Terug

Netwerk intake
Herstelondersteunende probleemanalyse

Met behulp van regionale samenwerking voor netwerkzorg voor mensen met een psychiatrische aandoening, proberen we integrale zorg te faciliteren rondom de patiënt. Onder integrale zorg wordt verstaan: afgestemde zorg die aansluit bij de behoeften van de patiënt. Centraal staat de vraag wat iemand nodig heeft om tot herstel te komen of zijn leven weer in balans te krijgen of te houden. Om van hieruit de professionele hulpverlening zo goed mogelijk te ondersteunen is het belangrijk om ook te kijken naar informele hulpbronnen. Volgende stap is om het netwerk van ondersteuning met elkaar te verbinden, zodat er geen gaten maar ook geen doublures in de zorg ontstaan.

Voor wie?

Deze gespreksvorm is bedoeld voor

1. Professionals die op een andere wijze het gesprek willen voeren met hun patiënten/cliënten.

2. Andere hulpverleners die bezig zijn de intake en diagnostiek in de psychiatrie te veranderen.

De Netwerk Intake is een methode om het gesprek te voeren als start van een behandeltraject, een second opinion of een andere behandelvorm, om een breed beeld te krijgen van de problemen die spelen en wie erbij betrokken zijn. Wij bieden zo een ander kader dan de DSM en hopen dat dit inspireert om de methode naar eigen inzicht te gebruiken.

Wat is het resultaat?

Een intake die volgens deze methode plaatsvindt, resulteert in een helder en breed beeld van de thema’s die spelen voor de patiënt, aan welke thema’s de patiënt wil werken en wat hij/zij daarin zelf kan doen en waarvoor hij/zij hulp nodig heeft en van wie.

Wat levert het op?

Door een open gesprek te voeren ervaren mensen meer vrijheid om zaken te benoemen die voor hen belangrijk zijn, ondanks dat dit op het eerste gezicht misschien minder relevant lijkt voor het ontstaan van de klachten. Deze gespreksvorm laat je meer denken in netwerken en de problematiek vanuit meerdere perspectieven te bekijken.

Stappenplan

Drie stappen leiden tot een herstelondersteunende probleemanalyse met de evaluatie als vierde stap:

  1. Inventarisatie van belemmerende en helpende thema's
  2. Gewenste verandering en haalbaarheid bepalen
  3. Bepalen wie wat gaat doen
  4. Evaluatie

Achtergrond

Mensen die te maken krijgen met psychische ontregeling lopen vaak op meerdere levensgebieden vast. Ook in de voorgeschiedenis spelen vaak verschillende problemen of (stress) factoren die hebben bijgedragen aan het ontstaan van de klachten of medebepalend zijn geweest voor belangrijke keuzes die mensen gemaakt hebben in hun leven.

Mensen zijn geen verzameling symptomen en zijn ook niet een ziekte. Mensen zijn complexe, adaptieve maar ook kwetsbare wezens met een levensverhaal. In dat levensverhaal krijgen mensen te maken met voor- en tegenspoed en periodes van balans en disbalans. De mate waarin dit gebeurt, is afhankelijk van veel factoren. In de somatische geneeskunde is er de laatste jaren ook steeds meer aandacht voor het samenspel van aanleg, levensstijl en omgevingsfactoren waardoor fysieke ontregeling kan ontstaan. Daarnaast is er steeds meer aandacht voor de individuele behoeften van patiënten die soms meer te maken kunnen hebben met zingeving of betekenis dan met de klachten zelf. Door deze meer holistische kijk op mensen zijn andere modellen ontstaan om problemen in kaart te brengen zoals het model Positieve gezondheidszorg van Machteld Huber of het 4D model van de HUS. Deze modellen kunnen als inspiratiebron beschouwd worden in de deze eerste stap van de herstelondersteunende probleemanalyse.

Het is nadrukkelijk niet de bedoeling om een nieuw model te introduceren. We proberen juist te voorkomen dat een vaststaand model leidend moet zijn in de analyse. Het risico van het gebruik van modellen is dat het invullen ervan als een doel op zichzelf wordt gezien en dat daardoor toch weer informatie gemist wordt die voor een specifiek iemand heel relevant kan zijn. Daarom werken we in stap 1 niet met vooraf opgestelde vragen of vooraf gekaderde domeinen, maar laten we het verhaal van de patiënt leidend zijn.

"Doordat ik al mijn problemen in kaart had gebracht en een netwerk had aangemaakt werd duidelijk dat ik heel veel zaken met mijn broer kon oppakken, ook al moest er nog aan de medicatie gesleuteld worden."

Het gesprek

Het gesprek zelf bestaat uit drie stappen:

Stap 1: Inventarisatie van belemmerende en helpende thema's

De eerste vraag is aan de persoon die voor u zit is: vertel uw verhaal, waar komt u vandaan? Waar bent u nu? Wat heeft hierbij een rol gespeeld? En waar zou u naar toe willen? Tijdens dit verhaal maakt u aantekeningen in een netwerkmodel (zie als voorbeeld figuur 1).

Soms is informatie al bekend zoals: eerdere verwijsbrieven, informatie van familieleden of informatie uit het spinnenwebmodel van Machteld Huber. Deze informatie kunt u vooraf al ordenen in de genoemde visualisatie. Aanvullingen of veranderingen kunt u tijdens het gesprek aanbrengen.

Luisteren en aantekeningen maken

In het midden van het netwerk staat de naam van de persoon en gedurende het verhaal plaatst u om de persoon heen alle thema’s die hij of zij aanhaalt. Denk daarbij aan belangrijke gebeurtenissen of relaties, familie, vrienden, maar ook eerdere hulpverlening kan aan bod komen, ervaringen thuis, op school, op het werk, hobby’s of religie. Ook tegenslag als verlies, trauma, schuld of schaamte kunnen een rol spelen, net als levensstijl, mentale of fysieke klachten en eventueel eerder gestelde diagnoses kunnen worden genoemd.

U schrijft hierover geen rapportage, maar plaatst de thema’s in een cirkel om de persoon. Zo visualiseert u ter plekke wat van invloed is (geweest), zowel positief als negatief.

Figuur 1: Start van het netwerkmodel

Check op volledigheid van de tekening bij de persoon

Als het (levens)verhaal is verteld, vraagt u of de tekening compleet is of dat er nog thema’s niet besproken zijn die wel invloed hebben op de persoon (niet persé op de klachten). U kunt de eerder genoemde thema's als school/werk, wonen, familie, vrienden, levensstijl (slapen, eten, drank/drugsgebruik), hobby’s of religie actief noemen als voorbeelden, als deze onderwerpen nog niet spontaan aan de orde zijn geweest. Zo stimuleert u iemand om een zo compleet mogelijke inventarisatie te maken van zaken die misschien niet direct aan de klachten worden gekoppeld, maar wel impact hebben (gehad) op iemands leven.

Vragen die u tijdens deze stap kunt stellen:

-   Wat is uw verhaal?

-   Is de tekening zo compleet of zijn er nog belangrijke thema’s die we niet hebben besproken?

Stap 2: Gewenste verandering en haalbaarheid bepalen

1. Vaststellen van de invloed van de thema's

Sta bij ieder los thema stil en bepaal samen of de invloed hiervan positief (+), negatief (-) of neutraal (=) is op de persoon. Per thema zet u in de tekening een waarde  (5-punts schaal: ++, +, =, -, --).

Ook kunt u de thema's onderling verbinden als ze elkaar beïnvloeden (bijvoorbeeld een trauma uit de jeugd dat er mede voor zorgt dat iemand niet kan werken). De scores kunnen eventueel ook sterker of zwakker gemaakt worden om aan te geven waar de accenten liggen. Zie figuur 2 als voorbeeld . Het is belangrijk om te checken op volledigheid.

Figuur 2: de invloed van losse factoren

Welke thema’s zou u kunnen bespreken (patiënt is leidend):

  • Wonen
  • Grote levensgebeurtenissen
  • Medicatie (bijwerkingen)
  • School, werk
  • Slapen
  • Relatie, vriendschap
  • Ouders, familie
  • Leefstijl
  • Roken, alcohol, drugs
  • Activiteiten, hobby's

2. Vaststellen op welke thema's verandering gewenst is.

Positieve scores zouden verder versterkt kunnen worden, neutrale elementen kunnen omgebogen worden naar positief en negatieve elementen zouden neutraal of zelfs positief gemaakt kunnen worden. Steeds is de eerste vraag of dit wenselijk is en vervolgens hoe haalbaar iemand het inschat. Het is belangrijk om vooraf uit te leggen dat het uitgangspunt is dat de persoon zelf bepaalt wat belangrijk is, welke volgorde daarin wenselijk is en wat iemand zelf als haalbaar ervaart.

De gewenste veranderingen vertaalt u samen in concrete doelen per thema.

Vragen die u tijdens deze stap kunt stellen:

  • Is het thema positief, negatief of neutraal en in welke mate?
  • Van welke thema's wilt u de score ombuigen? De wensen van de persoon zijn hierbij leidend.
  • Welke mate van verandering ziet u als haalbaar?

Stap 3: Bepalen wie wat gaat doen

In deze stap verdeelt u samen de taken. Uw eerste vraag is altijd wat iemand zelf denkt te kunnen doen in de gewenste veranderingen. Deze punten zet u in een actielijst. Vervolgens bespreekt u of er mensen zijn in de nabije persoonlijke kring (familie, vrienden of een andere vertrouwenspersoon) die kunnen helpen om gewenste veranderingen teweeg te brengen. Deze informele hulpverleners plaatst u in het netwerk om de probleemanalyse heen (zie figuur 3).

Figuur 3: Bepalen van het netwerk en onderlinge taakverdeling

Tot slot vraagt u waar professionele hulpverleners een rol kunnen spelen. Dit kan variëren van huisarts, sociaal werker, jobcoach van het UWV tot psycholoog of psychiater. Alle mensen die nodig zijn, plaatst u in het hulpnetwerk om de problemen heen. Deze stap kan meer tijd vragen als mensen hulp afhouden. Motiverende gespreksvoering kan nodig zijn om hulp te aanvaarden, maar ook als dit tijd kost kan toch al een begin gemaakt worden met het toevoegen van informele hulpverleners aan het netwerk. Het netwerk kan immers steeds weer op- of afgeschaald worden, dus kan ook gefaseerd ontstaan, afhankelijk van de fase van hulpvragen en behoeften van de patiënt.

Vragen die u tijdens deze stap kunt stellen:

  • Wat kun/wil je zelf veranderen om dit probleem op te lossen?
  • Wat kunnen/willen je naasten hierin doen?
  • Wat is er daarna nog nodig van professionele hulpverlening (wie doet wat)?
  • Wat wil je bereiken met professionele hulpverlening en hoe lang is deze nodig?

Na het gesprek

Verbinden van het netwerk

De volgende stap is om het netwerk van ondersteuning met elkaar te verbinden, zodat er geen gaten maar ook geen doublures in de zorg ontstaan. Een goede en digitale manier om dat te doen, is door gebruik te maken van OZOVerbindzorg PsyNet.

Stap 4: Evaluatie

Nadat het netwerk is opgestart, is het belangrijk om gezamenlijk te evalueren hoe het gaat. In PsyNet kan dit digitaal, op ieder gewenst moment, gebeuren. Leidend hierin is niet een symptoomvragenlijst of andere uitkomstscore, maar een score op doelrealisatie. Als bijvoorbeeld is afgesproken om voor een periode van 6 maanden aan bepaalde veranderingen te werken, is de score bij de evaluatie na 6 maanden:

  1. Doel helemaal bereikt (het gaat veel beter dan bij de start)
  2. Doel een beetje bereikt (het gaat beter, maar we zijn er nog niet)
  3. Situatie status quo (er is geen verandering t.o.v. de start)
  4. Doel niet bereikt (het gaat wat slechter dan bij de start)
  5. Doel helemaal niet bereikt (het gaat veel slechter dan bij de start)

Afhankelijk van deze score op doelrealisatie wordt bepaald welke aanpassingen er nodig zijn in de doelen, de ondersteuning daarbij of de afgesproken acties.

Meer informatie

sociaalweb_netwerkpsychiatrie

Netwerkpsychiatrie: hoe dan?

Lees voor aanvullende informatie het artikel van Floortje Scheepers over netwerkpsychiatrie (06-05-2020, Sociaalweb).

Lees meer

Hebt u vragen over de herstelondersteunende probleemanalyse?
Neem dan contact op met prof. dr. Floortje Scheepers via onderstaand e-mailadres.