Vorige

Lobectomie

Bij een lobectomie haalt de chirurg tijdens een operatie een deel van uw long weg. U bent tijdens de operatie onder narcose.

Meer over de lobectomie

Reden voor operatie

De cardiothoracaal chirurg (hart-long chirurg) verwijdert tijdens de operatie een deel (één of twee kwabben) van de longen met de bijbehorende lymfeklieren.

Dit kan om verschillende redenen noodzakelijk zijn:

  • Wanneer er afwijkingen zijn gevonden in de long.
  • Als u een long hebt die slecht werkt. Dit komt vaak door ernstige, blijvende ontstekingen.

V.A.T.S.

Het kan ook zijn dat de hart-longchirurg de longkwab kan verwijderen via een kijkoperatie (V.A.T.S). Dit zal voor de operatie met u worden besproken. 

Weefselonderzoek

Het weggenomen longweefsel gaat voor onder zoek naar de patholoog. Dit onderzoek duurt minimaal vijf werkdagen. De (zaal)arts bespreekt met u, of met u en uw familie, de uitslag.

Mede op basis van de uitslag van het weefselonderzoek, kan de longarts samen met u een verdere behandeling van uw longziekte bepalen.

Ligging van de longen in de borstkas

Ligging van de longen in de borstkas

  • Voorbereiding

    Een á twee weken voor de operatie komt u een dag in het ziekenhuis voor verschillende gesprekken en onderzoeken. U meldt zich op de longfunctieafdeling, receptie 8 op de tweede etage.

    Gesprekken

    • U hebt een gesprek met de verpleegkundige over het verloop van de dag en de opname.
    • U brengt een bezoek aan de polikliniek pre-operative screening (de POS-poli) waar u onder andere met de anesthesist en een apothekersassistente een gesprek heeft.

    Onderzoeken

    Het kan door verschillende omstandigheden gebeuren dat u niet eerst een dag in het ziekenhuis komt, maar direct de dag voor de operatie opgenomen wordt. Ook dan zult u de onderzoeken en gesprekken krijgen.

    Opnamedag

    Op de dag van de opname kunt u zich melden op de verpleegafdeling longziekten (b3west) waar u wordt opgenomen. Als u het prettig vindt om door een gastvrouw of -heer begeleid te worden naar de afdeling, dan lopen zij graag met u mee. U kunt dit aangeven bij de receptie.

    Op de verpleegafdeling heeft u een gesprek met:

    • een verpleegkundige
    • de zaalarts
    • de hart-longchirurg
    •  de fysiotherapeut

    Zorg regelen voor na de opratie

    Als u thuiszorg of huishoudelijke hulp nodig hebt na opname, kunt u dit het beste voor de operatie al regelen. Onze maatschappelijk werksters van de afdeling kunnen u onder andere hierbij helpen. U kunt hen telefonisch bereiken en inspreken op het antwoordapparaat.   088 75 561 83

    Avond voor de operatie

    Vanaf de avond voor de operatie (00.00 uur) mag u niet meer eten. Tot twee uur voor de operatie mag u nog wel drinken. Water, appelsap, limonade, thee en koffie zonder suiker zijn toegestaan,  alle overige dranken niet.

    Ook mag u niet meer roken.

    De dag van de operatie

    Het is belangrijk dat:

    • sieraden en piercings verwijderd zijn
    • uw gehoorapparaat uit is voor u naar de operatiekamer gaat
    • uw gebitsprothese en lenzen uit zijn
    • nagellak verwijderd is

    Uitstellen van operaties

    In het UMC Utrecht worden, behalve geplande hart- en longoperaties, ook niet voorspelbare, niet geplande hart- en/of longtransplantaties verricht. Dit zijn altijd spoedingrepen, die elk uur van de dag kunnen plaatsvinden. Het geplande operatieprogramma van die dag komt dan te vervallen, omdat de operatiekamer en personeel hiervoor beschikbaar moet worden gesteld. Uw operatie kan hierdoor tot op het laatste moment worden uitgesteld.

    Wat moet u meenemen?

    Hebt u een afspraak in het UMC Utrecht of wordt u opgenomen? Neem dan het volgende mee.

    Tips voor het gesprek over de operatie

    Met deze aandachtspuntenlijst kunt u zich voorbereiden op het gesprek met uw zorgverlener over uw operatie.

  • Tijdens de operatie

    U wordt met bed naar de wachtkamer (holding) gereden. Voordat u in de slaaptoestand (anesthesie) wordt gebracht, geeft de anesthesioloog u een infuus. Hierdoor worden de slaapmedicijnen (anesthetica) gespoten.
    Ook brengt hij, als u nog wakker bent, de epidurale katheter in in het ruggenmerg. Dit is voor de pijnbestrijding na de operatie.

    De operatie

    Voor de operatie wordt de huid gedesinfecteerd met chloorhexidine. Dan maakt de chirurg een snee op de rug onder het schouderblad, tussen de ribben door. Het natuurlijke vacuüm tussen de longvliezen wordt opgeheven, de long klapt dan in. Zo zijn de long en het borstvlies goed te zien. De aangedane longkwab kan zo in zijn geheel verwijderd worden samen met de bijbehorende lymfeklieren.

    Drains

    De chirurg laat aan het eind van de operatie twee slangen (drains ) achter tussen de longvliezen De drains worden aan de huid vastgemaakt met een hechting. De eerste drain ligt boven in de holte om de overtollige lucht weg te zuigen. De tweede drain ligt onderin de holte en zuigt het overtollige wondvocht weg. Daardoor herstelt het natuurlijke vacuüm tussen de vliezen. De drains worden aan het einde van de operatie vastgemaakt aan een zuigend thoraxdrainage systeem.

    Duur operatie

    De operatie duurt twee tot vier uur.

    Operatie

    Dit is algemene informatie over de operatie. Of de onderstaande informatie op u van toepassing is, hangt af van uw persoonlijke situatie. Uw zorgverlener bespreekt dit met u.

    Anesthesie (verdoving of narcose)

    Dit is algemene informatie over anesthesie (verdoving of narcose). De anesthesioloog geeft u tijdens het ‘preoperatief spreekuur’ meer uitleg over anesthesie.

  • Na de operatie

    Medium Care

    Direct na de operatie belt de cardiothoracaal chirurg (hart-longchirurg) uw eerste contactpersoon. op. Hij vertelt hoe de operatie is verlopen. In eerste instantie gaat u naar de uitslaapkamer (recovery). Vervolgens gaat u een nachtje naar de Medium Care (MC) op afdeling B4 Oost. Daar kan uw familie in overleg met de verpleegkundige op bezoek komen. U mag slechts twee personen tegelijk op uw kamer ontvangen.

    Verpleegafdeling

    Na een nacht op de Medium Care, komt u weer op de verpleegafdeling, afhankelijk van uw lichamelijke toestand.

    • De verpleegkundige zal regelmatig uw pols, bloeddruk, temperatuur, de wond en de drain controleren.
    • U hebt nog een infuus voor extra vocht. Als u misselijk bent na de operatie dan kan de verpleegkundige hierdoor medicijnen geven.
    • Op de afdeling wordt het thoraxdrainage systeem op een zuigsysteem aangesloten. Hierdoor wordt het vocht en de lucht tussen de longvliezen continu weggezogen. Zo kan de long zich weer ontplooien. Om te controleren of de long zich goed ontplooit worden er dagelijks röntgenfoto’s gemaakt. Eerst gebeurt dit op uw kamer. Na enkele dagen gaat u hiervoor naar de röntgenafdeling.
    • De wond en de draininsteek zijn gevoelig en voelen beurs aan. Hiervoor krijgt u pijnstilling.
    • Epidurale pijnstilling heeft een bijwerking: u merkt niet wanneer u een volle blaas hebt. U krijgt daarom ook een slangetje in de blaas (urine catheter). De epidurale catheter wordt gemiddeld na vier dagen verwijderd. Daarna haalt de verpleegkundige ’s avonds de urine catheter eruit.

    Pijn

    Na de operatie is het belangrijk dat u aangeeft hoeveel pijn u hebt. De verpleegkundige zal u hier regelmatig naar vragen. Door pijn kunnen complicaties optreden. Daarom is het belangrijk dat u goede pijnstilling krijgt.

    Mobiliseren

    De dag na de operatie wordt u al gestimuleerd om uit bed te komen. Dit is belangrijk voor de ontplooing van de long en om een longontsteking te voorkomen.

    Lichamelijke verzorging

    U zult door vermoeidheid en slangen aan uw lichaam de eerste dagen waarschijnlijk niet in staat zijn om uzelf te verzorgen. De verpleegkundige zal u hierbij helpen.

    De thoraxdrain

    Met een röntgenfoto van de borstkas (x-thorax) kijken we of uw longen goed ontplooid zijn. Als dit zo is mag na ongveer enkele dagen de drain verwijderd worden.

    Twee dagen na het verwijderen van de drain mag u weer douchen.

    Duur opname

    U blijft na deze operatie ongeveer één tot twee weken in het ziekenhuis.

    Leefregels

    • U mag de eerste zes weken niet te zwaar tillen.
    • U mag de eerste zes weken geen zwaar huishoudelijk verrichten. Hiermee wordt bijvoorbeeld stofzuigen en ramen zemen bedoeld.
    • Uw lichamelijke conditie gaat achteruit door een operatie. Dit herstelt zich langzaam in de eerste zes weken na de operatie.
    • Vliegen de eerste zes weken na de operatie niet is toegestaan.
       

    Mogelijke bijwerkingen/complicaties

    • nabloeding
    • longontsteking
    • wondinfectie
    • klaplong
       

    Nazorg

    Een week na ontslag belt een verpleegkundige u. Zij vraagt u hoe het met u gaat en hoe u de opname ervaren hebt. U kunt dan ook niet dringende problemen aan haar voorleggen, zo nodig zal zij voor u overleggen met een arts.

    Neem zelf contact op als

    Neem in ieder geval direct contact op met het ziekenhuis als:

    • U koorts hebt (temperatuur boven de 38 graden Celsius, rectaal gemeten).
    • De wond rood en / of pussig wordt.
    • De pijn erger wordt
    • U de situatie niet vertrouwt

Het behandelteam

Rond een longoperatie werken verschillende zorgverleners nauw met elkaar samen in een behandelteam om u optimaal te behandelen. Het team bestaat onder andere uit longartsen, cardiothoracaal chirurgen (hart-long chirurgen), verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten en fysiotherapeuten.

Contact en vragen

Hebt u nog vragen over het onderzoek? Neem dan contact op met de afdeling longziekten.

Polikliniek

Specialisme