Hoe herken je een epileptische aanval? En wat kun je als omstander doen? Een kinderneuroloog legt uit. 

Iemand verkrampt, valt op de grond en begint te schokken met de armen en de benen: veel mensen hebben dit beeld van een epileptische aanval. Maar een epileptische aanval kan er ook heel anders uitzien. Floor Jansen, kinderneuroloog in het UMC Utrecht, vertelt: “Epilepsie heeft vele uitingen, er zijn verschillende soorten aanvallen. Iemand kan ook iets vreemds ruiken, even afwezig zijn of ander gedrag vertonen. Wat er gebeurt, hangt af van de plek in de hersenen waar de aanval ontstaat en hoe de epileptische activiteit zich verspreidt.”  

Kortsluiting

In onze hersenen bevinden zich een paar miljard grijze cellen. Deze cellen zijn georganiseerd in netwerken en elk netwerk heeft een eigen taak. Of je nou praat, beweegt, kijkt of loopt, dat wordt allemaal aangestuurd door je hersenen. Met elektrische pulsjes wisselen de grijze cellen continu informatie met elkaar uit. Soms ontstaat er in één of meer van die netwerken kortsluiting en dat veroorzaakt een epileptische aanval. 

Floor: “Om te kijken om wat voor type epilepsie het gaat, maken we in eerste instantie een EEG om vast te stellen of de aanvallen vanuit één plek komen (focaal) of dat de epileptische activiteit door het hele hoofd zit (gegeneraliseerd). Daarnaast onderzoeken we wat de oorzaak is van de aanvallen, hierbij gebruiken we verschillende onderzoeksmethoden, zoals een mri van de hersenen, dna-onderzoek of stofwisselingsonderzoek. Een epileptische aanval kan ook uitgelokt worden door acute schade aan de hersenen. Mensen kunnen bijvoorbeeld direct na een auto-ongeluk, beroerte of hersenvliesontsteking een epileptische aanval krijgen. Deze uitgelokte aanvallen onderscheiden we van de chronische ziekte epilepsie.

  

[Klik hier om de afbeelding te vergroten]

Verschillende typen

Er zit verschil tussen typen en oorzaken van epilepsie bij kinderen en epilepsie bij volwassenen”, legt Floor uit. Als aanvallen beginnen op de kinderleeftijd kan de oorzaak, naast opgelopen hersenschade, ook een aanlegstoornis of genetisch zijn. “Bij kinderen komen ook leeftijdgebonden vormen van epilepsie voor.” 

Twee voorbeelden daarvan zijn: 

1) Absence epilepsie, met gegeneraliseerde epileptische aanvallen.

Bij deze vorm staren kinderen even voor zich uit, ze lijken door je heen te kijken of de ogen weg te draaien, ze onderbreken hun handelingen. 

Wat kun je doen bij absence epilepsie? 

Floor: “Bij een absence hoef je niet in te grijpen. Realiseer je wel dat het kind informatie kan missen.” 

2) Rolandische epilepsie, met epileptische aanvallen vanuit één plek.

Bij deze aanval merken kinderen dat hun mond begint de trekken en dat ze daardoor niet goed kunnen praten. Dat komt omdat de activiteit begint in de plek waar de mondmotoriek wordt aangestuurd. Dat heet het rolandische gebied. 

Wat kun je doen bij rolandische epilepsie? 

Floor: “Ook bij deze vorm hoef je niet in te grijpen. Blijf erbij en stel het kind gerust door op rustige toon te praten. Zorg dat het zich nergens aan kan bezeren en wacht rustig af tot de aanval vanzelf overgaat.

 

 [Klik hier om de afbeelding te vergroten]

Er overheen groeien

Floor: “Deze twee vormen van epilepsie zie je vrijwel alleen bij kinderen tussen de 4 en 12 jaar. In de ontwikkeling van de hersenen worden steeds nieuwe verbindingen gemaakt. Er wordt teveel samengewerkt en de hersencellen zijn overactief. Dat gebeurt ook vaak in de overgang van slapen naar wakker worden. Het kan moeilijk zijn nachtelijke aanvallen te herkennen. Kinderen kunnen last hebben van hoofdpijn, zijn moe of gaan in hun functioneren (op school) achteruit. De aanvallen verdwijnen vanzelf naarmate kinderen ouder worden. Rolandische epilepsie stopt altijd. Bij 20 procent van de kinderen die absence epilepsie heeft, gaat dit later over in een andere vorm van epilepsie.” 

Epilepsie bij volwassenen

Op volwassen leeftijd zijn er ook focale en gegeneraliseerde aanvallen. 

1) De meest voorkomende vorm van een gegeneraliseerde aanval, is een tonisch-clonische aanval.

Dit is ook de meest herkenbare: iemand verkrampt, valt op de grond en begint te schokken met armen en benen. Dit noemen we een tonisch clonische aanval. Soms bijt iemand op zijn tong of is er sprake van incontinentie. 

Wat kun je doen bij een tonisch-clonische aanval?  

Floor: “Het beste kun je afwachten tot de aanval over is, 95 procent van dit soort aanvallen stopt binnen één of twee minuten vanzelf. Als iemand ongelukkig ligt, bijvoorbeeld midden op een kruispunt, dan probeer je diegene in veiligheid te brengen. Strakke kleding kun je losmaken en de bril afnemen. Stop nooit iets in de mond, geef geen water en houd de persoon niet vast. Wel kun je het hoofd beschermen, door er een kussen of jas onder te leggen. Neem altijd de tijd op. Want als een aanval niet vanzelf stopt, moet je altijd 112 bellen. Met de juiste medicatie kan een aanval worden gestopt.”  

2) Een focale aanval is soms voor de omgeving moeilijker te herkennen. 

De verschijnselen die daarbij optreden variëren enorm, mensen zijn zich daar ook niet altijd van bewust. Iemand kan opeens misselijk worden, versneld gaan ademhalen of een versnelde hartslag krijgen. Maar ze kunnen ook raar gaan praten of een stuk informatie missen. Ook komen emotionele verschijnselen voor, zoals angstig of agressief gedrag. Het kan ook een combinatie van verschijnselen zijn.

Wat kun je doen bij een focale aanval?

Floor: “Blijf erbij en stel degene gerust door op rustige toon te praten. Zorg dat iemand zich nergens aan kan bezeren en wacht rustig af tot de aanval vanzelf overgaat. Pak de persoon zo min mogelijk vast, want dat kan hij of zij verkeerd opvatten. Na de aanval kan de persoon verward zijn of erg moe.

  [Klik op de afbeelding om te vergroten]

Aanvallen uitgelokt

Floor: “Ongeveer 50 procent van de mensen zegt dat aanvallen worden uitgelokt door slaapgebrek. Daarnaast is stress een factor die een aanval kan uitlokken, zeker bij kinderen. Het kan overigens ook gaan om positieve spanning: voor een verjaardag of rondom Sinterklaas. Goed om te weten: het wil niet zeggen dat kinderen in die periode altijd een aanval krijgen.” Ook zijn lichtflitsen een uitlokkende factor, met name bij tonisch clonische aanvallen. Denk aan de lampen in een discotheek of de zon die door de bomen schijnt.

Lees meer verhalen