U bent in het UMC Utrecht onder behandeling voor hartfalen. Via de verpleegafdeling of uw cardioloog bent u naar het verpleegkundig spreekuur hartfalen van het UMC Utrecht verwezen. Op dit verpleegkundig spreekuur begeleidt en behandelt een hartfalenverpleegkundige u tijdelijk voor uw hartfalen. Uw cardioloog en hartfalenverpleegkundige bekijken samen met u wanneer deze begeleiding en behandeling weer afgerond kan worden.
Algemeen uitklapper, klik om te openen
Samenwerking met andere ziekenhuizen in uw regio
Het UMC Utrecht werkt nauw samen met andere ziekenhuizen op het gebied van hartfalenzorg. De zorg vult elkaar aan. We noemen dat 'shared care'. Hierdoor kunnen we de patiënten de juiste zorg op de juiste plek aanbieden.
Soms wordt de behandeling in de loop van de ziekte overgedragen naar een ziekenhuis in de woonomgeving. Dat is altijd in overleg met u als patiënt.
Patiëntportaal
Als patiënt van het UMC Utrecht hebt u toegang tot het patiëntportaal ‘Mijn UMC Utrecht’. U kunt hier gedeeltes van uw medisch dossier bekijken. Bijvoorbeeld welke afspraken er gepland staan in het UMC Utrecht, welke medicijnen u gebruikt en wat uw uitslagen zijn. Ook kunt u via e-consult vragen stellen aan uw hartfalenverpleegkundige of andere zorgverleners binnen het UMC Utrecht. Het E-consult is niet bedoeld voor spoedeisende of acute vragen.
Wanneer moet u contact opnemen
Als u thuis last krijgt van een van onderstaande klachten
- U hebt een gewichtstoename van 2 kg of meer in 3 dagen;
- U hebt toenemende kortademigheidsklachten, vooral bij inspanning en platliggen;
- U wordt ’s nachts kortademig wakker;
- U hebt een toename van zwellingen (vocht vasthouden) in uw benen, voeten, enkels, vingers en/of buik;
- U hebt continu of toenemend een ‘vol gevoel’, last van een opgezette of gevoelige buik met gebrek aan eetlust;
- U bent toenemend vermoeid, heeft minder energie om activiteiten te ondernemen;
- U bent duizelig of heeft de neiging tot flauwvallen;
- U hebt last van hartkloppingen of snelle hartslag;
- U hebt last van een droge hoest (kriebelhoest).
Hoe eerder u belt, des te sneller kan de behandeling aangepast worden.
Voor spoedeisende zorg, bijvoorbeeld:
- Ernstige toenemende kortademigheid in rust;
- Pijn op de borst.
Bel 112
In geval van hoge koorts, verminderde intake, herhaaldelijk braken en/of ernstige diarree; neem contact met ons op voor overleg en eventueel tijdelijk aanpassen van uw medicatie.
Voor andere, niet-hartfalen gerelateerde problemen, is uw huisarts het eerste aanspreekpunt.
Welke zorg kunt u verwachten?
Voorlichting en begeleiding
De verpleegkundigen kunnen u en uw naasten helpen bij het leren omgaan met uw ziekte. U kunt hierbij onder andere denken aan voorlichting over:
- Het hart, hartfalen en de behandeling
- Leefregels
- Gebruik van medicatie
- Gezonde voeding
- Activiteiten, rust en hartrevalidatie
Ook besteden we op het verpleegkundig spreekuur aandacht aan problemen die u als gevolg van het hartfalen kunt ervaren, zoals concentratieproblemen, sombere gevoelens of onzekerheid.
Tip: Schrijf alle vragen op, die u heeft voor uw hartfalenverpleegkundige, cardioloog of huisarts. Zo vergeet u deze niet te stellen.
Medicatie
Voor een goede behandeling van hartfalen krijgt u naast leefregels ook medicijnen. Deze medicijnen hebben als doel om klachten zoveel mogelijk te voorkomen en de kwaliteit van leven te verbeteren. Op het verpleegkundig spreekuur hartfalen controleren we uw medicijnen en passen we de dosis zo nodig aan.
Wat is hartfalen? uitklapper, klik om te openen
Het hart pompt dag en nacht zuurstofrijk bloed naar uw weefsels en organen en voert afvalstoffen af. Bij hartfalen is de pompfunctie minder goed: uw hart kan het bloed niet goed meer rondpompen. Er ontstaat een verminderde doorbloeding naar de organen, bijvoorbeeld de nieren. De nieren gaan als tegenreactie zout en vocht vasthouden. U kunt hierdoor bijvoorbeeld dikkere enkels of een dikkere buik krijgen. Maar het vocht kan zich ook achter de longen ophopen waardoor o.a. kortademigheid ontstaat. Hartfalen is een aandoening die niet over gaat. Klachten en verschijnselen kunnen vaak wel worden behandeld. Ze kunnen worden onderdrukt met medicijnen en door aanpassing van uw leefgewoonten. Hierdoor kunt u minder last hebben van uw hartfalen.
Vormen van hartfalen
Er zijn twee vormen van hartfalen:
- Hartfalen op basis van een verminderde knijpfunctie. De linker hartkamer werkt minder. In medische termen noemen we systolisch hartfalen.
- Hartfalen op basis van verminderde ontspanning van de hartspier. Hierbij is de knijpkracht nog goed, maar na het knijpen duurt het langer voor de hartspier zich ontspant waardoor het bloed moeilijker de linkerkamer in kan stromen. In medische termen noemen we dit diastolisch hartfalen).
Meest voorkomende oorzaken van hartfalen
De meest voorkomende oorzaken van hartfalen zijn:
- Hartinfarct: Een hartinfarct beschadigt een deel van de hartspier, waardoor de pompkracht minder kan worden.
- Hoge bloeddruk: bij een lang bestaande hoge bloeddruk moet het hart harder werken om het bloed tegen een hoge druk in te pompen. De hartspier wordt dikker en stijver, waardoor de pompkracht van het hart afneemt.
- Niet goed functionerende hartkleppen: het hart moet harder werken als hartkleppen niet goed sluiten of vernauwd zijn. Hierdoor kan de pompkracht van het hart afnemen.
- Hartritmestoornis: bij een hartritmestoornis klopt het hart te snel, te langzaam en/of onregelmatig. Het hart moet harder werken en verliest pompkracht.
- Ziekte van de hartspier (cardiomyopathie): de hartspiercellen hebben een abnormale bouw of zijn vervangen door vet- of bindweefsel, bijvoorbeeld door een afwijking in uw DNA. De hartspier kan verdikt of verwijd zijn. De pompkracht neemt hierdoor (langzaam) af.
Klachten en verschijnselen van hartfalen
De meest voorkomende klachten en verschijnselen bij hartfalen zijn:
- Vermoeidheid;
- Kortademigheid (vooral bij inspanning);
- Een gewichtstoename van 2 kg of meer in 3 dagen;
- Opgezette benen en enkels;
- Koude handen en voeten;
- Een vol gevoel in de bovenbuik;
- Verminderde eetlust;
- Kriebelhoest (vooral bij plat liggen);
- Onrustig slapen en ’s nachts vaak moeten plassen;
- Duizeligheid;
- Verstopping van de darmen;
- Hartkloppingen;
- Traagheid in het verwerken van informatie;
- Minder goed informatie kunnen verwerken;
- Minder goed kunnen onthouden.
Behandeling hartfalen uitklapper, klik om te openen
De basis van de behandeling van hartfalen bestaat uit medicijnen, aanpassen van eet- en drinkgewoonten en leefgewoonten. Indien mogelijk wordt de oorzaak van hartfalen weggenomen.
In het UMC Utrecht stemmen we de zorg graag zo goed mogelijk af op de persoonlijke situatie en wensen van onze patiënten. Wij willen graag dat u meedenkt over uw behandeling. Wat is belangrijk voor u in uw leven en wat zijn uw wensen als uw ziekte verergert? Wat wilt u (nog) wel en wat misschien niet meer? Hierover gaan uw cardioloog en/of uw hartfalenverpleegkundige/verpleegkundig specialist met u in gesprek.
Verderop in de folder komen we daar nog uitgebreider op terug. Zie het kopje 'Proactieve zorgplanning'.
Oorzaak wegnemen
Soms kunnen we de oorzaak van het hartfalen wegnemen door:
- Omleidingsoperatie: een bypass- of omleidingsoperatie is een behandeling bij ernstige vernauwingen in de kransslagaders van het hart. De chirurg haalt een ader of een slagader uit het lichaam en maakt hiermee een omleiding (bypass) om de vernauwing heen.
- Dotterprocedure: een dotter- en stentbehandeling heft vernauwingen op in de kransslagaders van uw hart. Het is een veelvoorkomende behandeling.
- Hartklepoperatie: bij een hartklepoperatie wordt een van uw hartkleppen vervangen of gerepareerd.
Medicijnen
Waarom medicijnen bij hartfalen?
Bij hartfalen krijgt u vaak meerdere soorten medicijnen voorgeschreven. De medicijnen verkleinen de kans op (her)opname voor hartfalen, hebben een gunstig effect op uw overleving en kunnen mogelijk de pompfunctie van het hart verbeteren. Een medicijn werkt bij iedereen anders. Soms duurt het een tijdje voordat de juiste dosering of een goede combinatie van medicijnen gevonden is waardoor de combinatie van medicijnen per persoon kan wisselen. Waarschijnlijk zult u een combinatie van verschillende medicijnen levenslang nodig hebben.
Hieronder volgt een beschrijving van de meest voorkomende medicijnen voor patiënten met hartfalen, de werking en de (meest voorkomende) bijwerkingen. Lees voor meer informatie de bijsluiter van elk medicijn. Of raadpleeg www.apotheek.nl.
Medicatie bij hartfalen
De behandeling kan bestaan uit verschillende soorten medicijnen. Deze zullen we hier verder toelichten:
Plastabletten (diuretica)
Plaspillen stimuleren de aanmaak van urine in de nieren en zorgen ervoor dat het teveel aan vocht wordt afgevoerd. Door het gebruik van plastabletten, zult u vaker moet plassen. Houd bij het plannen van uitstapjes rekening met de momenten waarop u uw plastabletten inneemt.
Meest voorkomende bijwerkingen: spierpijn of -zwakte in de bovenbenen en armen, ernstige vermoeidheid, hartkloppingen, dorst en buikklachten.
Voorbeelden van plastabletten zijn: Furosemide (Lasix®), Bumetanide (Burinex®), Hydrochloorthiazide (Esidrex®).
Er zijn op dit moment vier groepen medicijnen die een bewezen gunstig effect hebben op lange termijn uitkomsten (ziekenhuisopnames, overleving, pompfunctie van het hart) van patiënten met hartfalen. We stellen een voor u passende combinatie van deze medicijnen samen op basis van bloeduitslagen, bloeddruk, hartslag en welbevinden.
1. ACE-remmers, ARB of Entresto
Deze groep medicijnen zorgt voor het uitscheiden van vocht en zout en leidt tot een verlaging van de bloeddruk.
Het kan nodig zijn om de ACE-remmer of ARB te vervangen door Entresto.
Meest voorkomende bijwerkingen: duizeligheid, hoofdpijn, onwel voelen. Als u last krijgt van kriebelhoest, meld dit aan uw behandelaar. Die kan een ander medicijn voor (laten) schrijven.
ACE-remmers eindigen op -pril, bijvoorbeeld perindopril (Coversyl).
ARB eindigen op -tan, bijvoorbeeld candesartan (Atacand).
2. Bètablokkers
Bètablokkers worden voorgeschreven om het hart te ontlasten. Bètablokkers zorgen dat uw hart langzamer klopt en dat de bloeddruk lager wordt. In eerste instantie kunt u zich bij gebruik van bètablokkers duizelig voelen omdat deze uw hartslag en bloeddruk verlagen. Het kan enkele weken duren voordat u zich beter voelt nadat u met het innemen van bètablokker bent begonnen. Voelt u zich na enkele weken nog steeds duizelig, neem dan contact op met uw behandelaar om te controleren of u de juiste dosering krijgt.
Meest voorkomende bijwerkingen: vermoeidheid, koude handen en voeten, duizeligheid, maagdarmklachten en slaapproblemen.
Betablokkers eindigen op -lol, bijvoorbeeld metoprolol (Selokeen).
3. Mineralocorticoid Receptor Antagonisten (MRA)
Mineralocorticoid Receptor Antagonisten (MRA) blokkeren de gevolgen van het hormoon aldosteron. Dit hormoon wordt door uw bijnieren geproduceerd en kan tot een verergering van uw hartfalen leiden. Het medicijn zorgt dat meer water en zouten door de nieren wordt uitgescheiden in de urine.
Meest voorkomende bijwerkingen: malaise, verminderd libido, borstvorming en/of pijnlijke tepels en buikklachten.
MRA eindigen op -on, zoals spironolacton en eplerenon (Inspra).
4: SGLT2-remmers
SGLT2-remmers worden voorgeschreven om het hart te ontlasten. Ze zorgen ervoor dat er onder andere meer natrium (zout) door de nieren wordt uitgescheiden. Dit medicijn zorgt voor toename van urineproductie en mogelijk daling van het gewicht. Daarnaast vertraagt het progressie van chronische nierschade en heeft het gunstig effect op de bloedsuiker.
Meest voorkomende bijwerkingen: lagere urineweginfectie of genitale infecties, duizeligheid en uitdroging.
SGLT2-remmers eindigen op -gliflozine, zoals dapagliflozine (forxiga) en Empagliflozine (Jardiance).
Naast de bovengenoemde vier medicijngroepen zijn er nog aanvullende medicijnen die kunnen worden voorgeschreven.
Ivabradine
Als u ondanks de hartfalenmedicatie een hoge hartslag blijft houden, wordt daarnaast ook wel Ivabradine voorgeschreven. Ivabradine vertraagt de hartfrequentie. Het middel wordt soms ook voorgeschreven als bètablokkers niet geschikt zijn.
Meest voorkomende bijwerkingen: trage hartslag, hoofdpijn, duizeligheid, wazig zien, lichtflitsen zien.
Ivabradine staat ook wel bekend onder de naam Procoralan®.
Digoxine
Digoxine wordt vooral voorgeschreven bij boezemfibrilleren, omdat deze het hartritme vertraagt.
Meest voorkomende bijwerkingen: maag-darmklachten, wazig zien en duizeligheid en ritmestoornissen (raadpleeg de arts). Huiduitslag en jeuk wijst op overgevoeligheid.
Digoxine wordt ook Lanoxin® genoemd.
Nitraten
Deze medicijnen ontlasten het hart en verbeteren de doorbloeding in de kransslagaders.
Meest voorkomende bijwerkingen: kloppende, bonzende hoofdpijn, soms met misselijkheid. Bij mensen met aanleg voor migraine kan dit middel een aanval uitlokken. Een andere bijwerking is duizeligheid, vooral bij te snel opstaan als gevolg van een lagere bloeddruk. Overgevoeligheid voor dit middel merkt u aan huiduitslag en jeuk.
Nitraten eindigen op -nitraat, zoals isosorbide mononitraat (Monocedocard).
Cardiale resynchronisatietherapie (CRT)
Soms is het mogelijk om de pompkracht van het hart te verbeteren met een pacemaker of een defibrillator. We noemen deze behandeling Cardiale resynchronisatietherapie (CRT).
Hoe werkt Cardiale resynchronisatietherapie?
Bij een gezond hart trekken de linker- en de rechterkamer van het hart steeds tegelijk samen. Het samentrekken wordt veroorzaakt door elektrische prikkels die over het hart lopen. Bij patiënten met hartfalen loopt de prikkel die de hartkamers laat samentrekken vaak ongelijk over de beide kamers. De hartkamers trekken dan ongelijk samen. Hierdoor is de hartslag minder krachtig en het hart pompt minder bloed weg. De cardioloog kan dit goed zien tijdens een echografie of MRI-scan.
Een CRT is geschikt voor mensen bij wie de hartkamers niet tegelijkertijd (synchroon) samentrekken. Ook patiënten met minder ernstige klachten van hartfalen, kunnen baat hebben bij een CRT. Het zorgt er dan voor dat het hartfalen niet verergert en dat de pompfunctie goed blijft.
Een CRT kan ook een ICD functie hebben, de CRT-D. Een ICD (inwendige cardioverter defibrillator) is een apparaatje dat met één of meer elektrische schokken een einde maakt aan een gevaarlijke hartritmestoornis.
Hulpmiddelen voor het monitoren van hartfalen thuis uitklapper, klik om te openen
Er is een hulpmiddel voor het volgen van uw hartfalen thuis. Dit hulpmiddel helpt u uw hartfalen in de gaten te houden. Uw hartfalenverpleegkundige zal u hierover informeren.
Wat kunt u zelf doen aan een goede behandeling?
Als patiënt kunt u een aantal dingen doen die bijdragen aan uw behandeling. Hieronder leest u wat u zelf kunt doen.
Medicatie inname
Het is belangrijk om de medicijnen in te nemen zoals de arts deze u heeft voorgeschreven. Stop in principe niet met het slikken van medicijnen op eigen initiatief, ook niet als u last krijgt/hebt van bijwerkingen. Bespreek het eerst met uw arts of hartfalenverpleegkundige. In sommige gevallen kan in overleg een medicijn tijdelijk gestopt worden. Bijvoorbeeld in geval van braken/diarree of bij hoge koorts. Zwangerschap of operaties kunnen ook een belangrijke reden zijn om het gebruik van medicijnen (tijdelijk) te onderbreken. Het is verstandig om dit eerst met uw cardioloog of huisarts te bespreken. Uw arts kan de medicatie dan voor u aanpassen.
De meeste medicijnen hebben verschillende namen: een merknaam en een stofnaam. De stofnaam staat in de bijsluiter beschreven. Als u twijfelt of u het juiste medicijn hebt gekregen, kunt u dit altijd navragen bij uw apotheek.
Dagelijks wegen
Met hartfalen loopt u het risico vocht vast te houden. U kunt dit in de gaten houden door regelmatig te wegen, bij voorkeur steeds op hetzelfde tijdstip. Als u meer dan twee kilo aankomt in drie dagen, kan dit wijzen op vochtophoping. Neem dan contact op met uw hartfalenverpleegkundige.
Vochtbeperking
Wees voorzichtig met de hoeveelheid vocht. Bij extra vocht in het lichaam moet uw hart extra hard werken. Bij hartfalen moet u dit voorkomen. De cardioloog of verpleegkundige geeft u daarom een persoonlijk advies. Vaak is dit maximaal 1500 ml vocht per dag. Op warme dagen mag u hier 250 ml aan toevoegen. Het vocht van vla, yoghurt of soep moet u hierin meetellen. Het gebruik van één portie fruit (bijvoorbeeld een appel of sinaasappel) per dag telt niet mee als vocht. Iedere volgende portie fruit telt als 100 ml op de vochtbalans. Mocht het meerdere dagen achter elkaar erg warm zijn en u transpireert meer, adviseren wij om 1-2 glazen extra te drinken.
Praktische tips
- Dorstlessende dranken zijn: sterk verdunde limonade, zure melkproducten, zure vruchtensappen;
- Het dorstgevoel kan verminderen door op zure zuurtjes, pepermuntjes, suikervrije kauwgom te kauwen/zuigen of op een ijsklontje te zuigen. Let wel: een ijsklontje bevat ongeveer 20 ml vocht;
- Neem kleinere kopjes of glazen;
- Kauw eten goed, om minder snel een droge mond te krijgen.
Zoutgebruik beperken
Minder zout gebruiken is belangrijk voor mensen met hartfalen. Uw lichaam heeft zout nodig om goed te werken, echter maar heel weinig. De meeste voedingsmiddelen bevatten van nature zout, dus probeer zouttoevoeging te beperken tot niet meer dan 2 tot 3 gram per dag. Door hartfalen houdt uw lichaam extra zout en water vast waardoor vocht zich ophoopt in uw lichaam. Dit extra vocht veroorzaakt zwellingen in benen, voeten, armen, handen en/of buik. Daarnaast veroorzaakt het ook stuwing in de longen waardoor u kortademig wordt. Van zout krijgt u dorst waardoor u waarschijnlijk meer wilt drinken. Met als gevolg dat u meer vocht gaat vasthouden.
Het is mogelijk dat u zich beter gaat voelen als u uw zoutinname beperkt, zelfs als u geen last hebt van vocht vasthouden of plastabletten (diuretica) gebruikt. Het zorgt er ook voor dat uw medicijnen beter werken en het kan een hoge bloeddruk voorkomen.
Praktische tips
- Voeg geen zout toe bij de bereiding van gerechten;
- Gebruik geen bouillonblokjes of -poeder, aromat®, ketjap en sambal;
- Neem geen soeppoeders, jus of saus uit een zakje, kruidenmengsels zoals gehaktkruiden, kruidenmixen voor spaghetti, nasi;
- Vermijd het gebruik van producten die veel zout bevatten, zoals soep (pakje of blik, rauwe ham, rookvlees, worst, gerookte vis, alle soorten haring, snacks, chips, saucijzenbroodjes en kant-en-klare maaltijden);
- Neem niet meer dan 2-3 plakjes gewone kaas of vleeswaren.
U kunt zelf adviezen opzoeken over het minderen van zout-inname. Kijk op www.voedingscentrum.nl. Via de functie 'zoek' kunt u zoeken naar: 'hoe eet ik minder zout?'. Daarnaast is er uiteraard de mogelijkheid om zelf een diëtiste in te schakelen.
Gezond gewicht
Een gezond gewicht is een BMI tussen de 18,5-25. Op www.voedingscentrum.nl kunt u uw BMI berekenen.
Daarnaast zorgt een gezond gewicht ervoor dat u zich fitter voelt, gemakkelijker kunt bewegen en daardoor vaak minder beperkingen ervaart van het hartfalen.
Overgewicht zorgt ervoor dat uw cholesterol en bloeddruk stijgen. Belangrijk is een goede balans te vinden tussen energieverbruik (lichamelijke beweging, sport, activiteit) en energie-inname (wat eet je, hoe vaak en wanneer). Ook is het verstandig drie hoofdmaaltijden per dag te gebruiken en hiervoor een regelmaat in te bouwen. Dit zorgt voor een betere stofwisseling. Weinig vet, suiker en alcohol zorgen voor minder risico op overgewicht.
Bewegen en rust
Creëer voldoende rustmomenten over de dag en wissel deze af met perioden van activiteiten. Zo blijft u in beweging en dat is belangrijk bij hartfalen.
Hartrevalidatie
Als u bij ons onder behandeling bent, kunt u in sommige gevallen in aanmerking komen voor het hartrevalidatieprogramma. In het hartrevalidatieprogramma bouwen we uw conditie weer geleidelijk op en besteden we aandacht aan onder andere gezonder leven, stoppen met roken en omgaan met stress. U kunt bijvoorbeeld informatiebijeenkomsten bijwonen over hartziekten, een training gezonde leefstijl volgen of meedoen aan het beweegprogramma. Uw hartfalenverpleegkundige kan u aanmelden voor het hartrevalidatie programma in het UMC Utrecht of bij u in de regio.
Genotsmiddelen
We adviseren u om niet te roken, geen drugs te gebruiken en zeer matig alcohol te nuttigen (maximaal 1 glas per dag).
Leven met hartfalen uitklapper, klik om te openen
Door uw hartfalen loopt u in uw dagelijks leven soms tegen problemen aan. De hartfalenverpleegkundige helpt u bij omgaan met hartfalen en de gevolgen daarvan voor het dagelijkse leven.
Werken
Meestal kunnen mensen met hartfalen blijven werken. Uw eigen situatie hangt af van de oorzaak en ernst van uw hartfalen en de eisen die uw werk aan u stelt. Met uw bedrijfsarts kijkt u naar uw specifieke situatie. Voor de zelfstandige zonder personeel (ZZP-er) geldt: neem contact op met uw verzekeraar. Als u niet verzekerd bent, kunt u contact opnemen met uw gemeente voor het aanvragen van bijstand voor zelfstandigen. Ook kunt u terecht bij het broodfonds. Dit is een fonds voor alle soorten ondernemers, zowel ZZP’ers als zelfstandigen met een BV of VOF. Voor meer informatie: www.broodfonds.nl
Emoties
Hartfalen veroorzaakt niet alleen lichamelijke klachten, maar kan ook leiden tot gevoelens en emoties zoals onzekerheid, somberheid, angst, woede, verdriet of depressie.
Het kan helpen als u erkent dat deze emoties horen bij het leven met een aandoening. Vervolgens kunt u positieve stappen nemen die u kunnen helpen u beter te voelen. Voor het omgaan met hartfalen is het belangrijk dat u leert hoe u deze gevoelens onder controle krijgt.
Veel mensen schamen zich voor emotionele problemen. Maakt u zich geen zorgen. Gevoelens van depressie, bezorgdheid en angst komen vaak voor bij mensen met een medische aandoening. Ook kan het zijn dat uw emoties (tijdelijk) veranderen. U kunt bijvoorbeeld sneller geïrriteerd raken of sneller gaan huilen. Stop uw gevoelens hierover niet weg, maar praat erover met uw naasten (familie, vrienden, lotgenoten). Als deze gevoelens uw dagelijks functioneren beïnvloeden of belemmeren, neem dan contact op met uw huisarts en/of de maatschappelijk werker.
Emoties van naaste(n)
Naasten van patiënten besteden vaak veel energie en aandacht aan de verzorging van hun partner of familielid. Soms gaat dit, ten koste van hun eigen behoeften en gevoelens. Neem contact op met uw huisarts als u hulp en/of begeleiding nodig hebt.
Omdat iedereen uniek is, verschillen de emotionele reacties sterk van persoon tot persoon. U kunt als naaste onderstaande gevoelens ervaren:
- U kan het gevoel hebben altijd positief, vrolijk en optimistisch over te moeten komen.
- U kunt bezorgd zijn of u kunt zich verantwoordelijk voelen voor de gezondheid van uw partner.
- Door omstandigheden kunt u zich boos voelen. U kunt gefrustreerd zijn over veranderingen in uw leven of boos zijn op uw partner of familielid omdat hij of zij “de oorzaak” van deze veranderingen is.
- U voelt zich misschien schuldig omdat u boos en verontwaardigd bent.
- Het kan gebeuren dat u in korte tijd een reeks emoties ervaart. De ene dag voelt u zich positief en heeft u alles onder controle en de andere dag bent u juist weer depressief en onzeker.
U kunt er zeker van zijn dat u niet de enige bent die dit soort emoties ervaart.
Praten kan de eenvoudigste en meest effectieve steun zijn die u nodig hebt. Als u het gevoel hebt dat u over bepaalde dingen niet met uw partner of familielid kunt praten, praat dan met een ander familielid, een goede vriend of vriendin, met de hartfalenverpleegkundige, cardioloog of huisarts. Ook kunt u via de patiëntenvereniging “Harteraad” in contact komen met lotgenoten (www.harteraad.nl).
Problemen met concentratie/geheugen
Als gevolg van het hartfalen, kan het zijn dat u concentratie- of geheugenproblemen ervaart. Deze problemen zijn aan de buitenkant niet te zien. Ze kunnen echter grote gevolgen hebben voor u en uw naasten. Geef dit wel aan / overleg met uw behandelaar als u daar eventueel hulp voor nodig hebt.
Problemen die kunnen ontstaan, zijn:
- Maar één ding tegelijk kunnen doen, omdat u anders uw aandacht er niet bij kunt houden.
- Moeite met het richten van de aandacht ergens op (een gesprek, lezen, schrijven, andere activiteit).
- Moeite met het vasthouden van de aandacht op de activiteit.
- Het denken gaat trager en kost meer tijd en aandacht. Bijvoorbeeld: Als er veel tegelijk wordt gezegd of gedaan, kunt u het tempo al snel niet meer aan.
- Nieuwe informatie onthouden kost veel meer tijd dan voorheen en blijft vaak niet goed hangen.
Schakel via de hartfalenverpleegkundige of uw huisarts hulp in als u bovenstaande problemen ervaart.
Praktische tips
- Leg uit aan anderen wat u moeite kost.
- Vraag hulp wanneer nodig.
- De PRET regel:
- Pauzeren: om te voorkomen dat u plotseling heel moe wordt, is het raadzaam om afspraken met uzelf te maken over pauzes.
- Rustige omgeving.
- Eén ding tegelijk.
- Tijd nemen, tempo aanpassen.
Seksualiteit
Sommige medicijnen (bijvoorbeeld bètablokkers) kunnen invloed hebben op de seksualiteit. Heeft u last van bijwerkingen van de medicatie, bespreek dit dan met uw hartfalenverpleegkundige, cardioloog of huisarts.
Door klachten van hartfalen (kortademigheid, vermoeidheid, verminderd inspanningsvermogen) kan de zin in seks minder zijn of kan het vermogen om een bevredigend seksleven te hebben afnemen.
Vrijen staat gelijk aan het lopen van twee trappen. De inspanning blijkt dus niet al te groot. Het is vaak mogelijk om seks te hebben.
Het kan zijn dat u zich over dit onderwerp schaamt of erover piekert, misschien zelfs dat u dit onderwerp ontwijkt. Stop uw gevoelens hierover niet weg, maar praat erover.
Autorijden
Als u wilt weten of u mag autorijden, kunt u veel zaken al zelf opzoeken op www.cbr.nl. Onder het kopje 'Rijbewijs houden' vindt u veel informatie, waaronder een gezondheidsverklaring.
Mocht u daarna nog vragen hebben, dan kunt u die uiteraard nog aan uw behandelend cardioloog / hartfalen verpleegkundige / verpleegkundig specialist stellen.
Vakantie
Bij uw reismogelijkheden speelt uw gezondheidssituatie een belangrijke rol. Bespreek daarom uw reisplannen met uw hartfalenverpleegkundige, cardioloog of huisarts.
Wilt u meer weten over hartfalen?
Wilt u meer weten over hartfalen dan kunt u informatie vinden op de internetsites: www.heartfailurematters.org/nl_NL of www.hartstichting.nl
Proactieve zorgplanning (advance care planning)
Hartfalen is vaak een ziekte die niet te genezen is. We vinden het daarom belangrijk om samen met u na te denken over de invulling van zorg in de toekomst. We noemen dit 'proactieve zorgplanning'.
In het UMC Utrecht maken we gebruik van een gesprekskaart: Mijn zorg nu en later om het gesprek met u en uw naasten aan te gaan over uw wensen en voorkeuren en over het stellen van grenzen en realistische doelen.
Aangezien uw gezondheid en wensen na verloop van tijd kunnen veranderen, vinden wij het belangrijk om hier op terug te komen en zo nodig uw doelen bij te stellen.
Contact uitklapper, klik om te openen
Hebt u vragen of wilt u een afspraak maken of verzetten? Neem dan telefonisch contact op met het secretariaat.
Polikliniek Verpleegkundig spreekuur hartfalen
Het secretariaat is bereikbaar op werkdagen van 08:30 tot 17:00 uur.
De hartfalenverpleegkundige is bereikbaar via 088 75 572 73 (optie 3).
Van doordeweekse dagen bereikbaar van 9:00-10:00 uur en van 15:00-16:00 uur.