Terug

Dr. Patricia Bruijning

Kinderarts-epidemioloog

Wat doet een hoofddocent Infectieziekten en epidemiologie?

Mijn belangrijkste taak is wetenschappelijk onderzoek doen naar de verspreiding van infectieziekten bij kinderen en volwassenen, en hoe hen hier tegen te beschermen. Een groot deel van mijn onderzoek richt zich daarom op vaccinaties bij kinderen, in het bijzonder groepen kinderen die om medische redenen verhoogd kwetsbaar zijn voor infectieziekten. Het gaat dan bijvoorbeeld om te vroeg geboren baby’s of kinderen met luchtwegaandoeningen. Het doel van dit onderzoek is om vaccinatieprogramma’s voor kinderen te optimaliseren, zodat zij, én de samenleving, goed beschermd zijn.

Daarnaast breng ik risico’s van internationaal opkomende infecties in kaart, en wat deze risico’s voor Nederland betekenen. Deze infecties worden meestal door muggen overgedragen, zoals dengue (knokkelkoorts) en zikavirus. 

Samen met een team van onderzoekers, waaronder epidemiologen, artsen, virologen en wiskundig modelleurs, doe ik diverse wetenschappelijke onderzoeken. Bovendien begeleid ik promovendi en studenten in hun wetenschappelijke stage.

Tot slot geef ik onderwijs over infectieziekten, epidemiologie en vaccinaties aan bachelor- en masterstudenten, verpleegkundigen, medisch specialisten, JGZ-artsen en huisartsen. 


 

Wie is Patricia Bruijning

Geboortedatum 
4 december 1974

Opleiding
geneeskunde, kindergeneeskunde (medisch specialist), master epidemiologie

Relatie
getrouwd, drie kinderen (zoon van 12, dochter van 11 en een zoon van 9) 



 

Patricia bij M over Meningokokken

Wat drijft jou?

Tijdens mijn opleidingsjaren zag ik hoe elk jaar vele kinderen door infectieziekten in het ziekenhuis belandden. Meestal voor een opname van een paar dagen, maar soms ook met ernstige complicaties tot intensive care opname en zelfs tot overlijden aan toe. In alle gevallen was er veel leed bij de kinderen, grote angst, zorgen en verdriet bij de ouders. Ook werden vaak mensen in de omgeving van de kinderen ziek of ging een infectie van patiënt naar patiënt over in het ziekenhuis. Kunnen we deze infecties, en het leed dat zij veroorzaken, niet beter onder controle krijgen vroeg ik mijzelf af.

Mijn motivatie haal ik uit de verbeteringen in (volks)gezondheid die we kunnen bereiken door het verminderen van infectieziekten in onze samenleving en bij kinderen in het bijzonder. Infectieziekten komen bij hen het meeste voor en zij spelen daarnaast ook een belangrijke rol in de verspreiding ervan. Door middel van wetenschappelijk onderzoek leren we steeds beter hoe we infectieziekten kunnen bestrijden en hoe we vaccinaties optimaal kunnen inzetten.

Bekijk hier het webinar; Vaccineren, jezelf en anderen beschermen  

Interview Vrij Nederland over vaccineren: ‘Er is geen complot, het is geen zakkenvullerij. We willen gezonde kinderen.’


 

Wat zijn belangrijke momenten in je loopbaan?

Tijdens een van mijn diensten in mijn opleiding tot kinderarts werd er met de ambulance een klein meisje binnengebracht dat zeer ernstig uitgedroogd was als gevolg van een darminfectie met het rotavirus. Ze was zo ver heen dat ze niet meer reageerde toen ik het infuus inbracht waarlangs ze in allerijl vocht toegediend kreeg. Haar bloeddruk was zo laag dat het niet meer te meten was. Dankzij snel en adequaat medisch handelen wisten wij haar bij het randje van de dood weg te trekken. Binnen een paar dagen was ze weer opgeknapt en zat ze bij moeder op schoot een boterhammetje te eten toen ik bij haar ziekenhuisbed langskwam. Het gaf een bemoedigend gevoel dat simpel medisch handelen soms zoveel effect kan hebben. Tegelijkertijd realiseerde ik me op dat moment dat de hele infectie voorkomen had kunnen worden door een simpele vaccinatie tegen rotavirus die in dezelfde periode juist beschikbaar kwam. Voorkomen is beter dan genezen, dat gold zeker ook voor dit meisje.

Na het voltooien van mijn opleiding tot arts en kinderarts ontving ik in 2015 de prestigieuze NWO VENI onderzoeksbeurs. Voor mij was dit een belangrijke bevestiging dat men niet alleen als dokter, maar ook als wetenschapper vertrouwen in mij had. Het motiveerde mij om het ingeslagen pad van de wetenschap verder door te zetten en uit te bouwen.
 

Wat zijn de uitdagingen binnen infectieziekten en epidemiologie?

Binnen het vakgebied van de infectieziekten epidemiologie proberen we altijd een stapje voor te zijn op de infectieziekte zelf; hoe zal deze zich verspreiden? Wie worden er ziek en welke maatregelen zijn effectief in de behandeling van patiënten? Wat zal het effect zijn van een vaccinatie? Welke infectieziekten vormen in de toekomst een bedreiging? Kunnen we dat voorspellen? Voor al deze vragen is het belangrijk dat we inzicht hebben in het proces van infectie, naar ziekte, naar immuniteit (bescherming door eigen afweer) en hoe we hierop kunnen ingrijpen.

Wat infectieziekten lastig maakt om te onderzoeken is dat ze veelal onopgemerkt blijven. Neemt bijvoorbeeld griep: de meeste mensen die een influenza infectie doormaken hebben nauwelijks klachten, van hen die wel klachten hebben gaat maar een klein deel naar de dokter, van alle mensen die naar de dokter gaan wordt maar bij een beperkte groep diagnostiek gedaan om vast te stellen of het een influenza infectie is. Die laatste groep zijn dus de infecties die we echt meten, terwijl er in werkelijkheid veel meer zijn en die hebben allemaal ook een rol in de verspreiding.

Het is dus vaak lastig om infecties goed te meten, terwijl dat voor het beantwoorden van al die eerder genoemde vragen juist heel belangrijk is. We gebruiken verschillende onderzoeksmethoden om al die onopgemerkte infecties toch inzichtelijk te krijgen.
 

Loopbaan

In 2001 ben ik in Rotterdam afgestudeerd als arts, hierna heb ik een jaar op een kinderintensive care afdeling gewerkt in het Sophia Kinderziekenhuis.

In 2002 startte ik mijn opleiding tot kinderarts bij het LUMC. Mijn laatste stage van de opleiding deed ik in 2007 bij de afdeling infectieziekten van het Montreal Children’s Hospital in Montreal, Canada. Hier werd mijn fascinatie voor infectieziekten bevestigd en ook mijn interesse in wetenschappelijk onderzoek gewekt.

Aansluitend heb ik de MSc opleiding Epidemiologie gevolgd aan McGill University in Montreal met aandachstgebied infectieziekten. Ik deed onderzoek naar rotavirusinfecties bij kinderen.

Dit onderzoek heb ik vanaf 2010 voortgezet in Nederland waar ik in 2013 promoveerde aan de Universiteit Utrecht op het proefschrift  ‘the epidemiology of rotavirus hospitalizations and implications for vaccination strategies’.

Ik heb mijn carrière in de wetenschap hierna voortgezet bij het Julius Centrum van het UMC Utrecht. Sinds 2017 ben ik Universitair Hoofddocent

Onderzoeksprojecten

RIVAR

RIVAR staat voor Risk-group Infant Vaccination Against Rotavirus. Het RIVAR-project heeft tot doel om kwetsbare baby’s extra bescherming te bieden tegen buikgriep en diarree. Met kwetsbare baby’s bedoelen we baby’s die extra vatbaar zijn, omdat zij te vroeg of te klein geboren zijn, of als gevolg van een aangeboren aandoening van bijvoorbeeld hart of darmen.

 De belangrijkste oorzaak van buikgriep en diarree bij baby’s en peuters is het rotavirus. Door middel van rotavirusvaccinatie kunnen baby’s hiertegen worden beschermd. Juist kwetsbare baby’s kunnen veel baat hebben bij deze vaccinatie, omdat zij vaak ernstiger en langdurige ziek worden van het rotavirus dan gezonde baby’s. In het RIVAR-project krijgen kwetsbare baby’s deze vaccinatie tegen het rotavirus aangeboden in het ziekenhuis waar zij worden behandeld. De kinderarts bepaalt welke baby’s hiervoor in aanmerking komen aan de hand van standaard criteria.

Meer informatie over het RIVAR project.
 

ZIeKA monitor

De ZIeKA monitor onderzoekt het voorkomen van muggenoverdraagbare infecties bij reizigers naar tropische gebieden. Het gaat om infecties die door de tijgermug worden overgedragen. De tijgermug is een tropische mug, maar wordt steeds vaker ook in Nederland aangetroffen. We onderzoeken daarom of deze muggenoverdraagbare infecties in de toekomst voor Nederland een bedreiging kunnen vormen. Daarvoor is het allereerst nodig dat we het aantal besmettingen onder terugkerende reizigers uit tropische gebieden in kaart brengen. 

Het gaat om Dengue (knokkelkoorts), Gele Koorts, Chikungunya en Zika virus infecties. Deze infecties worden allemaal veroorzaakt door een virus dat door de tijgermug kan worden overgedragen. We noemen ze ook wel ‘Arbovirus’ infecties. 

Meer informatie over de Zleka monitor