Herstel van beschadigd kraakbeen en bot in de knie met donorweefsel (osteochondrale allograft)
Als het kraakbeen en onderliggende bot in de knie beschadigd zijn, kan dit leiden tot pijn, zwelling, slotklachten en functieverlies. Soms zijn behandelingen zoals fysiotherapie, pijnstilling of eerdere kraakbeenoperaties niet (meer) voldoende. In dat geval kan een osteochondrale allograft (OCA)-transplantatie een behandeloptie zijn.
Wat is een osteochondrale allograft-transplantatie?
Een OCA-transplantatie is een operatie waarbij een beschadigd deel van het knie gewricht wordt hersteld met een stukje bot en kraakbeen van een donor. Dit transplantaat vervangt het beschadigde weefsel in het gewricht.
Voor deze behandeling wordt gebruikgemaakt van vers donorweefsel van een overleden persoon. Dat betekent dat de transplantatie plaatsvindt binnen 8 weken nadat het weefsel verkregen is. Het transplantaat bevat levende kraakbeencellen die nog tientallen jaren na de transplantatie kunnen blijven functioneren. Het transplantaat bevat ook een stukje bot, waarmee ontbrekend of beschadigd bot wordt hersteld.
Bij de operatie krijgt u levend menselijk weefsel dat vrijwillig is gedoneerd. Het doel van de OCA-behandeling is het herstellen van het gewrichtsoppervlak. Daarnaast kan het helpen om verdere schade aan het omringende kraakbeen te beperken. De levende kraakbeencellen in het transplantaat blijven actief en ondersteunen het behoud van het kraakbeen op lange termijn, wat kan bijdragen aan een betere gewrichtsfunctie en vermindering van klachten. Daarnaast is er een kans dat een knieprothese langdurig kan worden uitgesteld.
Wanneer komt u in aanmerking?
Niet iedereen komt in aanmerking voor een OCA-transplantatie. De orthopedisch chirurg beoordeelt dit op basis van uw klachten, lichamelijk onderzoek en beeldvormend onderzoek. De belangrijkste redenen voor een operatie zijn:
- een kraakbeendefect in de knie groter dan 2 cm²
- ernstige osteochondritis dissecans (graad III of IV)
- botafsterving (osteonecrose)
- restschade na een ongeval (posttraumatische kraakbeenschade)
- een eerdere kraakbeenbehandeling die niet het gewenste resultaat heeft gegeven.
Voordat we opereren is het belangrijk dat uw knie aan een aantal voorwaarden voldoet:
- Uw knie heeft geen grote standsafwijking hebben (de knie staat niet te veel naar binnen of naar buiten, ook wel X- en O-benen genoemd).
- Uw kniebanden zijn stabiel.
- Er is voldoende meniscus aanwezig (bij een eerdere operatie kan een deel van de meniscus zijn verwijderd).
Als dit niet het geval is, kan een aanvullende operatie nodig zijn.
Diagnose stellen
Er zijn duidelijke criteria om te bepalen of een OCA-behandeling geschikt is. Daarom is een uitgebreid onderzoek belangrijk. De arts bespreekt uw klachten en medische voorgeschiedenis en doet een lichamelijk onderzoek. Ook als u al eerder in een ander ziekenhuis bent onderzocht of behandeld, brengen wij uw klachten en situatie opnieuw volledig in kaart. Dit doen wij om samen met u een goed onderbouwd behandelplan op te stellen.
Anamnese
Tijdens het gesprek met de arts vragen wordt uitgebreid ingegaan op uw klachten. Hierbij wordt onder andere besproken:
- De aard, duur en ernst van de pijnklachten
- Momenten waarop de klachten toenemen, zoals bij lopen, traplopen, werken of sporten
- Beperkingen in het dagelijks functioneren, werk, sport en vrije tijd
- Eerdere behandelingen of operaties aan de knie en het effect daarvan
Deze klachten hebben vaak veel invloed op uw persoonlijke omstandigheden en kwaliteit van leven. Wij proberen dit zo volledig mogelijk in kaart te brengen.
Lichamelijk onderzoek
Een uitgebreid lichamelijk onderzoek van beide benen is een standaard onderdeel van het eerste polikliniekbezoek. Hierbij wordt gekeken naar:
- De beweeglijkheid van de knie
- De stabiliteit van de kniebanden
- De stand en belastbaarheid van het been
- Eventuele zwelling, spierzwakte of afwijkend looppatroon
Beeldvormend onderzoek
Om een goede diagnose te kunnen stellen is aanvullend onderzoek nodig. Dit bestaat meestal uit:
- Röntgenfoto’s om de stand van de knie en de kwaliteit van het bot te beoordelen
- Een MRI-scan om de grootte en aard van het kraakbeen- en botdefect in beeld te brengen
Soms zijn deze onderzoeken al in een ander ziekenhuis verricht. In dat geval is het niet altijd nodig om deze opnieuw te doen. Wij verzoeken u daarom om beschikbaar beeldmateriaal (zoals röntgenfoto’s of MRI-scans) voorafgaand aan het polikliniekbezoek aan ons te verstrekken, zodat wij ons goed kunnen voorbereiden. Wij nemen hierover indien nodig vooraf contact met u op. Het kan voorkomen dat een onderzoek wordt herhaald, bijvoorbeeld wanneer het beeldmateriaal te oud of onvoldoende duidelijk is.
Het donorweefsel
Het transplantaat dat gebruikt wordt bij een OCA‑behandeling komt van een overleden donor en wordt geleverd door een erkende weefselbank in Nederland. Deze weefselbank, ETB‑BISLIFE, ontvangt, test, verwerkt, bewaart en distribueert gedoneerd menselijk weefsel voor transplantaties. Om de veiligheid en kwaliteit te waarborgen is er sprake van een:
- Strenge donorselectie: elke donor wordt zorgvuldig gescreend.
- Veilige verwerking: het weefsel wordt in een steriele omgeving behandeld door speciaal opgeleide technici.
- Controle op infecties en virussen: het weefsel wordt getest op bacteriën en schimmels.
- Traceerbaarheid: elk transplantaat is duidelijk gelabeld, zodat de herkomst volledig te volgen is.
Dankzij deze controles is het transplantaat veilig voor gebruik en biedt het de beste kans op een goed resultaat van de OCA-behandeling.
Bij een OCA‑operatie wordt vers bot‑ en kraakbeenweefsel gebruikt. Dit betekent dat het kraakbeen niet is ingevroren, zodat de levende kraakbeencellen goed behouden blijven. Doordat kraakbeen geen bloedvaten heeft zijn de kraakbeencellen bovendien beschermd tegen afweerreacties van het lichaam. Daarom is het niet nodig om donor en ontvanger op weefseltype te matchen, en hoeft u geen medicijnen tegen afstoting te gebruiken. Afstoting komt bij deze behandeling dan ook niet voor.
Omdat het transplantaat vers is, is het niet altijd mogelijk om precies te voorspellen wanneer uw operatie kan plaatsvinden. Dit hangt af van het moment waarop geschikt donorweefsel beschikbaar komt. Dit betekent dat u soms met korte termijn – enkele dagen van tevoren – wordt opgeroepen voor de operatie. Het is belangrijk om hier rekening mee te houden.
Voorbereiding uitklapper, klik om te openen
Zodra de diagnose is gesteld, worden de verschillende behandelopties met u besproken. Samen met de orthopedisch chirurg wordt bepaald welke behandeling op dat moment het meest geschikt is voor uw situatie. Als een OCA-behandeling wordt geadviseerd, krijgt u uitgebreide informatie over de operatie, het revalidatieproces, het te verwachten resultaat en mogelijke complicaties. Wanneer u instemt met de operatie, wordt uw toestemming vastgelegd in uw elektronisch patiëntendossier. Deze toestemming wordt ook wel informed consent genoemd. Tegelijkertijd wordt het operatieformulier ingevuld, zodat de voorbereidingen voor de operatie in gang kunnen worden gezet.
Plaatsing op de operatiewachtlijst
Als blijkt dat u geschikt bent voor een OCA-behandeling, wordt u officieel op de operatiewachtlijst van het ziekenhuis geplaatst. Zodra passend donorweefsel beschikbaar is en goed bij uw gewricht past, wordt de operatie ingepland.
Vragenlijsten
Vóór de operatie ontvangt u de eerste (online) vragenlijst via het patiëntportaal. Het is belangrijk dat u deze invult. U ontvangt dezelfde (online) vragenlijst drie maanden, zes maanden, één jaar en twee jaar na de operatie. Zo kunnen wij uw herstel volgen en het effect van de behandeling evalueren.
Afspraak met de anesthesioloog en verpleegkundige
Vóór de operatie krijgt u een afspraak op de polikliniek anesthesiologie. Meer informatie over anesthesie vindt u in de patiëntfolder.
Praktische voorbereiding
Voor de periode na de operatie is het verstandig om alvast enkele praktische zaken te regelen. Denk hierbij aan het organiseren van eventuele hulp, het regelen van hulpmiddelen zoals krukken en het maken van een afspraak met een fysiotherapeut. Zo kunt u zich zo goed mogelijk voorbereiden op het herstel.
Tijdens de behandeling uitklapper, klik om te openen
Op de dag van de operatie komt u nuchter naar het ziekenhuis. U ontvangt hierover vooraf instructies van de anesthesioloog.
De operatie
De operatie duurt gemiddeld 1 tot 2 uur. Tijdens de ingreep wordt eerst het kniegewricht van binnen beoordeeld. Vervolgens wordt het beschadigde kraakbeen verwijderd en vervangen door een passend stukje donorweefsel. Dit transplantaat wordt zo geplaatst dat het goed aansluit op het omliggende kraakbeen en kan ingroeien en de functie van het gewricht kan verbeteren. Aan het einde van de operatie worden de wonden gesloten en krijgt u een drukverband.
Na de behandeling uitklapper, klik om te openen
Na de operatie wordt u naar de uitslaapkamer gebracht. Meestal verblijft u één nacht in het ziekenhuis, afhankelijk van uw situatie en het verloop van de operatie. U start op de afdeling met fysiotherapie. Mobiliseren doet u met krukken volgens gericht protocol. Het is dan ook belangrijk dat u krukken meeneemt naar het ziekenhuis. Hoeveel u de knie mag belasten hangt af van de grootte en locatie van het transplantaat. De eerste weken is het doel om de beweeglijkheid te behouden en de spieren actief te houden, terwijl het transplantaat ingroeit. Over het algemeen geldt een periode van 6 tot 12 weken met gedeeltelijke belasting, waarna de belasting geleidelijk wordt opgebouwd.
Controles na de operatie
Er zijn meerdere geplande controles bij de orthopedisch chirurg en/of fysiotherapeut: meestal op 4–6 weken, 3 maanden, 6 maanden en 1 jaar na de operatie. Tijdens deze afspraken wordt uw herstel besproken, wordt uw gewricht onderzocht en worden zo nodig röntgenfoto’s of een MRI gemaakt om te controleren of het transplantaat goed geneest en ingroeit.
Gedurende het hele follow-up traject ontvangt u online vragenlijsten. Het is belangrijk dat u deze invult, zodat uw herstel gevolgd kan worden en het effect van de behandeling goed kan worden geëvalueerd.
De meeste patiënten voelen zich pas volledig hersteld tot ongeveer één jaar na de operatie. Als het transplantaat goed functioneert en is ingegroeid, kan geleidelijk zwaardere belasting worden opgebouwd en kunt u lichte sporten hervatten. Het is belangrijk om het advies van uw behandelend team te volgen om het beste resultaat te bereiken.
Zorgkosten uitklapper, klik om te openen
Meer over zorgkostenVeelgestelde vragen uitklapper, klik om te openen
Wat zijn de risico's van een OCA-behandeling?
Hoewel een OCA-behandeling vaak goede resultaten geeft, hangt het succes sterk af van de toestand van uw knie. De juiste uitlijning van het been, stevige kniebanden en een goed functionerende meniscus zijn belangrijk voor het goed ingroeien van het transplantaat. Als één van deze factoren niet optimaal is, kan het nodig zijn om vóór of tijdens de OCA-operatie een extra ingreep uit te voeren, bijvoorbeeld het corrigeren van de stand van het been of een bandreconstructie.
Specifieke risico's van het transplantaat zijn onder andere:
- Het transplantaat kan niet goed ingroeien
- Er kunnen cystes ontstaan rond het transplantaat
- Het transplantaat kan loslaten
- Het transplantaat kan minder lang meegaan in bepaalde delen van de knie, bijvoorbeeld op de knieschijf of bij gecombineerde transplantaten in dijbeen en scheenbeen
Algemene risico's van de operatie zijn vergelijkbaar met andere knieoperaties en omvatten:
- Problemen met de wond, zoals slechte genezing of irritatie
- Infecties in of rond het gewricht
- Trombose van het been of longembolie
- Stijfheid of bewegingsbeperking van de knie
- Tintelingen of gevoelloosheid rondom het litteken
- Nabloeding
Uw orthopedisch chirurg bespreekt de mogelijke risico’s met u.
Wat als het toch anders verloopt?
Stel dat de OCA-behandeling niet kan worden uitgevoerd zoals vooraf besproken. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren doordat de beschadiging in de knie toch niet geschikt blijkt voor een transplantatie, of het transplantaat blijkt toch niet geschikt voor gebruik. Dan zal er een alternatieve behandeling worden gekozen. Uw orthopedisch chirurg zal de alternatieven tijdens het polibezoek met u bespreken.
Contact uitklapper, klik om te openen
Hebt u vragen? Neem dan contact met ons op. Voor het maken van een afspraak hebt u een verwijzing nodig van de huisarts of specialist.