 1 ml volbloed/500 microliter plasma voldoende. Het gewenste en minimale afnamevolume kan sterk wisselen per toegepaste bepalingsmethode en te bepalen farmacon. De afnameinformatie is het beste per bepaling te bekijken.

Afnamebuis

Bloed voor een geneesmiddel spiegelbepaling moet worden afgenomen in een EDTA-buis (donkerpaarse dop), tenzij het paarse aanvraagformulier anders vermeldt. Heeft u per abuis een gelbuis als afnamebuis gebruikt, dan zou de geneesmiddelspiegel lager kunnen uitkomen dan deze in werkelijkheid is. Dit komt doordat de meeste geneesmiddelen die bepaald worden lipofiel zijn. Dat wil zeggen dat ze een grote affiniteit hebben voor vette stoffen. De gel in een gelbuis trekt deze stoffen aan, waardoor de waarde lager lijkt dan in werkelijkheid. Voorbeelden van lipofiele geneesmiddelen zijn fenytoine, fenobarbital, tacrolimus en ciclosporine.

Top- en dalspiegels

Een topspiegel is de hoogste concentratie geneesmiddel in het bloed van een patiënt na bijvoorbeeld een orale of intraveneuze toediening. Wanneer deze verschijnt is voor elk geneesmiddel verschillend. Stoffen met een trage absorptie vanuit het maagdarmkanaal laten bij orale toediening pas laat een piekconcentratie in het bloed zien. Voor elke stof is er een optimaal tijdstip waarop de topspiegel afgenomen moet worden. In het Farmacotherapeutisch Kompas kun je ook opzoeken wanneer ongeveer de topspiegel verschijnt: onder het kopje Kinetische gegevens wordt een Tmax gemeld. Dit is het tijdstip waarop de maximale concentratie in het bloed wordt verwacht. Een dalspiegel is de laagste concentratie geneesmiddel in het bloed van een patiënt. Een dalspiegel kan tussen 2 en 0 uur vóór de nieuwe gift worden afgenomen.

Bewaartermijn monsters

Monsters worden standaard twee weken bewaard, tenzij de aanvrager voor individuele monsters een langere termijn heeft aangegeven.

CITO bepalingen

Voor CITO bepalingen moet contact opgenomen worden met de dienstdoende apotheker via de UMC Utrecht centrale (088 75 555 55 of #9) of 088-75 744 88. Indien de aangevraagde bepaling niet dagelijks wordt uitgevoerd, kan zonder voorafgaand telefonisch contact de uitslag niet dezelfde dag worden gerapporteerd. De bepaaltermijn wordt vastgesteld na overleg tussen de aanvrager en de dienstdoende labapotheker.

Weekend en feestdagen

Voor bepalingen in het weekend neemt u op vrijdag contact op met de dienstdoende laboratoriumapotheker (088-75 744 88), aangezien er in het weekend en op feestdagen niet standaard een klinisch farmaceutisch analist aanwezig is. Bepalingen die niet vooraf bij het laboratorium bekend zijn, worden dan niet uitgevoerd.
Uitzondering betreffen de immunosuppressiva, vancomycine, gentamicine, tobramycine en amikacine. Deze worden standaard op zaterdag en zondag bepaald, indien tijdig  (uiterlijk 10:00) afgenomen.

Aanvraagformulieren

Download de aanvraagformulieren. Let u op het onderscheid dat gemaakt wordt tussen een aanvraag voor een bloedmonster en een urinemonster. Na het uitprinten en invullen van het formulier kunt u het opsturen naar onderstaand adres. 

UMC Utrecht

Klinisch farmaceutisch en toxicologisch laboratorium

HP D.00.204

Heidelberglaan 100

3584 CX Utrecht