Een terugblik op Meet the Professor 2026
Op woensdag 1 april bezochten 280 onderzoekers van de Universiteit Utrecht en het UMC Utrecht basisscholen in Utrecht en omgeving. In duo’s trokken zij per fiets langs de scholen om leerlingen kennis te laten maken met wetenschap. Ook dit jaar deden meerdere onderzoekers van het UMC Utrecht mee.
De dag begon bij het Academiegebouw, waar alle duo’s zich verzamelden. Sommige hoogleraren verschenen zelfs in toga voordat ze op de fiets stapten naar scholen in 43 verschillende wijken. In de klas vertelden ze over hun onderzoek, deden ze kleine experimenten en beantwoordden ze vragen van de leerlingen. In totaal gingen de onderzoekers bij bijna 3.400 leerlingen langs.
Vooraf kregen leerlingen de vraag wat zij denken dat een onderzoeker is. Tijdens het bezoek ontdekten zij dat dit beeld vaak niet klopt: onderzoekers en de onderwerpen die zij onderzoeken zijn er in allerlei vormen en maten.
Ook dit jaar volgden we een aantal onderzoeksduo’s tijdens hun bezoek aan de scholen:
Het razendsnelle brein
Waar gebruik je je hersenen eigenlijk voor? En welke delen doen wat? Die vragen beantwoorden hoogleraar Maeike Zijlmans en promovenda Susanne Jelsma bij groep 6 van basisschool De Oase in Leidsche Rijn. Beiden doen onderzoek naar epilepsie.
“Ik gebruik mijn hersenen om na te denken,” zegt een leerling. Met post-its plakken de kinderen vervolgens waar dat denken volgens hen gebeurt. Het juiste antwoord: het voorste deel van de hersenen. De juf grijpt haar kans: “Dat deel mogen ze voortaan eerst gebruiken voordat ze antwoord geven.”
Maeike en Susanne nemen de klas verder mee in de wereld van het brein. Ze leggen uit hoe reflexen werken en hoe elektrische signalen razendsnel door je hersenen schieten. Met een ledstrip maken ze dat zichtbaar. “Tot wel 300 kilometer per uur,” zegt Susanne. “Sneller dan Max Verstappen.” Een verbaasde “woooow” gaat door de klas.
De vragen blijven komen. Niet alleen over hersenen, maar ook over onderzoek doen. “Mag je wel eens een fout maken?”, vraagt een leerling. Maeike glimlacht: “Zeker. Fouten maken hoort erbij. Daarom herhalen we experimenten heel vaak, zodat kleine foutjes minder uitmaken.”
Maeike en Susanne kijken enthousiast terug op de ochtend. “Je kijkt weer even met een frisse, kinderlijke blik naar je eigen onderzoek,” zegt Maeike. “Dat inspireert én helpt ook om ons werk zo duidelijk mogelijk uit te leggen,” vult Susanne aan.
Een klas vol uitvinders
Voor hoogleraar Michiel Voskuil en promovendus Gijs Broeze is het hun eerste deelname aan Meet the Professor, en dat blijkt meteen een schot in de roos. In groep 8 van St. Jan de Doper nemen ze de leerlingen mee in de wereld van cardiologie. Hoe vervang je een hartklep via de lies? En wat betekent dat eigenlijk voor een patiënt?
De leerlingen gaan hierbij ook zelf aan de slag. Zo ontwerpen ze hun eigen oplossingen voor hartkleppen en bedenken ze hoe je die zou kunnen onderzoeken. Creativiteit kent daarbij geen grenzen: van een pil met een camera en ‘zwemvliesjes’ die je inslikt en zich ontvouwt tot een hartklep, tot een drankje dat kalk oplost zodat een operatie overbodig wordt.
En wat als je je hart tijdelijk koppelt aan dat van een dier, zodat het ene hart de functie van het andere overneemt? “Een hamster kan niet,” concludeert de klas, “die is te klein.” “Maar een panda misschien wel.” En hoe je die dan meeneemt? Daar hebben ze ook al een oplossing voor: “Hij slaapt gewoon naast je in bed en op vakantie gaat hij mee de piste op.”
Tussendoor stellen de kinderen volop vragen over onderzoek doen, maar ook over de mensen achter het werk. “Onderzoek vooral wat je zelf belangrijk vindt,” zeggen Gijs en Michiel. “Ook ‘gekke’ ideeën zijn belangrijk en kunnen juist leiden tot nieuwe ontdekkingen.”
Aan het eind van de ochtend komt nog de vraag voorbij hoe een typische werkdag eruitziet. “Zeker niet zoals vandaag,” lachen ze. Juist dat maakt het waardevol. Want tussen de fantasierijke ideeën en nieuwsgierige vragen ontstaat waar onderzoek om draait: creatief denken en durven buiten de gebaande paden te gaan.
Organen printen, kan dat echt?
“Als onderzoeker weet je heel veel van weinig,” vertelt hoogleraar Jos Malda. “Daarom werken we samen in een team.” Samen met zijn collega Bram Nijhoff, expert in 3D-printen, bezoeken ze groep 7 van basisschool De Rietakker in De Bilt. Ze praten met de klas over versleten knieën, het printen van organen, over samenwerken en nieuwsgierigheid.
Die nieuwsgierigheid is meteen zichtbaar als de kinderen door de microscoop kijken naar kraakbeen, het zachte weefsel in je knieën. "Waarom heet kraakbeen eigenlijk kraakbeen? Het kraakt toch helemaal niet?”
Even later mogen de leerlingen ook zelf aan de slag met 3D-printen samen met Bram. Ze draaien aan de knoppen en printen zelfs een oor van handcrème.
Dan begint het filosoferen: wat zou je printen als je alles kon? Ideeën vliegen door het lokaal: het ideale huisdier, een goed stel hersenen, of zelfs een mens. Maar elk antwoord roept nieuwe vragen op. “Zou je jezelf onsterfelijk kunnen maken? En moeten we dat wel willen?” Ook ontdekken ze dat bioprinten complex is: een hartvorm printen is één ding, maar een echt kloppend hart maken is iets heel anders.
De kinderen komen tot de conclusie: “Als onderzoeker moet je super nieuwsgierig zijn en heel veel vragen stellen!” En, Jos benadrukt: “Je hoeft niet per se naar een universiteit om met onderzoek bezig te zijn. Nieuwsgierigheid begint overal!”
Ook het beeld van de onderzoeker zelf verandert. Jos vertelt dat hij vroeger boswachter wilde worden. “Ik dacht dat een professor iemand was met ontploft haar zoals Einstein, maar nu zie ik dat het iedereen kan zijn!” reageert een leerling.
Over Meet the Professor
Ieder voorjaar gaan onderzoekers van de Universiteit Utrecht op bezoek bij basisschoolklassen in de regio Utrecht. Professoren, laboranten, docenten, promovendi en studenten zetten leerlingen van groep 6, 7 en 8 in hun schoenen, door de kinderen zélf het onderzoek te laten doen. Van interviewen tot pipetteren en filosoferen. Zo krijgen jaarlijks ruim 3.300 kinderen een realistisch beeld van wetenschap, en vinden onderzoekers nieuwe perspectieven op hun onderzoek.