Tuan Nguyen is radiotherapeutisch laborant. Hij voert bestralingsbehandelingen uit bij kankerpatiënten. Daarbij blijft hij professioneel maar laat hij ook zijn emoties zien.

‘Een vrouw van eind twintig komt op de afdeling Radiotherapie. Ze heeft een halskraag om. Ik zie aan haar dat ze het moeilijk heeft. Voor mij is het de eerste keer dat ik met een emotionele patiënt te maken krijg. Mijn collega en ik zijn op dat moment nog jong, 22 en 23.

Bij het UMC Utrecht Cancer Center worden dagelijks zo’n 250 patiënten bestraald. Als laborant voer ik de bestralingen uit, altijd samen met een collega. Dat gebeurt in opdracht van een radiotherapeut. Per patiënt hebben we tien minuten: twee à drie minuten voor de positionering en één à twee minuten voor de bestraling zelf. Er blijft weinig tijd over voor de uitwisseling van ervaringen. Maar als het echt nodig is, pik ik het op.

Ik merk dat de vrouw haar verhaal kwijt wil. We nemen haar mee naar een aparte ruimte. Ze vertelt: “Vorig jaar ben ik ook al bestraald voor een hersentumor. Dat ging zo goed dat ik kort geleden gezond ben verklaard. Daarom heeft mijn vriend me ten huwelijk gevraagd.” Zo mooi dat ze haar leven weer kon oppakken. Totdat ze klachten in haar nek kreeg.

Uiteindelijk blijkt het een metastase in haar nekwervels te zijn, een uitzaaiing. Zo ernstig dat ze van de radiotherapeut niet eens meer het ziekenhuis uit mag. De nek moet meteen worden gestabiliseerd. Haar levensverwachting is drie, hooguit zes maanden.

“Mijn vriend vond het zo erg. We hadden natuurlijk gehoopt dat we konden trouwen en nu gaat het niet door. Maar hij heeft besloten dat we toch gaan trouwen, hier in het ziekenhuis.”
Ze moet huilen. Mijn collega ook. Ik krijg een brok in mijn keel. Hoewel we professioneel blijven, laten we ook onze emoties zien. We voelen echt met haar mee. Ze waardeert het dat het ons raakt. Op dat moment realiseer ik me hoe belangrijk luisteren en delen is. Twee weken later is ze getrouwd. Mijn collega en ik zijn ook uitgenodigd. We hebben besloten niet te gaan. De betrokkenheid zou te groot worden, ergens moet je een grens trekken.

Eén keer wordt ze bestraald. Palliatief. Een hoge dosis om de pijn proberen weg te nemen. Wetend dat ze niet zal genezen. Er zijn verschillende behandelingsrichtlijnen. Sommige behandelingen duren zeven weken lang. Patiënten komen dan 35 keer achter elkaar. Omdat we als team meestal op hetzelfde toestel staan, bouw je vaak een band op.

Opvrolijken

Tijdens zo’n lange behandeling komt soms wel een punt dat mensen er doorheen zitten. Bij een man die veel last van pijnlijke bijwerkingen heeft, wordt een pauze van twee weken ingelast. Omdat ik weet dat hij gitaarleraar is, speel ik in de wachtkamer wat voor hem. Om hem een beetje op te vrolijken. Het geeft hem toch een boost om door te gaan.

Naast bestralen maak ik ook mri-scans. Op een keer moet een jong meisje met een hersentumor het scanapparaat in. Met een speciaal masker op, volledig gefixeerd. Ze is claustrofobisch. Dan duurt 25 minuten een eeuwigheid. Omdat ze het niet uithoudt, ga ik de mri-ruimte in en houd haar hand vast tijdens het onderzoek. Mijn collega heeft toen zelfstandig gescand. Twee weken daarna behandel ik haar op het bestralingstoestel en later ook voor een follow-up op de mri-scan. Puur toeval. Het is altijd leuk patiënten terug te zien. Zeker als ik haar na twee jaar weer tegenkom en hoor dat het goed met haar gaat. Dat geeft hoop.

Humor is voor mij een manier om het werk draaglijk te houden. Ook als collega’s onderling kunnen we ons verhaal bij elkaar kwijt. Met een grapje op z’n tijd houd ik er de luchtigheid en positiviteit in. De meeste patiënten vinden het leuk. Soms is het op het randje. Zoals bij een man met prostaatkanker die opvliegers krijgt door een hormoonkuur. Omdat hij heel vrolijk is, zeg ik tegen hem: “Dan weet u tenminste hoe vrouwen zich voelen.” Iedereen schiet in de lach. Hij zelf het hardst. De volgende dag blijkt dat hij door deze opmerking niet heeft kunnen slapen.

Sinds 2012 heb ik meer verantwoordelijkheid gekregen. Ik regel nu ook de gang van zaken rond de mri-scanners op de afdeling: veiligheid, patiëntenlogistiek, protocollen, nieuwe ontwikkelingen. Hierdoor ben ik serieuzer geworden. Aan de ene kant minder ruimte voor plezier, aan de andere kant meer uitdaging in mijn werk.’
 

Laat het ons weten als je vragen, opmerkingen of reacties voor de redactie hebt.

Reageer op dit artikel

Dit is een verplicht veld Dit is geen juist e-mailadres Dit is een verplicht veld Dit is een verplicht veld

    Lees meer verhalen

    Ontdek en verdiep je in onze onderwerpen