Terug

Het verhaal van Eke
Het verhaal van Eke

Afbeelding fade

Eke van Lunteren is verpleegkundig specialist.

Aansluiten en loslaten

“Het slechte nieuws komt totaal onverwacht. Het is zo’n dreun. We kunnen het hier bij de sneldiagnostiek allemaal mooi uitzetten, maar de patiënt bepaalt. Niet alles wat snel kan, hoeft altijd snel. Soms is even rust nodig, adempauze.”

Vrijdagmiddag, 16.00 uur. Een man, midden 40, komt samen met zijn vrouw voor een gesprek. Ik heb hem niet eerder ontmoet. De arts vertelt hem dat hij een maagtumor heeft en dat de echo van de lever er ook niet best uitziet. Daar komt de boodschap kort gezegd op neer. Dat er nog wel vervolgonderzoek moet worden gedaan, horen die mensen al niet meer. Het is vooral het nieuws “eigenlijk gaat u nooit meer beter worden”. Ik zie aan hun gezichten dat hun wereld letterlijk instort.

De diagnose kanker heeft een enorme impact op mensen. Sinds 2012 biedt de afdeling maag-, darm- en leverziekten sneldiagnostiek. Samen met een collega ben ik eerste contactpersoon en procesbewaker voor patiënten.

Iedere dag vinden slechtnieuwsgesprekken plaats waar ik bijzit. Vreselijke verhalen. Opeens staat je leven op z’n kop. Ieder mens reageert verschillend. Dat maakt altijd indruk.

Zijn vrouw lijkt het helemaal niet te begrijpen. Ze kan het niet aan. De arts herhaalt alles dus nog maar een keer. Maar hoe vaak we het ook zullen herhalen, dit gaat niet aankomen. Je zult maar op vrijdagmiddag om 17.00 uur het ziekenhuis worden uitgestuurd met zo’n bericht. Hoe ga ik dit in hemelsnaam vóór het weekend een beetje hanteerbaar maken? Dat vind ik het lastigste.

Het is een jonge, stoer vent. Wel geëmotioneerd, maar hij houdt zich nog flink. Dat doen mensen vaak. Als de arts weggaat, neem ik het gesprek over. Ik zeg dan natuurlijk niet meteen: “Nu gaan we het eens over het vervolgtraject hebben.” Maar: “Volgens mij hebben jullie dit helemaal niet zien aankomen.” Een zin om even lucht te krijgen. En ervoor te zorgen dat de emoties eruit kunnen.

Ze hebben eerst tijd met z’n tweeën nodig. “Ik ga jullie alleen laten en kom straks terug,” zeg ik. Na twintig minuten zijn ze zover. “Hoe moeten we het onze (jonge) kinderen vertellen? En onze ouders?” Opvallend dat dit soort vragen vaak als eerste door het hoofd schieten. Niks over “en nu ga ik dood”.

Dreun

Het slechte nieuws komt totaal onverwacht. Het is zo’n dreun. We kunnen het hier bij de sneldiagnostiek allemaal mooi uitzetten, maar de patiënt bepaalt. Niet alles wat snel kan, hoeft altijd snel. Soms is even rust nodig, adempauze.

Kort hebben we het over de volgende stappen. Ik zeg dat ik ze maandagochtend meteen zal bellen. Ik regel dekking voor het weekend. Telefoonnummers van het ziekenhuis, de huisarts inlichten. Vanaf de diagnosestelling is hij een belangrijk aanspreekpunt.

Je krijgt een enorme vertrouwensband met mensen. In het traject blijven ze het contact zoeken. Soms puur voor steun, omdat ze het even niet meer zien zitten. Dat is het mooie van mijn werk: ik kan iets voor mensen betekenen. In al die chaos voor overzicht zorgen. Ook voor thuis. Door bijvoorbeeld mensen van Care for cancer of oncologieverpleegkundigen in te schakelen. Vooral in de dagen na het slechte nieuws. Dat is één van de ergste momenten.

Daarna herpakken mensen zich weer. Hebben ze het gevoel dat ze er iets aan gaan doen. Ze komen in een behandeltraject bij een medisch oncoloog of chirurg. Of ze krijgen palliatieve zorg waardoor de kwaliteit van leven zo goed mogelijk blijft. We begeleiden ook patiënten in die fase, wanneer beter worden niet meer mogelijk is.

Aansluiting

Ik probeer altijd aansluiting te vinden. Me zo goed mogelijk in te leven. Hoe denkt iemand? Wat heeft deze persoon echt nodig? Hoe kan ik hem of haar het beste ondersteunen? Als aanspreekpunt wil ik gemakkelijk benaderbaar zijn. Niet afstandelijk. Soms vertel ik wel eens iets persoonlijks. Dan kun je de indruk wekken dat het bijna vriendschappelijk is. Zo krijg ik soms vriendschapsverzoeken via Facebook. Eén keer geaccepteerd, dat doe ik nooit meer. Of me drie keer laten kussen midden in de wachtkamer. Soms voel ik pas achteraf dat mijn grenzen zijn overschreden.

Het is belangrijk om patiënten goed te volgen, maar ook weer los te laten. Op tijd en op de juiste momenten. Zo vind ik het fijn dat ik ’s avonds nog een uur onderweg ben naar huis. Dan luister ik naar de radio. Rustige liedjes probeer ik te vermijden. Die slepen me mee de emoties in. Dan wordt de betrokkenheid te groot. Vrolijke popmuziek werkt beter. Even tijd voor mezelf, even niet nadenken.

 

Disclaimer

In de verhalen van zorgverleners komen patiënten voor. Om hun privacy te beschermen zijn soms aanpassingen gedaan aan de beschrijving van de personen of hun omstandigheden.