Terug

Allogene stamceltransplantatie

Bij een allogene stamceltransplantatie krijgt u stamcellen van een donor via een infuus. Deze cellen komen in uw bloedbaan en nestelen zich daarna in uw beenmerg.

Meer informatie

Patiënten Informatie Dossier Allogene stamceltransplantatie

Indien uw behandeld arts met u heeft besproken dat u een allogene stamceltransplantatie (SCT) zult ondergaan voor uw ziekte, kunt u het Patiënten Informatie Dossier (PID) lezen voor verdere informatie. Dit PID dient als voorbereiding en aanvulling op de informatiegesprekken met uw behandelend arts en de verpleegkundige van het stamceltransplantatieteam (SCT-verpleegkundige).

Patiëntenboekje Allogene stamceltransplantatie

Patiëntenorganisatie Hematon heeft in samenwerking met onze zorgverleners een goede informatiebrochure voor patiënten gemaakt.

Voorbereiding

Passende donor

Voordat u een allogene stamceltransplantatie ondergaat, bekijken we of er een geschikte donor beschikbaar is. Bijna altijd zoeken we naar een broer of zus. Als deze niet geschikt zijn, gaan we zoeken naar een passende donor buiten de familie. Dat kan via de Donorbank, of doordat er een niet-familiaire donor beschikbaar is.  

Voorbereidende onderzoeken

Als een passende donor aanwezig is, onderzoeken we u uitgebreid. Dit kunnen onderzoeken zijn als:

    • Bloedonderzoek: hierbij kijken we of organen als de lever en nieren, goed functioneren. Daarnaast onderzoeken we welke virusinfecties u in het verleden heeft doorgemaakt.
    • ECG (hartfilmpje). 
    • Röntgenfoto van hart en longen: (X-thorax). 
    • Beenmergonderzoek: hiermee bepalen we de toestand van uw beenmerg vóór de transplantatie. Dit onderzoek is niet standaard.
    • Eventueel nog andere onderzoeken: bijvoorbeeld een CT-scanPET-scan of urineonderzoek. Uw arts overlegt met u welke onderzoeken precies nodig zijn.

Voor de opname

Het is sterk afhankelijk van uw situatie hoelang u in het ziekenhuis bent. Als u een familielid als donor hebt, duurt de opname meestal korter dan wanneer u een donor van de donorbank hebt. De duur van de totale opname kan variëren van 5 dagen tot 6 weken. In incidentele gevallen is opname niet nodig en vindt de behandeling plaats op de dagafdeling.

Tips voor het gesprek

Veel mensen vinden het prettig als ze het gespr...

Vrouw kijkt op telefoon

Wat moet u meenemen?

Hebt u een afspraak in het UMC Utrecht of wordt...

Tijdens de behandeling

Een centrale lijn

Voor het toedienen van medicijnen en de stamcellen krijgt u een centrale lijn (PICC) ingebracht in de bovenarm. Dat is een slangetje in een groot bloedvat (groter dan een infuus), bijvoorbeeld onder het sleutelbeen of in uw lies. Uw arts vertelt u of dit bij u nodig is. Zie voor meer informatie de Informatiefolder Perifeer Ingebrachte Centraal veneuze Katheter (PICC).

Voorkomen van infecties

Door de bestraling en chemotherapie verlaagt uw afweer. Dit komt doordat het aantal witte bloedcellen sterk daalt. U hebt daardoor een verhoogde kans op het krijgen van infecties. Wij behandelen u daarom uit voorzorg met bepaalde antibiotica en middelen tegen schimmelinfecties. Uit voorzorg, om voedselinfecties te voorkomen, adviseren wij u een voeding volgens de hygiënische voedingsrichtlijn. Zie voor meer informatie de Informatiefolder Voeding voor mensen met een verminderde weerstand en risico op ondervoeding. 

Voorbehandelingen

Voor de transplantatie krijgt u chemotherapie en/of radiotherapie (bestraling). Hiermee verminderen we de aanmaak van eigen (zieke) bloedcellen. De donorstamcellen krijgen hierdoor de kans om nieuw (gezond) bloed aan te maken. Ook schakelt deze behandeling uw afweer uit, zodat uw lichaam de donorstamcellen niet afstoot.

De toediening van stamcellen

Het toedienen van stamcellen lijkt op een bloedtransfusie. Via het infuus gaan de stamcellen het bloedvat in, waarna deze hun weg zoeken naar het beenmerg om daar verder te ontwikkelen. Tijdens de transplantatie zijn er altijd een arts en verpleegkundige bij u. Ook uw familieleden mogen gewoon in uw kamer blijven. 

Na de behandeling

Sommige patiënten kunnen een dag na de transplantatie weer naar huis, andere patiënten blijven langer (enkele dagen tot weken). Uw arts bespreekt dit met u. Thuis blijft u een aantal medicijnen slikken:

    • Ciclosporine® en Cellcept®: deze medicijnen worden bij uw polikliniekbezoeken langzaam afgebouwd. Deze medicatie wordt niet bij elke vorm van allogene stamceltransplantatie voorgeschreven. 
    • Meestal krijgt u ook cotrimoxazol (Bactrimel®) en valaciclovir (Zelitrex®). Deze medicijnen slikt u om infecties te voorkomen. Deze middelen gebruikt u minstens een jaar.

Controles na de SCT

Door chemotherapie en bestraling werkt uw beenmerg tijdelijk minder goed. Hierdoor maakt het beenmerg minder nieuwe bloedcellen aan. Daarom houden wij u na de transplantatie goed in de gaten en krijgt u mogelijk ondersteunende behandelingen. De eerste tijd na ontslag komt u regelmatig op de polikliniek. Dit is meestal tweemaal per week. Afhankelijk van uw herstel hoeft u geleidelijk aan minder terug te komen. 

Controle van het bloed en bloedtransfusies

We nemen na de transplantatie regelmatig wat bloed bij u af. Als het beenmerg van de donor zich genesteld heeft, kan het zijn werk weer gaan doen. De aanmaak van bloedcellen komt dan weer op gang. Als het aantal bloedcellen in uw bloed te laag is, kan het zijn dat u transfusies nodig hebt van rode bloedcellen of bloedplaatjes.

Tips voor na de behandeling

Na de transplantatie is uw weerstand verminderd. Om infecties zoveel mogelijk te voorkomen, is het belangrijk dat u zich aan een aantal leefregels houdt. Zo is een goede lichaamsverzorging en het voorkomen van wondjes erg belangrijk. De verpleegkundige neemt de leefregels uitgebreid met u door.

Enkele adviezen en richtlijnen zijn:

  • Was regelmatig uw handen, met name voor de maaltijd en na toiletgebruik.
  • Neem dagelijks een douche. Bekijk uw huid voor en na het douchen en let daarbij op punt-bloedinkjes, blauwe plekken of huiduitslag. Als u iets ongewoons signaleert, meld dit dan aan de verpleegkundige of arts.
  • Poets uw tanden na elke maaltijd en voor het slapen gaan. Spoel na het poetsen met fysiologisch zout.
  • Gebruik een elektrisch scheerapparaat (geen mesjes in verband met infectie- en bloedingsgevaar).
  • Knip uw nagels voorzichtig, zodat er geen wondjes ontstaan.
  • Gebruik alleen papieren zakdoeken.
  • Draag geen contactlenzen als u last hebt van uw ogen.
  • Voorkom in de periode dat u een groter risico loopt op infectie dat u in contact komt met mensen met huid-, luchtweg,- of darminfecties (verkoudheid, griep of diarree).
  • Wees voorzichtig met zonlicht. Wanneer u de zon in gaat, moet u zich insmeren met een hoge beschermingsfactor (factor 30 of hoger) en beschermende kleding dragen.

Alle tips en adviezen zijn terug te vinden in het Patiënten Informatie Dossier, dat u van de verpleegkundige krijgt.

Vervolg

Bijwerkingen

Een allogene stamceltransplantatie kan een aantal bijwerkingen hebben. Infecties Door uw verminderde afweer is er kans dat u een infectie oploopt. Bij een temperatuur van 38,5 graden of hoger, of koude rillingen, moet u direct contact opnemen met uw arts. Dan moeten we onderzoeken of er bacteriën en schimmels aanwezig zijn. Hier passen we de antibiotica op aan. Longcomplicaties Er is kans dat u in het eerste jaar na de transplantatie longklachten krijgt, bijvoorbeeld een prikkelhoest of longontsteking. Het kan ook zijn dat u een verminderde longfunctie krijgt doordat u een combinatie hebt gehad van chemotherapie en bestraling. De meeste complicaties zijn goed te behandelen. Het kan echter zijn dat de verminderde longfunctie blijvend is. Graft-versus-host-ziekte Als u de transplantatie ondergaat, hebt u bijna geen eigen afweercellen meer. Bij de stamcellen van de donor zitten wel afweercellen. Die afweercellen kunnen een reactie bij u veroorzaken: de zogenoemde graft-versus-host-ziekte (oftewel ‘graft versus host disease’; GvHD).

Er zijn twee vormen GvHD:

    • Acuut: als de verschijnselen optreden in de eerste periode na de transplantatie.
    • Chronisch: als de verschijnselen optreden wanneer de transplantie al langer geleden is gedaan. Een acute vorm kan ook chronisch worden. Om een GvHD te voorkomen, slikt u meestal vanaf het begin van de transplantatie medicijnen. Als u toch last krijgt van een reactie, behandelen we die met onder andere prednison. Als u alleen last hebt van uw huid, kan prednisonzalf al voldoende zijn.

Allogene stamceltransplantatie en het UMC Utrecht

Actueel: JACIE-accreditatie verlengd

Om stamceltransplantatie als behandeling te mogen geven, heeft het ziekenhuis een speciale accreditatie nodig.  Deze JACIE-accreditatie moet elke anderhalf à twee jaar opnieuw worden verleend. Er wordt dan beoordeeld of het ziekenhuis nog steeds aan de strenge kwaliteitseisen voldoet. In april 2018 is de JACIE-accreditatie van het UMC Utrecht verlengd.

Ernst Jan over zijn stamceltransplantatie

Patiëntverhaal Ernst jan

Ernst jan: ''Tot aan de stamceltransplantatie h...

Hebt u vragen?

Hebt u nog vragen over deze behandeling? Neem dan contact op met de Polikliniek Hematologie.

T 088 75 576 55

De polikliniek is bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur.

Polikliniek

Verpleegafdeling

Ziektebeeld

We kunnen deze behandeling bij verschillende vormen van kanker toepassen