Terug

Glaucoomoperatie

Doel van een glaucoomoperatie is om de oogdruk te verminderen. Er zijn twee soorten glaucoomoperaties. Een trabeculectomie waarbij we een afvoerklepje maken in het oog zodat kamerwater (oogvocht) gemakkelijker weg kan. Als dit niet het gewenste resultaat heeft, is het mogelijk een glaucoom implantaat (Baerveldt of Ahmed implant) in te zetten. 


Meer informatie

Trabeculectomie

Bij een glaucoomoperatie proberen we de oogdruk te verminderen. Tijdens de operatie maken we onder het bovenooglid, op de grens van het oogwit (sclera) en de iris (regenboogvlies) een klein afvoerklepje. Hierdoor kan het kamerwater (oogvocht) makkelijker wegvloeien naar de ruimte onder het bindvlies (conjunctiva). Hierdoor daalt de druk in het oog. Onder het bindvlies ontstaat een blaas. Dit heet de filterblaas.

Glaucoom drainage-implant (Baerveldt of Ahmed implant)

Wanneer oogdruppels, tabletten, eventueel een laserbehandeling of een filteroperatie (trabeculectomie) niet het gewenste resultaat heeft, kan gekozen worden voor het plaatsen van een drainage-implant. Deze operatie heeft tot doel de oogdruk te verlagen om daarmee het gezichtsveld en de gezichtsscherpte te behouden.

Resultaat

Een trabeculectomie of een glaucoom implantoperatie heeft tot doel de oogdruk te verlagen met als doel verdere achteruitgang van het gezichtsveld door glaucoom te voorkomen. Het resultaat van deze operaties is ongeveer bij 80 procent van de patiënten succesvol. Het is bij circa 60 procent van de patiënten nodig om na de operatie aanvullende oogdrukverlagende oogdruppels te blijven gebruiken.

Voorbereiding

De oogarts spreekt met u af welke preoperatieve oogdruppels u moet gebruiken. 

Een ziekenhuisopname voorbereiden

Het is belangrijk dat u uw opname in het zieken...

Tips voor het gesprek

Veel mensen vinden het prettig als ze het gespr...

Tijdens de behandeling

Een glaucoomoperatie kan onder plaatselijke verdoving of onder algehele narcose plaatsvinden en duurt ongeveer anderhalf uur. Ter voorbereiding van de operatie wordt het oog gedruppeld en tijdens de operatie wordt het oog steriel afgedekt. Na afloop zal een oogverband op het oog aangebracht worden. De operatie vindt in principe in dagbehandeling plaats zodat u na de operatie naar huis kunt. Na de operatie vinden nog wel regelmatig poliklinische controles plaats.

Na de behandeling

Vlak na de operatie kan er zowel een te hoge als een te lage oogdruk optreden. Meestal is de oogdruk vlak na de operatie te hoog. Het kan daarom zijn dat u de eerste weken extra oogdrukverlagende medicatie moet gebruiken. De hechting die het buisje dichtbindt, lost na ongeveer zes tot acht weken vanzelf op, waardoor het buisje gaat werken. De oogdruk zal dan meteen dalen.
Soms is er lekkage van kamerwater langs de insteekopening van het buisje en is de druk in het begin (te) laag. Het kan ook voorkomen dat de oogdruk te laag is, omdat de drainage-implant te goed werkt. Een te lage oogdruk kan leiden tot wazig zien. Het kan dan nodig zijn om het oog opnieuw te opereren, bijvoorbeeld om het afvoerbuisje af te sluiten of het oog tijdelijk te vullen met een dikke substantie. 

Overige klachten 

De eerste drie maanden na de operatie kan de drainage-implant leiden tot dubbelzien. Bij de meeste patiënten gaat dit vanzelf weer over. Ook is het mogelijk dat u na de operatie geen contactlens meer verdraagt. Soms blijkt na enige tijd dat het buisje van de drainage-implant aangepast moet worden. Hiervoor is dan een extra operatie nodig. Een zeldzame complicatie is het vervormen van de pupil. Het zicht wordt hierdoor echter vrijwel nooit beïnvloed. Zoals iedere operatie brengt ook het plaatsen van een drainage-implant risico's met zich mee, zoals verlies van het zicht ten gevolge van een infectie of een bloeding. Gelukkig is de kans hierop zeer klein.  

Leefregels

Na de behandeling moet u een maand lang oogdruppels gebruiken en mag u niet in uw ogen wrijven. Het is belangrijk dat u de adviezen van uw arts  goed opvolgt. 

Video: Algemene leefregels na een oogoperatie 

Mogelijke bijwerkingen 

De eerste dagen na de behandeling doen uw ogen misschien pijn en is het mogelijk dat u niet scherp ziet. De eerste maand na de behandeling kunt u last hebben van licht geïrriteerde ogen en ziet u misschien nog niet scherp. Deze klachten zullen na verloop van tijd verdwijnen.  

Mogelijke complicaties 

Zelfs als een onderzoek helemaal goed is gegaan ('volgens het boekje'), kunnen er problemen ontstaan. Zulke problemen noemen we complicaties. Als het oog rood wordt , pijn doet en het zicht plotseling achteruit gaat dan moet u contact opnemen met de polikliniek oogheelkunde.


Hebt u vragen?

Neem dan contact op met de polikliniek oogheelkunde. Voor een afspraak hebt u een verwijzing nodig van uw specialist.

088 75 588 40

De polikliniek is op werkdagen bereikbaar van

08.00 - 11.30 en tussen 13.00 - 16.00 uur.

Polikliniek

Verpleegafdeling

Oogheelkunde

Ziektebeeld